Ospel in oude ansichten

Ospel in oude ansichten

Auteur
:   J.J. Biezenaar
Gemeente
:   Nederweert
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2747-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ospel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Op menige oude kaart van het Pee1gebied komt Ospe1 niet of slechts a1s een gehucht voor. De Weerter onderwijzer G.M. Poell noemt Ospel in zijn "Beschrijving van het Hertogdom Limburg" (1851) eene van de menigte buurten en gehuchten waaruit de gemeente Nederweert, naast de dorpen Nederweert en Leveroy bestaat. Blijkbaar werd vroeger een gehucht pas een dorp genoemd als het een eigen parochie was. Een dorp werd Ospe1 zonder twijfel toen de regering op 20 juni 1864 toe stemming gaf voor de stichting van de parochie Ospel. Met slechts een kleine duizend parochianen wist Ospel in een zeer armoedige tijd enkele jaren later de huidige monumentale kerk te bouwen, de basis voor de uitgroei van het dorp.

Generatie op genera tie hebben veel mensen van Ospel ongelooflijk hard geploeterd om in hun bestaan te voorzien door verbetering en vergroting van het agrarisch land uit het bijna niet van slechte zandgrond, hei, veen en water. Met vaak heel primitieve hulpmidde1en werd de moerassige Peel steeds verder teruggedrongen.

Behalve de Ospe1se mensen zat ook de gemeente Nederweert vaak slecht bij kas. Toch b1eek het moge1ijk, vooral dank zij de werklust en de goede sarnenwerking tussen gerneente, kerk en school, de ondernemingszin van boeren en middenstanders, de juiste instelling van de werknemers, de waardevolle voorlichting van landbouw- en andere organisaties alsmede de activiteiten van een zeer gevarieerd verenigingsleven, Ospel tot grotere bloei te brengen.

De Tweede Wereldoorlog zaaide dood en vernieling in het Ospelse. Eenmaal bevrijd zaten de inwoners niet bij de pakken neer en vooral na de ruilverkaveling werd Ospel in een versneld tempo in de vaart der volkeren opgenomen. Ospel groeide uit tot een fraai dorp met 3820 inwoners, dat thans over een keur van voorzieningen beschikt, doch zijn eigen gezicht, een zeer grote gemeenschapszin, wist te behouden.

"Ospe1 in oude ansichten" in de bekende landelijke serie. Laten wij het onder elkaar maar "Do6spel van vreuger" noemen! Ik hoop, dank zij de spontane medewerking uit aile geledingen van de bevolking, een fotoboekje samengesteld te hebben dat enige indruk geeft van het leven in Ospel v66r 1939, grootvaders tijd. Zeer erkentelijk ben ik voor de bijzondere hulp ondervonden van Lies Vaes-Clomp voor de identificatie van de personen, Henk Roemen, Piet Heldens en Wim Gubbels uit Ospel, Tjeu Hermans uit Horst, Wiel van de Warreburg uit Nederweert en het personee1 van het gemeentearchief.

N.B. Als regel zijn in dit boekje de narnen van personen op de foto's van links naar rechts, te beginnen in de linker benedenhoek, verme1d.

1. Evenals in grootvaders tijd wordt het dorp Ospel nu getypeerd door een sterke lintbebouwing. Wie uit de richting Nederweert via het centrum van Ospel naar Meijel rijdt, mag maar liefst 4400 meter niet boven een snelheid van 50 kilometer per uur komen om geen verbaal wegens te hard rijden in de bebouwde kom op te lopen!

Ondanks deze lintbebouwing had de omgeving van de kerk vroeger al duidelijk een centrumfunctie voor de zeer verspreide bebouwing van het dorp. Deze positie vond haar basis in het kerkgebouw, centraal op de splitsing van twee wegen, de pastorie, de kape1anie (thans woning C. van den Boom) (Tempels Nelis) en een zekere concentratie van zakenpanden zoals cafes, winkels, bakkerijen en andere ambachtelijke bedrijven. Sommige van deze gebouwen gaven het centrum een zekere allure. In de loop der jaren is het centrum door de initiatieven van actieve middenstanders en gemeentelijke voorzieningen, zoals de aanleg van het Aerthijsplein, grater geworden. Op de foto van de omgeving van de kerk omstreeks 1914 ziet u het grote pand met een fraaie gevel van E. Caris (Smeeds Maan). Het statige gebouw was een winkel in huishoudelijke artikelen, rijwielen en kachels. Achter het pand lag de smederij. In de dorpse stilte van toen klonk het huizen ver als daar het roodgloeiend ijzer met de zware smeedshamer gebeukt werd. Het volgende pand, vriendelijk en uitnodigend van stijl, is het cafe, de bakkerij en winkel van de familie Gubbels (Teune), blijkens de muurankers gebouwd in 1892. Het cafe kreeg in 1927 een grote uitbreiding door de bouw van de Julianazaal. De foto, die door het vele groen een charmant beeld uit grootvaders tijd oplevert, wordt beheerst door de rijzige kerk in zijn oorspronkelijke vorm.

De personen op de voorgrond, van links naar rechts, zijn zeer waarschijnlijk: Frenske Leen (Ties Frenske), H. Meeuvis (Deris Harry), Fons Bruekers (Fons de Smeed uit Nederweert) met handboog, alsmede aan de deur in de witte schort Dien Gubbels (Teune Dien) en met de blouse Maria Gubbels (Smeeds Marie). De overige personen zijn niet bekend.

OSPEL

Ker straat

2. In grootvaders tijd hield men in Ospe1 van opschieten. Nog v66r de toestemming voor de stichting van de parochie ontvangen was, werd tegen de oostelijke gevel van het pand van M. Loijen (Heine Tieske), achter het huidige pand van Harry Loijen (Heine Harry), het "strooien kerkje" primitief uit palen, planken en stro opgetrokken. De vloer was van 1eem. Een buitenmuur van Tieskes huis werd gedeeltelijk uitgebroken om de kamer als priesterkoor, sacristie en biechtge1egenheid te gebruiken. '"Enke1e dagen nadat de regering op 20 juni 1864 toestemming voor de stichting van de parochie Ospel had gegeven, werd het noodkerkje ingezegend en Wilhelmus Vullers, een broer van de burgemeester van Nederweert, als eerste pastoor van Ospel geinstalleerd.

lets eerder, op 15 april 1864, had de gemeenteraad besloten me de te werken aan de stichting van de parochie en de bouw van de definitieve kerk door onder meer het terre in voor de bouw en de aanleg van het kerkhof te schenken en de pastorie te bouwen op een stuk grond, daartoe door de kinderen Aerthijs aan de gemeente afgestaan. "Uit hoofde der bekrompen middelen der Gemeente" werd echter geen subsidie verleend.

Reeds v66r de oprichting van de parochie waren ijverige Ospelse vrijwilligers begonnen met het bakken van stenen voor de definitieve kerk in met turf gestookte veldovens. In 1865 had de bekende Roermondse bouwmeester Dr. Cuijpers het bouwp1an gereed. De bouw zou f 20.000,- vergen, waarvan f 8000,- voor de 50 meter hoge toren, die echter niet direct gehee1 gebouwd zou worden. Aannemer was de firma Groenendaal uit Nunhem. De parochianen hadden pastoor Vullers toegezegd op e1ke werkdag met zes personen in dienst van de aannemer te staan en alle hand- en spandiensten - de grote kuil waarop de kerk gebouwd moest worden werd aldus gedicht -gratis te verrichten.

Op 18 oktober 1868 werden Ospe1s grote offervaardigheid en gemeenschapszin bekroond door de inzegening van de fraaie, typische Cuijperskerk. Even later werd de toren met een gemeentesubsidie ad f 1500,- afgebouwd. Er kwamen 1uidklokken en een torenuurwerk en toen het kerkgebouw gehee1 gereed was rustte er, dank zij de grote inzet en offerzin van de Ospelse mensen en vooral de milddadigheid van de familie Aerthijs, geen schuld meer op. Op de foto ziet u het kerkgebouw uit de richting Waatskamp in de oorspronkelijke toestand, zonder de later aangebouwde transepten (zijbeuken).

3. Tijdens de oorlogshandelingen bliezen Duitse troepen op 27 september 1944 de torenspits op. Ret orgel en torenuurwerk gingen verloren. Bij verdere gevechtsacties liep het kerkgebouw zoveel schade op dat de zolder van de jongensschool na de bevrijding als noodkerk gebruikt moest worden. In november 1946 was de kerk door pastoor Lipperts provisorisch hersteld. Op 27 september 1954 kon het kruis op de herbouwde torenspits geplaatst worden. Ret dak werd in 1956 definitief hersteld. Tevens werd in dat jaar een nieuw orgel geplaatst. Pastoor Lipperts plaatste in 1954 een nieuw hoofdaltaar met een bijna levensgroot kruis.j Voor dit altaar, de nieuwe zijaltaren en de communiebank werd Tsjechische travertin toegepast. Jan Dijker maakte de nieuwe glas-in-lood ramen en de kruisweg. Bij deze wijziging van het kerkinterieur verdwenen de muurschilderingen uit de Ospelse tijd van de priester-schilder kapelaan Jean Adams.

Hoewel in 1959 voor de Meijelsedijk een hulpkerk in gebruik genomen was, bleek in 1962 toch dat de parochiekerk te klein was en minder geschikt voor de viering van de nieuwe liturgie. Pastoor Arts liet een nieuw offeraltaar op een verhoging centraal in de kerk plaatsen na de bouw van twee transepten (zijbeuken), waarbij bovendien 150 zitplaatsen gewonnen werden. De kerk, die in de dakvorm reeds een kruiskerk was, werd aldus ook in de plattegrond volledig tot kruiskerk verbouwd. Uitvoering van de plannen leidde tot een aanzienlijke wijziging van het ex- en interieur. De vertrouwde communiebank en de preekstoel verdwenen hierbij.

Ret eeuwfeest van de parochie werd in 1964 luisterrijk herdacht in een geheel verbouwde kerk. De verbouwing deed weliswaar afbreuk aan de oorspronkelijke architectuur, doch bood meer mogelijkheden voor de vie ring van de liturgie.

In 1976 werd het kerkgebouw op de lijst van beschermde monumenten geplaatst, hetgeen de mensen van Ospel, die meer dan een eeuw zoveel offerzin betoonden, tot eer strekt. In de zomer van 1983 yond een grote restauratie van kerk en toren plaats, waarbij onder anderen de parochianen als vanouds diep in hun beurs tastten.

De foto toont het kerkinterieur omstreeks 1914 met het voormalige hoofdaltaar, de communiebank en de preekstoel.

:

Ospel Interleur der Parochle Kerk

4. Een monumentale kerk bouwen voor een kleine duizend mensen in een tijd van armoede! Op de volgende pagina portretten van de bouwpastoor, zijn opvolgers in grootvaders tijd, die behalve pastoraal ook zeer belangrijk sociaal-maatschappelijk werk deden, een kapelaan, tevens bekend schilder, een eenvoudige, trouwe koster en een meister, die de basis legde voor de boerenemancipatie!

Links boven: Wilhelmus Vullers (1864-1899), geboren te Nederweert, bouwpastoor in de ware zin des woords. Toen de monumentale kerk afgebouwd was, rustte er geen cent schuld meer op! Zijn naam werd met een straatnaam geeerd.

Midden boven: pastoor Hubertus Caris (1899-1930), geboren te Weert, nam het initiatief voor de bouw van het St.-Annaklooster en de bijzondere meisjesschool. Voorts tot de oprichting van het Heilig Hartmonument. Stimuleerde de oprichting van veel godsdienstige, sociaal-maatschappelijke en culturele verenigingen.

Rechts boven: pastoor Petrus Adams (1930-1944), geboren te Beegden, moderniseerde de kerk met centrale verwarming en bouwde een mime sacristie. Nam het initiatief voor de bouw van het Mariahuis als verenigingsgebouw. Hij stierf onder tragische omstandigheden in november 1944, toen kerk en pastorie door oorlogsgeweld veel schade opgelopen hadden.

Links onder: kapelaan Jean Adams (1936-1939) was behalve priester ook bekend schilder en schrijver. Op de eerste plaats priester. Streefde sterk naar de culturele verheffing van de parochie. Organiseerde in het Mariahuis in Ospel de eerste kunsttentoonstelling van eigen werk. Bond strijd aan tegen de vele religieuze kitsch en stelde daar tegenover onder meer zijn eenvoudige Madonnarelief, uitgevoerd in keramiek, dat nog in menige gevel of woning wordt aangetroffen. Voerde beschilderingen uit in kerk, Mariahuis en kapel op de Klaarstraat. Het Mariarelief in de voorgevel van het Mariahuis is een blijvende herinnering aan zijn werk in Ospel.

Midden onder: Frans Op 't Root. In grootvaders tijd en ook door veel jongeren gekend en gewaardeerd als de eenvoudige, altijd behulpzame koster-organist, die geheel onopvallend doch zeer nauwgezet zijn werk voor de eredienst verrichtte. Zijn vader was veertig jaar koster en Frans bracht het tot liefst zevenenvijftig jaren!

Rechts onder: Henri Hubert Verreussel. Niet zonder reden werd een straat naar deze meister genoemd. Geboren in Maasbracht en hoofd van de jongensschool van 1894 tot 1924. Behalve een uitstekend schoolhoofd, was hij voor Ospel onder meer als landbouwonderwijzer een pionier op het gebied van de agrarische ontwikkeling door zijn vele cursussen, initiatieven en functies in het organisatiewezen. Kortom, de pionier voor de boerenemancipatie in Ospel.

5. Rechts boven: omstreeks 1936 maakte kapelaan Jean Adams met het jongenskoortje en de misdienaars per fiets een uitstapje naar het patersklooster in Sterksel. Ook zijn hond Lucas, genoemd naar de patroon van de schilders, was van de partij. Van links naar rechts, eerste rij: Cleo Gubbels (van Teune Jan), Tjeu Kuijpers (van Harrieke Kuepers), kapelaan Adams, Jaan Janssen (van Broens Tjeu), Ben Boonen (van de Mulder) en Piet Meeuvis (van Deris Harry). Tweede rij: Jo Peters (van Directeur), Jan Boonen (van de Mulder), Zjef Leen (van Ties Frenske), Broer Hermans (van de Meister), Fons Hermans (van Boucht Driekske) en Riek Wullems (Riek van de Bakker). De foto werd gemaakt door Steef Hermans (Steef van de Meister), eveneens lid van het koortje. Kapelaan Adams was priester, schilder en schrijver. Getuigend in woord en geschrift was hij tot zijn dood op de eerste plaats priester, zegt Paul Haimon in zijn boekje "Jean Adams-priester-schilder". In Ospel met de wijde Peel rondom heeft Jean Adams zich gewetensvol gewiid aan zijn priesteriijke taak. Hij maakte er snel vrienden, ook onder de eenvoudigen van het dorp, van wie hij er enige, zoals Graadje de jager, zou portretteren.

Hij organiseerde voor het eerst in Ospels geschiedenis een kunsttentoonstelling van eigen werk - schilderijen, tekeningen en in chamotte gebakken sculpturen - in het Mariahuis en voerde er onder eigen regie zijn toneelstuk "Het gebroken Palet" op. Hij blijft tekenen en schilderen. Iedere mens die hij ontmoet spreekt hem aan, is interessant voor hem. In iedere kop staat een levensbeschrijving. Met rimpels en met voren is het leven geteekend, soms scherp gegrift, aldus Jean Adams in zijn boek "De oude Appelboom" (1946).

Blijkens zijn gebed voor zijn overleden vriend de Maastrichtse schilder Henri Jonas, ziet Jean Adams de kunstenaars als de geroepenen onder de mensen en legt God in de kunstenaar "dien schoonen hartstocht, waarin Gods scheppingsdrift zich in het klein herhalen moet".

Rechts onder: op deze foto is Jean Adams bezig met het boetseren van de kop van zijn vriend Graadje van Deursen.

Links: in 1938 schilderde hij ,,Meisje met kat", een portret van Leentje van Gemert, dochter van Nol van Gernert-Basten, Horik 123. In haar gehe1e houding en uitdrukking weet Jean Adams de zachtmoedigheid van het Ospelse land van toen te leggen. In houding en gezicht zijn ingetogen huiselijke warmte, zuiverheid, eerlijkheid en landelijke eenvoud trefzeker vereend.

Na Ospel werd Jean Adams benoemd tot pastoor te Nunhem in het landelijke Leudal. In 1952 ontlast van zijn pastoraal ambt, vestigde hij zich in "De Fuus" te Ell, waar de Jean Adams Stichting zijn vele nagelaten werken beheert.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek