Ospel in oude ansichten

Ospel in oude ansichten

Auteur
:   J.J. Biezenaar
Gemeente
:   Nederweert
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2747-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ospel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

21. Bij de woningen had W. Goevaerts (pak Wullem) zijn timmerwerkplaats. Interieurfoto's waren vroeger zeldzaam, omdat de techniek veelal ontbrak om deze in een donkere ruimte te maken. Toch lukte het omstreeks 1929 Pak Wullems werkplaats te fotograferen. U ziet links Bertus Vossen (Bertus van Vosses Merte) en naast hem W. Goevaerts.

De foto geeft ook een interessant beeld van de vrij primitieve machines die vroeger in een timmerwerkplaats gebruikt werden. Vooraan links staat de vandiktebank. Rechts op de voorgrond ziet u de houtdraaibank. Achterin rechts staat de lintzaag. Typisch voor die tijd zijn ook de drijfriemen, die nodig waren om de machines te laten draaien vanuit meestal slechts een krachtbron.

22. In 1928 startte Pierre van den Boom (Tempels Pierre) in het voormalige cafe van Zjaak Caris (Aeverte Zjaak), ongeveer op de plaats waar thans zijn bedrijf in landbouwmachines gevestigd is, een smederij, een rijwielhandel en een winkel in huishoudelijke artikelen. De concurrentie in die branche was in grootvaders tijd fel. Pierre moest met de rijwielhandel onder meer concurreren tegen de marktkooplieden in Weert. U ziet het duidelijk op het grote uithangbord: "Stop. Ziet onze lage prijzen rijwielbanden beneden marktprijzen." Pierre specialiseerde zijn bedrijf langzamerhand meer op de verkoop en reparatie van landbouwmachines, want aan een rijwielband van negentig cent was ook niet alles te verdienen. In 1933 introduceerde hij als eerste zelfreinigende dorsmachines, die het wannen na het dorsen onnodig maakten.

Op de foto ziet u voor het oude voormalige cafe Caris, waar ook nog een beugelbaan achter lag en "de Metser" met Ospel kermis zijn befaamde danstent plaatste, drie zelfreinigende dorsmachines, met van links naar rechts Lei van Houten, Franz Honig (Duitser) en Pierre van den Boom ervoor.

In 1936 geschiedde ter plaatse nieuwbouw, waarmee de grondslag gelegd werd voor het zich steeds uitbreidende bedrijf, dat ook de verkoop van tractoren ter hand nam en het Ospels straatbeeld met steeds modernere landbouwmachines beheerst.

23. De brievenbestellers kregen onlangs een nieuw uniform, doch in 1915 mochten ze, blijkens de foto links, toch ook gerust gezien worden. In een keurig uniform poseert hier Harry Kauffmann, die bij de PIT aanvankelijk hulpbesteller was. De krant verscheen in die tijd slechts tweemaal per week. Dat waren dan topdagen. Er moest van hulpbestellers gebruik gemaakt worden. De fiets van Harry is al even keurig als zijn uniform. Voorop ziet u de bagagedrager waarop de post in Weert afgehaald moest worden. Aan de stang van de fiets bengelt het leren tasje met materiaal waarmee in geval van nood onderweg zelf reparaties uitgevoerd konden worden. "Fietseplek" om een lekke band te dichten zal daarin zeker niet ontbroken hebben.

Harry promoveerde later tot kantoorhouder op het hulppostkantoor in Ospel, dat gevestigd was in een pand vroeger gelegen op de plaats waar nu de slagerij van J. Vaes (Jan van Klaos), Onze Lieve Vrouwestraat 24, is gevestigd. Harry werd opgevolgd door Maria en Lies Aengevaeren.

Behalve de bakker maakte ook de slager veelvuldig gebruik van de fiets. Op de foto rechts ziet u Harry Veugen (Harry van Veuges Pier) bij het bezorgen van vlees. Hij had een slagerswinkel, cafe en zaaltje met beugelbaan in het tegenwoordige pand van de Vivo. Eind 1953 nam hij in Maastricht een zaak over en vestigde zich aldaar. Wanneer men de afmetingen van de mand en de constructie van de bagagedrager beziet, kon Harry per fiets heel wat pondjes vlees bezorgen!

24. Het kerkplein te Ospel was langzamerhand te klein geworden om de kermisattracties behoorlijk te plaatsen. leder jaar werden de problemen voor het doorgaande verkeer en dus ook voor de kermisgangers moeilijker. Verkeersomleidingen - zij het geen ideale - moesten uitkomst brengen. De gemeenteraad hakte in 1957 de knoop door. Het centrum van Ospel moest in een ruimer jasje gestoken worden. Besloten werd tot de aanleg van het Aertheijsplein, groot genoeg om aile kermisspullen te plaatsen en bovendien aan de west- en noordzijde geschikt voor bouwdoeleinden.

Om dit plan te kunnen realiseren, werd de wel heel oude en mooie boerderij van J. Meevis (Haaze Koeeb) aangekocht en gesloopt. Op het eerste gezicht leek het een boerderij van het gesloten Limburgs type. Toch was dat niet het geval. Het woonhuis annex stallen en de grote afzonderlijke bedrijfsgebouwen onder zware strodaken lagen los van elkaar. Enerzijds zou het complex in aanmerking zijn gekomen voor een plaats op de monumentenlijst, doch anderzijds zou de exploitatie van zo'n grote boerderij in het centrum van Ospel naar hedendaagse begrippen niet meer mogelijk zijn. Hoe het ook zij: de slopershamers zijn driftig gehanteerd, Ospel heeft zijn groot plein met nieuwe bebouwing gekregen, doch het is jammer dat er van het oude boerderijcomplex zo weinig en zelfs geen goede foto's meer zijn.

Op deze foto ziet u slechts een gedeelte van het woonhuis met stallen aan de zijde van de Onze Lieve Vrouwestraat. Als de foto in de winter gemaakt was, zou er meer op te zien zijn geweest. Nu wordt een groot gedeelte van de woning door het zomerse kersenlover aan het zicht onttrokken.

Op het trottoir lopen kinderen van Andrees Veugen en Pierre van den Boom. Achteraan Mia Veugen met links Marie Jose van den Boom en rechts Rini van den Boom. Vervolgens een onbekend kind en dan Frans Veugen. lets meer naar voor rechts Toos Veugen en helemaal vooraan Peet van den Boom en Martin Veugen.

25. Op deze foto ziet u de grote oude stal van Haaze Koeeb, die v66r de aanleg van het Aerthijsplein tegenover de oude kapelanie, thans woonhuis Nelis van den Boom, lag. De foto is niet al te best, maar te uniek om u te onthouden. Ret gebouw uit 1739 bevatte een schuur, een kleine paardestal en de schaapstal. Met zijn herder drijft Haaze Koeeb (rechts) een kudde schapen naar buiten.

Haaze Koeeb hield vroeger veel schapen, hoofdzakelijk voor de mest omdat er nog geen kunstmest was. Afhankelijk van de handel had hij gewoonlijk drie kudden (klochten) van zeventig a tachtig schapen. Hiervoor had hij tenminste twee herders (schieepers) in dienst. Ais er sneeuw lag bleven de schapen op stal. Ze werden gevoerd met koolraab en op de snijkist kort gemaakt haver- en roggestro. De herders werden dan ingeschakeld bij het dorsen op de schuur, een typisch winters werk op de boerderijen van vroeger. Wanneer het niet te koud was, vertrokken de kudden rond tien uur, waarna de schapen eerst hei moesten weiden, omdat die eerder droog was, en zich dan pas aan het schrale gras van de wegbermen te goed mochten doen. Tegen donker waren de schapen weer thuis. Dit graasschema werd ook in de lente en de herfst gehanteerd.

Aan het vertrek uit de stal ging iedere dag een zekere training vooraf. De herder moest de schapen in de stal een half uur lang opjagen, waarbij ze dan hun behoeften deden en de kans op verontreiniging van de straten in het centrum van Ospel veel kleiner was. Haaze Koeeb was dus weI milieuvriendelijk!

In de zomermaanden bleven de schapen ver van huis. Een deel van de kudde ging voor de bemesting naar het landgoed "Ret Kruis". De heenreis van de op de hei en langs de bermen grazende dieren werd voor de nacht onderbroken in de schaapstal die Haaze Koeeb aan de Kruisvennen, ter hoogte van het tegenwoordige pand Kruisvennendijk 13, uit plakken gestapelde tis, afgedekt met een strodak, had opgericht. Op "Ret Kruis" bleven de schapen permanent buiten. Ret wei den geschiedde binnen verplaatsbare houten afrasteringen (perken), die, om een regelmatige bemesting te verkrijgen, dagelijks verzet werden. De overige schapen, die in de wijde omgeving op de hei en langs bermen graasden, genoten nachtrust in de schaapstal in de Kruisvennen, waar ze in de middag ook verbleven als er een hittegolf was. Elke dag werd de stal van tien kort gesneden bossen stro voorzien.

De schaapstal op de boerderij en in de hei waren potstallen in de vorm van een circa een meter diepe kuil, die langzamerhand gevuld werd met aangetrapte rnest en strodelen. De .vloer" werd aldus steeds hoger. Tweemaal per jaar, in de lente en in de herfst, werd de potstal uitgemest; een vanwege het taaie materiaal en de enorme stank uiterst zwaar werk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek