Ospel in oude ansichten

Ospel in oude ansichten

Auteur
:   J.J. Biezenaar
Gemeente
:   Nederweert
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2747-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ospel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

26. Een vergeelde oude foto (omstreeks 1920) van het woonhuis van de familie Van Thuijl. Thans ligt hier de textiel- en speelgoedbazaar Onze Lieve Vrouwestraat 46. Als zoveel panden was het in grootvaders tijd een boerderij met een stal en een koe en een schuur. Later werden schuur en stal als magazijn van de Ospelse Boerenbond gebruikt. Toen deze op de Klaarstraat de beschikking kreeg over een nieuw magazijn, waarmee de basis voor het huidige complex aldaar werd gelegd, werd het bedrijfsgedeelte van het pand van Van Thuijl tot woning verbouwd. Er kwam een kapperszaak in. Later werd het gehele pand tot bazaar verbouwd, die door zoon Frits geexploiteerd wordt.

Op de foto, van links naar rechts: dienstbode Netje Weekers (van de Mulder), moeder Van Thuijl-van Ganzenwinkel met zoon Zjaak op haar arm, Harry Jacobs (Harry van Nolle Toon), die het in het magazijn van de Boerenbond werkte, opa Fried van Thuijl en kleinzoon Frits.

Rechts voor de ingang ziet u een houten afrastering als beveiliging voor de sloot, die toen voor het huis gelegen was.

27. Van nature heeft de Ospelse boer vele generaties gestreefd naar de ontginning van hei- en Peelvelden. Ondanks heel hard werken konden aanvankelijk slechts kleine perceeltjes gewonnen worden. De zware arbeid moest heel primitief met de schop verricht worden. Een os of een koe voor de ploeg was bijna een luxe. Ontwatering was een probleem, evenals de bemesting van de schrale grond. Schapemest en, indien voorradig, koemest uit de kleine potstallen, moesten uitkomst brengen. Voorts ontbrak een goede voorlichting.

Langzamerhand veranderde de situatie door de uitvinding van de kunstmest en de uitbreiding van de paardetractie. De Boerenbond, de Vereniging van Jonge Boeren en landbouwonderwijzers, zoals meester Verreussel in Ospel en meester Mertens uit Nederweert, deden belangrijk werk in de vorm van een goede voorlichting, later professioneel overgenomen door de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst. In een later stadium bood de inschakeling van tractors en modern ploegmateriaal grotere perspectieven en ten slotte werd de ontginning en herontginning van de Peel in de jaren 1951-1958 in het kader van de ruilverkaveling "De Ospelse Peel" voltooid, waarbij de ontwatering van het gebied evenals de aanleg van een groot aantal verharde agrarische wegen uitermate belangrijk waren. Zelfs de waterleiding en het elektriciteitsnet werden in ruilverkavelingsverband uitgebreid. Een gedeelte van de oorspronkelijke Peel werd behouden in het bekende natuurreservaat "De Groote Peel".

De foto toont Harry Veugen (Harry van Veuges Thoeem) en zijn broer Pierre tijdens ontginningswerkzaamheden aan de Aole-baan in de Peel (1935). Zijn aanstaande vrouw An Coumans (An van Doore Zjaak) is de koffie komen brengen. Met twee paarden en een ploeg waren zij doende met "grond uit te zetten" om het perceel te egaliseren. Na de ontginning werden het eerste jaar lupinen gezaaid, die humus en stikstof in de grond brachten. Voorts werden kalk, thomasslakken en kalizout toegediend. Ook werd de ontgonnen grond voor de verbetering van de structuur en het groeiproces geent met de wortelknolbacterie, die eveneens de stikstof in de grond verhoogde. Harry had dat geleerd op de landbouwcursus van meester Mertens.

Harry Veugen was wat trots op de mooie gebogen haam van het linker paard. Overigens mocht dat paard ook gerust gezien worden. Hij kocht de 1030 kilogram wegende sterke .Belze knol" vijf jaar oud van de meelfabriek in Weert voor de som van 230 gulden. De prijzen van paarden lagen in grootvaders tijd wel wat anders dan nul

28. De bekende graanhande1aar Jan Henderiks (Bolle Jan) uit Weert was in het begin van deze eeuw zeer actief betrokken bij het ontginnen van woeste gronden. Na zijn ontginningen in Weert - .Karelke" 80 hectare -- en "Het Kruis" in Nederweert, waar hij ook de bekende villa bouwde, stak hij rond 1918 de Noordervaart over om tegenover "Het Kruis" door ontginning van een 1aagte "De Noordhoeve" te stichten. Hij kocht van vee1 boeren woeste grand en moeras - van Jan Smits uit de Moost 6 hectare ontgonnen grond - om a1dus een bezit van circa 40 hectare te verwerven. Onder lei ding van zijn opzichter Driekske Lenders werden 20 hectare ontgonnen, terwij1 de resterende 20 hectare water a1s visvijvers voor de karperteelt werden bestemd.

Voor de huisvesting van opzichter Lenders, later opgevo1gd door Jos. Trienekens, bouwde hij de villa "De Noordhoeve" met bovendien een grate feestzaa1 er bij voor de party's die Bolle Jan p1acht te geven. Op de 20 hectare cultuurgrand verrees een boerderij. Bolle Jan pionierde in Nederweert verder met een ontginning, eveneens met Driekske Lenders a1s opzichter, tegenover het 1andgoed "De Wetering" 1angs de Zuid-Willemsvaart en bouwde daar "De Zuidhoeve", een fraaie villa met een afzonderlijk ge1egen boerderij.

De gehe1e "Noordhoeve" werd in 1933 door E. van Nieuwenhoven (Kets Maan) gekocht, waarna diens zonen Anton en Willem eigenaren van het complex werden, die de visvijvers tot cultuurgrond lieten ontginnen. De feestzaa1 werd ingericht tot bedrijfsruimte.

Villa en boerderij lie pen in de herfst 1944 vee1 oorlogsschade op, waarna de villa niet meer in de oorspronkelijke staat gerestaureerd werd. Momentee1 wordt een gedeelte van het bedrijf a1s boomkwekerij geexploiteerd, waarbij de mooie, lange oprij1aan in het wijdse v1akke gebied een rijk 1andschapse1ement vormt.

De foto toont de villa "Noordhoeve" omstreeks 1918 in de oorsprankelijke toestand. Links tegen de geve1 de heer Jos. Smeets uit Weert. Voorts in een gezellig samenzijn de opzichtersgezinnen Lenders en Trienekens en rechts, aan het stuur in zijn open auto, de pionier Jan Henderiks alias Bolle Jan.

29. Vanouds is Ospel een agrarisch dorp met veel kleinschaligere bedrijven als thans. Een boerderij van 6 hectare met 1 paard, 7 koeien, 6 varkens en 60 kippen was vroeger al een heel bedrijf. Heiboertjes op ontginningsgronden tel den al mee als ze een koe, een paar varkens en een dertigtal kippen hadden. De geit was de koe voor de werkman. Overigens was er bijna geen onderscheid tussen de kleine boer tevens werkman en de werkman tevens kleine boer, omdat beide categorieen een stuk grond bij hun huis had den en tenminste een varken voor eigen gebruik slachtten, terwijl de kleine boer ook nog elders ging werken.

Hun bedrijfjes lagen lief in het landschap verspreid, dat, om met Leo Herberghs te spreken zo stil, zo eenvoudig, zo echt was, even echt als de mensen uit die tijd, die hard werkten om hun karig bestaan, doch tevreden waren. Veel, heel veel van die boerderijtjes, van verre herkenbaar aan de hoge lin de of pereboom, zijn voorgoed verdwenen door oorlogsgeweld, sloop, nieuwbouw, modernise ring of verbouw tot burgerwoning, meestal een verarming voor het landschap, doch uit een oogpunt van volkshuisvesting een belangrijk gebeuren.

Als gevolg van dit verschijnsel is van het karakteristieke van Ospel veel verloren gegaan. Toch ziet de Ospelse mens zijn dorp ondanks zijn eigentijds leven en vele welvaartsymbolen, nog zoals zijn ouders het zagen, een van de redenen waarom Doospel van vandaag een zo bloeiend verenigingsleven kent en de gemeenschapszin groot is.

Op deze foto een bijzonder mooie oude boerderij, .Aod Hennes", vroeger gelegen tegenover de boerderij Hennesweg 19 (Henk van Tempels Nelis), De gevels, de raam- en deurpartijen vormen samen met de reusachtige strodaken, die bestand waren tegen alle weerseizoenen, een gaaf evenwichtig geheel. De deur rechts geeft toegang tot "ut start", de voergang, waar het dagelijkse voer voor de dieren, die op stal stonden, lag opgeslagen of klaar werd gemaakt. De boerderij had nog een grote afzonderlijk gelegen schuur (gedeeltelijk te zien) en rechts haaks daarop een grote opslagruimte, de "schop". In september 1944 werd de boerderij door Duitse troepen in brand geschoten.

Voor de gevel, van links naar rechts: de boer Ties Jacobs (Jebbe Koeebe Ties en toen hij op "Aod-Hennes" woonde Hennes Ties), Jangke van Goor (Nies Jangke) op wandeling en Wiel Weekers (Hennes Wiel), die schuin tegenover woonde.

30. Voor de ontwikkeling van de landbouw was het paard als trekdier onmisbaar. Lang hebben zwoegende boeren met een os of een speciaal getrainde koe (vaarkow) akkers moeten bewerken en de kar laten trekken. Een paard was vroeger dan ook een heel bezit. In het begin van deze eeuw waren er op de hele Meijelsedijk slechts twee paarden: bij L. Verkoijen (Verkoeejens Naard) en de kinderen Vossen (Vosses Merte).

Hedelmarkt was een centraal punt voor de paardenhandel, hoewel men natuurlijk ook wel op de boer kon slagen. Wanneer in Hedel een paard gekocht was, had de boer om het paard naar Ospel te brengen de keuze tussen de boot of te voet met overnachting in de speciale logementen langs het kanaal ten behoeve van de scheepsjagers, die met paarden de schepen trokken.

Een jong paard moest eerst aan de stal en de omgeving van de boerderij wennen. Dat was ook het geval met het optuigen. Ploegen leren ging niet zonder buurmans hulp. Als de ploeg naar de akker gedragen was, werd het paard met hulp van de buren ingespannen en bij het ploegen geleid. Inspannen in de kar vereiste nog meer voorzichtigheid en hulp. Als het in de kar geduwd en getuigd was, stonden aan beide zijden een paar flinke boeren aan de teugels bij het hoofd. Twee anderen liepen achter de kar met nog een leidsel. Dan was er nog een vijfde kracht beschikbaar om zo nodig de kar af te remmen. Het paard zou door de kar geraakt kunnen worden en er tussen uit gaan.

Paardetractie was niet aileen belangrijk voor de bewerking van de akkers en de ontginning van woeste grond, maar ook voor het transport. Veellandbouwprodukten werden met paard en wagen naar het station in Kelpen -- voor paardetractie waren de op- en afritten van het goederenstation in Weert te steil - of de loswal te Nederweert gebracht. Anderzijds moesten daar ook kalk, kunstmest en steenkool opgehaald worden. Vanaf Landbouwbelang in Weert werden regelmatig de depots van de Boerenbond met de .vruchtenker" bevoorraad. Voorts werden paarden voor personenvervoer gebruikt door bij voorbeeld een sjees in te spannen.

De meeste paarden waren in een onderlinge verzekering. Tweemaal per jaar vond daarom een taxa tie plaats, waarbij op een bepaalde dag aile paarden in het dorp moesten komen opdraven.

Op de foto H. Meevis (Haaze Koeeb) en zoon Frits met drie paarden op het erf van de boerderij "Bi-j Haaze", die voor de aanleg van het Aerthijsplein gesloopt werd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek