Ospel in oude ansichten

Ospel in oude ansichten

Auteur
:   J.J. Biezenaar
Gemeente
:   Nederweert
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2747-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ospel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

31. Voor de boer begon vroeger het nieuwe werkjaar feitelijk als de graanakkers stoppelbloot waren. Bij verkoop waren die ook altijd "stoppelbloot" te aanvaarden. Zodra de vruchten van de akker waren, ging de ploeg er in. Er gold slechts een uitzondering, narnelijk als in het voorjaar voor het vee tussen de rogge nog winterwortelen (moeren), seradelle of klaver gezaaid waren. Die groeiden snel op de stoppel. Na het ploegen had de boer bij de uitzaai van wintervoer tamelijk vee I keuze. Dat was ook wel noodzakelijk, want de mini-oerwouden snijmais, die tegenwoordig het beeld van de akkers bepalen, kende men toen niet. Hij zaaide spurrie, die later als vers veevoer naar behoefte gemaaid werd. Ook werden wellupinen gezaaid, die, evenals het knolvoer, voor de winter .Jngemaakt" werden in met grond overdekte kuilen of -later - in silo's. Restanten van al deze akkerprodukten waren goed voor grondverbetering door verhoging van het humusgehalte. Voorts behoorden voederbieten (krotten) vroeger tot het vaste wintermenu voor het vee.

Lage gronden werden soms in de vorm van "holvoorden" geploegd, waarbij telkens om de andere een voor werd overgeslagen. In het voorjaar werd aldus het droogproces versneld, zodat de lage akkers dan eerder bewerkt konden worden.

Op de foto staat Wiel Pelle mans (Wiel van Pellemans Toon) klaar om met een drie schaars-ploeg het stoppelland te ploegen. Ret meisje Joop Jacobs, een logeetje uit Amsterdam, vindt het een hele eer om even het paard te mogen vasthouden. Op de achtergrond de voormalige boerderij van Bertelke Vaes (Andrienekes Bertel), thans nieuwbouw Schinkelsweg 1, door de vorm, de dakdekking, de verdeling van de bedrijfsruimte en de waterput, typisch voor de boerderijen rand de Peel van die tijd.

32. De boer zaaide en pootte wel om uiteindelijk te oogsten, maar toch zag hij ieder jaar met zorg de oogsttijd tegemoet. Vrijwel aile werkzaamheden moesten met handkracht geschieden, waarbij burenhulp vaak onmisbaar was en de vordering van de werkzaamheden sterk afhankelijk was van de weersomstandigheden. "Wie zaait, zal oogsten! " Er moest hard, heel hard voor gewerkt worden, waarbij lange dagen gemaakt werden.

Het eerste produkt dat geoogst moest worden was de wintergerst. Vervolgens de rogge, het leeuweaandeel, de haver en de zomergerst. Als deze werkzaamheden achter de rug waren, werd het tijd de aardappelen en de voederbieten te rooien en vorstvrij in te kuilen. Ten slotte restten nog de winterwortelen (moeren) en het knolgroen.

Heel vroeger werden de granen met de zicht en de pik gemaaid, een zeer zwaar en langzaam vorderend werk bij vaak grote hitte. De uitvinding van de eenvoudige maaimachientjes, waarvoor een of twee paarden gespannen werden, was al een hele uitkomst voor de zwoegende boeren.

De foto biedt een oogsttafereel uit grootvaders tijd, waarbij een maaimachientje is ingeschakeld. U ziet hoe drie personen belast zijn met de gemaaide rogge tot schoven te binden. Voorop An Rutjens (An van Rutjes Geel), vervolgens Teun Op 't Root (Bieele Merte Teun) en Zus Op 't Root (Zus van Teun). Op de maaimachine Graad Broens (Broenskes Graad).

33. De introductie van de met paardekracht getrokken eenvoudige maaimachine maakte het in grootvaders tijd mogelijk bij de oogst de zicht en pik thuis te laten, behoudens voor het maken van de .aanzet''. Het betekende een grote verlichting van het werk, maar van de andere kant was het voor de personen - vaak meisjes, die na het maaien door het binden van het graan schoven moesten maken - zaak hard aan te pakken om de machine bij te houden.

Op de foto links boven is te zien hoe zo'n maaimachine er uitzag, Van links naar rechts: Zjaak van de Moosdijk (Liene Koeeb), Guul Frenken (Guul van Frenken Tieske) en waarschijnlijk Bert Kessels (Graade Janne Bert).

Als er in de oogsttijd lange dagen gemaakt werden was het natuurlijk noodzakelijk van tijd tot tijd te rusten en koffie te drinken. Dat werd gewoonlijk een gemoedelijk onderonsje tussen de korenschoven. Hier zo'n tafereel (rechts boven). Van links naar rechts

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek