Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Auteur
:   L. Stigter
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4432-2
Pagina's
:   100
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

MOTORR~TUIG SERlE 1- 20.

30. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 1-20 (na gewijzigde raamindeling].

Nog een atbeelding van dezelfde serie motorrijtuigen. De tekst bij de voorgaande afbeelding geldt ook voor deze. De twee grote zijramen waren vaste ramen. Dit had tot gevolg dat 's zomers bij warm weer klachten binnenkwamen over onvoldoende ventilatie. Daarom heeft omstreeks 1922 de R.E.T.M. toen in eigen werkplaatsen de twee zijrarnen vervangen door zes kleinere. Van elke drie zijramen kon toen het middelste worden geopend. Hierdoor kregen deze rijtuigen een totaal ander uiterlijk, reden waarom hiervan een afzonderlijke afbeelding is opgenomen. Fraaier werden de rijtuigen hierdoor niet. Tevens zijn de smalle stijlen van de kopramen te zien, die op de voorgaande atbeelding nog breed zijn, en de stang waaraan het draaihekje was bevestigd. Toen de serie in 1931 door de R.E.T. werd afgevoerd, is een van de nummers 16-20, evenals de 1, teruggebracht in de oorspronkelijke toe stand en kleur, en met het nummer 11 als museumrijtuig bewaard gebleven.

MOTORRUTUIG SERlE 1- 20. (NI1. <1EW!JZIGOE MAMI1'40EI.I!'It;)

31. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 21-70.

In 1906 werden door de fabrikant Ragheno vijftig motorrijtuigen geleverd, genummerd 21-70. Zoals de tekening laat zien hadden deze drie zijramen. De elektrische uitrusting was weer van A.C.E.C. met motoren van 20 pk elk. Het gewicht van het rijtuig bedroeg 9,5 ton. De lengte was 8530 mm. Ook deze had den langsbanken voor twintig zitplaatsen, terwijl op de balcons tezamen dertien staanplaatsen waren, waaraan in de twintiger jaren weer zes staanplaatsen binnen werden toegevoegd. Deze wagens hadden bij hun indienststelling reeds glasdichting op de balcons. WeI hadden zij nog brede raamstijlen, welke omstreeks 1925 werden vervangen door smallere. De tekening geeft de situatie weer met smalle stijlen. Ook deze wagens kregen omstreeks 1920 vaste elektrische frontlantaarns. Van de beschildering kan hetzelfde worden gezegd als van de serie 1-20. Tussen 1922 en 1927 reden de wagens van de serie 21-70 op de Iijnen 2, 3,6, 7 (enkele in 1927),9, 12A en 13, en 15 (enkele in 1925). Deze serie is in 1931 door de R.E.T. van het rijtuigpark afgevoerd.





MOTORRUTUIG SERlE 21 - 70.

32. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 71-90.

De volgende serie is de serie No 71-90. Deze werd eveneens in 1906 indienstgesteld. De fabrikant was L'Energie en de elektrische uitrusting werd geleverd door A.E.G. (Allgemeine Elektrizitats Gesellschaft) met elk rijtuig twee motoren van 27 pk. Het totaal gewicht van het rijtuig bedroeg 9,5 ton, de Iengte was 8540 mm. Van de kopraamstijlen, de frontlantaarns en de beschildering kan hetzelfde worden gezegd als van de serie 21-70. Ook het aantal zit- en staanplaatsen was gelijk. In de jaren 1922-1927 hebben deze motorrijtuigen onafgebroken dienst gedaan op lijn 5. Wellicht zijn dit de beste motorwagens van de R.E.T.M. geweest. Toen in 1914 zwaardere volgwagens in dienst kwamen, bleken deze motorwagens het meest geschikt om continu de zwaardere voigwagens te trekken. In elke serie is de ene wagen weI eens iets beter dan de andere, maar in deze serie waren de 71, 76, 78, 85,86,87,88,89 en 90 wel bijzonder goed. In 1933 is deze serie door de R.E.T. uit het rijtuigpark afgevoerd. AIleen wagen 86 werd in de oorspronkelijke donkerblauwe kleur geschilderd en ais museumrijtuig bewaard.

MOTORRUTUIG SERlE

71 - 90.

33. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 91-106.

Eveneens in 1906 werden door Metallurgique geleverd de serie 91-106, met elektrische uitrusting van A.E.G. Ook deze hadden in elk rijtuig twee motoren van 27 pk, De lengte is weer 8540 mm en het gewicht 10 ton. Van de kopraamstijlen, frontlantaarns, beschildering en aantal zit- en staanplaatsen kan weer hetzelfde worden gezegd als van de serie 21-70. Ook deze motorwagens waren in staat continu met zwaardere volgrijtuigen te rijden, In 1922 reden deze motorwagens al jaren op lijn 8. N adat lijn 8 in 1924 nieuwe motorwagens had gekregen, werden de 91 en 92 op liin 5 en de 93-106 op lijn 7 geplaatst, Toen in 1927 de motorwagens van lijn 10 moesten worden overgeplaatst op de lijnen 2 en 12, werd de serie 91-106 op lijn 10 indienstgesteld. Ook deze serie werd in 1933 door de R.E.T. van het rijtuigpark afgevoerd.

MOTORR~TUIG SERlE 91 - 106.

34. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 107-126.

In het begin van deze eeuw was overal de elektrische tram in opkomst en dit was aanleiding voor de meubelfabriek en wagenmakerij Allan & Co te Rotterdam, om zich ook op de rijtuigbouw te gaan toeleggen. In die dagen was een rijtuigbak nog geheel van hout vervaardigd. En zo kwam het, dat in 1907 in Rotterdam de eerste trams van Nederlands fabrikaat verschenen, want Allan & Co leverde de motorrijtuigen serie 107-126. Weliswaar had Allan het stalen onderstel (de truck) niet zelf gebouwd maar laten bouwen bij machinefabriek Spronck, maar het bleef toch N ederlands fabrikaat. Ook voor deze serie werd de elektrische uitrusting geleverd door A.E.G., met motoren van 27 pk elk. Het rijtuiggewicht was 9,5 ton en de lengte 8540 mm. Ook hierbij kan van de kopraamstijlen, frontlantaarns, aantal zit- en staanplaatsen en beschildering hetzelfde worden gezegd als van de serie 21-70. Dit was de derde serie, die in staat was oontinu zwaardere volgwagens te trekken. In 1922 reden van deze serie de 107-109 op lijn 8, 110-120 op lijn 7,121-122 op lijn 5 en 123-126 op lijn 8A. Toen lijn 8 in 1924 nieuwe motorwagens kreeg, kwamen 107-115 op lijn 7, 116-123 op lijn 8A en 124-126 op lijn 15. In 1927 veranderde dit weer en kwamen 107-110 op lijn 10 en 111-126 op lijn 15. Ook deze serie werd in 1933 door de R.E.T. van het rijtuigpark afgevoerd. Alleen wagen 119 werd, in de creme kleur, als museumrijtuig bewaard.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek