Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Auteur
:   L. Stigter
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4432-2
Pagina's
:   100
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

MOTORRUTUIG SERf E 101 - 126.

35. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 127-151.

Thans voIgt de serie motorrijtuigen 127-151, die door Allan & Co werden gebouwd en indienstgesteld in 1908. De elektrische uitrusting was van A.C.E.C. met rnotoren van ruim 27 pk. Het gewicht bedroeg 10 ton. De lengte bedroeg 8540 mm. Ook bij deze serie kan van kopraamstijlen, frontlantaarns, aantal zit-en staanplaatsen en beschildering hetzelfde worden gezegd als van de serie 21-70. Ook dit N ederlands fabrikaat was van goede kwaliteit, hetgeen bewezen wordt doordat deze serie in 1932 nog door de R.E.T. werd verbouwd en gemoderniseerd. In de jaren 1946-1950 werden zij uit het rijtuigpark afgevoerd. In 1922 reden de 127-131 op lijn 8A, 132-140 op lijn 7, 141-144 op lijn 14 en 145-151 op lijn 11. In 1927 was de indeling van deze serie: 127-128 op lijn 10, 129-141 op Iijn 7 en 142-151 op lijn 11.

MOTORR:JTU-fG SERlE 127 -151.

36. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 152-176.

In 1914 volgde een geheel nieuw type motorrijtuig. In plaats van een afzonderlijke ventilatiekap op het dak, hadden deze een zogenaamd ton-dak met de ventilatieramen boven de ramen in de zijwand. Het was de serie 152-176, die werd geleverd door Allan & Co met elektrische uitrusting van A.C.E.C. met motoren van ruim 27 pk. De lengte was 9340 mm en het gewicht 11 ton. Deze rijtuigen hadden dwarsbanken met omkeerbare rugleuningen (behalve de eindbanken) die plaats boden aan achttien zittende reizigers. Verder hadden zij op de balcons dertien staanplaatsen (voor zes, achter zeven) en binnen tegen de tussenschotten vijf staanplaatsen, terwijl daaraan in de twintiger jaren zes staanplaatsen in het gangpad werden toegevoegd. Reeds bij de indienststelling hadden deze smalle kopraamstijlen en waren ze in de creme kleur geschilderd. Alleen de elektrische frontlantaams kregen zij pas omstreeks 1920, gelijk met de voorgaande rijtuigen. Deze rijtuigen waren bij de reizigers altijd zeer geliefd. Bij de indienststelling werden de 152-161 op lijn 7 en de 162-176 op lijn 1 geplaatst. Deze beide lijnen reden langs het Park, waardoor deze serie de bijnaam "Parkwagens" kreeg. In 1922 verdwenen deze van lijn 7. De indelingwerd toen: 152-166 op lijn 1 en 167-176 op lijn 10. In 1925 kwamen de 152-154 op lijn 11; 155-169 op lijn 1 en 170-176 op Iijn 10. In 1927, na de verlenging van lijn 2 naar Charlois en de indienststelling van lijn 12, werd de indeling weer gewijzigd en was toen: 152-156 op lijn 11; 157-170 op lijn 1; 171-176 op lijn 2.

MOTORRUTUIG SERlE 152 - 176.

37. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 177-201.

Door de goede ervaringen, opgedaan met de serie 152-176 ging de R.E.T.M. op de ingeslagen weg voort en zo leverde Allan & Co in 1921/1922 de volgende serie, genummerd 177-201. Uiterlijk geleek deze serie veel op de voorgaande. Toch waren er verschillen, Het meest opvallende was dat de balcons met deuren konden worden atgesloten, hetgeen het comfort van het rijtuig, vooral 's winters in sterke mate verhoogde, Reeds bij de indienststelling had den zij de smalle raamstijlen, elektrische frontlantaarns en creme kleur. Om de vouwdeuren op de balcons in geopende stand te kunnen wegdraaien was het nodig de balcons iets langer te maken dan die van de voorgaande serie, Hierdoor werd de totale lengte van het rijtuig 9460 mm en het gewicht 12 ton. Het aantal zitplaatsen was gelijk, nl. achttien, doch doordat de balcons iets langer waren kon op elk balcon een reiziger meer vervoerd worden. Het totaal aantal staanplaatsen kwam daardoor op zesentwintig (na toevoeging van zes reizigers in het gangpad). De elektrische uitrusting was deze keer ook N ederlands fabrikaat en weI van Smit, met motoren van 34 pk elk. Het waren zeer comfortabele rijtuigen, Bij de indienststelling werden de nummers 177-193 op lijn 10 en de 194-201 op lijn 11 geplaatst. In 1924 werd de verdeling: 177-190 op lijn 10; 191-197 op lijn 11 en 198-201 op lijn 14. In 1927 werd dit: 177-183 op lijn 2; 184-194op lijn 12; 195-201 op lijn 14.

MOTORRUTUIG SERlE 177 - 201.

38. Rijtuigpark: Motorrijtuig serie 202-221.

Door het steeds toenemende vervoer als gevolg van stadsuitbreiding was het nodig rijtuigen van grotere capaciteit aan te schaffen en zo werd in 1924 door Allan & Co de serie 202-221 geleverd, De lengte van deze motorrijtuigen bedroeg 10430 mm en het gewicht was 13 ton. Zij boden plaats aan eenentwintig zittende reizigers op dwarsbanken en achtendertig staande, nl. voorbalcon twaalf, achterbalcon dertien, binnen, tegen de schotten vijf en in het gangpad acht. De elektrische uitrusting was van A.C.E.C. met motoren van 43 pk elk. Door de grote lengte van deze rijtuigen meende men te moeten overgaan op een constructie met draaibare onderstellen. Men koos daarvoor het systeem "Delmez" (spreek uit "Delmee"). De bedoeling daarvan was, dat deze zich in een boog radiaal zouden instellen. In de praktijk echter bleek dit niet aan de verwachtingen te voldoen. Ook reden deze wagens op recht spoor zeer onrustig, Tenslotte zag men zich genoodzaakt de draaistellen vast te zetten, hetgeen tot gevolg had, dat deze wagens moeilijk door de bogen reden en het is wel voorgekomen dat een wagen vastliep, Bovendien ontstond grote slijtage aan wielen en rails in de bogen, zodat deze wagens technisch nooit hebben voldaan, Later, bij de R.E.T. zijn ze dan ook verbouwd en daarna waren het zeer goede rijtuigen, Vanzelfsprekend hadden deze wagens bij de indienststelling reeds de smalle kopraamstijlen, elektrische frontlantaarns en creme kleur. Bij de indienststelling in 1924 hebben de eerste korte tijd dienst gedaan op lijn 8A. Daarna kwamen de 202-204 op lijn 14 en de 205-221 op lijn 8. In 1927 werden enige lage nummers van deze serie op lijn 2 geplaatst. Zij hadden de bijnaam van: "de Delmez's".

MOTORR:.JTUIG SERlE 202 - 221.

39. Rijtuigpark: Volgrijtuig serie 301-344.

Na de motorrijtuigen voIgt thans een korte omschrijving van de volgrijtuigen, Onmiddellijk na de elektrificatie van de eerste lijn (Honingerdijk-Beursplein-Park) in 1905 nam het vervoer zodanig toe, dat het noodzakelijk bleek over te gaan tot het indienststellen van voigwagens. Evenals dit bij trambedrijven in andere steden het geval was, werden daarvoor paardetramwagens geschikt gemaakt. Van de ongeveer 135 gesloten paardetramwagens werden er 50 geschikt gemaakt om als volgwagen bij de e1ektrische tram dienst te doen. Op de tekening ziet U een van deze wagens, genummerd 301-344. In deze wagens waren veertien zitplaatsen op langsbanken. Op het voorbalcon waren acht en op het achterbalcon zeven staanplaatsen. Later werden binnen nog zes staanplaatsen in het gangpad toegelaten. Deze wagens hadden een Iengte van 5960 mm en een gewicht van 3,4 ton. Tussen 1922-1927 hebben ze dienst gedaan op de lijnen 1,2,6,7, SA, 10,12,13 en 15. In 1931 werden ze door de R.E.T. van het rijtuigpark afgevoerd, behalve wagen 327, die in de oorspronkeIijke kleuren werd geschilderd en bewaard bleef als museumrijtuig.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek