Oud Muiderberg

Oud Muiderberg

Auteur
:   G.L. van der Heijde en G. Dam
Gemeente
:   Muiden
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6328-6
Pagina's
:   84
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oud Muiderberg'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

16 DeEcho

De meest bekende bijzonderheid van Muiderberg, naast het strandleven, is de echo. De echo op het voormalige buiten "Rustrijk" is gelegen in het huidige Echobos. De echo werd reeds vermeld in p.e Hoofts treurspel "Geraerdt van Velzen'' uit 1613, waarin gesproken wordt van "het verstoord gebeente van deez Cirkelrond en van de Echo". Ook Bilderdijk memoreerde hem: "De dochter van de lucht, en door de tong geteeld; van stemgeluid voorzien, doch zonder zielsbeseffen."

De echo schijnt echter volgens de eerste duidelijke omschrijving van Martinet in 1779 in zijn .Kateclusmus der Natuur", pas omstreeks 1729 ontdekt te zijn en wel door de toenmalige eigenaar van het complex, Barend Gerbrandt Homoet.

Er wordt bij de beschrijving van de Muiderbergse echo veelal niet gesproken alsofhet een normale echo betreft, zoals er vele bestaan en die de uitgespraken woorden na enige tijd herhalen, maar van een "gelijksprekende echo". Een tweede merkwaardigheid is dat het geluid van de echo, zoals Martinet meldt "niet schijnt terug te komen van den Mum, maar uit den grand, zeer juist alle woorden nabaauwende". Vele verklaring en van het fenomeen zijn in de loop der tijden aangedragen. In de eerste plaats is er de .matuurlijke'' verklaring, ook al doorVreeken in zijn VVV-gids geschetst: de uitgesproken woorden worden door de muur en terng door de grand weerkaatst, zodat de waarnemer de indruk heeft dat het geluid "uit de grand" komt. Daarnaast wordt er Iustig op los gespeculeerd: er zouden zich ruimten onder de grond bevinden, waar al dan niet water stroomt, die ervoor zorgen dat de gesproken woorden, als het resultaat van een soort resonantieverschijnsel, selectief versterkt worden. AJlerlei geleerde genootschappen, zoals b.v, de "Hollandsche maatschappij derWetenschappen" omstreeks 1822, evenals later diverse ingeniems, hebben geen andere verklaring kunnen vinden dan die van de reflectie van het geluid via de muur.

Met de komst van de stoomtram in 1880 en de daarmee gepaard gaande toename van de toeristenstroom, werden naast de echo ook steeds meer attracties aangeboden. De toenmalige beheerder, Geselschap, wist vele bezoekers te lokken met een Schone Slaapster in het bos en door een Doolhof dat bestond uit een verwarde mengeling van laantjes. Begin jaren dertig kocht de gemeente het bos. Op initiatief van burgemeester De Raadt en onder lei ding van de Nederlandse Heidemaatschappij werd her bos, als werkverschaffingsobject, opgeknapt. Er werden nieuwe paden aangelegd en de echomuur en het toegangspoortje werden gerestaureerd. In 1932 vond de herapening van het Echobos plaats. Het poortje heeft er gestaan tot 1950, de laatste jaren in een deplorabele toestand. Ook de echomuur en de Doolhof ondergingen dat lot. Het C.O.M. heeft verschillende initiatieven genomen om het geheel te herstellen. In 1976 en 1979 werden in samenwerking met de gemeente Muiden nieuwe bomen geplant in het Echobos en de Doolhof werd kort afgesnoeid, in de (ijdel gebleken) hoop deze in de oorspronkelijke staat terug te brengen. In 1979 werd op kosten van eo.M. het toegangspoortje weer opgebouwd door Cees Grijzenhout, naar een afbeelding op een ansichtkaart. In 1988 werd de echomuur opnieuw gerestaureerd.

Er zijn vele beheerders geweest die de Echo hebben doen spreken, zoals Geselschap, Bart Elsnerus. Hendrik de Gooijer, Victor Elsnerus, De Smit, G. Keijzer en P. de Raadt. Tegenwoordig staat de echo onder beheer van de Vereniging tot Viering van Nationale Feesten en is An Slokker de echo-oproepster.

Op deze foto nit 1947 wordt de echo gedemonstreerd door de toenmalige beheerder De Smit.

17 Kerldaan en Florisboom

Het kerklaantje was vroeger het schoonste, het meest poetische laantje van Muiderberg, aldus Vreeken in zijn boekje dat hi] in ] 905 schreef als secretaris van de VVV "Floris V". In 1899 kwam aan dit schoons een einde toen de oude sparren werden omgehakt en vervangen door twee rijen jonge iepen. Deze waren belangeloos door de heren kerkvoogden en notabelen opgehaald en geplant. Vijfrien veehouders had den ieder een voer mest geschonken. In ] 916 bij het aanbrengen van de dijk is het bosje gedeeltelijk gesloopt.

De Kerklaan ofhet Kerkpad is aangelegd door het bos van het voormalige buiten Berghuize. Voor de ingang van de Kerklaan verhief zich een reusachtige kastanjeboom, waarvan de stam omstreeks 1905 een omvang had van 3.70 m, terwijl de om trek van de kolossale onderste arm 2.30 m bedroeg (Vreeken). In ]991 was de orntrek volgens Gerrit de Graaff, auteur van "Monumentale bomen in Nederland", toegenomen tot 4.40 m bij een hoogte van 22 m.

Het plantjaar werd door hem tussen ] 700 en ] 750 geschat. Over de leeftijd van de boom liepen de meningen van de diverse deskundigen overigens sterk uiteen. Volgens Hans van den Berg, die in opdracht van de gemeente de boom op 9 februari ] 996 omhakte wegens verregaande aantasting door honingzwam, worden wilde paardekastanjes (AescuJus hippocastanum) echter zeer zelden ouder dan] 50 tot maximaal 200 jaar. Het tellen van de ringen leverde uiteindelijk uitsluitsel: de Florisboom telde bij zijn defmitieve neergang 2] 0 jaren.

Op de plaats van de oude boom is op initiatief van Comite Oud Muiderberg op 27 maart ] 996 door prins Floris van Oranje Nassau en in het bijzijn van meer dan 250 schoolkinderen, andere dorpsgenoten en genodigden een nieuwe Florisboom geplant. Onder de boom werden in een koker de "wensen voor de toekomst" geplaatst, die door de kinderen van de openbare basis school "De Vinkenbaan" en de school voor oecumenisch basisonderwijs "Oranje Nassau" waren opgesteld.

Deze foto is omstreeks 1929 genomen.

.?.

18 De hervormde kerk en toren

De kerk aan zee is het oudste gebouw op Muiderberg. Al in 1324 werd toestemming gegeven voor her stichten van een kapel, waar missen gelezen konden worden ter nagedachtenis aan Floris V De kerk is waarschijnlijk in het midden van de 1 Sde eeuw gebouwd. Op de beroemde "ronde kaart van het Gooi' die uit 1524 stamt is de kerk te zien met een spits op de toren. Bij de Beeldenstorm in 1566 werd de kerk met de grond gelijk gemaakt, maar kerk en toren met (houten) spits werden spoedig weer herbouwd. In 1634 brandden de toren en de kerk af. Dientengevolge werden de kerkdiensten van 1634 tot 1687 gehouden in een logement, dat ongeveer bij Berghuize stond. Rembrandt tekende op 20 augustus 1674 de ruines van de kerk. In 1687 werd de eerste predikant ingewijd in de herbouwde kerk, die blijkens een tekening uit 1709 van Justus Broeckhuyzen weer een spits droeg.

Wat er precies tussen 1709 en 1762 is gebeurd is niet bekend, maar in laatstgenoemd jaar heeft de kerk op afbeeldingen geen spits meer. Op een tekening van HendrikTavenier van omstreeks 1790 ontbreekt opnieuw het dak, zodat aangenomen mag worden dat er weer brand is geweest.

De toren werd in het begin van deze eeuw geexploiteerd door de VVV "Floris V". Nadat de vermolmde toegangstrappen in de toren in 1901 waren vernieuwd, werd de toren op initiatief van burgemeester Nienhuis Ruys opengesteld voor het publiek als uitzichttoren. De heer Oostwouder was de torenwachter. Na 96 treden klimmen was men ongeveer 30 m hager en had dan een mooi uitzicht vanafhet platte dak, waarop kantelen geplaatst waren am de bezoekers te behoeden eraf te vallen en om de richting van omliggende plaatsen aan te geven. Er werd oak een uitstekende kijker geplaatst. In 1900 bezochten 6300 personen, in 1901 8800, en in juli 1902 2100 personen de toren. De

toren als uitzichtpunt heeft tot circa 1932 gefungeerd. Er heeft ook een routelicht voor vliegtuigen op gestaan.

In de jaren kort na de oprichting van G.A. Heinze (1900), werd jaarlijks op Eerste Kerstdag boven op de toren gemusiceerd. Omstreeks 1950 heeft de Vereniging tot Viering van Nationale Feesten ervoor gezorgd, dat er 's morgens op Koninginnedag weer koraalmuziek gespeeld werd op de toren. Later vonden deze uitvoeringen plaats op het bergje op de Brink.

Op 18 februari 1934 brak weer brand in de kerk uit: de kachel was te heet geworden, waardoor het dak vlam vatte, Het was een zondagmiddag, op welke dag diverse brandweerlieden voetbalden. Dar was de reden dat bij het brandalarm het halve Muiderbergse elftal van het veld verdween om te gaan blussen. Er was ook een blusboot in zee, die echter verstopt raakte met zand. Het verhaal gaat dat toen de stoelen eruit werden gehaald tijdens de brand en iemand opmerkte dat de zaak goed verzekerd was, men ze er weer ingezet heeft. .. De toren bleef gespaard, maar onder andere drie van de vier grote schilderijen met taferelen uit het leven van Floris V gingen verloren. Meester Meijer van de openbare lagere school op de Brink schilderde de brandende kerk en de door de gemeentearchitect N. Doornberg herbouwde kerk, gereedgekomen op 21 december 1934, in een schilderij dat nu in de consistoriekamer van de kerk hangt.

De toren werd in 1978 gerestaureerd en valt, met de kerk zelf, onder Monumentenzorg

Rand de kerk is een begraafplaats, waar vele bekende Muiderbergers begraven zijn. Opmerkelijk is de grafsteen van .xnne" Piet de Raadt, "de burgemeester van Muiderberg", met zijn onafscheidelijke bouvier Floris. De foto dateert van 1928.

19 Villa Hoogenhuize

Villa Hoogenhuize is in 1897 gebouwd door kaptein Van Doornick en in 1898 verkocht aan Nienhuis Ruys, die er tijdens zijn burgemeesterschap van 1899 tot 1904- woonde. De foro hiernaast is in die tijd gemaakt. Een bijzonderheid was, dat de houten villa in veertien dagen tijd door 2 werklieden uit en in elkaar gezet kon worden' De villa was in koloniale stijl gebouwd. Latere eigenaren waren onder anderen Lefebre en Bredius, directeur van de sprmgstoffenfabrtek. Hoogenhuize (latere namen: Roodekercke, Noorthey en nu weer Roodekercke) lag op het terrein van Berghuize (waar De Jonge nu woont en daarvoor Hensbergen) aan de Brediusweg, die dwars door het buiten aangelegd was in 1 921 .

De villa werd in 1933 binnen een half uur verwoest door brand. Burgemeester De Raadt liet voor zijn dochter op dezelfde plek een kindertehuis bouwen, zodat ze verzekerd zou zijn van werk. Het nieuwe pand, dar de naam Noorthey kreeg, werd in een week gebouwd door HoutbouwVroomshoop. Op hetze!fde terrein staat het zogenaamde DKW ("das kleine Wunder")-huisje; na de oorlog werd de naam DKV ("de kleine villa"). Tijdens de mobilisatie is het huis gevorderd door militairen. Na de oorlog zijn er kinderen ondergebracht van NSB' ers, die gevangen genomen waren.

In 1951 kocht de kerkvoogdij van de Nederlandse Hervormde Gemeente Amsterdam het land van Domeinen en her huis van de erven De Raadt. De kerkvoogdij gafhet complex in beheer aan de Hervorrnde JeugdraadAmsterdam. In 1951 werd de heer Kemeling als jeugdleider/beheerder aangesteld. Hij werd in januari 1953 opgevolgd door Rien Roos,

Roodekercke bood aan groepen uit het hele land de mogelijkheid om er te kamperen of om zomerkampen, schoolkampen, conferenties of weekends te houden. In het hoofdgebouw was plaats voor zestig per-

sonen, in de bijgebouwen 35 personen. De kampeerplaats telde twintig vaste staanplaatsen. In de loop der tijd kwarnen vooral "vaste klanten".

Het jeugdwerk veranderde en in de laatste anderhalf [aar, voordat her complex in 1977 aan Van Wagensve!d werd verkocht, bood het onderdak aan twinug Joegoslavische gastarbeidsters, die de Fa. Luyckx had opgehaald.

Tegenwoordig is het totale voormalige overbos van Rustrijk, dus Roodekercke en het naastliggende Tussenkercke, weer in bezit van een familie, namelijk Vlaanderen.

Tegenover Hoogenhuize/Roodekercke lag een grote weide van Hein Niewohner. In 1920 had de voetbalclub "Muiderberg" mer het eerste voetbalve!d.Tijdens de mobilisatie waren er soldaten in tenten gelegerd. Het heeft dienst gedaan als parkeerterrein voor auto's en ook vonden er veel Iestiviteiten plaats. In 1956 werd het weiland kleiner door de bouw van de huizen aan de Flevolaan. Het resterende dee! was daarna een grate open speelrulrnre met de Rode Kruispost van Jan Kortekaas er op.

In 1970 werden er negen geschake!de bungalows op gebouwd.

Villa' Hoogenhuize

Muiderb rg-

l ,

Uitg. Ver. Bev. Yreemdel. Verkeer Floris V.

"

20

Ret Diakoniehuisje

Het diakoniehuisje dankt zijn naam aan het feit dat het eigendom was van de diakonie van de Nederlands Hervormde Gemeente. Het was gelegen op de hoek van de Brink en de Nieuwe weg (dit is de weg die in 1921 aangelegd was over het zogenaamde overbosgebied van her buiten Berghuize, op kosten van mr. JJ Bredius. Later werd de weg Brediusweg genoemd en nu Flevolaan). Hoe lang het huisje daar al staat is niet met zekerheid bekend. Volgens Sierksma (1988) is het een 16de-eeuws pandje, terwijl Eras en Oosterbaan in "Muiderberg anno 1840" (C.o.M., 1992) het dateren als zijnde van de vroege 18de eeuw. In de vorige eeuw schijnt Sijntje Tas, een stokoud klein vrouwtje, en oude Willem Tas er te hebben gewoond. In 1840 woonde Janus van Haanen er. Ook Henk en Lussie Meyer waren bewoners. Het kleine huis]e werd in de beginperiode in tweeen bewoond.

Men voorzag reeds jaren dat het voor de ulrbreidingsplannen zou moeten wijken. Er werd de gebruikelijke procedure gevolgd: het pand werd onbewoonbaar verklaard en toen de laatste bewoner, Piet Meijer, vertrok, werd her in 1956 afgebroken voor de verbreding tot 7m van de Brediusweg ten behoeve van de nieuwbouw. De Brediusweg heet vanaf die tijd Flevolaan. De foto geeft de situatie aan omstreeks 1923.

Er was ook een plan/tekening om de Flevolaan achter de woning van Piet Prins (nu Arie Oudshoorn), via de plek waar nu de drie relatief nieuwe woningen staan, aan te sluiten op de Brink.

Links op de hart staat het huis van Oudshoorn, voordien bewoond door Piet Prins. Het was oorspronkelijk ook een boerderij, die eigendom was van de kerk. Bij de aanleg van de Flevolaan is de schuur afgebroken. Het voorhuis is behouden en staat nu op de monumentenlijst. Rechts naast het diakoniehuisje staat de boerderij van Io Niewohner. Ook dit pand staat op de monumentenlijst. Het is een heel oud pand, dat al in de 17de eeuw een "schouthnis" ",'as. In 1879 is het tot boer-

derij verbouwd genaamd "Poehee". De huidige bewoners, Hollander, hebben het pand inwendig grondig laten verbouwen, maar het aanzieht zo veel mogelijk intact gelaten.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek