Ouddorp in oude ansichten deel 2

Ouddorp in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Jan P.K. Grinwis Jzn.
Gemeente
:   Goedereede
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3232-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ouddorp in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

In andere boeken en boekwerkjes als dit staat de geschiedenis van Ouddorp al zo veelvuldig beschreven, dat we ons niet geroepen voelen tot een herhaling. Liever zien we terug op de periode waarover dit boekje handelt en we proberen u nog eens de sfeer van toen - zeg maar 1920-1925 - op te laten snuiven. Wat was het leven toen nog goed in Ouddorp! 's Nachts behoefde de deur riiet op slot en de ramen konden nog open blijven want lawaai was er nauwelijks. Je hoorde slechts wat han en kraaien, vogels zingen en koeien loeien, wanneer de dag zich aankondigde.

En dan was er, zo tegen vijf uur 's ochtends, het trammetje dat vanuit Middelharnis het eindstation Ouddorp naderde. Je hoorde de stoomlocomotief puffen en de wielen knerpen wanneer de laatste grote bocht naar Ouddorp werd genom en. De kadans over de lassen in de rails werd dan trager en trager tot het trammetje ten slotte snerpend tot stilstand kwam en de locomotief zijn stoom afblies. Daama trad in het ontwakende Ouddorp weer de stilte in, want de arb eiders die naar het land gingen maakten geen rumoer, Rond zeven uur kwam de koeiewachter langs met de koeien, die hij de hele dag ging wei den in de Westduinen, de Middelduinen of in de inlagen aan het Westen. Later op de dag kwam de bedrijvigheid goed op gang en men hoorde menig boerenpaard in galop naar de akkers gaan, aangespoord door een "hort paard, hort" van de voerman.

In de oogsttijd zorgden wat dorsmachines voor hoorbare bedrijvigheid. Hun monotone geluid drong ver door en het klonk als een lied van de arbeid, vreugdevol omdat de oogst weer binnen was. Ook in de vlasserij was er veel te doen. Het vIas moest eerst worden gereept, waartoe het in bossen over ijzeren kammen werd getrokken. Dan werd het gereepte vIas voomamelijk in de zogenaamde Kouwe Hoek in de sloot gelegd en met modder verzwaard om het te laten rotten (het vIas "late roote", heette dat). Later werd het gedroogd en gezwengeld, waarbij de stengels in stukjes van enkele cen timeters werd verwerkt die werden gebruikt om het vuur voor de middagpot te stoken, of de weg mee te verharden.

Velen in Ouddorp hebben vroeger zelf hun brood gebakken. Sommige boerderijen hadden een echte bakoven en anderen deden het in het fomuis. Ze bakten dan voor een week

tegelijk! Heel lang is het zogenaamde "mek-meel" in zwang geweest. Wie een wintervoorraadje meel had (van zelf verbouwde tarwe) nam daar, steeds wanneer er brood nodig was, een portie af. In een zakje, met daarop de naam of de initialen geborduurd, ging dat naar de bakker die er dan een brood van moest maken, want van de kwaliteit van het eigen mee! was men helemaal overtuigd. Een brood van ander meel zou men niet hebben gewild, maar natuurlijk zal de bakker niet altijd even nauwkeurig zijn geweest en zal hij de zakjes best eens door elkaar hebben gemixt... Dikwijls werd het meel door de schoolkinderen meegenomen, die dan na het schoolgaan het vers gebakken brood ophaalden. Soms was de verleiding en de honger zo groot dat ze er de hoekjes afknabbelden en dat was een weergaloze lekkemij.

In het najaar was ook de weee geur van de chichoreifabrieken alomtegenwoordig. Vroeg in de morgen reden de wagens met chiehorei naar de fabrieken. Je hoorde dan al van verre de kurketrekkers draaien, die de wortels naar de spoelbak transporteerden. Uit de spoelbak kwamen ze in de snijmessen terecht en vervolgens gingen de gesneden wortels naar boven waar de droogplaten waren. Met cokes gestookte vuren zorgden voor de immense hitte die nodig was om aIle vocht uit de stukken chichorei te laten verdampen; een damp, die door de schoorstenen werd uitgebraakt. Tegen nieuwjaar was het weer gedaan en werd de fabriek tot het nieuwe seizoen gesloten. Ouddorp heeft ook altijdeen bedrijvige visserij gekend. Pas ver in de jaren twintig werden de eerste vaartuigen gemotoriseerd. De kenners die dieht bij de visserij leefden wisten het motorgeluid feilloos te herkennen. De eerste motoren waren dikwijls nog eencilinders (eenpitters) waarvan het geluid door de kinderen keurig kon worden nagedaan: "k'toeng, k'toeng, k'toeng", Als dat geluid 's middags weer naderbij kwam betekende dat, dat de vloot weer op thuisreis was en er gamalen konden worden gehaald. Met het pellen daarvan - voor de pelbaas - kon een centje worden bijverdiend. Met die huisvlijt zat het weI goed in Ouddorp. Als het geen garnalen waren die moesten worden gepeld (voor twee-en-een-halve cent per ons) dan waren het weI erwten of bon en die moesten worden uitgezocht. Het was best gezellig met z'n allen onder de petroleumlamp, maar het kon, vooral voor de kinderen,

ook erg inspannend zijn en menig speeluurtje moest terwille van de bijverdienste worden opgeofferd.

Gelukkig was er na zoveel inspanning ook ontspanning. Nee, geen televisie of bioscoop, maar men wist elkaar te vermaken met verhalen en anekdotes. Die werden opgehaald als men een avondje ging "roken". Zo heette dat vroeger als men op visite ging. Er werd dan een stevige pijp gestopt en poters gesmookt of koeken gebakken. Er kwam meer koffie dan sterke drank aan te pas en zo bleef het erg gezellig. Moeder de vrouw beijverde zich met het aanslepen van de proviand, terwijl ze tussen de bedrijven door ook nog kousen stopte en kleren verstelde. De rol van deze nijvere vrouwen mag met ere worden herdacht.

Familienamen.

Wanneer je tot voor een tiental jaren in Ouddorp woonde dan bleef je er - gebonden door het isolement - meestal ook wonen. Z6 is het gekomen dat het in Ouddorp wemelt van de Grinwissen en Tanissen, van elders gekomen maar, vermenigvuldigd in "tal en last" door de genera ties heen geworden tot echt Ouddorpse families. Er wonen in Ouddorp driehonderd eencntwintig Grinwissen (6,7 pro cent van de bevolking) en driehonderd vierentachtig Tanissen, samen 8 procent van de bevolking en in de burgerlijke stand staan ze keurig in het vakje waarin ze horen. Maar de mede-burger nam een foefje te baat om ze uit elkaar te houden ...

Wanneer u dan ook naar een van de vele Jannen Grinwis zoekt, dan komt u er pas wanneer u de naam van's mans vader en grootvader kent, maar dan nog is het oppassen geblazen. Bedoelt u Jan van Pauw, Jan van Paauw of Jan van Paulus? Natuurlijk is dat allemaal te voorkomen, wanneer u het preciese adres weet, maar hoe zou u, als niet-Ouddorper? Wanneer u dan naar Eeuwit Grinwis moet en u vraagt het aan een wat oudere Ouddorper, dan zal hem een lichtje opgaan; "juust ... " zal hij zeggen, "je bedoelt Eeuwit van Piet van Krien van de Jonge's" en knikt u dan maar instemmend, want dat zal hem heel waarschijnlijk zijn. Een stukje verder, in de Westerweg, vindt u Rijk van Arjaon van Theun van Rijk (Akershoek) en richting "Bergje" passeert u de woning van Joap van Hans van Koentje, voor veel Ouddorpers een duidelijker naam dan zonder meer Jaap Klepper.

Mocht u vandaar op uw schreden terugkeren omdat u het toch niet meer begrijpt, dan rijdt u maar via de Dirkdoensweg naar het dorp. Dan passeert u tenminste de woningen van Kees van Hans van Sjors (Moerkerke) en in de Duinkerkerweg die van Piet van Klaos van Theun en van Theun van Jan van Theun (Tanis). Theun van Eeuwit van de Huubjes (Tanis) vindt u daar ook in de buurt, niet te verwarren met zijn collega bakker in de Weststraat: Huub van Klaos van Keet van Noorden (Westhoeve). Jan Padmos, die in de dorpskern is gestationeerd met zijn patat-friteswagen en zich gemakshalve maar Jan Patat noemt, is eigenlijk Jan van Leun van Job van Leun. Bekend is ook Piet van Maert van Piet-Jan (Piet Meijer aan de Prins Hendrikweg), Pauw van Kees van Pauw en Piet van Joap van Krien van Arjaon van Harrend (Piet Westhoeve). Wat dacht u van een naampje als Kommer van Kees van Jaop van Kees van Govert, waarmee de heer K. Breen uit de Klarebeekweg gesierd wordt! De heer J. Bosland uit de Visserstraat is bij de oudere genera tie bekend als Jaop van Wullem van Jaopje uit d'n tuun, en vlakbij de heer Bosland wonen de jongens van Kees van Aeren van Piet (Sperling). Dikwijls wordt ook de naam van de boerderij of een markante plaats in de omgeving gebezigd om de persoon in kwestie aan te duiden, zoals dat het geval is met Cor van Kees van de Duvekooie, Leen van Prikhil en Leen van Vissershoek en de reeks zou met ettelijke tientallen voorbeelden kunnen worden uitgebreid.

Overigens lijkt dit "systeem" z'n langste tijd te hebben gehad. Ook Ouddorpers trekken naar elders en de gezinnen worden kleiner, zodat er een grotere spreiding van familienamen plaatsvindt. Scheldnamen zijn er ook legio maar we zouden stukken maken om die op deze plaats te herhalen ...

Bij de samenstelling van dit boekje zijn velen mij behulpzaam geweest door middel van het verstrekken van ansichten, zoweI als waardevolle inlichtingen. Hen dank ik daar zeer hartelijk voor. Rest mij ten slotte nog de wens dat mijn pennevrucht - het resultaat van vele, maar interessante uren - tot veler genoegen moge zijn en dat het een bescheiden bijdrage zal leveren tot de instandhouding van de geschiedenis van ons mooie Ouddorp.

Het wapen na de herindeling van 1 januari 1966, de dag waerop Ouddorp, Goedereede en Stellendam onder de naarn "Goedereede" zi;n samengevoegd,

1.

Ret oude wapen van de gemeente Ouddorp.

2. Zo moet het silhouet van Ouddorp er in 1453 hebben uitgezien. Naar wordt aangenomen zijn kerk en toren in 1348 gebouwd, maar er zijn deskundigen die menen dat de stenen heel wat ouder zijn. Aan de hand daarvan wordt verondersteld dat kerk en toren zo rond het jaar 900 zijn gebouwd. De hoge spits heeft de toren tot 1850 gesierd. De spits was rood en wit geschilderd en diende als baken voor de schepen op zee.

3. Boerderij "De Klarebeek" aan de Klarebeekweg (vroeger het Doornweegje genoemd) nog in oude glorie. De boerderij werd gebouwd in 1669 en volgens het geschiedenisboek van Boers moet er vanaf de Blauwe Steen (Spreewestein) naar de Klarebeek een weg hebben gelegen, maar daar is niets van terug te vinden. Welloopt vlak langs de Klarebeek een kerkpad waar vroeger druk gebruik van werd gemaakt door de kerkgangers die te voet naar het dorp Iiepen. Zo'n kerkepad liep dwars door een nog gedeelte1ijk onontgonnen gebied en kruiste met planken en balken de sloten die er lagen. Zo is wellicht ook de benaming ,,'t Balkje" ontstaan voor wat nu de Wittestraat heet. Boven de hoofdingang van de boerderij "De Klarebeek" is een gevelsteen met een vrouwenhoofd aangebracht, maar het is onbekend welke betekenis daaraan moet worden gehecht.

4. De gemeenteraad van Ouddorp toen het nog een zelfstandige gemeente was. Op 1 januari 1966 is Ouddorp met Stellendam en Goedereede een gemeente geworden. We zien, van links naar rechts: J. Hameeteman (overleden), Kr. Grinwis, burgemeester J.A. Kleynenberg, gemeentesecretaris J. Hof, J. Voogd, T. Koek, T. Grinwis (overleden), Mozes Aleman, Abr. de Jong, C. v.d. Bok, G. Tanis, J. Nederlof en J. Komtebedde. In de kast rechts staan oude kruiken en dergelijke die bij opgravingen zijn gevonden.

5. Een unieke foto van de groenten- en vruchtendrogerij "Bettij". Die stond, vanaf het dorp gezien, aan de overzijde van de tramlijn, aan de Stationsweg. De drogerij heeft maar kort gewerkt en is al spoedig na de bouw gesloopt De bijbehorende woningen staan er echter nog; een ervan wordt bewoond door de familie W. Hameeteman. De hoge schoorsteen produceert een flinke rookpluim; de "Bettij" had dan ook een stoommachine als energiebron!

6. De vroegere Smoussenhoek, de tegenwoordige Hazersweg. In het huisje links woonde de familie W. Bosland. Dit woninkje en het daarachter gelegene zijn inmiddels afgebroken. In het vijfde huisje van links woonde Daantje Mierop. De schuur, rechts, is het wagenhuis van Pouw Voogd.

7. Reproduktie van een schilderstukje. In het huisje op de voorgrond woonde de weduwe Mierop, " Marija", nu de weduwe Knape. Daarachter is de Achterweg. Het huis met de geverfde gevel is de "Eenhoom", daar woonde Gert Boelaars, die een winkel in kruidenierswaren en aanverwante artikelen had. De winkel werd altijd aangeduid als " Lijne v.d. Berg" (de vrouw van Boelaars). Het huis links, met schuur, is nu de zaak van Westhoeve. De weg is de Smoussenhoek met rechts het Spaanseweegje.

8. Het metselaarsgezin van Poulus Boelaars, wonend in de Achteromweg. Deze woning wordt nu bewoond door de farnilie C. Grinwis. Links smederij Sperling. De metselaars staan kennelijk gereed om naar een karwei te gaan. We zien, van links naar rechts: Maartje Hoek, Teun Perrius, Mooisje Boelaars, Jan Komtebedde (Jan van Poulus), de kinderen Pouw en Pietje Boelaars, moeder Sanne, Piet Boelaars en vader Poulus Boelaars.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek