Prinsenbeek in oude ansichten deel 2

Prinsenbeek in oude ansichten deel 2

Auteur
:   H.J. Dirven
Gemeente
:   Prinsenbeek
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6213-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Prinsenbeek in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19 Vroeger was er een vri] sterke afbakening in sociale klasse in een dorp als de Beek. Zo woonden in de Kapelstraat van oudsher vele arnbachtslieden: de wagenmaker, smid, schilder, enz. Van lieverlede zijn ze allemaal verdwenen en hebben andere winkels hun plaats ingenomen. Toch kunt u van dit plaatje, dat vanuit het westen is genomen, nog wat herkennen in de huidige tijd.

Beek (ft.8J

20 De vroegere kleding van de mensen, waarin welstand en sociale klasse sterk benadrukt werden, is totaal verdwenen. Op de Beek waren de drie klassen vertegenwoordigd: boeren, ambachtslui en (land)arbeiders. In dezelfde volgorde was ook de sociale gradatie, waarbij er zowel overgangsklassen als in elke klasse weer onderverdelingen waren. Deze maatschappelijke orde was zeer sterk bepaald en drong overal in door, zoals bij de plaatsen in de kerk, bij het wonen en in de kleding. Vooral bij vrouwen was het onderscheid zeer groot en duidelijk te zien. Het beg on met de muts, van kant met daarop een kroon of kroezel: een wrong van kleine witte

bloempjes en daartussen kleine glinsterende glazen staaf[es, die dauwdruppels werden genoemd. Hoe meer van die dauwdruppeltjes, hoe rijker de muts en dus ook de draagster. Een ander onderscheid was de neusdoek of omslagdoek: hoe mooier, hoe rijker. Verdere tekenen van rijkdom waren het goud en sieraden en of men zich schoenen kon permitteren, of dat men op klompen moest lopen.

21 Vroeger droegen de arme mensen een eenvoudigere muts, zoals deze geitenhoedster. Geen kroon of kroezel: in feite niets meer dan een strak (kanten) mutsje, waaronder een zwart ondermutsje.

22 Mie Bruinands was een van de laatste Beekse vrouwen die de typische Westbrabantse muts nog heeft gedragen. Let ook op de oorbellen en de grate gouden broche. Een groot verschil tussen vroeger en onze tijd is de verzorging van de mond en speciaal het gebit. De gewone mensen kenden dat niet, althans veel ouderen hadden een slecht gebit.

23 Een prachtige trouwfoto van het bruidspaar Van Dijk met wederzijdse familie. In het midden staat het bruidspaar en zittend op de eerste

rij de ouders en enkele tantes. Op de tweede en derde rij de broers en zusters en hun echtgenotes. Van de zestien vrouwen op de foto dragen er tien een muts. Dat zijn de ouderen of getrouwden, de zes jonge meisjes zijn blootshoofds.

24 Na de zondagsmis werd soms nog lang doorgepraat op het kerkpad of men ging er eentje pakken, terwijl de vrouwen bij de Beekse middenstand de boodschappen gingen doen. De foto is van zo'n zondagsgroepje na de mis van acht uur bij cafe Dien van Eyl in de Valdijk (nu Het Hert). Van links naar rechts:

Sjaan van Endschot (Tuintjes), Kees Backx (Moleneind), Bart Backx (Overveld), Driek van de Bliek (Westrik), Toon van de Broek (Groenstraat), Driek Bulkmans (Veldpad) en Jochum of [ud Martens (Overbroek).

25 Interieurfoto van een boerenkamer op het Moleneind. Foto uit de Katholieke Illustratie van 192 2. Let op de grate en mooie petroleumlamp en de VTOUW met de koffiemolen geklemd tussen haar knieen. Haar dochtertje zit op de stoof en de kleinere jongen ofhet meisje zit nag in de kakstoel. In deze kamer stond geen stoof of kachel, maar brandde nag een open vuur.

26 Een sfeerfoto uit de jaren twintig van moeder en dochter De Graaf op Klein Overveld. De dochter aan het spinnewiel heette Barbara en de meisjesnaam van haar moeder was Johanna Teunissen; zij was bijna vijftig jaar getrouwd met Christ of Sjaan de Graaf Duidelijk is hun door-de-weekse kleding te zien. Beiden dragen lange rokken tot op de grand, klompen aan de voeten. De oude moeder [aant]e draagt een muts met linten, die op de Beek niet veel werd gedragen.

27 Een door-de-weekse dag op het erf van Kest Gommers. Deze mooie opname, waarschijnlijk gemaakt in de romer van 1923 op het erf van Kest Gommers in de Zanddreef, geeft een duidelijk zicht op de vToegere dagelijkse kleding van de Bekenaren. Geheellinks staat een man met een transportfiets. Dat was Jan El, hij lemde met textiellangs de deur en had zijn koopwaar bij zich. Hij verkocht per el, vandaar zijn bi]naam. De overigen behoren bij het gezin van Kest Cornmers. Iedereen, behalve de allerkleinsten, loopt op klompen en de man met de hond heeft ook nog zogenaamde beenkappen aan. Beide mannen hebben ook een vest aan

en een pet op. De twee jongste vrouwen dragen een schort en de twee oudsten een voorschoot en zoals nog echt moest: alle vrouwen dragen een rok tot op de grand. De drie kleine kinderen zijn

mogelijk voor de foto wat opgedoft, maar dragen wel de gebruikelijke kinderschorten.

28 Een drietal klassefoto's geeft hopelijk duidelijk de verandering in kleding van de Beekse jeugd aan. Deze foto uit 1901 is van de openbare school op de hoek Beeksestraat-Kapelstraat. Het zijn allemaal jongens, omdat aIle meisjes op de school bij de nonnen zaten. Hoofdonderwijzer was Gerard Paantjens (op de foto). Hij was oak medeoprichter en eerste dirigent van Amor Musae.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek