Purmerend in oude ansichten deel 1

Purmerend in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.G. Schulting
Gemeente
:   Purmerend
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3993-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Purmerend in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

J.G. Schulting

Oud-Stadsarchivaris der gemeente Purmerend

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVI

IN LEIDING

OORSPRONG EN NAAM.

Purmerend is genoemd naar haar ligging aan het einde van het oude rechtsgebied Purmer.

De oorsprong ligt in het duister, al kunnen we veilig aannemen, dat het geboortejaar rond 1200 ligt, Het ontstond zeer bescheiden aan het rijke viswater de "Weer", de verbinding tussen de meren Beemster en Purmer. De Weer is genoemd naar de op oude kaarten aangeduide afgeschutte visplaats: de "Weer", in de buurt van de plaats, waar de Weer in het Purmermeer uitkwam.

Purmerend ontwikkelde zich dank zij de gunstige ligging aan de dijk fangs de zuidkant van de Weer, gekruist door de noordzuid gerichte weg van Hoorn langs het Beemstermeer over Landsmeer naar Amsterdam.

Aan het eind van de 14de eeuw had het zich al ontwikkeld tot een plaats van enige betekenis: het werd toen vermeld als afzonderlijke banne, had reeds een waag en in 1401 werd het schoutambt uitgegeven. Ook kerkrechtelijk we I'd het min of meer zelfstandig. Pastoor Jacob Mas van Purmer ontsloeg de Purmerenders van hun verplichtingen ten aanzien van de moederkerk, bevestigd door graaf Albrecht van Beieren, die kerkheer van Waterland was. Een definitieve scheiding mocht niet voor het overlijden van pastoor Mas worden doorgevoerd. Onderpastoor voor Purmerend werd Petrus Nicolaasz. van Uitgeest. Purmerend werd nu als een afzonderlijk kerkdorp behandeld. Pastoor Mas overleed in 1416. Op 1 april 1417 werd de kapeJ van Purmerend tot parochiekerk verheven. De nieuwe parochiekerk werd in 1417/18 gebouwd aan het rechthoekige stratenkruis, waar nu de hervormde Koepelkerk staat,

HEERLIJKHEID EN ST AD

Hertog Willem van Beieren leefde in onmin met zijn vader Albrecht van Beieren, waardoor hij de vlucht moest nemen

naar Frankrijk. Willem Eggert, een zeer rijk en aanzienlijk koopman te Amsterdam, tevens een del' stichters van de Nieuwe kerk op de Dam, stelde de jonge hertog in staat zijn stand aan het hof in Frankrijk op te houden, door hem financieel te steunen tot zijn vader Albrecht stierf, waarna hertog Willem aan de regering kwam. Uit dankbaarheid beloonde hij bij giftbrief van 4 november 1410 Willem Eggert met het trezoriersschap van Holland en begunstigde hem tevens met de heerlijkheid Purmerend en Purmerland. Een en ander kwam Purmerend zeer ten goede: op 29 december 1410 verleende Willem Eggert het de eerste stadsrechten. Tevens verkreeg hij voor de Purmerenders vrijheid van de grafelijke en Wassenaarse tollen, waardoor zij tolvrij door nagenoeg geheel Holland konden varen, wat de bewoners van andere streken naar Purmerend lokte. Willern Eggert kreeg het recht een slot te bouwen tel' plaatse, waar thans het hoge huis op het Siotplein staat. Dit huis diende tot 1880 tot kaaspakhuis en was het restant van het slot .Purmersteiin" nl. de stalling. Lang heeft Willem Eggert niet III de opkomende bloei van Purmerend mogen delen, want op 15 juli 1417 overleed hij. Het stoffelijk overschot werd van het slot Purrnersteijn naar Amsterdam vervoerd en aldaar in de N ieuwe kerk in het koor of de kapel bijgezet. Het grafschrift is nog te lezen ten zuiden van het grote koor. Amsterdam heeft veel aan Willem Eggert te dank en. Hij legde de grond tot de bouw van de Lieve Vrouwe, nu Nieuwe kerk in 1414 en heeft de opbouw voor een groot deel bekostigd. Hij is mede de grondlegger geweest tot de beoefening van kunsten en wetenschappen te Amsterdam. Hij richtte een theologisch en filosofisch college op. Hij woonde destijds op de Dam over de Waag in het huis "de Bril" genaamd. De Eggertstraat is naar hem genoemd (naast de Nieuwe kerk).

OORSPRONG V AN DE MARKT.

De markt van Purmerend dateert van 1484, toen Jan van Egmond op 21 april van dat jaar de heerlijkheid Purmerende het privilege schonk, waarbij vergunning werd verleend tot het houden van twee jaarrnarkten en een weekmarkt. Van de jaarmarkten mocht de ene worden gehouden 8 dagen .mae den Meijendach", de andere de eerste dag "nae Sinte Victoirsdach" (= na 11 oktober).

De weekmarkt werd in het privilege vastgesteld op zaterdag; bij decreet van koning Philips II werd deze in 1570 verschoyen naar de dinsdag, de dag van het "ding" (= van de rechtspraak).

Nog tot Vel' in de 19de eeuw werd dinsdag geschreven als dingsdag. Deze dag geldt heden ten dage nog steeds als de grote dag voor Purmerend en verre orngeving,

De jaarmarkten zijn inmiddels afgeschaft, maar de rnei- en oktoberkermis heeft men er in ieder geval nog van overgehouden.

STADSWAPEN.

De Hoge raad van Adel bevestigde in 1816 offieel het recht van Purmerend als wapen te mogen voeren: "een schild van sabel met drie weerhaken van zilver, het schild gedekt door een gouden kroon en tel' weerskanten vastgehouden door een staande leeuw". Voor de betekenis van de weerhaken heeft men verschiIJende verklaringen. De meest bevredigende is weI de haken te be schouwen als een zinspeling op de naam Eggairt; eg = haak of hoek.

ONTWIKKELING.

Meermalen werd de stad vergroot nl. in de jaren 1572, 1574, 1614 (twee keer) en in de 2de heJft van de 18de eeuw. In 1572

werd de stad dus voor de eerste maal uitgebreid door indijking van de Boonakker, de Kikkerbuurt en de Gouw. In die tiid werd de stad tevens versterkt en van bolwerken voorzien in verband met de oorlogsomstandigheden. De grootste uitbreiding vindt echter heden plaats, het aantaJ inwoners is daardoor de laatste tien jaar verdrievoudigd! Januari 1957 nog 7.500, thans is de 25.000 reeds gepasseerd.

BETEKENIS.

Purmerend is een centrumgemeente van een grote agrarische omgeving met als hoofdmiddelen van bestaan: landbouw, tuinbouw, veeteelt en fruitteelt. Ais verzorgend centrum is het zetel van een belangnjke vee- en pluimveemarkt, van organisaties op het gebied van land en veeteelt, groente-, fruiten eierveilingen. Er is industrie (zuivel, stoornketels, ijskasten, carrosseriebouw, hout- en metaalnijverheid) en handel. Een groot levensmiddelenbedrijf beslaat een grote oppervlakte en ook heeft Senefelder er zich gevestigd, de vanouds bekende drukkerij, waaruit weI blijkt, dat het huidige gemeentebestuur zich tot taak heeft gesteld de vestiging van nieuwe bedrijven zoveel mogelijk te stimuleren.

LIGGING EN GROOTTE.

De stad Purmerend ligt tussen de polders Beemster, Purmer en Wijde Wormer, aan een kruispunt van hoofdwegen naar Amsterdam, Haarlem, Alkmaar en Hoorn, aan het N oordhollands kanaal en aan de spoorlijn Amsterdam-Enkhuizen, 16 km benoorden Amsterdam. Het had nog kort geleden een oppervlakte van 1355 ha en een inwonertal van 7500, welke aantallen echter door de snelle uitbreiding van de stad snel stijgen. De polder de Prumer heeft zijn langste tijd als polder grotendeels gehad, want het is thans zeker, dat er een 70.000 mens en daar hun woonplaats zullen vinden.

BEZIENSWAARDIGHEDEN.

Hoewel Purmerend op dit terrein karig is bedeeld, vragen toch weI enkele bezienswaardigheden de aandacht. Het van 1413 daterende slot Purrnersteijn, eens de trots van Purrnerend, werd in 1741/43 gesloopt. Er herinneren nog slechts de tot drie woonhuizen verbouwde stall en aan en de namen Slot steeg en Slotplein, in de volksmond "Kippenmarkt" geheten. Het stadhuis dateert van 1912. Het is door bouwmeester Jan Stuijt in renaissance-stijl opgetrokken en mag zeker een sieraad van de stad genoemd worden. Een gebouw, tot ver over de landsgrenzen bekend, in verband met het daarin aanwezige orgel, is de hervormde Koepelkerk, in 1853 gebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect W. A. Scholten. Het uit 1742 daterende orgel is gebouwd door de bekende orgelbouwer Rudolf Garrels, leerling van Arp Schnitger. Het is in 1947 geheel gerestaureerd en gerangschikt in klasse A (hoogste van de drie) van de Nederlandse orgels. Het wordt bespeeld door de begaafde jonge organist Jan Jongepier. Van dezelfde architect is het soliede rusthuis: Avondzon aan de Gouw, bouwjaar 1846. Het oudste gebouw van de stad is het Kinderhuis "De Burcht" aan de Willem Eggertstraat; het dateert van 1636, is geheel gerestaureerd in 1798, wat blijkt uit de tekst in de voorgevel aangebracht. Een ander oud gebouw, op .een na het oudste van de stad is de Doele, het stadskoffiehuis van vroeger, uit het jaar 1644. Het wordt thans geheel gerestaureerd en in oude glorie hersteld. Architect Jan Stuijt, ontwerper van het genoemde stadhuis, bouwde ook St-Liduina, thans het katholieke ziekenhuis. Het heeft een prachtige gevelversiering. Verdere bezienswaardigheden zijn nog het zojuist gerestaureerde patriciershuis Bierkade 9, eigendom van de vereniging "Hendrick de Keijser" en het pand Weerwal12, een woonhuis uit 1775, behorende tot de voormalige zeepziederij "De Zwaan", met een merkwaardige gevel. Het oorspronkelijke

gebouw dateert uit veel oudere tijd.

Trapgevels vinden we nog aan de Weerwal, het pakhuis van de firma Muusses en in de Will em Eggertstraat, het voorrnalige cafe van Switser, waar thans een boetiek gevestigd is.

Aan de Achterdijk vinden we nog een aardig 18de eeuws poortje, vroeger toegang tot het kaaspakhuis van de firma Doets, thans tot een tapijthal. Ook zeker de moeite waard om even te bezichtigen.

Van de nieuwere gebouwen noemen we het Stadsziekenhuis, een schepping van de architecten Jan Plas en Corn. Koning; het is gebouwd in de vorm van een mailschip en geeft vanaf de Stationsstraat vooral 's avonds een prachtige aanblik. Een eveneens modern geoutilleerd gebouw is de schepping van Prof. Wieger Bruin, de "Rusthoeve" een tehuis voor ouderen van de vereniging van hervormde diaconieen in de c1assis Edam. Het ligt aan de Wolthuissingel, dicht bij het Stadsziekenhuis. Van de nieuwere gebouwen zijn verder nog een bezoek waard het veilingkomplex B.P. en 0, het gebouw van Deets' handelsonderneming, beide scheppingen van wijlen architect C. Koning, de nieuwe katholieke kerk (architect J. J. Brugman) in de Kerkstraat en het bejaardencentrum St.-Joseph zowel als de Tien Gemeenten. Ten slotte noemen we nog het Purmerender Museum, dat voorlopig een goed onderdak, al is het niet ideaal, gevonden heeft op de tweede etage van het Stadhuis. Het is in het bezit van een zeer heterogene verzameling, zodat er "voor elck wat wils" te vinden is. Voor de afwisseling kan men dan nog een bezoek brengen aan de Hertenkamp, gelegen aan de zuidkant van de stad, en aan het nieuwe prachtig aangelegde stadspark aan de Hoornselaan met een keur van vele soorten planten, heesters, eenden enz. enz.

8

We beginnen onze rondwandeling op de Kaasmarkt, waarvan we hier het raadhuis zien rond de eeuwwisseling, ongeveer 1902, met de vier Ionische zuilen (zie de voluten) en de attiek tot verhulling van het dak. Dit was het vierde gebouw, eigenlijk het tweemaal verbouwde stadhuis van 1591. In 1633 was het door "vijselaarskonst" een 15 m achteruitgezet ter vergroting van de markt. Boven links had het kantongerecht zitting, in 1910 overgeplaatst naar de Plantsoengracht. Op het dak het raam van de gemeentelijke telefoondienst; het telefoonkantoor was destijds gevestigd in het gebouwtje rechts van het raadhuis.

Hier de eerste-steenlegging van het nieuwe raadhuis van 1912, op woensdag 5 juli 1911. Van links naar rechts: K. Drost, H. C. Oud, opzichter Mommes, geknield burgemeester Cavalje met daarachter de gemeente-architect Postema, H. C. Maats, D. Dekker (verslaggever), gemeentesecretaris J. Worp, B. H. JUrgens, C. de Vries, aannemer, Provily, verslaggever Purm. Courant, F. Middelhoff, J. Honing, H. Gediking, Gerrit Groot en geheel rechts gemeentebode P. Peek.

9

10

In de hoek, waar thans de juwelierszaak van de firma Koopman is gevestigd, was destijds de eerste arbeidsbeurs van de stad, nl. het cafe "Koophandel" van G. Vrouwe. Op de arm van mevrouw V rouwe de later bekende voetballer van de voetbalvereniging "Purmerend" Herman Vrouwe. Aan de tafel de hannekemaaiers, in de volksmond de "poepen" geheten, die in september of al eerder in drommen vanuit het oosten arriveerden om de boeren behulpzaam te zijn bij de hooioogst.

Tegenover de zaak van Vrouwe was vroeger de slijterij van Piet Schade, waarin later de sigarenzaak van Jan de Heer was gevestigd, thans woonhuis van de familie Karsten. Let vooral oak op de klederdrachten uit die tijd. Duidelijk spreekt uit deze foto de grate animo destijds am "gekiekt" te worden.

11

12

Aan de oostzijde van het "Huis met de pilaren" zien we het waaggebouw. In de jaren 1742/44 werd de stads-boterwaag, het "Boterhuijs", tot een kaas- en boterwaagverbouwd; in 1882 werd deze weer gesplitst en een aparte boterwaag aan de Nieuwstraat geopend; thans is een deel van "A vondzon" op die plaats gevestigd. Boven de waag kwam op 11 maart 1884 de stads-tekenschool, Het torenuurwerk dateert van eind 1883 en werd aangebracht door de firma Ed. Korfhage uit Buer bij Osnabrirck voor f 1489,16. Het werd in 1913 overgeplaatst naar de toren van het nieuwe stadhuis.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek