Putte in oude ansichten deel 2

Putte in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A. van Kaam
Gemeente
:   Woensdrecht
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5987-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Putte in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

VOORWOORD

Putte is een dorp dat in het verleden zowel heil als onheil aan zich voorbij heeft zien trekken. Op de grens met Belgie lag Putte in een vergeten hoek, waar geen mooie gebouwen of kunstwerken te vinden waren of waar in de mooie natuur door de welgestelden geen aanleiding werd gezien om hier te komen wonen. Ook uit strategisch oogpunt was Putte voor de veldheren niet aantrekkelijk, zodat slechts sprake was van grensbewakingstroepen. WeI zijn in het grijze verleden met name de Franse troepen plunderend door deze streek getrokken, een spoor van vernielingen en ellende achter zich latend. Als een bevolking daarna jaren nodig heeft om de aangebrachte vernielingen te herstellen, dan kan men begrijpen, dat er weinig animo was om de omgeving te verfraaien of om geld uit te geven voor zaken, waar niets tegenover stond. Bos en heide tieren het beste op arme, schrale zandgrond, maar dat betekent tegelijkertijd dat het telen van andere gewassen veel problemen met zich meebrengt. Er werd bitter weinig verdiend, zodat er nauwelijks geld overbleef am de gebouwde eigendommen een extra onderhoudsbeurt te geven of am herstellingswerken te verrichten. Dit was voor veel inwoners reden om elders werk te gaan zoeken. Men bleef wei in Putte wonen, maar in de zomermaanden waren veel mannelijke Puttenaren niet thuis.

In de periode, dat de mann en ver weg hun werk verrichtten, zaten de vrouwen niet werkloos thuis op de terugkomst van hun echtgenoten te wachten, ook in zo'n periode moest er brood op de plank komen, zodat zij iedere dag weer in hun tuin moesten werken, hout moesten gaan sprokkelen voor de wintermaanden en, als de tijd daar was, op de heide biezen moesten snijden. Deze biezen betekenden een goede bron van neveninkomsten; van de biezen konden matten worden gevlochten en ook zittingen voor stoelen. Op veel ansichtkaarten ziet men mensen staan, die biezen vervoeren of aan het bewerken zijn.

Putte is een grensgemeente, waaraan onlosmakelijk verbonden zijn douane, mare chaussee en in oorlogstijd grensbewakingstroepen, zodat op veel foto's militairen en douanebeambten staan.

Nu ook in Putte de tijd van armoede tot het verI eden behoort krijgen de mensen meer tijd en geld om zich te bekommeren om hetgeen buiten hun tuintje gebeurt. Er worden objecten gerealiseerd ofverfraaid die de aantrekkingskracht op toeristen en recreanten moeten verhogen. Als in de toekomst een nieuw boekwerk over Putte wordt uitgegeven over een latere periode, dan zal men versteld staan over het resultaat waartoe onze voorouders en de huidige generatie de aanzet hebben gegeven.

Aan het slot van deze beknopte informatie over oud-Putte wil ik aan al degenen die kaarten offoto's te leen gaven, alsmede aan hen, die in een andere vorm hun medewerking verleenden, op deze plaats mijn erkentelijkheid uitspreken.

1. De Nederlandsch-Belgische grens. Deze foto is vanuit Belgic, richting Nederland genomen. De twee, in krijgshaftige houding, aan de rechterzijde staande personen zijn Belgische douaniers.

De grenspaal voor de aan de rechterzijde vooruitspringende woning staat niet goed. Deze moet midden op het kruispunt staan, wat uiteraard problemen oplevert voor het verkeer. Na de afscheiding van Belgie in 1830 is de rijksgrens definitief aangegeven. De grens loopt sindsdien zowel in oostelijke als in westelijke richting over het midden van de weg. Dit betekent, dat Putte samen met de Belgische nabuurgemeenten het onderhoud moet verzorgen, wat in het verleden tot problem en heeft geleid. Op een later tijdstip is de grenspaal verplaatst naar de westzijde op de hoek nabij cafe Grenszicht.

Aan de rechterzijde vindt men de aansluiting met de Weg naar Calmpthout. Aan de linkerzijde is de aansluiting met de Leempad en de Oude Broekweg. In 1945 is het Nederlandse gedeelte gewijzigd in Canadalaan en het Belgische deel in A.c. Swinnenstraat.

De foto toont de enige officiele doorlaatpost van Putte, wat betekende dat menniet langs andere straten naar Belgic of omgekeerd naar Nederland mocht gaan. Dit neemt niet weg dat er zowel aan de zijde van de Grensstraat als aan de zijde van de Canadalaan paden waren tussen de woningen waarlangs men verder in het dorp weer op de grote straat kon komen.

Ook na de Tweede Wereldoorlog is nog veel van deze paden gebruik gemaakt.

2. De eerste woning aan de linkerzijde is het douanekantoor, herkenbaar aan het rijkswapen boven de ingang en een uithangbord met de tekst: "Halt, Nederlandse DOUANE."

Blijkens een overeenkomst tussen de Belgische en Nederlandse regeringen mochten de beambten person en en voertuigen staande houden en onderzoeken in een strook van 80 meter op Belgisch grondgebied en 200 meter op Nederlands grondgebied. Dit heeft in het verleden wel eens voor problemen gezorgd, speciaal met betrekking tot het nemen van verkeersmaatregelen. Ook heeft dit tractaatgebied in het verleden veel problemen veroorzaakt voor personen, die zich met smokkelactiviteiten bezig hielden.

Vooral in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog hebben vee I grenspassanten kennis kunnen maken met de werkmethoden van de douane.

Het pand is vanwege het wegvallen van de Europese grenzen en de aanleg van de Zoomweg in 1993 overbodig geworden. De gemeente heeft het kantoor met bijgebouwen in 1994 aangekocht en in datzelfde jaar gesloopt.

Naast het douanekantoor is de bakkerij van de familie Wouters gevestigd en daarnaast de afspanning "De Roskam". De Rijksgebouwendienst heeft de woning van de familie Wouters in 1938 aangekocht, waarna het pand in 1939 is gesloopt, om de bouw van een gebouw, bestemd voor onderzoek en berging van aangehouden goederen, rnogelijk te maken.

"9 5l}, Putte N.. B, Zicht aan het ka,ntwr .

3. Een diepe wond, geslagen in het hart van Putte. In de meidagen van 1940 heeft Putte al de nodige ellen de meegemaakt als voorproef op de komende vier jaren. Heen-en-weer trekkende troepen werden vanuit de lucht beschoten, waardoor een grote onrust onder de bevolking ontstond. Op 14 mei 1940 moest de gehele Putse bevolking op last van de Franse militairen Putte verla ten. Aangezien dit niet landinwaarts mocht, zijn de mensen richting Belgie en later naar Frankrijk gevlucht, waar velen gedurende een aantal maanden onderdak hebben gevonden .'

Om te voorkomen, dat de Duitsers van de kerktoren gebruik konden maken om de vijand van afstand te kunnen bespieden, is de kerk met toren in brand gestoken. Ook om te voorkomen dat de vijandelijke troepen een vrije doorgang konden krijgen is met name aan de grens een born tot ontploffing gebracht. Hierdoor ontstond een grote put. Daarnaast waren alle woningen in de directe omgeving zo zwaar getroffen, dat alles moest worden afgebroken.

In een periode, dat overal in den lande feest gevierd wordt om de bevrijding van Nederland, vijftig jaar geleden, te gedenken en men dagelijks op de televisie beelden van vroegere oorlogshandelingen in Nederland en recente handelingen in het buitenland ziet, kan men zich een goede voorstelling maken van de gevoelens toen de de gevluchte Puttenaren weer terug op hun oude stek kwamen.

4. Op deze kaart zijn de littekens van het oorlogsgeweld in mei 1940 nog duidelijk zichtbaar. Aan de linkerzijde staat het douanekantoor, dat zwaar beschadigd was, maar niet behoefde te worden afgebroken. Ret pand is vanwege het wegvallen van de Europese grenzen en de aanleg van de Zoomweg in 1993 overbodig geworden. De gemeente heeft het kantoor met bijgebouwen in 1994 aangekocht en in datzelfde jaar gesloopt.

Op de achtergrond staat de kerktoren, die ondanks de verwoestende brand, die de kerk volledig in as he eft gelegd, in stand is gebleven. Na de oorlog is er tijdelijk een houten klokketoren geplaatst, met daarop een leien dak.

In het begin van de jaren zeventig begon de toren gevaar op te leveren voor de omgeving. Bij een beetje behoorlijke wind vielen er alleien naar beneden.

Er zijn destijds veel stemmen opgegaan om de toren te slopen, maar anderen waren van mening dat een kerktoren een mark ant punt vormt voor elk dorp. En dat is ook zo, als men wandelt of fietst dan kijkt men toch steeds uit naar de kerktoren van het volgende dorp. Mede om die reden heeft het gemeentebestuur de toren van het kerkbestuur overgenomen en de toren grondig laten restaureren, waarbij de oorspronkelijke spits in ere is hersteld.

5. De rooms-katholieke kerk met daarnaast de pastorie.

In 1648 is in Munster het vredesverdrag getekend tussen de Verenigde Provincien van Noord-Nederland en de Koning van Spanje als vorst van de Zuidelijke Nederlanden. Hierdoor kwam er een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Dit verdrag hield tevens in dat de Noordelijke Nederlanden definitief werden afgescheiden van de Zuidelijke Nederlanden. De grens kwam in Putte te liggen, waar ze nu nog ligt.

De katholieke Puttenaren werden op alle mogelijke manieren geprest om het calvinistisch geloof aan te nemen. Dit is niet gelukt, maar het betekende wel dat de Puttenaren over de grens een kerk hebben gesticht, waar zij tot 1868 hun diensten konden houden. Dit heeft vaak tot problemen geleid tussen de bisschoppen van Breda en Mechelen, tot in dat jaar baronesse Diert van Kerkwerve een splinternieuwe kerk en pastorie aan de Hollanders schonk. De baronesse had als eigenares van Ravenhof alle belang bij een rustige gemeenschap.

De kerk he eft tot mei 1940 dienst gedaan. De pastorie kan worden omschreven als een klassisistisch herenhuis met een gepleisterde gevel en met een driehoekig vlak, dat de klassieke gevel bekroont. Het fronton gold destijds als een versiering boven ramen en deuren van woningen voor de gegoede klasse. Sinds 1868 is er weinig aan de voorgevel veranderd. Samen met het monument van Jacob Jordaens is de pastorie op grond van de Monumentenwet aangeduid als beschermd monument.

De jongen op de voorgrond draagt een bos voorbewerkte biezen. In de eerste woning was de schoenmakerij van Henricus Kerstens gevestigd. Riekske Kerstens heeft tot 1969 in dit pand de schoenen van veel Puttenaren gelapt. De woning is daarna verkocht en afgebroken, waarna er een winkelpand gebouwd is. Momenteel vormt dit pand een onderdeel van een bankgebouw.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek