Raalte in oude ansichten

Raalte in oude ansichten

Auteur
:   H.M. Hannink
Gemeente
:   Raalte
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0116-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Raalte in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

Herman Hannink

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXIX

W~OEN

OEKJE

rSBNlO: 90 288 3895 3 rSBN13: 978 90 288 3895 6

© 1969 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de oorspronkelijke druk uit 1969

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

Raalte is van oudsher een agrarische gemeente. Lang geleden komen hier de Saksen. De streek is armoedig en bestaat goeddeels uit moerassen, bossen en zandverstuivingen. Maar de Saksen, die wel wat gewend zijn, beginnen opgewekt met de ontginning. Dat gebeurt in de vorm van kampen, kleine, met bomen of akkermaalshout omgeven stukjes land. "Bie oons op 'n kaamp", zegt de boer nog.

Al spoedig blijkt de oppervlakte van de prehistorische akkerveldjes te gering om met een grote ploeg bewerkt te worden. De vele omwallingen vormen een belemmering. Ze verdwijnen dan ook. De akkers komen ongescheiden naast elkaar te liggen en de boeren maken er één grote omheining omheen. En zo ontstaan, ongeveer in de 4de eeuw na Christus, de essen of - zo wij ze noemen - de enken: de Raalter Enk, Achterenk, Boetelerenk, Heeter Enk, Pleegsterenk, Ramelerenk en Enk te Tijenraan.

Buiten deze enken met akkerbouw zijn er uitgestrekte bossen, broeklanden, weide- en heidevelden. Deze zijn gemeenschappelijk eigendom van de boeren. Ze kunnen er het vee weiden, schadden en plaggen halen, hout kappen, jagen enzovoort.

Maar als de bevolking zich uitbreidt, kan iedereen

maar meeprofiteren. De boeren die hier van oudsher zitten, voelen daar weinig voor en gaan hun terrein nauwkeurig afbakenen. Zo niet van nature door een beek of wal de grens is aangewezen, gaat men tekens of merken rond de gemeenschappelijke grond maken, vandaar vermoedelijk de naam "marke".

Als er iets van wezenlijke betekenis is geweest in het schoutambt Raalte, dan is het wel de instelling van de marke. Raalte heeft 5 marken: Raalterwoold, Luttenberg, Ramele, Pleegste en Heeten. De marke Raalterwoold bestaat dan weer uit de buurschappen Linderte (met de havezaten Relaer en Velner), Boetele en Tijenraan (dicht bij het huidige kerkdorp met de havezate De Hofstede).

De marke is van een vrij ingewikkelde structuur. De markegenoten hebben de in de marke gelegen gronden in onverdeelde eigendom en hebben daarover een vrijwel absolute zeggenschap. Iedere markegenoot heeft in de marke een aandeel, een zogenaamde ware, die in grootte erg kan uiteenlopen. De ware bepaalt de omvang van de gebruiksrechten die de markegenoten ten aanzien van de marke kunnen doen gelden: het scharen van vee, het steken van turf en plaggen, het kappen van hout om er enkele te noemen. Bovendien hebben zij

stemrecht in de markevergadering.

De markevergadering - één maal per jaar op vaste plaats en tijd en in navolging tot de oude germanen onder de blote hemel - is van groot belang. Hier worden namelijk, onder leiding van de markerichter, de besluiten over-de marke vastgesteld. Verder moet hier de schutter of gezworene (de politie in de marke) "wrogen wat wroogbaar is", d.w.z. alle overtredingen ter kennis van de vergadering brengen. Dit alles wordt door de schrijver genotuleerd in het markeboek. En hier hebben we meteen de belangrijkste bron voor de geschiedenis van Raalte: de markeboeken die voor een groot deel nog onbestudeerd in de Sassenpoort te Zwolle liggen. Daarin is ontzaglijk veel te vinden. Op de markevergadering mogen alleen de mannen komen. Vooraan zitten de eigengeërfde boeren. Zij maken de dienst uit. Ook de meijers (grondpachters van grote boerderijen, bijv. Hofrneijer in Pleegste) staan in aanzien. Maar met de kotters of coveners is het niet best gesteld. Zij bezitten nog geen morgen land en hebben dan ook niets te koop, evenmin als de brinkzitters.

Wie zijn de brinkzitters? Dat zijn de markebewoners die zich om de brink vestigen. Aanvankelijk de am-

bachtslieden als de smid, de kuiper, de wever, de wannemaker, de timmerman. En dat breidt zich geleidelijk uit, de bakker komt er bij, de bierman, de kleermaker (scroder), de molenaar (mulner) en ook de armlastigen (paupers). En zo ontstaat de dorpse samenleving.

I n tegenstelling tot de algemeen gangbare opvatting is het dorp Raalte niet met de stichting der Plaskerk ontstaan. In 1123 wordt weliswaar voor het eerst gesproken over de kerk van Raalte (ecclesia Raait), maar het kerkdorp van die naam is pas veel later van enige betekenis.

In Raalterwoold begint de dorpse samenleving in de buurschap Tijenraan, vermoedelijk rond een brink die gesitueerd kan worden bij Scheperharm, alwaar in oude akten gewag wordt gemaakt van ene brink! Tijenraan heeft volgens oude schattingregisters in 1457 61 huizen. In 1474 zijn er 49 huizen, maar dan wordt voor het eerst aangetekend dat er "in den dorp ter Raelte" 15 huizen staan, waarvan er 7 door paupers worden bewoond. Zeer interessant is dat er in 1429 te Tijenraan al ambachtslieden worden vermeld: Bernt die dreyer, Henric die pyper (muzikant?), Reyner die smit en Ferme kogester (kookster?). Is dit niet prachtig? Langzamerhand verlegt de dorpskern zich in de rich-

ting van de Plas. Een aquarel van P. Visscher toont Raalte in 1840 als een klein, compact en aantrekkelijk dorp. Het telt dan 463 inwoners; Tijenraan dat tot De Zwaan loopt en geheel met het dorp raakt vergroeid 1381 inwoners. De groei van het dorp en Tijenraan gaat langzaam. In 1840 samen 1844 inwoners, in 1860 2186, in 18802492 en in 1900 nog maar 2526 inwoners.

Hoe bescheiden van omvang ook, Raalte maakt op de vreemdeling steeds een goede indruk.

Harm Boom maakt in 1846 een wandeling door "het bloeijende dorp" en merkt op: "Alles ziet er net en frisch uit, en men heeft moeite te gelooven, dat er in 1123 reeds van Raalte werd geschreven. 't Is vooral aan den verfkwast, die men hier met smaak hanteert, te danken, dat het dorp zulk een jeugdig en vroolijk voorkomen heeft."

Ook in de Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren van 1841 wordt gesproken van "betere winkels, en huizen die goed in de verf zijn."

Van der Aa's Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, dat rond 1800 uitkomt, geeft het aanschouwelijke beeld van Raalte aldus weer: "Het dorp Raalte, een der schoonste van de provo Overijssel, dat zeer net

bebouwd is, ligt 4 u Z.O. van Zwolle, 5~ u. N.O. van Deventer, aan den straatweg van Zwolle naar Almelo." Dumbar in Hedendaagse Historie of Tegenwoordige Staat van alle Volkeren (1803): "Dit dorp, in deze streken vooral bekend door de menigvuldige paardeen veemarkten die 'er gehouden worden, is in eenen bloeienden staat en men telt 'er ruim zeventig huizen." Er is geen twijfel mogelijk. Raalte heeft er altijd voortreffelijk uitgezien. Mogen de oude ansichten, die vaak een fixatie zijn van een tientallen jaren bestaande toestand, een bevestiging geven van bovenstaande opvattingen.

Aan de histoire intime van Raalte werkten mee de heer G. J. Kappert, de gebroeders Pronk, de Van Douverens, Harry Noordman, Fons Tutert, Eit van der Meer, Hans Obdeijn en het Cultuur Historisch Genootschap. Herman Aa zorgde voor zeer vakkundige reproducties. En Teun de Haan maakte voor de titelpagina's enkele passende tekeningen.

Raalte, najaar 1969.

PROl~ru: OVJo:llf.l.SSI-:J ..

GE~KF.XTl: R..I.Tf..

s..&a.11·

o l T fo: Y

Loop der bevolking: 1818

1830

1850

1870

1890

1900

1910

1920

1930

1950

1960

1970

4402 4706 5213 5598 5695 5874 6518 7840 9641

13381 16073 20000

Plattegrond van de gemeente Raalte uit GemeenteAtlas van Overijssel door J. Kuyper (1867).

wandelingen door raalte

9

Op deze door de firma J. J. Buijs te Raalte uitgegeven kaart, gedagtekend 28 oktober 1900, een kostelijke lyrische ontboezeming van Bertha aan Hein, wat de frankering van 1 op 2t cent brengt. Zal deze laatste aandrang bij Hein nog gevoeligheden losslaan?

Een fraai overzicht van de oude dorpskern in 1925. De rij daken vanaf de linker onderhoek duidt de Heerenstraat aan. We komen dan op de Markt. Wat een rust! Geen schreeuwerige bouwsels. En wat een groen. Wat een bomen! Waar zijn ze gebleven? Het lijkt wel of hier in het verleden bomen zijn gekapt met een ijver en hartstocht, die in houthakkerskringen nog voor overdreven wordt gehouden ...

I1

Dit curieuze beeld is een detail van een aquarel van P. Visscher uit 1840. Het toont ons de Koestraat met het Ketwichshuis links en rechts de CruIshof (het latere doktershuis Kutschrütter- Van Douveren), een kosteriegoed in 1838 gekocht door D. H. Bentinck, vrederechter. Maar ook het fraaiste en oudste gebouw dat Raalte bezit staat er op: de eenbeukig laat-gotische plaskerk, reeds daterend uit I 123. Op het moment dat dit onderschrift wordt gesteld is de restauratie in volle gang, waarmee voor Raalte een prachtig stuk geschiedenis en cultuur behouden blijft!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek