Randwijk in oude ansichten

Randwijk in oude ansichten

Auteur
:   J. Hendriks
Gemeente
:   Heteren
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0901-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Randwijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Reeds vele eeuwen ligt het dorpje Randwijk vredig weggedoken tegen de hoge en beschermende bandijk van de Over-Betuwe. Zijn tegenwoordige eenvoud doet niet vermoeden dat het een interessant verleden heeft. Toch wordt in de oude oorkonden gesproken van een belangrijke functie van dit dorp in het centrale handelsverkeer langs de Rijn. Was Randwijk een stapelplaats? Speelde het een rol op de grote rivier? Het is duidelijk dat in deze inleiding slechts een klein tipje van de grijze sluier van het verleden kan worden opgelicht. De ruimte in en het doel van dit ansichtkaartenboek laten niet toe de geschiedenis breedvoerig te beschrijven, maar ook zijn er nog vele vragen onvoldoende beantwoord.

De naam van ons dorp heeft in de loop van de tijd wel enige veranderingen ondergaan. Zo wordt het in het jaar 1003 als Reinvigh gespeld; latere vormen zijn Rinwiek (1019, 1147, 1155-1165 en 1177), Rinwie (1256) en Ranwic (1299). In de veertiende eeuw is er nog een letter d in de naam geslopen en zo ontstond de huidige vorm Randwijk. Weinigen zullen dan ook vermoeden dat het eerste deel van de naam ontleend is aan de rivier de Rijn. Over de betekenis van het tweede deel van de naam bestaat bij de geleerden geen eenstemmigheid. Het onderdeel wijk in de namen als Randwijk, Meinorswijk (meginhardiswick) en Wijk bij Duurstede kan eenvoudig verklaard worden uit het Latijnse "vicus", dat dorp of ook wel landgoed betekent. Een verdergaan de verklaring is dat "wik" oorspronkelijk de betekenis heeft gehad van stapelplaats. In die tijd werd de handel verzorgd door rond-

trekkende kooplieden, ook wel "Wickinger" genoemd. Op bepaalde plaatsen werden de goederen open overgeslagen en deze stapelplaatsen werden met "wick"of wijk aangeduid. Zo'n verklaring heeft voor ons iets aantrekkelijks, omdat ze aansluit bij de oorkonde van 1177, waarover straks meer. Vatten we het voorgaande samen, dan krijgt de naam Randwijk de betekenis van opslag- of overslagplaats van goederen aan de Rijn.

We keren nu terug naar de oudst bekende oorkonde waarin Randwijk wordt genoemd. In die tijd leefden Balderik en zijn vrouw Adela, loten uit het gravengeslacht van Hamaland. Ze hadden veel hofgoederen in Gelderland langs de Rijn, maar ook in de Betuwe, op de Veluwe en zelfs in Drente. Van hen wordt in de annalen niet zo veel moois verteld. Ze leefden in onmin met hun naaste verwanten over het bezit van de familie en dat laatste leidde enige malen tot doodslag. Op voorspraak van Heribert, de aartsbisschop van Keulen, schonken Balderik en Adela in 1003 de hoven Altinge (Elten?), Vellepe (Velp) en Reinvigh aan een altaar in de kerk van Deutz (toen vlakbij Keulen). Welke overwegingen hen geleid hebben, kan men alleen maar gissen. Waren het zuiver liefdadige of godsdienstige gevoelens, of werden ze tot deze daad gedwongen? Of was het een vorm om hun goederen op deze wijze veilig te stellen? Later worden de goederen geschonken aan het klooster dat Heribert zelf in Deutz bij Keulen heeft gesticht. We volstaan hier met het noemen van de voornaamste feiten, maar over het klooster Deutz en over het beheer van zijn

goederen zijn nog interessante gegevens bekend. In 1256 verkoopt het klooster zijn bezittingen in Eltinge, Velp, Rijnwijk en Wijk aan Otto, graaf van Gelre. Reeds eerder treedt er in de oudste geschiedenis van ons dorp een graaf van Gelre op. In het jaar 1177 belooft graaf Gerard, zoon van Hendrik, met toestemming en onder het zegel van zijn vader, aan de ingezetenen van de stad Utrecht dat hij hen zal vrijstellen van de beden te Rijnwijk. Daarbij werden bepalingen gemaakt over het gebruik van lichterschepen. Hoewel deze oorkonde niet altijd als echt erkend is en de achtergronden niet alle even duidelijk zijn, wijst zij wel op een belangrijke functie van Randwijk in die tijd. Hier werd tol of bede geheven. Ook werden er goederen overgeslagen, dat wil zeggen van het ene in het andere schip overgeladen. Of dit een directe noodzaak was of dat de kooplieden hiertoe werden gedwongen door de omstandigheden op de rivier, we weten het niet. Het zou in deze inleiding ook te ver voeren alle facetten van die vroegste tijd uitvoerig te belichten.

In de leenakteboeken van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen wordt in 1326 een Wouter Ywiss van Renwiek genoemd. Hij is bezitter van een "huys ende die hofstat te Renwick" en houdt dat "in leen" van de graaf van Gelre. Hieruit valt af te leiden dat er in die tijd in Randwijk een versterkt huis, kasteel of burcht is geweest, dat later is verdwenen. In het laatst van dezelfde eeuw (1380) blijken de tienden van "Renwick, van Oyhusen ende van Laeckmonde" in het bezit te zijn van de vrouwe van Lange-

rak. Het is zeer waarschijnlijk dat deze tienden behoord hebben tot de eigendommen van de kasteelheer. Immers, ze werden eveneens van de graaf van Gelre in leen gehouden en volgen in zijn administratie vlak na elkaar. Het kwam vroeger veel voor dat de kasteelheer op zijn terrein een kerk stichtte. De tienden als inkomsten van de kerk blijken dan ten goede te komen aan de kasteelheer.

Randwijk wordt door Van der Aa (1830) nog een heerlijkheid genoemd. Ook Lakemond en Indoornik, twee buurschappen ten zuiden en westen van ons dorp, staan als zodanig te boek. Maar wie de oudste leenheren zijn geweest en hoe de leenverhoudingen zich hebben ontwikkeld of zijn verdwenen, daarover is nog weinig klaarheid.

In het rechterlijke bestel behoorde het kerspel Randwijk tot het schout- of panderambt Heteren. Hertog Willern van Kleef (als hertog van Gelre en Zutphen) stelde in 1539 de buurschap Lakemond onder de jurisdictie van het schependom van Wageningen. In de hoge heerlijkheid Indoornik werden de richter en enige schepenen door de heer aangesteld.

Na de Franse tijd gaat het gehele gebied Randwijk, Indoornik en Lakemond burgerlijk tot de gemeente Heteren behoren.

Nu we het een en ander verteld hebben van de vroegste geschiedenis, wordt het tijd u mee te nemen naar die van het jongste verleden, dat u hier getoond wordt in ansichten.

1. Foto uit circa 1916. Hier een prachtig gezicht op een gedeelte van het dorp. Midden op deze foto het toen zo geheten Marktplein van Randwijk. Links vooraan, bij het begin van de Erfstraat, een meisje met een hoed op: Dikkie Goedvriend. Naast haar, staande, Zus Teunissen van Manen en zittend tegen de muur Eduard Teunissen van Manen. De drie mannen rechts zijn: Johan Willemsen, leunend op zijn fiets, A.W. van Gelder en, leunend tegen de gevel van het huis, Karel van Wijk. Het geheel ligt verscholen tussen een stukje prachtig natuurschoon. Van dit alles is nu niets meer terug te vinden. Het is allemaal weggevaagd door het oorlogsgeweld van 1940-1945.

2. Foto uit omstreeks 1907 met een gezicht op de Dijkstraat. Op de voorgrond de "Wilhe1minaboom", genoemd naar wijlen koningin Wilhe1mina. Om de boom heen het hoge hekwerk, ter bescherming tegen eventuele vernielingen (en dergelijke), dat in latere jaren verdwenen is. Het jongetje op klompjes bij de boom is Bart Bitter, een zoon van Hannes Bitter. Van de rij huizen die wij hier links zien staan is het huis vooraan van Frederiks, vervolgens die van Klomp, Van Wijk en Gerritsen en helemaal achteraan, waarvan de punt van het dak nog is te zien, het huis van Hendrik Timmer. Ook die zijn allemaal verdwenen door geweld in de Tweede Wereldoorlog.

3. Hier even een kijkje dat zeker de moeite waard is: voor de winkel van Van Gelder in het dorp, nu Kerkstraat nummer 2. Dit was een kruidenierswinkel met broodbakkerij. Naast de winkel het kleine, voormalige postkantoortje van Randwijk. Ook hier deed Van Gelder zijn dagelijkse werkzaamheden. De man met paard en wagentje is Kees den Otter, die met dit unieke vervoermiddel dagelijks de mensen in Randwijk van brood van de warme bakker voorzag. Kees was werknemer bij Van Gelder en was bij hen dag en nacht in huis. Ook dit winkelpand en het postkantoortje zijn niet meer terug te vinden.

4. Een gezicht op de kom van het dorp, vanaf het punt Erfstraat-Kerkstraat, in de jaren twintig. Rechts op de voorgrond het winkel-woonhuis, met het postkantoortje ernaast, van de familie Van Gelder. De man vóór het postkantoortje is A.W. van Gelder. zelf. De man met de fiets in de hand is Wim Bouwmans. We zien hier heel goed hoe slecht en modderig de wegen in Randwijk toen nog waren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek