Renesse in oude ansichten deel 2

Renesse in oude ansichten deel 2

Auteur
:   C.P. Pols
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3385-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Renesse in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

DUINPANORAMA, RENESSE

26. De duintrap aan het einde van de La6ne omstreeks 1934, die werd gebouwd ten behoeve van het personeel van de vuurtoren in 1848. Het baden is aan de Zeeuwse kusten nooit zonder gevaar geweest, maar in Renesse kon dat practisch tot nul worden gereduceerd. Maar men moest zich niet buiten de strandhoofden begeven en liefst evenwijdig aan de strandlijn zwemmen. Men baadde uitsluitend bij opkomend water en vloedstand; bij afgaand water is zowel baden als zwemmen overal levensgevaarlijk. Bij voorkeur gold voor zwemmers dat men zich onmiddellijk links van de duintrap te water moest begeven. Bij de duintrap bevond zich een bord waarop de waterstand was af te lezen. In de "ververschingstent" van Piet Telle op het strand was enig reddingsmateriaal opgeslagen.

Dit waren wat aanwijzingen voor baders en zwemmers uit de eerder aangehaalde VVV-gids van 1932.

Renesse

Bij de Duintrap

27. Door de eeuwen heen zijn Brouwershavensegat en Grevelingen belangrijke scheepvaartwegen geweest. Voor Zierikzee, eens een belangrijk centrum van zeevaart, visserij en handel, waren het destijds de levensaders. In later jaren profiteerden de havensteden Dordrecht en Rotterdam en uiteraard ook Brouwershaven eveneens van deze waterwegen, nadat de Maasmond en het Gat van Goeree door verzanding voor de scheepvaart minder veilig waren geworden.

Om vreemde schippers bij dag en nacht langs de wirwar van platen en geulen de goede weg te wijzen, bracht men al in een zeer vroeg stadium een - uiteraard - primitief stelsel van bebakening en betonning aan. In het jaar 1352 verleende graafWillem IV aan de schippers van het St. Jansgilde te Zierikzee vergunning om bakens te zetten in de duinen van de Westhoek van Schouwen. In 1388 gafhertog Albrecht opdracht in de duinen een landteken te plaatsen en in zee drie tonnen te leggen. Door duinafslag en verstuiving moesten de landbakens van tijd tot tijd verder landinwaarts verplaatst worden. Op een kaart van de duinen van Nicolaas Visscher staan twee torens - ook wei kapen genoemd - aangegeven; de noordkaap met twee vuurboeten en de zuidkaap bij de duinvallei 't Zeepe. Aanvankelijk werden deze bakens en vuren hoofdzakelijk onderhouden ten behoeve van de visserij. In een later stadium profiteerde ook de koopvaart van hun aanwezigheid.

Ook verder landinwaarts werden al in een vroeg stadium de schepen de weg gewezen als de duisternis was gevallen. Aanvankelijk werden in de buurt van Renesse op bepaalde duintoppen houtvuren gestookt. Later bouwde men aan het einde van de La6ne een houten kaap met een toplicht. Toen dit houten geval in 1855 afbrandde, bouwde men er in 1856 de zogenaamde ijzeren vuurtoren, die in 1915 werd afgebroken. Verder oostwaarts werd in 1848 in het duingebied van Noordwelle een 25 meter hoge stenen toren gebouwd, die in 1857 met 14 meter werd verhoogd. Ais men de lichten van de ijzeren en van de stenen toren in eri lijn had, betekende dit dat men op een juiste en veilige koers lag. Beide torens hadden driepits petroleumlantaarns. De stenen toren werd in 1916 door de genie opgeblazen. De stenen toren noemde men ook weI de vuurtoren van NoordSchouwen. Deze toren was door het verplaatsen van de vaargeul overbodig geworden.

Op deze oude ansichtkaart uit het begin van deze eeuw was het einde van de La6ne nog maar een klein smal slingerpaadje. Onder aan de voet van het duin staat de lichtwachterswoning.

mtg. :&. w. J. Ochtmaa, Zierikzee

IJzeren Vuurtoren bij

28. Een werkelijk puntgave ansichtkaart uit 1902 met een fraaie afbeelding van de zogenaamde ijzeren vuurtoren, die hier in 1856 werd gebouwd. Het was de eerste gesloten toren die in Nederland werd gebouwd, door L.I. Enthoven & Co te 's-Gravenhage. Behalve de ijzeren toren werd er in Renesse ook weI over "den eersten toren" gesproken en met de tweede bedoelde men dan de stenen toren onder Noordwelle. Hoewel er al jaren een strandtrap was gebouwd, werd deze omstreeks 1920 vervangen door een betonnen trap. De vroegere lichtwachterswoning, die eigenlijk een dubbele lichtwachterswoning was, werd bij akte van 22 augustus 1947 verkocht aan Jan Gloude. Deze is hier het bekende pension "Zeerust" begonnen, nadat er door aannemer J.H. Braber grondig was uitgebreid en gemoderniseerd. Tegenwoordig zwaait Jan Gloude junior hier de scepter en de voormalige lichtwachterswoning heet hotel-pension "Zeerust".

De ijzeren vuurtoren te Renesse.

Uihz:. R. w. J. Ochtman, Appelmarkt, Zierikzee.

29. Op deze ansichtkaart uit 1908 zien we de beide Renesser vuurtorens op een lijn. Op de voorgrond de ijzeren of eerste toren en helemaal naar achteren - op grondgebied van Noordwelle - de stenen of de tweede toren. De ontwerper van de ijzeren toren was Q. Harder, het gebruikte materiaal was gietijzer en de grondvorm was een tienzijdige afgeknotte piramide. Aannemer van de funderingwasJ. van derMade Dzn. en Co te Klundert voor f 1O.948,-en aannemervan de toren L.J. Enthoven & Co te 's-Gravenhage voor f 40.800,-. De leverancier van het lichttoestel was Le Paute uit Parijs.

De eerste ontsteking van het licht was op 16 december 1856. Het licht was voor de scheepvaart zichtbaar op 4 a 4lh zeemijl van 15 in de graad. De hoogte van de toren boven de vloer op de begane grond was 17 meter en de hoogte van de lichtbron boven gewoon hoogwater 35 meter.

VLiurtoren hi} Renesse

" '

30. Hier zien we een afbeelding van de kustlichttoren hoog bij Renesse, zoals die eigenlijk officieel heette. In Renesse sprak men echter altijd over de stenen of tweede toren. De toren werd hier in 1848 gebouwd en het onderstel was een ontwerp van L. Valk en de gietijzeren bovenbouw van Q. Harder. Het onderstuk was dus opgetrokken van steen en de opbouwvan gietijzer, terwijl de grondvorm in het bestek kogelvormig wordt genoemd. De aannemer van de fundering was Daniel de Jongh uit Ameide voor f 49.000,-later verhoogd met f 7995,- voor een post meerwerk en de gietijzeren opbouw werd acht jaar later (1856) geplaatst door gieterij Enthoven.

De eerste ontsteking vond plaats 01' 1 september 1848 en de tweede op 16 december van hetzelfde jaar. De toren werd door de genie door middel van springstof op 25 juli 1916 gesloopt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek