Renesse in oude ansichten deel 2

Renesse in oude ansichten deel 2

Auteur
:   C.P. Pols
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3385-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Renesse in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Srode uii Schouwen.

31. In ons bezit is een uitgebreid verslag betreffende de "Vernieling van de oostelijken lichttoren op Noord-Schouwen". Zo heet dat verslag officieel en het werd samengesteld door H.S. de Roode, Kapitein der Genie. Tijdens de regering van Willem II Koning der Nederlanden, Prins van Oranje Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz. enz. enz. is deze lichttoren met de daarop stilstaand licht, gebouwd en opgerigt, onder het bestuur van den vice admiraal J. C. Rijk, Minister van Marine, en het licht voor het eerst ontstoken op den 1sten september 1848. Deze steen ligt (1978) in het magazijn van de kustlichttoren te Haamstede. De steen werd in het begin van de jaren vijftig, door de toenmalige chef van de bouwkundige dienst van het loodswezen, P. de Ruiter, aangetroffen in de tuinmuur van een woning te Renesse. De eigenaar van de woning stond de steen afvoor de kosten van herstel van de erfscheiding rondom zijn erf.

De ijzeren lichtopstand zoals vuurtorens in vaktermen ook wei worden genoemd, bevatte een vast wit licht, dat gedurende een periode van bijna zeventig jaar de weg had gewezen aan de schepen die gebruik moesten maken van het Brouwershavensegat. Door slopershand werd de gegoten ijzeren bovenbouw omlaag gestort. Juist was men hiermee klaar, toen nog tijdig het voorstel kon worden gedaan om de val van het metselwerk dienstbaar te maken aan een nuttige oefening. Die nuttige oefening betrof dan het aanbrengen en ontsteken van springladingen door het voor dergelijke werkzaamheden aangewezen geniepersoneel. Dit voorstel werd goedgekeurd bij schrijven van de ministers van Marine en van Oorlog. De regeling der vernieling werd opgedragen aan de vice-admiraal, commandant in Zeeland, het toezicht op de werkzaamheden aan de commandant der spoorwegafdeling van het algemeen hoofdkwartier. De eerste luitenant der genie, C. Mattern, had de gehele voorbereiding in handen.

32. De wijze waarop de vernieling in zijn werk ging, is te uitgebreid in het rapport opgenomen, zodat we daar maar een paar hoofdpunten uit over kunnen nemen. De richting waarin de toren moest vallen, werd gekozen naar de zeezijde, ten einde de kleinste springladingen aan de landzijde te kunnen aanbrengen, waardoor de mogelijkheid van beschadiging van de naburige gebouwen vrijwel werd uitgesloten. Om niet meer springstof te gebruiken dan bepaald nodig was, werden geen vrijliggende ladingen toegepast, waarmee de vernieling in ongeveer een uur tijds zou zijn uitgevoerd, maar werden er mijnkamers in het metselwerk gehakt.

Als springstof werd gebruik gemaakt van Amerikaanse springgelatine in handelsvorm. Dat waren rolletjes van 105 gram. De totale hoeveelheid benodigde springstof was 59,5 kilo. Elke lading werd tot ontploffing gebracht met een slaghoedje van 2 gram slagkwik. Aangezien aile ladingen gelijktijdig werden ontstoken, bevonden de slaghoedjes zich in verbindingsbuisjes ter bevestiging aan de honderd meter lange slagkoordgeleiding, die de ladingen onderling verbond.

Uitwerking van de ontploffing.

Tussen 1 en 2 uur 's middags van 25 juli 1916 werd aan het plaatsen van de ladingen en het aanbrengen van de ontstekingsmiddelen de laatste hand gelegd. Hierbij waren onder anderen tegenwoordig de vice-admiraal G.P. van Hecking Colenbrander en de inspecteur der genie, de generaal-majoor J.Z. Stuten. Nadat alles nog eens goed was gecontroleerd en het terrein rondom de toren tot op 400 meter afstand was ontruimd, werd tot ontsteking van de ladingen overgegaan. De hand van de viceadmiraal ontstak door een druk op de contactknop van het ontstekingstoestel de ladingen, die aan het bestaan van de stenen toren een einde maakten. De ontploffing tekende zich af met een zware, geelwitte rookwolk en een betrekkelijk lichte knal. De toren werd enigszins opgelicht en stortte in grote stukken in de richting van de zeezijde. Van de voormalige lichtwachterswoning, die zich aan de landzijde op zo'n 70 meter afstand van de toren beyond, bleek slechts een dakpan te zijn verbrijzeld. Overigens veroorzaakte de ontploffing voor de omgeving geen schade. Op nevenstaande foto zien we de mannen van de genie, die het karwei op de juiste wijze wisten te klaren.

33. Behalve twee vuurtorens, die soms ook wellichttorens werden genoemd, stond westelijk van de duintrap te Renesse in vroeger jaren een zogenaamde lichtopstand. Volgens de bestektekening, behorend bij het contract met de bouwer van deze lichtopstand, Penn en Baudien te Dordrecht, van 30 maart 1914 bedroeg de bouwsom van dit kustlichtf 13.000,-. Men moet zich voorstellen dat dit licht ongeveer zevenhonderd meter westelijk van de Renesser duintrap stond. In de bouwsom zat ook nog een post voor het plaatsen van een veel kleiner geleidelicht, dat in de omgeving van de oude hoeve was opgesteld. Dat was eigenlijk niet meer dan een soort havenlicht of schaarlicht, ter beveiliging van het scheepvaartverkeer in de Schaar van Renesse. Het hiemaast afgebeelde kustlicht was v66r 1938 al weer verdwenen. Met het onderhoud was belast de in Westzaan geborenJan Houtman (1879-1971), lichtwachteren hoofd van de kustwacht. (Met dank aan deheer H.D. Huiste Voorburgvoorde verstrekte informatie met betrekking tot de Renesser vuurtorens.)

DUINPANORAMA BIJ HET KUSTLICHT TE RENESSE

34. Behalve de genoemde opzichters bij 's Rijkskustverlichting waren uiteraard ook heel wat lichtwachters nodig om de lampen in de toren brandende te houden. Volgens het bericht aan zeevarenden van 5 september 1848, dat verscheen in de Nederlandse Staatscourant van 7 september 1848 (no. 212), werden op het eiland Schouwen op 1 september 1848 voor het eerst drie kustlichten ontstoken en wei: een op de stenen opstand; een op de houten opstand en een als verklikker. Volgens een later bericht aan zeevarenden van 9 december 1856 en gepubliceerd in de Staatscourant no. 301 werden de stenen en houten kustlichten vervangen door de stenen kustlichttoren te verhogen met een ijzeren opbouw en de houten toren door een gietijzeren kustlichttoren. De lichten in deze beide torens werden voor het eerst ontstoken op 16 december 1856. Wachters oflichtwachters waren in Renesse vanaf 1 december tot 1913 31 personen. Daarbij moet nog worden aangetekend dat Jan Houtman als lichtwachter en tevens als hoofd van de kustwacht te Renesse in dienst bleef tot 30 november 1932.

De eerste lichtwachter die hier op 1 december 1847 in dienst trad was Cornelis Kwant. Deze was op 8 mei 1796 te Haamstede geboren, bleef in Renesse tot eind maart 1853 en vertrok toen naar Kijkduin. Zijn opvolger was Pieter Verbost, geboortig van Elkerzee, en verder lezen we dan nog de volgende namen van opvolgers: Jan Fernim, L.M. Wenninger de Buy, G.J.c. Post, L. Leunis, Petrus Kwant, zoon van de eerste lichtwachter, C. van der Meule, afkomstig van Dreischor, Maarten Berman uit Ouwerkerk, H. Dorps uit Haamstede, W. Kuiper, Jacob van Damme uit Kerkwerve, Willem Viergever uit Brouwershaven (die in Renesse is blijven wonen en hier op 13 januari 1925 overleed), WillemPieterse, L.B. Brauns, J. van Donk, Bartel Patmos (geboren 26 februari 1845 te Renesse en alhier overleden op 19 juli 1926), Q. Crombouw, M. Kooistra, Pieter Corbeel (geboren te Renesse op 11 januari 1850 en hier overleden op 8 december 1918), Jan Cordia (geboren te Maassluis), Arend Hoogenboom, P.J. Wagner, Jogchem Hoogenboom, Arie Boot, Jacob Berkhout (geboren te Renesse op 27 december 1853 en in 1915 vertrokken naar Haamstede) en Jan Houtman, geboren op 13 september 1879 te Westzaan en op 30 november 1932 vertrokken naar Haamstede.

Voor aile duidelijkheid moge nog dienen dat Cornelis Kwant, die in 1853 naar Kijkduin vertrok, naar Kijkduin bij Scheveningen verhuisde en niet naar de zogenaamde derde lichtwachterwoning, die toevallig ook .Kijkduin'' heet.

Op deze ansichtkaart zien we rechts op de voorgrond het tweede lichtwachtershuis, dat tegenwoordig .Duinzoom'' heet en verderop staat het derde lichtwachtershuis, dat .Kijkduin'' heet. En wie over heel goede ogen beschikt, ziet direct achter .Kijkduin" en rechts van de stenen toren ook nog het vierde lichtwachtershuis staan. We hadden dat aanvankelijk ook over het hoofd gezien, maar het staat er weI.

Duinstreek bij Renesse

35. Pension "Zeerust" bij de trap van Renesse was aanvankelijk een dubbele liehtwaehterswoning, zoals er verderop in oostelijke riehting nog drie stonden. Toen in de vorige eeuw de ijzeren en de stenen toren in Renesse werden gebouwd, werden vrijwei in dezelfde periode woningen gebouwd voor de liehtwaehters en voor de opziehters van de Rijkskustverliehting. We laten nu de namen van de opzichters volgen die hier vanaf 1 september 1847 dienst hebben gedaan: 1. Petrus Johannes Heijning, hij was in 1817 te Chinsueha in Bengalen geboren en vertrok van hier in 1851 naar Den Helder. 2. Arie Torman kwam hier op 1 april 1851 , was te Hellevoetsluis geboren en vertrok in 1854 naar Rotterdam. 3. Abraham Cornelis Bon, genaamd Goed, was afkomstig uit Delft en kwam hier op 16 juli 1854 en vertrok op 1 april 1856 naar Haamstede. 4. Jan Pieterse, in 1814 geboren te Domburg, kwam in 1856 en bleef hier opzichter tot 1891 en bleef in Renesse wonen. 5. Zijn plaats werd ingenomen door naamgenoot Willem Pieterse, die in 1849 te Westkapelle geboren was. Deze Willem Pieterse kwam hier op 1 juli 1891 en vertrok op 30 juni van het jaar 1899 naar Seheveningen. 6. Xavier Antonie Joseph Mage kwam op 1 juli 1899 naar Renesse, was afkomstig uit Falisfolle in Belgie en vertrok in 1906 naar Antwerpen. 7. Zijn opvolger werd Pieter Christiaan Anthonie van Hoepen. Van Hoepen was een Zeeuw van geboorte, want hij was op 1 november 1854 te Veere geboren. Hij kwam hier op 1 oktober 1906 en vertrok op 27 januari 1916 naar Eierland op Texel. Na januari 1916 werd geen opzichter van's Rijkskustverliehting meer benoemd. De vuurtorens waren in dat jaar immers al verdwenen. Het verdere toezieht werd opgedragen aan het hoofd van de kustwaeht in Renesse, de liehtwaehter Jan Houtman, geboren op 13 september 1879 te Westzaan, gehuwd met Catharina Klasina Samano Houtman vervulde deze funetie van 14 januari 1916 tot 30 november 1932 en vertrok vandaar naar Haamstede. Jan Houtman is op 2 november 1971 overleden op de hoge leeftijd van 92 jaar.

Wie hier vroeger allemaal wel gewoond hebben? Onder anderen de gezinnen van J aeob Berkhout, Arie Verspoor en's zomers ook de familie van baron van Haersolte.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek