Rhenoy vanouds

Rhenoy vanouds

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3763-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rhenoy vanouds'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

11

De grote brand van 1 90 1

Op donderdag 23 mei 1901 omstreeks twee uur 's middags ontstond door onbekende oorwak brand in het achterhuis van de woning van winkelierTh. Fernhout. In onnoemelijk korten tijd deelden de vlammen zich mede aan de belendende perceelen, zoodat in twee uur tijd 14 huizen, waaronder twee boeren hofsteden met hooibergen en een mandenmakerij, in lichte laaie stonden. Door groote inspanning is het mogen gelukken de openbare school, kerk, pastorie en onderwijzerswoning te behouden; alleen is de daklijst van de school afgebrand en er was enige waterschade. Persoonlijke ongelukken kwamen niet voor; wel echter zijn verb rand een geit en een hond. Drie inboedels en een huis waren niet verzekerd; 14 gezinnen zijn zonder dak. Bij F.e. Verstegen is o.a. verb rand circa 150.000 pond hooi. De grote omvang van de brand moet worden toegeschreven aan: I.dat bij het uitbreken van de brand bijna alle mannelijke bewoners op het veld aan den arbeid waren, waardoor de plaatselijke middelen niet zo spoedig als wel gewenst zoude zijn geweest ter plaatse van den brand aanwezig waren; 2.dat door de buitengewone droogte der daken met riet of stroo gedekt en de fellen wind, de gebouwen staande in de richting van den wind allen in zeer korten tijd in brand stonden en aan blusschen niet viel te denken. Om 4 uur 's middags waren de opgegeven gebouwen vernield en verder gevaar bedwongen. De afgebrande huizen waren betrekkelijk dicht bijeen gebouwd. Gebouwen met pannenbedekking bleven gespaard. De brandbluschmiddelen verkeerden in goeden toestand. De 2 spuiten van Beesd werden ogenblikkelijk na 't ontvangen bericht van brand vervoerd naar Rhenoy; maar kwamen niet in werking, omdat verder gevaar geweken was. De volgende brandspuiten hebben aan het bluschwerk deelgenomen: 2 brandspuiten van Acquoy, die de openbare lagere school en schoolhuis hebben gespaard, 2 van Rhenoy; 2 van Rumpt en I van Gellicum. Aldus de berichten in de kranten "De Geldermalser" en "Nieuwe Tielsche Courant" van 25 mei 190 I. Verbrand waren de woningen van: schipper Jan Wouterse aan de Lingedijk, waar later Tonnie van Hevelingen woonde; visboerThomas Fernhout-Temminck (tevens schipper/kruidenier), wiens huis stond op de plek waar later Dorus Story bouwde; bie-

tenagent Jan van Gameren (1840-1916), getrouwd met Willemina E. van Leeuwen, die in het huis aan de Lingedijk woonde dat later als r.k. onderwijzerswoning in gebruik was; Jan Wiggelinkhuijsen (postbode), wiens huis en mandenmakerij voorbij het eind van 't bogerdje van Henk Story stonden; M. van Leeuwen; W van Westrenen, Middenstraat; A. Dekker-de Ruiter; D. van Leeuwen-Broekhof; Matthijs van Dijk-van Ewijk en 1. van Dijk; Manuel Sleeuwenhoek-Verbeek; mej. 1. van Kampen; Marie van Roden (Achterstraat) waar later familie Alfons Marechalvan Roden woonde; landbouwer Floris e. Verstegen-Bijl; landbouwer Dirk van Dijk-van Gernert (18351906) en een pakhuis met graan van Will em Story, tegenover de bakkerij aan de Lingedijk. De burgemeester dankte naderhand de spuitgasten van Acquoy, Rumpt en Gellicum voor de gewaardeerde hulp bij de hevige brand. Ook voldeed hij de declaratie van brandmeester Van Asch uit Rumpt, groot f 77,60, voor bewezen diensten der brandweermannen. De diaconie van Rhenoy bood hulp (f 100,-) aan Fernhout, wiens winkelwaren en inboedel niet waren verzekerd. Zijn schade bedroeg f 2000-, maar zijn hit en kar waren gered. In juli werd er een gratificatie vanwege Hare Majesteit de Koningin verstrekt aan Fernhout (f 25,-) en aan M. van Leeuwen hetzelfde bedrag. Op de foto, genomen bij familie Verstegen aan de Achterstraat, zien we een deel van de gedupeerden bezig met het afbikken van stenen, die weer opnieuw werden gebruikt om de woningen te herbouwen. Spoedig na de brand kwam het "ramptoerisme" op gang: de ontstane ravage trok volop bekijks uit de hele omtrek. Een ding was zeker na alle ellende die deze ramp met zich meebracht: voorlopig was de werkgelegenheid in het dorp gewaarborgd.

12 Vrijwillige brandweer - anna 1963

Eind augustus 1963 werd er voor de vrijwillige brandweer van Rhenoy een gloednieuwe motorspuit aangeschaft met een capaciteit van 1500 liter water per minuut. De brandspuit werd bekostigd door gemeente Beesd en geleverd door fa. Bikker uit Rotterdam. Opgetogen en in vol ornaat poseren hier de actieve brandweerlieden van Rhenoy voor de brandweergarage aan de Dorpsstraat 49.Voordien werd er bij brand gebruik gemaakt van een afgedankte motorspuit uit Beesd, die niet meer vol deed aan de eisen des tijds. Bij een brand in april 1963 had het 23 minuten geduurd voor de oude spuit water had gegeven en dat was natuurlijk veel te lang. De brandweermannen mochten een cursus gaan volgen om vertrouwd te raken met de bediening van de nieuwe motorspuit. De cursus bestond uit 17 lesssen it flo per persoon; de kosten werden gedragen door gemeente Beesd. Bovendien werd het aantal oefenavonden per jaar uitgebreid tot acht en werd er besloten tot een betere betaling van de actieve leden. Voor opkomst bij brand werd f 3,7 5 per uur uitbetaald, terwijl de brandweerlieden f 3 0 beloning per jaar ontvingen. De hoofdbrandmeester en brandmeester kregen jaarlijks respectievelijk f 200 en f 100. of schoon de vergoedingen niet te laag waren, scheen er weinig animo te bestaan onder de jongeren om toe te treden tot de vrijwillige brandweer. Ook vonden steeds meer jeugdigen een baan buiten Rhenoy en waren dan overdag niet bereikbaar als er brand uitbrak, wdat het geen zin had om bij de brandweer te zijn. Met glunderende gezichten staan hier v.l.n.r.: De Gier, wethouder en loco-burgemeester der gemeente Beesd; Van de Burg, gemeenteraadslid; Thijs van Leeuwen (1900-1964), commandant van Rhenoy en in het dagelijks leven cafehouder van "De Prins"; Thijs was de man die de sirene liet loeien als er brand was uitgebroken. Voorheen werd een brand gemeld door Marie van

Kuilenburg, die f 1 per melding ontving. Met hoed, Van derWal uitTricht, die opzichter was bij gemeente Beesd; Rien van Akooij, mandenmaker bij Gerard Wiggelinkhuijsen; hij werd later commandant. Floor Verstegen, eigenaar van een gemengd agrarisch bedrijf; daarachter staat gemeentesecretaris Van Brakel; spuitgast Kees Verstegen (1930 - 2000), landbouwer en wonend aan de Rhenoyseweg; Cornelis van Steijn, spuitgast en gemeentewerker; Anton van Iterson, die als verwarmingsinstallateur de kost verdiende; Johannes]. Spronk (1899-1967), brandweercommandant van Beesd; Wiet Story, die een meel- en graanhandel heeft aan de Lingedijk; Andre Verhoeve, fruitteler.

Doorgaans bestond de brandweergroep uit acht personen. Toetreding had meestal aileen plaats op verzoek van de brandweercommandant. Bij brand werden de slangen uitgerold en de pompmachine gelnstalleerd. Het water kwam uit de sloot, de Linge of de brandkraan. De kleding werd verstrekt door gemeente Beesd: een waterdichte, leerachtige gevoerde broek en jas, een helm en een riem. Laarzen moest iedereen zelf aanschaffen.

De brandweergarage werd omstreeks 1960 gebouwd aan de Dorpsstraat, op de plek waar eerder het brandweerhuisje stond. Toen de vrijwillige brandweer werd opgeheven, werd de garage verkocht aan ].G. in den Eng, die het gebouw gebruikte als hobbyruimte. In april 1998 kreeg hij vergunning om deze bestemming te veranderen in woonruimte, waarmee hij bijwnder in zijn sas was! In juli 1965 kreeg het corps van Rhenoy de beschikking over een prachtige, nieuwe manschappenwagen, waarmee een hartewens in vervulling ging. De versleten motor van de oude wagen had enkele malen geweigerd, zodat men hem eerst moest duwen voordat er kon worden uitgerukt naar de brand.

13 Achterstraat met dorpspomp - anna 1922

Op onze wandeltocht door Rhenoy ontmoeten we omstreeks 1922 in de Achterstraat spelende kinderen, die vol belangstelling de bezigheden van de fotograaf gadeslaan. Rechtsachter de jongeling met de velocipede - zo werd een fiets destijds vaak genoemd - zien we de dorpspomp. Deze pomp stond voor het huis waar nu Cees Temminck woont, aan de Dorpsstraat 3032. De pomp was gemetseld van bakstenen en de kap was gemaakt van zink, met een bolletje er op gesoldeerd. Zoals gebruikelijk hing de smeedijzeren zwengel met bal aan de zijkant. Voor de pomp lag een rooster, waar doorheen het overtollige water kon wegstromen via een slootje naar het achtergelegen land, waar nu de Wethouder Van Gamerenstraat ligt. Het water, waarvan de kwaliteit over het algemeen niet altijd even goed was, werd gebruikt om te koken en te wassen. Het werd in emmers gesjouwd naar de huizen, die zelf niet over een pomp beschikten. De dorpspomp was een plek waar de buurtbewoners elkaar ontmoetten en nieuwtjes/roddels uitwisselden. Kinderen die het niet zo nauw namen met de hygiene, werden er door andere bengels nat gegooid, omdat ze er soms ongewassen uitzagen. Waarschijnlijk is er een pomp geplaatst door gemeente Beesd omstreeks 1875. In maart 1907 werd er door bewoners van de Achterstraat het volgend verzoek ingediend bij de gemeente: Wij ondergeteekende aile inwoners van het dorp Rhenoy verzoeken UEdl voor ons een pomp te plaatsen, daar wij ten aile tijden van goed drink water verstoken zijn, terwijl goed drinkwater een hoofdverijschte voor de gezondhijd is. Hopende dat U aan ons verzoek wildt voldoen verblijfven wij met de meeste achting, Uw dienaren A.C. de Bie, T.WVersteegh, G. de Vries, Th. Fernhout, D. de long, H. en B. van Stappershoef, O. Verwei, A.c. de long, Gebroeders Temminck, H.P. Voet, G. Hijkoop. De kosten van de pomp, met putsteen, timmer- en ijzerwerk werden begroot op f 226,50 (behalve de bovenbouw). Zo kwam er in ieder geval ooit een tweede pomp, wat blijkt uit een krantenbericht van januari 1928: Beide

pompen die wij hier bezitten, zijn tot groot ongemak van de Achterstraatbewoners defect. Vermoedelijk de gevolgen van den strengen vorst der laatste dagen, niettegenstaande de goede bedekking. In een raadsverslag van juni 1920 werd geopperd dat een verzoek om een drinkwaterpomp te Rhenoy van niet zo'ri groot belang was, daar er slechts hooguit 10 gezinnen mee gebaat waren. Deze mens en werden geadviseerd om het water bij hun buren, die wel zelf een pomp hadden, te hal en. Bovendien bestond er weinig kans om op die plaats goed drinkwater te verkrijgen, wat door een scheikundig onderzoek werd aangetoond: het water was ter plaatse sterk ijzerhoudend maar niet schadelijk voor de gezondheid. Door filtratie kon het bezwaar ondervangen worden. Hoe dan ook, de pomp in de Achterstraat kwam er en deed dienst tot eind mei 1938, to en er waterleiding was aangelegd. De krant vermeldde hierover:

Vooral nu de luxe waterleiding haar intrede deed, zijn vele pompen waardeloos geworden, of schoon er nog aardig wat aanwezig zijn, die niet voor leidingwater hoeven onder te doen. Voor vele veldbewoners is het wel een uitkomst, zoodat ze geen slootwater meer noodig hebben. Rechts achter de telefoon - of elektriciteitspaal zien we in de verte nog het weeghuisje van de weegbrug. Van de kinderen herkennen we linksvoor met zijn witte jasje Leonard Sengers en zijn broer Bart. Het meisje ernaast heet Betje van Gameren. Het I' huis links is de boerderij van Albert van Roden, waar nu familie Bertus van Ierscl-Marcchal woont. In het 2' pand woonde familie Gijs van Gameren-van Leeuwen en later familie Harrie en Claartje Story-de long. Achter het geboomte stond een 3' huis, bewoond door weduwe Bet Bron en schoenmaker Uhlhorn. Omstreeks 1930 brandde dit af Het volgende, donkere pand werd bewoond door HendrikTemminck, wiens vrouw Pietje Bos baker was. Er tussenin stond nog een klein, oud huisje waar Bram Temminck huisde. Rechts zien we een zijstraat, die later de Schoolstraat werd genoemd.

Achterstraat, Rhenoy

14 De graanmaalderij vanWillem Story (1834-1916)

Wilhelmus Story, de stamvader van aile Story's in Rhenoy en omstreken, werd geboren in 1834 te Dreumel, waar zijn vader burgemeester was. Toen hij als jonge volwassene verkering kreeg met Theresia van Mook (18481922) zocht hij zijn geliefde in het weekeinde steevast op in Rhenoy. De reis vice versa maakte hij "los op het paard ", d.w.z. zonder rijzadel. Het paar trouwde in april 1872 en vestigde zich aan de Molendijk in Rumpt, waar in de nabijheid van de "Rumptsche Korenmolen" een statig herenhuis stond dat door de vader van Trees, Will em Frederik Robert van Mook, ter beschikking werd gesteld. Hier oefende Story, ook wel Storij, het yak van korenmolenaar uit en werden de eerste 2 kinderen geboren: Willem en Hubert. De volgende 10 kinderen - er kwamen er in totaal 12 - werden allen te Rhenoy geboren, want in maart 1877 vestigde het gezin zich aldaar op huisnummer R16. Overigens stierven 5 kinderen op jonge leeftijd. Als vooruitstrevend zakenman zag Story in, dat je met een molen te veel afhankelijk was van de wind, want als er geen briesje waaide, was er ook niets te verdienen. Daarom besloot hij om in maart 1880 een bouwvergunning bij Gemeente Beesd in te dienen tot het stichten van een stoomgraanmolen te Rhenoy bij zijne woning, vergezeld van een omschrijving van de molen, opgemaakt door 1. Struijcken, timmerman te Gellicum, en een plattegrond aanduidende de uit- en inwendige samenstelling der inrigting. Halfjuli 1880 kreeg Story toestemming van de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid tot het bouwen van een stoomgraanmol en op den Noorderdijk langs de Linge tusschen de dijkpalen 17 en 18. Het gebouw werd 8 meter lang en 12 meter breed, op eene aanberming, ter hoogte van dijkskruin, met den dijkgevel op 2 m uit de binnenkruinlijn. De daaropvolgende jaren werd er voortvarend koren gemalen voor de bakkers in Rhenoy en rondomliggende dorpen, maar ook voor particulieren die zelf hun dagelijks brood bakten.

Ook de boeren kochten er meel voor hun dieren. In oktober 1904 werd de maalderij gemoderniseerd; de bestaande stoommachine werd vervangen door een zuiggasmotor. Een half jaar later lezen we in "De Geldermalser" van 6 mei 1905: In den nacht van Donderdag op Vrijdag omstreeks een uur, werden de ingezetenen opgeschrikt door het geroep van "Brand! Brand!" Het bleek dat de brand was uitgebroken in een der machine-gebouwen van W Story. Een grote hoeveelheid hout en een groote voorraad koren gingen in vlammen op. Het huis en de daarbij staande hooiberg bleven gelukkig gespaard. Door het omvallen van den voorgevel werden eenige personen meer of minder gekwetst. H. Story werd dusdanig getroffen, dat geneeskundige hulp onverwijld moest worden ingeroepen. Hoe de brand ontstaan is, weet niemand. Met de wederopbouw werd spoedig begonnen en binnen 2 weken werd er een nieuwe zuiggasmotor aangevoerd. In juni was de hele inventaris gereed en werd er proefgemalen, wat uitstekend geslaagd mocht heten. De kosten van het kolenverbruik bedroegen volgens de monteur slechts 10 cents per uur. In de voorgevel werd boven het houten luik een rechthoekige gepleisterde stichtingssteen gesitueerd met de tekst : ANNO 1905 W STORY. Zoon Cornelis Th. Story (1881-1972) nam later de maalderij over en handelde tevens, evenals zijn vader, in graan dat hij kocht op de korenbeurs te Rotterdam. Dit koren werd ingevoerd vanuit Noord-Amerika en in de Rotterdamse haven overgeladen in rivierschepen. Beurtschipper Alkema vervoerde het graan los in de boot naar Rhenoy, waar het gelost werd. Zakken van wel 80 kg werden met de hand volgeschept en per kar naar de maalderij gereden door 2 sterke mannen. Geert van Gameren en Gijs van Steijn waren jarenlang knecht van de mulder. In mei 1999 werd het pand Lingedijk 68 als graanmalerij annex pakhuis geplaatst op de lijst van Rijksmonumenten.

15

Schoolfoto 1 973 - klassen 5 en 6

Samen met hun meester gingen de leerlingen van de klassen 5 en 6 van "De Bloeiende Betuwe" in 1973 op de foto. Deze kinderen uit Rhenoy en Acquoy zaten en stonden er ontspannen bij en we zien dat ook een gedeelte van de jongens toen (half)lang haar droeg. Vooraan op de tegels zitten v.l.n.r.: I.Wilma Temminck, dochter van Jan H.C. en jans van Weelden. 2.Luc-Jan de Jong, zoon van Wim en Wil Bullee; later werd hij uitvoerder groenvoorziening bij Tucker Rumpt en hij trouwde met Alice Verkou. 3.Adrie van Steijn, z.v. Cornelis en Engeltje Wiggelinkhuyzen; hij werd landmeter bij het kadaster Utrecht en Will eke Bouman uit Deil werd zijn vrouw. 4.De jongen die achterom kijkt heet Free de Jong, z.v. Frik en Tine van Iterson; hij is uitvoerder bij Zuurmond Groen BV en is getrouwd met Linda Pieck. 5.Aria Verstegen, d.v. Anton en Mientje Wellner; zij werd zwemonderwijzeres in zwembad "De Bliek" te Gorinchem en trouwde met Bert van Toor uit Schoonrewoerd. 6.Nelly van der Heiden, d.v. Otto en Aantje van Akooy; Pieter van Driel werd later haar man. 7 .Gerda Bron, d.v. Jan en Corrie de Leeuw; Gerda koos als echtgenoot Mari Bode uit Asperen. 8.Marieke van Iterson, d.v. Anton en Annie Looijen; zij werd later wijkverpleegkundige en trouwde met Barend Borgstein; ze wonen in Ter Aar. Op de stoeltjes zitten v.l.n.r.: I.Frans Ouburg, zoon van Henk en Corrie de Bruin; hij werkt op de glasfabriek in Leerdam. 2.Kijkt schuin omlaag, J ennette Hekman, d.v. Chris en Gerritje van der Meijden; zij trouwde met Jacobus Dees uit Gorinchem. 3.HartrijkWiggelinkhuijsen (1962-2002), z.v. Jan en Raaike Satter; Jeanette Vroege werd zijn vrouw en hij runde een bloeiende hertenboerderij; voorts was hij bestuurslid van de Vereniging van Nederlandse Hertenhouders en ouderling van de Nederlands Hervormde Gemeente Rhenoy-Gellicum. 4.Met bril, Jeanet Lammertink, d.v. Hendrik en Gerda Hoentje; dit gezin verhuisde later naar de Achterhoek. 5.Meester Oeds Jansen uit Naarden Vesting; hij ging elk jaar met zijn klas

over naar de volgende klas, zodat zijn leerlingen zes jaar lang bij hem zaten en dat schept een hechte band. Later verhuisde hij naar Gouda. 6.Halfzichtbaar, Dicky van Zanten, z.v. Anton en Bep. 7.Mieke de Waal uit Gellicum, d.v. Janus en Jo de Bruin; zij trouwde met Verweij uit Asperen en zij woonden op een ruilverkavelingsboerderij. 8.Piet Bullee, z.v. Casper en Rijna de Jong; Lia van Dijk werd zijn vrouw en samen runnen zij een melkveebedrijf aan de Leerdamseweg te Acquoy. 9.Petra Keppel, d.v. Peter en Riet van Oort; zij woont in Acquoy en trouwde Peter Veen. Achteraan staan v.l.n.r.: I.Theo C.M. Hekman, broer van Jennette; van beroep werd hij waarnemer/instructeur helicoptervliegen, gedetacheerd bij de Koninklijke Luchtmacht en in 2004 werkte hij in de logistiek. 2.Thijs de Jongh, z.v. Jan Wim en Riet Bel; hij werd timmerman en Regina Hupp werd zijn vrouw. 3 .]eannette van Weenen, d.v. Jan en Lammy Vedder; zij heeft een baan op de glasfabriek en Ton Blom werd haar man. 4.Corry de Leeuw, d.v. Reimert en Bets den Braber. 5.Met bril, Monique van der Kruijt (1963-2005), d.v. Gert en Hannie Roos; zij werkte in Apotheek "Het Eiland" in Leerdam en trouwde met Kees Kruijs. 6.Wilma de Bie, d.v. Maarten en Diny Nout. 7.]ohan Bullee, z.v. Gerard en Corrie Kers; van beroep werd hij politieagent. 8.Barend Verstegen, z.v. Piet en Annie Kool; hij heeft een loon- en grondverzetbedrijf en kraanverhuur aan de Breezij en is getrouwd met Lida Hekman. 9.Floris Melchior Verstegen, broer van Aria; hij werd vrachtwagenchauffeur. 1 O.Cees Temminck, z.v. Cees en Nel Wiggelinkhuijsen; hij werkt bij de Nationale Bomenbank en trouwde Anita van Doesburg. LlKees Mouthaan, z.v. Lucas en Gerda Kleppe; Kees had een baan op een accountants bureau in Utrecht en woont met zijn vrouw Trudy Suyker en zes kinderen in Barneveld. 12.Adrie van der Meijden, d.v. Hennie en Jopie Krul; zij trouwde met Leo Copier en daarna met Johnny Kroezen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek