Rhoon in oude ansichten

Rhoon in oude ansichten

Auteur
:   K. de Wit
Gemeente
:   Albrandswaard
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4005-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rhoon in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

De hooge en vrye heerlykheid van Rhoon Deszelfs Ligging

"De Heerlykheid van Rhoon strekt zig ten Oosten uit aan de Rivier de Koedoot, door welke rivier zy van de Heerlykheid Pendrecht en Carnisse werd afgescheiden; ten Westen van Rhoon is de Heerlykheid Albrands Waard en de Polder Zwanendyk onder Portugaal geleegen. Ten Zuiden heeft het de Rivier den Ouden Maas en ten Noorden de Polder Kort Ambacht, mede onder Portugal voornoemt, en de Heerlykheid van 's-Graven-Ambacht. Het Dorp op zig zelven strekt zig Zuid- en Noordwaards langs den ouden Zeedyk en is cirka een kwartier uur gaans met Yselsche Klinkersteen bestraat. Aan het Zuideinde van het Dorp ligt de Haaven, welke in de Rivier de Maas uitloopt.

Betreffende het Dorp zelve is, uitgenoomen de Publieke Gebouwen, niet veel byzonders aan te tekenen. Doch wat de Heerlykheid betreft, hier van kan men zeggen, dat zy de schoonste Wei- en Zailanden van het geheele Eiland in zich bevat. De Dyken zyn aIle met Ypen en Essen Boomen beplant onder wier lommer men des Zoomers het aangenaamst genoegen kan smaaken, vooral wanneer men het bespiegelend oog over de ronds-

omme gelegene Velden, Bloeiende Ackers en schoene Runderen laat weiden, waarom ook een onzer oude Dichters in een Dichterlyke Lofspraak over Rhoon het volgende zecht.

Dit Rhoon, dit Graaflyk Rhoon kan 't keurigst oog

[bekooren Door haar bevalligheen, 't vermakelyk Warand

Van Yp, en Es, en Eyk, torst de Gaandery van 't Land, Waar schoonder wandelrak van agteren en van vooren,

Een tweede Canaan, vol melk en Honing raaten,

By Klaver Gras en Wei, daar 't Beitje van Himet In 't riekend bloem en thym zyn zoete Honing zet,

En 't Koetje loeit, het Geitje springt, de Schaapjes blaten.

N aamsoorsprong

De Oorsprong van de Naam deezer Heerlijkheid, hier van werden zonderlinge vertellingen gedaan.

Zommige willen, dat by de uitgifte van de eerste grond, het welk een plaat in de Oude Maas is geweest, op een zekere hoogte in het Lis een nest met zeven doode jonge honden, welke aIle zeven Reutjes of Mannetjes waren, zoude gevonden zyn, en dat uit dien hoofde den Land-

houder die Plaat, welke de eerste aanleg deezer Heerlykheid is geweest, den naam van Rheuen of Rheuden heeft gegeven, en dat daarna by laatere tyden door de klank- of spraak-verbetering de naam Rhooden (zoals de spelling van den N aam deezer Heerly kheid noeh in het jaar 1650 was) en vervolgens Rhoon hieruit is voortgekoomen.

Volgens een ander gunstig meedegedeeld bericht zoude dit nest uit een getygerde Brak met zeven jonge Reuen hebben bestaan. Het geen deeze vertelling geloof zoude kunnen byzetten is het Wapen van deze Heerlykheid, waarvan wy in het vervolg nader spreeken zullen.

Dog ons komt het waarsehynelyker voor, dat deeze Heerlykheid van Rhoon zynen Naam aan een der eerste Bedy kers heeft ontleent.

Sticbting

De juiste tyd der eerste stichting van Rhoon kunnen wy niet bepaalen. Doeh dit kunnen wy met zekerheid zeggen, dat Graaf Diederik, de zevende van dien Naam, en die de elfde Graave van Holland is geweest, deeze bovengenoemde opkoomende plaat, waarop vervolgens de Heerlykheid van Rhoon is gestieht, in het Jaar 1199 aan Jonkheer Pieter van Duyveland voor hem en zyne nakomelingen met al deszelfs aanwas, rechten en previlegien als een Leengoed heeft gesehonken, welke Plaat dan ook door Jonkheer Pieter van Duyveland ingedykt

zynde, die grond is, welke nog he den Oud Rhoon genaamd werd en welk Poldertje 1135 Morgen 30 Roeden groot is.

Over bovengemelde Opdragt of Uitgifte door Graaf Diederik gedaan, laat onzen bovengemelden Digter zig dus hooren:

Dit wyd befaamde Land, werd nog ter twaalfde Eeuw, N a 't hoog Geslagt en Zaad van Duiveland geheeten, Met al haar aanwas grond goedgunstig toegemeeten, Door Graave Diederik, de Voogt van Hollands Leeuw.

Het Wapen

Het Wapen van Rhoon bestaat in vyf dwarze spitze uitloopende roode streepen op een Goud veld, zynde het Adelyke Geslagtwapen der eerste bezitters, namentlyk de Heeren van Duiveland, werdende door twee vergulden Leeuwen vastgehouden en gedekt met een Helm, waarop een geteigerd Dryf Brakje, zynde een Reutje, tusschen Biezen en andere Ruigtens, zit.

Waereldlyke Regeeringen

De Heerlykheid, die, zooals wy reeds hiervooren gezegd hebben, in het jaar 1199 door Graave Diederik den 'VII werd uitgegeeven aan Pieter van Duyveland, wiens Familie die ook tot op het Jaar 1682 of 1683 in volle eigendom heeft bezeten, wierd omtrend dien tyd (namentlyk

1682) met de Heerlykheid van Pendrecht bij executie verkogt, by welke gelegentheid het geslagt van Duyveland in een Erfelyk Leen aan zijne Excellentie den Heere Willem Bentinck, Heer van Drimmelen en naderhand Graave van Portland, is overgegaan.

In zyn geslagt bleef de Heerlykheid tot 1830, waarna zy overging in handen van de Rotterdamsche koopman Anthony van Hoboken. *)

Bezigheden

De bewoonders van Rhoon vinden hun voornaamste bestaan in den Landbouw. Verder leverd deeze Heerlykheid een genoegzaame Voorraad van VIas, Boom, en andere Vruchten op, het geen 's-weeke1yks naar de naastbygeleegene Steeden, als Rotterdam, Schiedam, Dordrecht en elders, door den daartoe aangestelden Markt Schipper werd verzonden, waarby meede een groat gedeelte der inwoonders hun bestaan vinden.

Geschiedenissen

Volgens de berichten, ons meedegedeeld, zoude de Heerlykheid reeds meer dan eens een prooi der vlamme zyn geweest. Dit is zeker, dat in het Jaar 1669 brand in een Boeren wooning ontstond, waar door een groot gedeelte van Rhoon in de asse werd gelegd, en waarby de Pastorie, het Rechthuis, het zogenaamde Huis te Pendrecht, de Secretarie van Rhoon en Pendrecht, benevens alle

oude Cartels, bewys- en gedenkstukken door de vlammen zyn vernield.

In den J aare 1775 was er een hooge Watervloed, waardoor Rhoon oak zeer veel heeft geleeden. Den 14 November steeg het Water tot zulk eene aanmerkelyke hoogte, dat de Huizen buiten Dyks staande, zeer hoog vol Water stonden, stroomende het zelve met alle geweld over de Dyken he en. Doch door het stellen van Vloeiplank en en het maaken van Rustingen wierden de Dorpelingen echter voor verdere onheilen beveiligd, dog daar tegen kwaamen in den Zegen Polder vier doorbraaken, waardoor die Polder geheel onder Water wierd gezet, hetgeen dermaaten toenam, dat het Water op en over den buitenlandsche Zeedyk heen stroomde, waardoor de Zegen Polderschen Dyk en den Dyk van de Portlandsche Polder zodaanig wierden geteisterd, dat de herstelling van dien, met de verhooging der Dyken aan de Ingelanden op een Somma van ruim twintig duizend Gulden kwam te staan."

Tot zover het geschiedkundig overzicht.

Moge dit, tezamen met de hierna volgende beelden, bijdragen tot een verrijking van de kennis van het oude Rhoon,

*) Op het ogenblik behoort de Heerlykheid aan zyn nakornelingen, die zig. hebben verenigd in de N.V. Maatschappy tot Exploitatie van Onroerende Goederen "Rhoon, Pendrecht en Cortgene",

1. Het wapen van Rhoon wordt al gevoerd door de eerste heren van Rhoon uit het geslacht van Duyveland. Het wordt gevormd door vier links gerichte rode spitsen op een goud veld. Door de Hooge Raad van Adel werd het wapen "in naam des Konings" bevestigd bij besluit van 24 juli 1816.

2. Het is meer dan zevenhonderdvijftig jaar geleden dat de vrome en nijvere monniken van 81. Bavo uit Gent naar de Maasmond trokken om er als eerste waterbouwkundigen een dijk te leggen aan de oevers van de grote rivieren. Uit het slik van deze wijde stromen werd het allereerste poldertje ten zuidwesten van het tegenwoordige Rotterdam geboren, dat in 1199 door Dirk VII, graaf van Holland, aan jonkheer Biggo van Duyveland werd verkocht. Hiermede had het bestaan van de gemeente aangevangen.

3. Het geslacht van Duyveland en later dat van Bentinck, waren verbonden met de strijd tegen het water en zij hebben hun stempel op de gemeente Rhoon gedrukt. Zo werd polder na polder ingedijkt: de polder Het Binnenland van Rhoon in 1411 en 1422, de Kiefhoek, ten oosten van de Molendijk, in 1461, de polder Ghijseland, begrensd door de Achterdijk, Kleidijk en Rijsdijk in 1475 en de Ian Coruelispolder rond 1500. Na elke inpoldering ontstonden nieuwe boerenhoeven, waarvan velen thans nog getuigenis afleggen van tijden van grote welvaart, welke de vruchtbare grand haar bewoners bracht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek