Rijk van Dalfsen en zijn koren

Rijk van Dalfsen en zijn koren

Auteur
:   W. Hesselink-Schraa
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4820-7
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rijk van Dalfsen en zijn koren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

RIJK VAN DALFSEN

EN ZIJN KOREN

VOORWOORD

Op 3 november 1989 is het honderd jaar geleden dat de eens zo bekende kerkorganist en koordirigent Rijk van Dalfsen werd geboren. Deze in 1973 overleden musicus is van grote betekenis geweest voor de culturele ontwikkeling van de noordwesthoek van Overijssel en verdient het zeker om thans herdacht te worden.

Wie herinnert hem zich niet meer, de markante heer met zijn grijze haar en geurige sigaar? Jarenlang was hij een niet weg te denken persoonlijkheid in onze samenleving. Geboren in Genemuiden, woonde hij vanaf 1918 in Zwartsluis. Groot en klein heeft hij - drie generaties lang-leren zingen en orgelspelen. Hoeveel koren heeft hij niet gedirigeerd en kerkorgels bespeeld? Niet z6 maar wat, voor het vaderland weg, nee: "tot meerdere glorie van God de Heer", dat was het doel waamaar hij streefde. Het was zijn roeping, zijn levenswerk dat hij - volgens zijn eigen woorden - het liefst tot aan zijn laatste snik had willen volbrengen. Helemaal is dat niet gelukt, maar toch weI heel lang: 66 jaar koordirigent en 70 jaar kerkorganist had hij er ruimschoots opzitten toen hij ziek werd en op 83-jarige leeftijd overleed.

Met behulp van foto's hebben we dit boekje kunnen samenstellen en we hopen dat het een beeld mag geven van het karakter van deze unieke man. In de loop der jaren zijn er vanzelfsprekend vele foto's gemaakt en we konden ze niet aile opnemen, maar moesten een selectie maken. Van de koren uit de begintijd zijn geen foto's gemaakt, evenmin als van veel jeugdkoren en van twee karen nit later jaren, te weten "Zanglust", Spoolde, en "Gereformeerd Kerkkoor", Hasselt.

Om niet al te veel in herhalingen te vallen hebben we geprobeerd bij elk koor een ander aspect te belichten, waardoor men bij iedere foto waarschijnlijk eigen ervaringen zal herkennen.

Wat deze man gepresteerd heeft in al die jaren grenst aan het ongelooflijke. Hij beschikte dan ook over bijzondere muzikale gaven en hij heeft zijn koren stuk voor stuk op hoog niveau weten te brengen. Hij leerde de mensen niet aileen zingen, maar vooral "zingend geloven" en "getuigen" van Gods liefde en genade. Op het kerkorgel was hij eveneens graag gezien. Hij wist de gemeente zodanig te inspireren, dat deze als een koor reageerde op zijn spel.

Nog tot in 1973 dirigeerde hij met veel plezier het jeugd- en kinderkoor in Zwartsluis. Hij kon goed met de jeugd overweg, verstond hun taal. Hij was ad rem, vol humor, kon sarcastisch zijn, maar was altijd strikteerlijk en rechtvaardig. Een christen in woord en daad! Een groot man, die niettemin klein dacht van zichzelf en alles zag als onverdiende gave van God. Zijn levensmotto was dan ook: Soli Deo Gloria (God aileen de eer).

1. Geboortehuis Rijk van Dalfsen aan de Hasselterdijk te Genemuiden. In de woning links, met het grote raam opzij en de boom ervoor, werd Rijk van Dalfsen op 3 november 1889 als zesde en tevens jongste kind geboren. Vader Lambertus had een bakkerij en in Genemuiden werd Rijk altijd kortweg: "Riek van de bakker van de Diek" genoemd. Moeder heette Trijntje van de Wetering en was ooit als dochter van de veerbaas in het voormalige Veerhuis geboren.

Het gezin was zeer muzikaal: vader speelde dwarsfluit, de oudste broers orgel en piano en moeder had een prachtige sopraanstern. Al spoedig bleek dat ook de kleine Rijk muzikaal zeer begaafd was. Ais kleuter van vier jaar bespeelde hij reeds instrumenten. Hij heeft zich nooit een periode kunnen herinneren waarin hij niet kon orgelspelen. Toen hij zelf nog te klein was om bij de pedalen van het harmonium te kunnen komen om te trappen, namen zijn grotere broers hem eenvoudig op hun knieen en lieten hem zo het klavier bespelen. Tot ieders verbazing brachten de kleine vingertjes heel mooie klanken en zuivere akkoorden voort. Ais vanzelfkwamen er koralen, hij kon hetzo maar en beschikte bovendien over een absoluut gehoor. Zijn broers waren het ook die hem verder muzikaal onderricht gaven, zodat hij reeds op l l-jarige leeftijd offici eel kon worden benoemd tot kerkorganist van de gereformeerde kerk te Genemuiden, tegen een j aarwedde van f 50,-. Voor die j aren (1901) waarli jk niet gering!

Hij groeide op tot een overgevoelige jongen, zoals muzikale mensen nu eenmaal zijn. Zondagsavonds bijvoorbeeld, als de hele familie zich rond orgel en dwarsfluit schaarde om psalmen en geestelijke liederen te zingen, vluchtte een ontroerde Rijk vaak naar de bakkerij, opdat niemand zijn bewogenheid en tranen zou zien. Het zingen klonk prachtig door de stille avond en het gebeurde wei dat er dan buiten, in de steeg naast de bakkerij, een groepje mensen stond te luisteren. Er waren Genemuidigers die met opzet zondagsavonds hun wandelroute langs de dijk kozen om van deze muziek te genieten.

De kinderen werden erg streng en rechtlijnig opgevoed. Kermis was ten zeerste verboden, geheel uit den boze. Het is eens gebeurd dat een van de jongens toch wou gaan. Vader nam toen een zilveren gulden uit zijn portemonnaie en zei: "Ga dan maar, neem deze gulden mee, maar lees eerst wat er op de rand staat geschreven: God zij met ons ... op de kermis?" Natuurlijk durfde die jongen toen niet meer.

Van huis uit was de familie Ledeboeriaans. Op catechisatie vroeg de dominee eens: "En, hoe is je naam mijn jongen?" "Rijk, dorninee." Zalvend klonk het toen: "Rijk in de zonde, maar arm in de deugd." In latere jaren zou Van Dalfsen dat nog vaak vertellen. Hij gaf echter zelf een andere betekenis aan zijn naam: "Rijk is mijn naam en rijk is mijn leven!"

Genemuiden Haaselterdljk-

2. Rijk van Dalfsen, links, met de hond, 16 jaar oud en rechts, met snor, 18 jaar. Als je tegenwoordig uitgesproken muzikaal begaafd bent, word je al gauw een wonderkind genoemd en ga je naar het conservatorium om je opleiding te volgen. Vroeger was dat een beetje anders. Vader Van Dalfsen adviseerde zijn zoon om zich vooral in een behoorlijk beroep te bekwamen, want in muziek aileen zag hij geen brood. Na de lagere school werd Rijk toen bakkersknecht, maar hij mocht tevens muzieklessen gaan volgen bij bekende musici als F. Pijlman en C. Ponten, want Rijk wist toen al dat hij "bij brood aIleen" niet kon gedijen. Zijn oudere broers Wolter, Jan en Johan waren eveneens bakker-musicus, hetgeen kennelijk goed te combineren viel, ze componeerden allen ook weI. Broer Helmich was echter enkel smid en zuster Grietje was vaak ziek.

Koren hadden ook al vroeg de aandacht van Rijk. Zo was hij altijd te vinden op de repetities van zo'n veertig jongelui, in de oude school aan de Achterweg, die wekelijks vierstemmige psalmen en Hazeu-liederen zongen. Slager Jochem Knol sloeg daar, in het zweet zijns aanschijns, de maat met een houten voorzittershamer, somsbijgestaan door meester Van Dijk. Als slotzang werd steevast gekozen "Ja, de strijd is afgestreden", want het was een zware opgave, niet aileen voor de ongeschoolde slager, maar eveneens voor de jeugdige Genemuidigers, die er niettemin gezellige avonden van wisten te maken. Toen Rijk 14 jaar was liet Knol hem al wel eens voor de aardigheid dirigeren en daar had iedereen dan plezier in.

In 1906 werd Van Dalfsen dirigent van het kinderkoor "De Zangvogeltjes" in Genemuiden, hij was toen 16 jaar. Ondernemend als hij was, organiseerde hij uitvoeringen, uitgerekend op de twee avonden van de jaarlijkse kermisdagen. Hij meendeop die manier deze kermis, een doorn in het oog van de kerk, te kunnen bestri j den. Het lukte wonderwel, want op beide kooravonden zat de zaal stampvolluisteraars, terwijl de kermis reeds om 19.00uur moest worden gesloten wegens gebrek aan belangstelling ...

Later nam Van Dalfsen ook het eerdergenoemde gemengde koor van Knol over. Hij bezat een natuurlijk overwicht en een zeker gezag, hetgeen hem heel geschikt maakte voor dirigent. Met zijn zwierige snor was hij een imposante verschijning, die men ouder schatte dan hij in werkelijkheid was.

Ook in het verenigingsleven en in de politiek was hij actief. Toen hij 18 jaar was ging hij zelfs, als ijverig propagandist voor de ARP, een openbaar debat aan met een vooraanstaande socialist. Daarmee maakte hij een goede beurt en heel Genemuiden sprak met achting over hem, zelfs de dominee kwam hem persoonlijk complimenteren!

3. Tweede van links, zittend op de stoel: dienstplichtig soldaat Rijk van Dalfsen. Legerplaats Amersfoort -1909. Wat was de dominee teleurgesteld toen hij hoorde dat Rijk bij de loting voor de militaire dienst het lage nummer 8 had getrokken en moest opkomen. "Ik had nog wei zo gebeden dat je een hoog nummer zou trekken, want we kunnen je hier in Genemuiden niet missen bij het jeugdwerk," zei hij. God dacht daar kennelijk anders over en Rijk moest naar Amersfoort om zijn burgerpakje voor de wapenrok te verwisselen.

Het militarisme lag hem niet zo en tot zi jn grote vreugde werd hi j , na de recrutenti jd, in de keuken geplaatst als kok. In zi j n vri je tijd was hij veel in het militaire tehuis te vinden en het duurde niet lang of er verrees een enthousiast soldatenkoor onder zijn leiding. Hij bewaarde veel mooie herinneringen uit die tijd en heeft erveel vrienden gevonden, waar hij zelfs in latere jaren nog contact mee had. Ook werd hij in Amersfoort gevraagd om de gemeentezang in de kerk te begeleiden.

In de mobilisatie 1914-1918 werd hij opnieuw opgeroepen om het land te helpen verdedigen. Hij werd in Tilburg gelegerden bij de grensbewaking ingedeeld. Ook daar kon hij het dirigeren niet laten en er werd al spoedig een koor gevormd van soldaten en "kwieke" Tilburgse meisjes, die samen zongen dat het een lieve lust was!

Hij bespeelde het kerkorgel van de gereformeerde noodkerk aldaar en het is wei voorgekomen dat hij aan de grens een godsdienstoefening moest leiden. In die tijd werd hij ziek, zodanig dat voor zijn leven werd gevreesd. Zes weken lag hij in het hospitaal met koorts. Veel heeft hij toen over zijn leven en de zin daarvan nagedacht. Vee I las hij in de bijbel en vooralJesaja 53, 54 en 55 spraken hem zo aan dat hij ze bijna van buiten leerde. Hij voelde God en Zijn verlossende liefde toen zo nabij dat het achteraf een van de mooiste peri odes van zijn leven is gebleven.

Later had hij eens stationswacht in Alphen (N.B.) en de toestand leek kritiek, want men meende dat de Engelsen de Schelde wilden opvaren om Duitsland door Nederland heen aan te vallen. Nederland zou dan ook in de oorlog betrokken zijn geraakt. Zelfs officieren waren geheel de kluts kwijt en er was grote spanning. Toen voelde Van Dalfsen opeens weer de kracht die hij tijdens zijn ziekte had leren kennen: Gods Vaderzorg, dat gafhem rust en daarop heeft hij altijd vertrouwd. Daarvan liet hij ook altijd weer zingen, 66k door de soldaten.

Gelukkig kwam er in 1918 een einde aan de mobilisatie en bleef Nederland uiteindelijk toch buiten de oorlog, hoewel het zeer moeilijke jaren zijn geweest en veel gezinnen uit elkaar waren gerukt.

4. "Om het dagelijkse brood", tweede van links bakker Rijk van Dalfsen, Epe, 1911. Na zijn militaire dienstplicht ging Van Dalfsen terug naar de bakkerij. Zijn twee oudere broers hadden een bakkerij in Epe en ook daar verleende hij vaak assistentie. Hij was een harde werker en een goede bakker. In die periode voltooide hij ook zijn muziek- en zangstudie bij de heer F. Pijlman te Amsterdam (zangonderricht), Cor Ponten en mevrouw Mies Brinkman (specifieke koordirectie). Tevens volgde hij nog een schriftelijke cursusorgelleervan de heer Schaap te Arnhem en anderen, zodat hij zich volledig gediplomeerd muziekleraar en koordirigent kon noemen.

In de jaren dat hij veel in Epe was om te bakken was hij ook direct weer organist van de gereformeerde kerk aldaar en er werd een koor opgericht waarvan hij dirigent werd. Vroeger had je namelijk geen T.V. of discotheken, zoals tegenwoordig. Nee, als je eens een avondje uit wilde gingje naar de jongelings- of meisjesvereniging. Let wei, gescheiden! Iedere "kunne" vergaderde apart! Daarom was juist een gemengde zangvereniging zo in trek, want dat waren echte ontmoetings- en uitgaansavonden voor de jeugd. Daar yond je vaak je partner voor je leven. Heel wat liefdes zijn op de zang ontloken!

Van Dalfsen wist van die avonden ook nog iets extra moois te maken, niet aileen omdat hij zo'n bekwaam dirigent was, maar bovendien omdat hij een heel innemend persoon was, met een bijzondere uitstraling. Hij had een inspirerende invloed en wist de j eugd te boeien en iets mee te geven. Gedurende die j aren ontmoette hi j dominee J . G . Geelkerken, die van 1911 tot 1914 aan de gereformeerde kerk van Epe verbonden was. Hij koesterde grote sympathie voor deze predikant, die hij leerde kennen als een oprecht, gelovig christen. Deze sympathie was wederzijds en er is heel wat "afgeboomd" tussen die twee in die tijd. Geelkerken volgde een theorie die Van Dalfsen zeer aansprak, omdat deze vooral gegrond was op liefde en genade.

Toen in 1926 in de Gereformeerde Kerken grote beroering ontstond inzake de uitleg die Geelkerken aan het Scheppingsverhaal gaf en er zelfs een synode aan te pas moest komen over de vraag of de slang nu wei of niet gesproken had, koos Van Dalfsen dan ook zonder aarzelen de kant van Geelkerken. Volgens hem was dit conflict geen reden om genoemde dominee uit de kerk te weren. We komen daar later nog op terug. Maar het typeert Van Dalfsen ten voeten uit: met open vizier durven vechten tegen de gevestigde orde met zijn starre, vaak liefdeloze wetten en dogma's. Ais hij dacht de zaak van de Heer ermee te kunnen dienen, dan schrok hij nergens voor terug. Hij was en bleef een idealist.

5. De Christelijke Gemengde Zangvereniging "De Lofstem" Zwartsluis, omstreeks 1913. Eerste rij, zittend, van links naar rechts: Fokje Witvoet, Anna Witvoet, Johanna Schraa, Meike Bieze, Hendrikus Slagter, Dirk Witvoet, dirigent Rijk van Dalfsen, Jan Schoonewelle, Willem Elberts, Wilmpje Schraa, Margje van den Berg, Aal Drost, Cathrien Jalink en Reingje de Goede.

Tweede rij, staand: Jo Jalink, Bertha Dragt, Klazien van het Lindenhout, Aal Bosman, Jel Bieze, Mien Willems, Hendrika Strating, Margje Bosman, Severin a Bosch, twee onbekenden, Dirkje Jongman, onbekend, Dirkje Bouwman, Anne Potman, Annigje Zeilmaker, Griet Jalink, Margje Keizer, Marie Mulder en een onbekende.

Derde rij, heren: Leendert Schraa, Willem Dragt, Bertus van Veen, Piet Bieze, Jac. Kalfsbeek, Jan Bosch, meester Booi, Willem van den Berg, Klaas Bouwman, Piet Bosman, Gerrit Schraa, Lukas van Eerde, Pieter ter Wee, Wolter Kaper, Jan Kalfsbeek en een onbekende.

Rijk van Dalfsen began bekendheid te krijgen, niet alleen in zijn geboorteplaats Genemuiden of in de woonplaats van zijn broers, Epe, maar ook in Zwartsluis en Hasselt rees zijn ster. Zo kwam onder zijn leiding in 1910 in Zwartsluis het koor "De Lofstem" tot stand. Heel wat jongelieden trokken wekelijks naar De Nieuwesluis am in de oude "afgescheiden" gereformeerde kerk te repeteren. Het gebouw deed overigens meer denken aan een grote schuur dan aan een kerk! Het eerste lied dat daar werd ingestudeerd luidde "Zachte windjes, lange dagen".

Oak hier voorzag het koor weer in een dringende behoefte: ontmoetingsplaats voor de jeugd. In dit geval ging het nag verder:

Van Dalfsen vond hier het meisje waarmee hij later zou trouwen. We zien haar helemaal rechts zitten, op de eerste rij, in een witte japan: Reingje de Goede. Op 1 apri!1918 zijn ze getrouwd. Het was op tweede paasdag - dat kon allemaal in de mobilis atietijd - en het verhaal wil dat er's avonds in Zwartsluis geen brui!oft was, nee, er gebeurde iets heel anders. Na de plechtigheid stelde het gezelschap zich op en wandelde in optocht naar Hasselt, waar een uitvoering van de Christelijke Gemengde Zangvereniging "Excelsior" werd gehouden onder leiding van de bruidegom. Een echt "huwelijksconcert" dus. In ieder geval was het wei in stijl! Iedereen was welkom.

Overigens is van de geschiedenis van "De Lofstem" niet veel te vertellen. Op de foto komt het bestuur duidelijk uit: de vier heren aan de tafel rand de dirigent geschaard. Darnes-bestuursleden kenden we toen nag niet! Helaas waren niet meer de namen van alle leden te achterhalen, het is oak al zo lang geleden. Allen zijn reeds overleden, hoewel sommigen heel oud zijn geworden. Van de familie Schraa zijn vier leden uit een gezin vertegenwoordigd, vanouds dus reeds een zanglustige familie. Het koor is in het begin van de jaren 1920 opgeheven en in 1923 als "Sursum Corda" voortgezet.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek