Rijsbergen in grootmoeders tijd

Rijsbergen in grootmoeders tijd

Auteur
:   C.A.P. Rombouts en J.A.M. Buiks-Hendrickx
Gemeente
:   Zundert
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5861-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rijsbergen in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Rijsbergen in grootmoeders tijd: een periode waar velen onder ons met een zekere weemoed op terug kijken. Een tijd waarin de bevolking van Rijsbergen leefde en werkte in aile rust en kalmte; in deze jachtige tijd niet voor niets de (goede) "oude tijd" genoemd. In dit boekje willen wij u iets van die tijd laten terugzien.

Bij de eeuwwisseling telde Rijsbergen 1520 inwoners, in de jaren twintig liep dit op tot de 2000. Thans telt de gemeente ruim 5600 inwoners.

De bebouwing van Rijsbergen rond 1900 bestond overwegend uit de lintbebouwing langs de Dorpstraat en de Hoge en Lagestraat. In de gehuchten Oekel, Hazeldonk, Kaarschot en Tiggelt was hier en daar verspreide bebouwing aanwezig. Over het grondgebied, dat een oppervlakte heeft van 3720 ha, loopt de Aa ofWeerijs, in de volksmond de "beek" genoemd. Door de slechte afwatering ontstonden in het verleden vaak overstromingen, waardoor de bodem in het beekdal in hoofdzaak voor grasland geschikt was. Na de normalisatie in 1967 is de afwatering enorm verbeterd.

Van oudsher yond de bevolking haar bestaan in de landbouw en veeteelt. De gemengde bedrijfjes waren in het algemeen niet groot. De landbouwproduktie aileen bracht niet genoeg op; de veestapel had een tweeerlei functie, na-

melijk de levering van melk en boter, die verkocht werden, en van mest, die gebruikt werd voor de bemesting van het bouwland. Het oprichten van een zuivelfabriek in 1914 bracht in de afzet van de melk grote verbetering. De watermolen van Kaarschot zorgde lange tijd voor het malen van het graan, dat de boeren teelden.

In de jaren twintig ontwikkelt zich langzaam de teelt van frambozen en aardbeien. De zandgronden waren uitermate geschikt voor de teelt van zacht fruit. Op vrijwel ieder bedrijfwerd ruimte gereserveerd voor de teelt van frambozen en aardbeien. Deze vorm van inkomsten is voor de Rijsbergse gemeenschap bijna onrnisbaar geworden. Handel en nijverheid zijn nooit van grote betekenis geweest. De ambachtelijke bedrijfjes die in hoofdzaak in de Dorpstraat waren gevestigd, waren vooral gericht op de eigen bevolking. Het alledaagse leven bestond voor de meeste inwoners uit hard werken op de boerderij of tuinderij, of in het eigen bedrijfje of winkeltje. Ontspanning en verpozing waren aileen voor de zondag. Men bezocht dan de kerk, waarna men bij de plaatselijke cafes en winkeltjes de laatste nieuwtjes uitwisselde. 's Middags ging men bovendi en ook nog naar het lof. Het "Rijke Roomse leven" vierde in die tijd hoogtij. Het ontzag in die tijd voor meneer pastoor, de dokter en de burgerneester was erg groot. De

notabelen werden op handen gedragen en zij maakten van deze positie gretig gebruik door de dienst uit te maken. Naast het vervullen van de zondagsplicht was er ook nog ontspanning mogelijk bij de verenigingen, die mer ruim aanwezig waren en nog zijn. AI eeuwen bestaan in Rijsbergen schuttersgilden, die nog altijd bloeien, De rijkste historie hebben het St.-Sebastiaan-, het Sr-Joris- en het St. Bavogilde. De oudste van de drie is het handbooggilde St. Sebastiaan, dat opgericht is in 1534. Een gilde dat vanouds de voetboog hanteert is St. Joris, oprichtingsjaar vermoedelijk 1634. Naast de twee booggilden werd in 1699 het gewerengilde St. Bavo opgericht, dat nu met de flobert schiet.

Als een onderdeel van het kruisverbond voor jongeren die nog geen cafe mochten bezoeken, werd in 1902 de toneelvereniging "Geestesbeschaving" opgericht. Door enige leden van deze toneelvereniging werd later in 1921 de fanfare "St. Cecilia" opgericht, want op een dorpsfeest mocht immers geen fanfaremuziek ontbreken. Bij een bijzondere gelegenheid zoals koninginnedag, een gouden bruiloft enz. liep het gehele dorp uit en vierde uitbundig het feest mee. Veel activiteiten en feestelijkheden vonden plaats in het jongenspatronaat, een gebouw dat jarenlang als het ontmoetingscentrum van Rijsbergen fungeerde. Het is, samen

met nog andere bijzondere en beeldbepalende gebouwen, nit het Rijsbergse straatbeeld verdwenen.

Voor 1923 was te Rijsbergen alleen openbaar onderwijs voorhanden. Nadien is het omgezet in bijzonder onderwijs, waar een nieuw schoolgebouw voor verrees. De oude openbare school wordt dan als gemeentehuis in gebruik genomen.

De komst van de zusters franciscanessen van Etten in 1928 is voor het onderwijs van de Rijsbergse meisjes van bijzondere betekenis geweest. Enkele instellingen zoals "Sint Joseph Patroninicum" en het kleuterhuis de "Krabbebossen" vonden in Rijsbergen een plaats.

Dit alles maakte van Rijsbergen een hechte dorpsgemeenschap, waarin het goed toeven was. Mede door dit feit hebben wij als samenstellers dan ook gekozen om u even in die tijd, "grootmoeders tijd", terug te brengen.

De geplaatste foto's komen uit de verzamelingen van de gemeente Rijsbergen, Cor Rombouts en Jose BuiksHendrickx.

De samenstellers:

C.A.P. Rombouts J .A.M. Buiks-Hendrickx

Rijsbergen, l)orp

1. Panorama rond 1915. De opname is gemaakt vanuit de toren van de oude kerk. Opvallend is het vele groen, dat zich in die tijd in het dorp beyond. Op de voorgrond in het midden zien we het dak van de pastorie, daar recht voor het oude gemeentehuis. Uiterst rechts de koekfabriek van J.Hoppenbrouwers, later de D.C.O. vleeswarenfabriek; het pand is in 1981 afgebroken. Daarnaast de openbare school, die in 1923 in gebruik werd genomen als gemeentehuis. Naast de openbare school, het huis, de winkel en de werkplaats van de Fa. van Schaik; ook dit pand is afgebroken. Het hoge pand is het woonhuis en de winkel van de familie Pellens. Samen met de oude school zijn dit de enige panden in dit rijtje die thans nog bestaan.

2. Panorama rond 1930 in de winterperiode. De opname is gemaakt vanuit de toren van de bestaande St.-Bavokerk. De tuinen liggen er winters en kaal bij en vormen aan de achterzijde een vrij rechte lijn tegen de brandsloot. De Aa of Weerijs kan zijn water niet kwijt. De beemden zijn overstroomd en wachten op de vorst, zodat de Rijsbergenaren kunnen schaatsen. Aan de Iinker- en rechterzijde zien we dat de platte daken ook bij woningen steeds meer gebruikt worden. De schoorsteen van de oude melkfabriek is in de verte te zien. In de Hogestraat stijgt een rookpluim omhoog, dus de tram is in aantocht of is zojuist vertrokken.

3. Panorama rond 1950. Op deze foto is de bomenrij van de Antwerpseweg het meest opvallend. Deze bomen zijn in de loop der jaren allemaal gekapt. Op de voorgrond zien we de voormalige SintAnnameisjesschool en de speelplaats. Vanaf 1930 tot 1993 is dit gebouw als school in gebruik geweest. Het rijtje huizen langs de Antwerpseweg bestaat nog. Rechts boven kijken we op de landerijen van de buurtschap Tiggelt.

4. Vanouds lagen op verschillende plaatsen over de Aa of Weerijs primitieve bruggetjes, vonders genaamd. Op deze foto zien we zo'n yonder nabij de Bakkebrug, ornstreeks 1920. Met de normalisatie zijn al de vonders over de beek verdwenen.

5. Het Hazeldonks bruggetje over de Hazeldonkse beek. Rechts een vergezicht over het Verbonde Heiveld. De resten van de tramrails zijn goed herkenbaar. Deze brug werd in 1899 in gebruik genomen met de tramverbinding naar Belgic. De Hazeldonkse brug is nu geheel opgenomen in een mooie klinkerweg en valt niet meer op. Zij is omgeven door boerderijen en een devotiekapel, die vanaf het dorp via de Oude Trambaan en de Noordhoekse straat te bereiken is. Het vergezicht naar het Verbonde Heiveld is niet meer herkenbaar; de bomen zijn groot geworden en alles is volgebouwd met bungalows en weekendwoningen.

6. Vanuit Belgie stroomt over Rijsbergs grondgebied de Aa ofWeerijs, in de volksmond beter bekend als de "beek". De slechte afwatering stroomopwaarts zorgde ervoor dat de beek regelmatig buiten haar oevers trad. Gedurende de wintermaanden stonden de be emden langs de beek nagenoeg altijd blank. We zien hier zo'n overstroming van de Aa of Weerijs ter hoogte van Rijsbergen. Nadien is de Aa of Weerijs in 1967 tot 1969 genormaliseerd.

7. Aardappelen waren het hoofdvoedsel voor mens en dier, daarom werden er veel "aerpels gezet". De oogst was afhankelijk van het weer; een natte zomer en nat najaar betekende veel onbruikbare aardappelen. Zoals deze foto laat zien werkten mannen en vrouwen sam en om de aardappels te rooien. In de jaren twintig was dit ook handwerk. Hier zien we de families Peemen en Daamen uit Oekel bezig om de aardappels te rooien en te verzamelen, om ze daarna in te kuilen voor de wintervoorraad.

8. In 1931 kwam ook de bolJenteelt in het dorp Rijsbergen. Achter de kwekerijen van de familie De Kort, aan de Risten, de beekzijde, werden grote tulpenvelden aangelegd. De tulpenkwekerijen werden geen succes; na enkele jaren is men ermee gestopt; de opbrengst was te klein en de kosten waren te hoog. Op het veld staan, van links naar rechts: Drikske Rens, Kees Rens, Kerkhof uit Etten, Simon van Dam uit het Westland, A. Peemen, C. Mathijssen, Naantje Rens, Marie Staaltjens, Bon (Adrianus) van Kuijck, Pietje Boomaarts, Anneke Staaltjens, Fien Hoppenbrouwers en een dochtertje van Mosterd-Hoppenbrouwers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek