Rijsbergen in grootmoeders tijd

Rijsbergen in grootmoeders tijd

Auteur
:   C.A.P. Rombouts en J.A.M. Buiks-Hendrickx
Gemeente
:   Zundert
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5861-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rijsbergen in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

9. Het melken was van oudsher handwerk, het kostte erg vee I tijd, en ook hier was vakmanschap "meesterschap". Mannen en vrouwen leerden het melken, maar de laatste druppel was voor velen de grote moeilijkheid. In de zomertijd, als er veel vliegen waren, was dit niet het prettigste werk. Men ging ook steeds meer op de hygiene letten. Jac. Rombouts is hier bezig om zijn emmer vol te krijgen. Het melkstoeltje was onmisbaar om behoorlijk te kunnen zitten.

10. Na het handgereedschap van zicht en pikhaak, kwam de machine waarmee het graan gemaaid kon worden. Paardekracht was toen het belangrijkste. Het graan werd tot schoven gebonden en tot hokken gezet om te drogen en afte sterven. In de jaren dertig was deze manier van graan maaien al erg "bij de tijd". Kees Rens is al zo bedreven in zijn werk dat hij aile handelingen aIleen kan doen. Ook het paard weet zelf de weg.

11. Pluimvee werd vanouds in vrij grote aantallen gehouden. In oude gegevens vinden we dat in 1851 in Rijsbergen 27.830 kippen en 15.390 kapoenen gehouden werden. Dit is weI teruggelopen, met het gevolg dat iedereen kip pen hield en veel vrouwen, eens in de week, met een mand vol eieren naar Breda gingen om ze daar te verkopen. Op de foto, die rond 1938 is gemaakt, zien we de kippen lopen rond het pension "Villa Welgelegen" in de Krabbebossen. De eigenaar is de kippen aan het voeren en hoopt iedere morgen een eitje op tafel te hebben, zodat hij zijn gasten kan verwennen. Kippen doen het nog steeds goed en zijn op vele boerderijen te vinden.

12. Voor het bestuiven van vele planten en ook voor de verkoop van honing en was werden bijen gehouden. Hier zien we Kiske Bastiaansen bezig met zijn bijen; hij laat ons het inwendige van een bijenkorf zien. Kiske was een echte "biejenboer", bijen houden was een van zijn grote hobby's. De bijenkorven werden vroeger door de imker zelf gevlochten, later werden dit kasten van hout. In het najaar worden de kasten opengemaakt en de honing wordt eruit gehaald en klaargemaakt voor de consumptie. Bijenwas is een produkt dat bij de waskaarsenfabricage de belangrijkste grondstof is.

13. Wielen van een kar waren van hout, opgesloten met een ijzeren band. In de loop der jaren begon het houten wiel door droogte te krimpen en de ijzeren band liep eraf. Daarom moesten de wielen naar de smid. De ijzeren banden werden eraf gehaald, smeedbaar warm gemaakt en ingekort. Daama werden ze weer om de houten wielen gelegd. De familie Hessels had in hun tuin bij de smederij een put gegraven, waarin met hout gestookt werd om de ijzeren band bewerkbaar te maken. Hier zien we de familie bezig, van links naar rechts: Louis Hessels en vader Sebastiaan Hessels, die samen een ijzeren band om het wielleggen. Links zien we een kruiwagen met hout staan. Dit hout is bestemd voor het VUUL Opname uit 1910.

14. Vele jaren was de familie Hessels eigenaar van een smederij. Het beslagen van een paard was een veel voorkomend karwei. Het beenachtige materiaal van een paardehoef moest tegen afslijten beschermd worden. Dit kon aIleen maar gebeuren met een op maat gemaakt hoefijzer, dat onder tegen de hoefwerd gespijkerd. Op deze foto zien we een hoefijzer aanbrengen; het paard is "mak" want het staat niet in de hoefstal (links). Van links naar rechts: Corn. Snoeijs, de knecht; Louis Hessels en zijn vader Sebastiaan Hessels. Deze opname is nit 1910.

c/7 d A :Ut;;i -Z; Q/;i-!d~

~ I !fd- ~1-j. " //

15. Hier een prent van de hand van G. Goossens van omstreeks 1832 van "Het Hof" dat gelegen was aan het beekdal van de AaofWeerijs. Hoewel op de prent staat vermeld "Het Kasteel te Rijsbergen" , was het niet meer dan een voornaam herenhuis, Het omgrachte woonhuis werd in 1647 gebouwd door Christoffel van de Berge. In de loop der jaren is het huis bewoond door de voornaamste lieden van Rijsbergen, De toenmalige eigenaar mr. Engelbrecht de Man liet het huis in 1837 slopen. Alleen de naam Hofdreven herinnert ons nog aan het herenhuis.

16. Rond de eeuwwisseling had Rijsbergen verschillende huizen met klokgevels, een topgevel die boyen de goot de vorm had van een klok. Rijsbergen was bekend als het dorp met de klokgevels. In 1902 zijn Drik Huijbrechts en Cath. Terheggen vanuit Meer naar deze woning gekomen en zijn er een bakkerij en cafe begonnen. Rond 1910 is het rieten dak vervangen door dakpannen en er is tevens een nieuwe voorgevel gebouwd. Op de foto kan men het resu1taat zien. De volgende bewoners waren Come lis Huijbrechts en zijn vrouw Cisca. In 1930 is Jan van Disseldorp gehuwd met Cath. Huijbrechts en zij hebben het pand overgenomen. In 1937 is het verbouwd, het resultaat is nog steeds te zien als het pand St. Bavostraat 41.

17. De voormalige watermolen van Rijsbergen, rond 1910. Deze watermolen stond op de rechteroever van de Aa of Weerijs onder de buurtschap Kaarschot. De eerste vermelding van de molen is uit 1279. Een ingrijpende restauratie vond plaats in 1656. De toenmalige eigenares markiezin Elisabeth van den Bergh liet in de gevel toen een steen met het jaartal1656 aanbrengen. Het schild toont twee wapens, links van de prinsen van Hohenzollern en rechts van de graven Van den Bergh. Op de foto zien we de voorgevel van de molen. In de gevel is de oude wapensteen te zien. In de aanbouw links zat het waterrad. Het luik waarlangs de zakken graan de molen ingehesen werden, staat open.

18. Atbraak van de watermolen te Kaarschot in 1915. In 1837 was de watermolen omgebouwd tot een windmolen, die in 1863 weer omgezet werd in een watermolen. Nadien raakte de watermolen erg in verval. Toen deze in 1895 in het bezit kwam van het Waterschap de Aa ofWeerijs, werd de molen weer wat opgeknapt. Maar de onderhoudskosten liepen alsmaar op, zodat men in 1915 gedoemd was om de molen te slopen. Op de foto zijn de slopers van de watermolen al bijna bij het grote wiel aanbeland. Linksonder liggen de molenstenen. De oude wapensteen is na de atbraak ter plaatse in de brug gemetseld.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek