Rijsbergen in grootmoeders tijd

Rijsbergen in grootmoeders tijd

Auteur
:   C.A.P. Rombouts en J.A.M. Buiks-Hendrickx
Gemeente
:   Zundert
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5861-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rijsbergen in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

69.De achterzijde van het hoofdgebouw van "De Krabbebossen". Het kleuterhuis kon, verdeeld in drie leeftijdsgroepen, veertig kinderen herbergen. Op de begane grond was voor elke groep een speelzaal ingericht. Deze zalen functioneerden als openluchtlokalen. De harmonicadeuren, die we in het midden zien, waren dag en nacht geopend. Verder bevonden zich op de begane grond de eetzaal, de keuken en de sanitaire voorzieningen. Op de bovenverdieping waren de slaapzalen voor de kinderen, de slaapkamertjes voor de verzorgsters en een ziekenverblijf.

70. De behandeling van de opgenomen kinderen in "De Krabbebossen" was zover mogelijk gericht op de doorgevoerde openluchtbehandeling. Verder was er een grote regelmaat, die de kinderen tot voldoende rust bracht. De kinderen verbleven zowel 's zomers als 's winters zoveel mogelijk buiten. Elke middag was er buiten, op opvouwbare ligbedjes, een verplichte rustperiode. Gemiddeld verbleven de kinderen voor een behandeling tussen de zes en acht weken in het kleuterhuis. Op de foto, die kort na de opening in 1933 is genomen, zien we de kinderen buiten op de ligbedjes in rust; links de directrice zuster Aukje Schaper, die de wacht houdt.

71. De brave dorpelingen van Rijsbergen zullen hun hoofd wei geschud hebben, toen Frans van Schaik in 1896 met een snelheid van zeker dertig kilometer per uur door het dorp raasde. De onderwijzer had maar een hobby: snelheid. Frans kocht in 1896 een stoomfiets, die hij zelf ombouwde tot iets heel bijzonders voor die tijd: een motorfiets met een stationaire motor. Daarmee promoveerde hij zichzelf tot een van de eerste rnotorrijders van het land. Hier zien we de zevenentachtigjarige Frans van Schaik, in 1955, met het oude karkas.

72. De garage en rijwiel- en landbouwwerktuigenwerkplaats van de Fa. Van Schaik aan de St. Bavostraat, rond 1930. Frans van Schaik, een onderwijzer, maar meer geinteresseerd in techniek, begon hier in 1900 een horlogezaak; tevens dreef zijn moeder er een kruidenierswinkeltje. In 1914 breidt hij zijn bedrijf uit met een rijwiel- en landbouwwerktuigenwerkplaats. Het bedrijf wordt later door zijn zoon Theo voortgezet. De Fa. Van Schaik was een van de eerste bezitters van een auto in Rijsbergen.

73. Een kiekje genomen door douanier Paling, bij gelegenheid van een bezoek van zijn familie aan Rijsbergen in 1936. De douanier verbleef in het pension van de familie Mathijssen aan de St. Bavostraat. Men poseert voor het pension, bij de auto van Louis Rijvers, die met het gezelschap een rondrit door Rijsbergen zal maken. Van links naar rechts zien we: Net Mathijssen, Frans Plazier, Gertruda Paling, Jan Paling sr., H. Vester en K. Vester-Paling. In het midden, met de pet, staat Louis Rijvers.

74. Zomer 1936. Een zeldzaam schouwspeI, onhoorbaar kwam hij over: de zeppelin. De zeppelin onderhield passagiersvervoer van Hamburg naar Lakehurst. De retourlijn kwam schuin over Rijsbergen. Op 6 mei 1937 is de "Hindenburg" tijdens zijn eenentwintigste reis in Lakehurst in brand gevlogen. Er zijn geen nieuwe lijnverbindingen meer gekomen. De zeppelin L.Z.-129-"Hindenburg" boven Rijsbergen, We zien vanaf links de woningen van bakker Kees Mathijssen, Math. Rombouts, Piet Rombouts en Johan Baremans.

75. Bij de opening van de Cooperatieve Zuivelfabriek hoorde ook de inzegening, die plaatsvond op 15 november 1939. Ook was hier de techniek vooruit gegaan; een prachtige machinekamer, met veel paardekracht, moest gaan zorgen voor het draaien van de vele machines waarmee de fabriek was ingericht. De machinekamer, het hart van de fabriek, werd bij de inzegening niet vergeten. Van links naar rechts: directeur J. van Oirschot, koster A. Wamsteker, Cor Rombouts, pastoor Verbunt en Gerard Rombouts.

76. De techniek ging ook in de landbouw steeds verder. Handwerktuigen verdwenen en machines kwamen ervoor in de plaats. In 1940 was de familie Louis Kennis met een echte tractor, maaimachine en zelfbinder aan het werk; voor die tijd een geweldige vooruitgang. Zou het paard dan als trekpaard toch moe ten verdwijnen? Vele heidevelden werden ontgonnen, er is gezaaid en geoogst, steeds meer, voor mens en dier. Het "Oekels heike" werd omgetoverd tot een graanstreek.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek