Rijssen in oude ansichten deel 1

Rijssen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G. Smit
Gemeente
:   Rijssen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3317-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rijssen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

TER IN LEIDING

Tusken heed en has en akker Tusken haag en leege laand

Woer de Oa zoo laankzaam kroonkelt Zich nen weg 110a 't Noorden baand Woer nag zeent de venne koeln

Met de bolnpeeters en 't reet

Woer nag vidle oolderwets is

Wee iej woer det is ofneet?

Det is in Riessen, het oole Riessen

Het muejste plaesken oet heel Twentelaand

Zo dichtte de heer J. Mekenkamp over zijn geboortestadje.

Als men in het Westen van ons land en ook in de grote steden in ons Oostelijk gewest zou spreken van de stad Rijssen, dan zullen de meesten u wat vreemd en onzeker aankijken. Rijssen een stad?

Toch is dat zo en iedere rechtgeaarde Rijssenaar is daar trots op, want reeds in 1243 kreeg Rijssen van de Stichtse bisschop Otto HI zijn stadsrechten, zodat het een van de oudste, zo niet de oudste stad in Twente is. Hoe oud Rijssen is, is niet bij benadering te zeggen, al kan men als vaststaand aannemen dat reeds bij het begin van onze jaartelling in de Es een Romeinse nederzetting moet zijn geweest. Dit blijkt uit het feit, dat in de buurt van de Koningsbelt tijdens opgravingen in de negentiende eeuw, urnen met as, geraamten, armbanden, halsringen, rnunten, alsook zwaarden, spiezen, bijlen en hamers zijn gevonden. Waarschijnlijk is hier een begraafplaats geweest van de Romeinen, daar de munten de beeltenis droegen van de keizers, Vespasianus, Commodus en Jovianus.

Voor 1243 is Rijssen een marke met een markebestuur

geweest, met daarvoor vele eeuwen een dorp. Jammer genoeg is over dit tijdperk weinig bekend, al is het een historisch feit, dat Lebunius die in deze omgeving het Christendom bracht en in 777 stierf, de kerk op het Schild he eft doen bouwen.

De kerk in Rijssen is dus zeer oud en in 1188 wordt zij reeds vermeld als de parochie Risnen. Ze was gewijd aan St.-Dyonysius en gold als de rnoederkerk van Holten en Wierden. Zij had drie vicarien gewijd aan, O.L.V., het H. Kruis en St.-Jan, de evangelist. Met deze laatste vicarie is zij begiftigd op 22 januari 1335 door Everhardus van Bevervoorde, die in Rijssen in 1323 een kasteel bouwde.

In de loop der eeuwen is er aan de kerk veel veranderd. De fundamenten zijn echter grotendeels blijven zitten, vooral daar waar het oude gedeelte is, dat uit tufsteen is opgetrokken. Deze fundamenten bestaan uit grote veldkeien, waarvan er een met een groot plat vlak, waarschijnlijk vroeger heeft dienst gedaan als offersteen bij onze heidense voorvaderen.

Tot in de middeleeuwen is de naam van Rijssen Risne geweest, aan welke naam de volgende legende is verbonden.

Volgens deze overlevering stond er ten zuidwesten van de plaats, waar nu Rijssen Iigt een groot bos. Tijdens een geweldige storm uit het zuidwesten, kon dit bos de kracht van de wind niet weerstaan, zodat aile bomen omvielen. De kronen met de dunne takken (de riezen) wezen naar het Oosten, de stammen (het dikke hout) naar het Westen. Eeuwenlang zijn ze zo blijven Iiggen, maar toen er aan de kant van de riezen een plaats ontstond werd deze Risne genoemd. Later kwam er aan de kant van het dikke hout ook een ne-

derzetting die de naam Holten kreeg. Vandaar dat Rijssen ook een tak in zijn wapen heeft. Het is cen legende, maar met zekerheid kan worden aangenomen dat dit bos er geweest is tussen Holten en Rijssen. Wanneer en op welke wijze het verdwenen is weet niernand, maar zeker is dat het geheel vergaan is tot veen. Eeuwenlang heeft dit veen er gelegen, totdat het later door de Rijssenaren is afgegraven, die er hun (skadn) en turf weg haalden, om er de tichelovens mee te stoken en om er de huizen mee te verwarmen in de open vuren, aangevuld met het nodige brandhout dat in deze bosrijke omgeving voldoende was te vinden. Ook talrijke vrachten (streejge), werden uit het veen gehaald voor het vee om op te liggen vermengd met heideplaggen. Als het veen was afgegraven werd het geleidelijk ontgonnen en in cultuur gebracht.

Het grootste gedeelte echter werd in orde gemaakt tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de jutefabrieken in Rijssen, de grootste in Nederland, door gebrek aan grondstoffen geen werk meer hadden voor hun arbeiders. Een overleg dat plaats yond tussen gemeentebestuur en de firma ter Horst had tot gevolg dat een gedeelte van de arbeiders in het Rijssense veen werden te werk gesteld. Deze brachten 80 bunder veen en moeras in cultuur waar in de eerste jaren een tuinbouwbedrijf werd gesticht, die de naam "De Verdeling" kreeg.

Ten dele was dit een vooruitgang, maar jarnruer is dat zoveel moois is verdwenen. Het Rijssense veen was vroeger toen het nog ruig was een ideale broedplaats voor tal van watervogels terwijl er ook de flora welig tierde.

Toen Otto III Rijssen stadsrechten gaf, betekende dit

een grotere mate van onafhankelijkheid en wordt het markebestuur vervangen door een magistraat. EI' komen wallen en grachten rondom het centrum het Schild. Plannen om later op die wallen muren te bouwen zijn nooit verwezenlijkt. Waarschijnlijk nog voor de Tachtigjarige Oorlog zijn deze wallen en grachten weer geslecht en gedempt, maar namen als Walstraat, Huttenwal, Hagen en Watermolen geven een beeld waar ongeveer die wallen zijn geweest.

Het kasteel Bevervoorde of Beverfeurde, gebouwd in 1323 en gesloopt omstreeks 1780, heeft binnen deze wallen gestaan in de driehoek Haarstraat - HuttenwalBoomkamp en was een pleisterplaats voor de bisschop bij zijn bezoeken aan Twente. Als laatste herinnering aan het kasteel stond er later nog de boerderij "De Krans" welke het jaartal 1620 droeg en gesloopt is in 1925.

Aan de Watermolen heeft het Huis "De Pol" of Brandlicht gestaan. Dit moet vroeger een klooster zijn geweest. Volgens overleveringen was het verbonden door een onderaardse gang met de Bevervoorde. Andere kastelen die in de omgeving van Rijssen stonden waren o.a. "De Oosterhof", en de "Grimberg". De Oosterhof wordt al genoemd in 1334 en was enige eeuwen bewoond door de Van Langens. In 1600 krijgt het bekendheid doordat Prins Maurits het meermalen bezocht bij jachtpartijen in deze omgeving. In 1631 komt het in bezit van Ernst Hendrik van Ittersum. Een fraaie graftombe in de Schildkerk, heden nog aanwezig, herinnert nog steeds aan de Van Ittersums. In 1900 woont er de familie Coenen. Haar laatste bewoonster baronesse van den Borch tot Verwolde, weduwe van jonkheer Coenen, besloot in 1960 het kastee!

met bijbehorend bos en weilanden te verkopen aan de gemeente Rijssen, onder de bepaling dat het gerestaureerd moet worden om het voor het nageslacht te bewaren. Men is hier nu mee bezig. Het wordt geheel in haar oude staat terug gebracht en zal dienst doen als kraamcentrum.

Het kasteel de Grimberg dateerde van omstreeks 1100. Een van zijn eerste bewoners Dirk VI van Holland nam in 1145 dee I aan een kruistocht naar het Heilige Land. Daar waar nu de boerderij het Oude Veer staat is een oversteekplaats geweest over de Regge en was eigendom van de heer van de Grimberg. In 1492 kreeg Otto van Ruttenberg die toen kasteelheer was toesternming van de bisschop hier een brug te bouwen. Het kasteel de Grimberg heeft gestaan tot 1821 en is toen gesloopt. Veel invloed hadden de kasteelheren op het leven in Rijssen want bij benoeming van predikanten of kosters tevens schoolrneesters, geschiedde dit door de kerkeraad onder medestemming van de kastelen De Oosterhof, de Grimberg, Eversberg en het burgelijk bestuur van Rijssen.

In de late middeleeuwen was Rijssen een van de rijkste Twentse stadjes, wat zeker de oorzaak is geweest, dat het vaak werd aangevallen door stropende benden. Met man en macht verdedigde de bevolking zich steeds, maar moest vaak het onderspit delven, en hun vrijheid terug kopen ten koste van hoge losgelden. Ook ziekte (pest) in 1602 en hongersnood in 1630 eisten slachtoffers.

Ondanks het steeds terugkerend oorlogsgeweld dringt in 1626 de Reformatie door in Rijssen en gaat pastoor G. Braamcamp met het grootste deel van zijn parochie over naar de nieuwe leer.

Een strijd die jaren heeft geduurd over de rechten van De Mors (Iatere gemeenteweide) tussen de jonkers de markeboeren enerzijds en het gemeentebestuur anderzijds, wordt in 1636 beslecht. Een gewapende macht eist De Mors op voor het stadsbestuur. De jonkers en markeboeren do en een tegenaanval maar worden teruggeslagen. Deze dienen een klacht in bij de Drost, die niets oplevert. Ook de oorlog met Munster laat Rijssen niet onberoerd en het komt enige jaren onder zware druk te staan. Dat dit echter niet willoos was ondervond een officier, die door de getergde bevolking werd verdronken in een kolk op de hoek van de Boomkarnp-Watermolen, die daarna de Munsterkolk werd genoemd.

Als in 1674 de Munsterse troepen zijn verdwenen besluit men een houten toren te bouwen en daarop geregeld wacht te houden. De naam Ho!tentorensweg wijst de plaats aan waar deze toren heeft gestaan. Jammer is, dat in 1737 met het stadhuis ook het archief is verbrand, waarmee vele waardevolle stukken uit het verleden verloren gingen. De naam Watermolen, doet nog altijd denken aan de plaats waar Rijssens enige Watermolen heeft gestaan welke na 1794 gesloopt is.

Als herinnering aan de strijd tussen de patriotten en prinsgezinden staat in Rijssen de pomp van Bentheimersteen met het jaartal 1799. De pomp werd door de raad geschonken aan Westelijk Rijssen voor hun Oranjegezindheid en geplaatst hoek HaarstraatWalstraat en staat thans achter de Schildkerk.

Ten Oosten van het Schild woonden de patriotten wat vaak aanleiding gaftot hevige gevechten.

In de morgen van de 4de augustus 1826 doet een gewel-

dige slag de bewoners rond het Schild naar buiten vliegen. Tot ontstetenis ziet men dat de eeuwen oude toren van de Schildkerk is ingestort. Geldgebrek is oorzaak dat hij wordt vervangen door een houten toren. De plannen om nu weer een stenen toren te bouwen zijn in een vergevorderd stadium.

Een grote vooruitgang was in 1888 de spoorwegverbinding met Almelo en Apeldoorn, in 1910 gevolgd door de lijn Hellendoorn- N eede, welke laatste in 1937 weer moest worden opgeheven.

Een groot aandeel in de groei van Rijssen heeft het initiatief gehad van de gebr. ter Horst, die in 1864 in De Beek een jutefabriekje bouwden. Begonnen met 8 spinmachines moesten zij al gauw uitbreiden en verdrongen na 1900 de huisindustrie geheel zodat er thans 3 fabrieken staan. De eerste jaren werden de grondstoffen aangevoerd over de Regge en dan via een kanaal tot voor in Rijssen, Dit kanaal is nu gedempt. Rijssen was vroeger 5 korenmolens rijk en een oliemolen. De korenmolens hebben plaats moeten maken voor moderne installaties, de oliemoelen "De Pelmolen" is nu een ruine.

N aast de huisindustrie werkten vroeger ook veel Rijssenaren op de steenbakkerijen, die talrijk, nu nog 3, werden aangetroffen, daar de grond vooral bij de Friezenberg veelleem bevatte.

Landbouw en veeteelt waren ook een bron van inkomsten. Hierdoor kwam het ook dat veel huizen vooral in het Westelijk deel naar de straatzijde stonden met de dee! en stallen, waardoor men overal plaggen en mesthopen langs de straat yond. Daar velen niet over voldoende weiland beschikten, mocht men het vee voor halve dagen laten grazen op de gemeenteweide

"De Mors", tegen een kleine vergoeding. De beesten werden's middags gebracht en's avonds weer opgehaald, zodat men dan honderden koeien door Rijssens straten zag lopen. Dit beeld is geheel verdwenen, het vee werd afgeschaft, de delen en stallen omgebouwd tot geriefelijke woonruimten en de gemeenteweide is nu voor een groot dee I industrieterrein.

Een ander typisch beeld dat uit Rijssens straten verdween, zijn de huisvrouwen die's maandags, naar De Weijerd (de stadsbleek) gingen met de was om die daar te bleken en in het heldere bronwater te spoelen. Nog is De Weijerd er, maar bleken en spoelen ziet men niet meer en in het heldere water zwemmen nu eenden en statige zwanen. Rijssen groeit snel, telde het in 1880 4000 inwoners, nu zijn het er bijna 17000. Het stadsbestuur moest uitzien naar bouwterreinen, die gevonden werden in het Zuid en Zuid-Oostelijk deel. Daar waar men vroeger golvende korenvelden zag, zijn nu hele stadswijken verrezen met kerken en scholen, speeltuinen en gebouwen voor allerlei maatschappelijke doeleinden.

Veel is veranderd, veel is er verbeterd in het oude stadje Rijssen, maar toch kan men soms met weemoed terugdenken aan al het moois dat verdwenen is uit vroegere dagen.

Bekijken we nu de foto's van Rijssen zoals het was, waarbij we bij het samenstellen van dit boekje konden putten, naast de foto's uit eigen verzameling, uit de collectie van de fam. Vos en enige opnamen van de firma ter Horst, waarvoor onze hartelijke dank.

Rijssenjuni 1969

Een gedeelte van het Schild met het oude gemeentehuis, met een doorkijk op de Haarstraat, omstreeks 1890. Op initiatief van burgemeester Lodder die in 1904 naar Rijssen kwam werd het afgebroken. Op dezelfde plaats werd het nu nog bestaande gemeentehuis gebouwd, dat in 1906 werd geopend. Rechts een gedeelte van hotel De Kroon.

7

Hm. (lrt. RIJSSEH.

Uit;. J. H. F. ( ?? deri.t. No 3853

8

De Grote of Schildkerk in 1905. Midden op de voorgrond de in 1898 geplante Wilhelmina boom. Het hekwerk er om heen met de beeltenis van koningin Wilhelmina is verdwenen, maar de boom staat er nog. Onder de bomen door is nog een gedeelte van de leerkamer te zien, die in 1925 bij de verbouwing van de kerk werd afgebroken. Rechts het cafe Hegeman, waar nu de Arnro-bank is gevestigd.

Nogmaals het oude gerneentehuis, nu gezien vanaf de Kerkstraat. Op de achtergrond het huis van Dr. Stokkers met de schuur, en hotel De Kroon. Rechts een gedeelte van de winkel van "Kroonn Jantjen", waar nu rijwielhandel 't Centrum is gevestigd.

9

10

Het voormalig restaurant van de familie Koenderink, op het Schild, in Rijssen bekend als Skutjen. De foto is plm, 80 jaar oud. Links is nog iets te zien van het huis van stalhouder Sanders. Later woonde daar schoenmaker Leyendekker. De naam Skutjen moet ontleend zijn aan een schutstal, rechts op de achtergrond nog te zien, waar vroeger het vee dat zwervend werd aangetroffen geschut (tijdelijk opgeborgen) werd, tot de eigenaar het tegen een kleine vergoeding weer kwam ophalen.

Deze foto Iaat hetzeIfde restaurant, nu hotel, zien een twintigtal jaren later en geheel verbouwd. Doordat een dochter van Koenderink met de heer Weitering trouwde werd later de naam Koenderink in Weitering gewijzigd.

II

12

Een beeld dat men rond de eeuwwisseling veelvuldig in Rijssen zag, waren huismoeders op weg naar dejutefabriek met zakken in de kruiwagens die thuis genaaid waren. Ais deze zijn afgeleverd wordt weer een nieuwe vracht mee terug genomen. Doordat de inkomsten in die jaren niet hoog waren probeerden de vrouwen met zakken naaien wat bij te verdienen, waarbij vaak de kinderen ook werden ingeschakeld. De beide vrouwen die we op de foto zien zijn vrouw Nijkamp en vrouw Vlogtman.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek