Roosteren in oude ansichten

Roosteren in oude ansichten

Auteur
:   G.M. Peters
Gemeente
:   Susteren
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3356-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Roosteren in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De naam Roosteren komt in de oude archieven voor als Rosusteren, Rufsusteren, Rustren, Roesten, Roesteren, Rosteren en Roisterad. Het is een samenvoegsel van Rode en Suestra. Rode betekent ontginning en Suestra was de naam van de tegenwoordige Roode Beek, waaraan Susteren zijn naam ontleent. Roosteren ontstond aan de samenvloeiing van de Roode Beek en de Geleenbeek omstreeks 714, waar nu het gehucht oud- Roosteren of Oude Kerk (Auw Kirk) is gelegen. De oude kerk die hier lag, moet volgens de overblijfselen en getuigen een gebouw in Romaanse bouwtrant geweest zijn en dus voor de dertiende eeuw zijn gebouwd. Daarenboven is de oude doopvont van de huidige kerk van Roosteren nog een getuigenis van de oudheid van de parochie.

De tegenwoordige gemeentegrenzen waren er toen nog niet. Zelfs de Maas was geen grens, maar veeleer een band die de overbewoners in hun lotgevaUen met deze rivier verbond. Zij stroomde langs Oevereind, Pas en Kokkelert. Vanuit Ruckbrouck (thans de Rug) liep een oversteekplaats door de Maas naar Aldeneik, in de negentiende eeuw nog in gebruik voor de postkoetsen Venlo-Maastricht.

In de tijd van de Noormannen he eft Roosteren veel van brandstichting te lijden gehad.

Roosteren is een Maasdorp. Het ligt, in vergelijking met andere Maasdorpen zoals Elsoo, Stein, Urmond, Berg, Grevenbicht, Stevensweert, Maasbracht, Linne en andere die dicht bij de rivieroever liggen, op vrij grote afstand van deze rivier, zeker wanneer men bedenkt dat de oude dorpskern in Oud-Roosteren heeft gelegen. De verklaring hiervoor is de wispelturige Maas, die in de loop der tijden vele malen een nieuwe bedding zocht en haar water naar het westen heeft verlegd. Hierdoor werd de dorpskern door steeds breder wordende uiterwaarden van de rivier gescheiden. Door verplaatsing van de rivierbedding tussen 900 en 1200 werden Illikhoven en Visserweert van de Belgische gemeente Elen gescheiden.

Van de soevereiniteit van de Maas en de verwoestingen die zij te Roosteren he eft veroorzaakt, zijn de namen van de gehuchten nog steeds de stille getuigen. Maasheuvel duidt op de hoge schoor (schutwerk) langs de Maas, die in het terre in van Roosteren nog te bespeuren is. Kokkelert (Kuckelweert) duidt op een eiland, of een oeverweiland dat door de Maas werd gevormd. De Pas was de toegangsweg naar de overvaart van de

Maas en Oevereind was het einde van de hoge schoor waarop Maasheuvellag.

De bewoners van Roosteren hadden een goed bestaan in de landbouw en veeteelt omdat de bodem grotendeels uit vruchtbare kleigrond bestond. Vanwege het uitgestrekte grasland langs de Maas bezat Roosteren veel meer koeien dan de andere plaatsen.

Op 3 maart 1243 verkocht volgens de overlevering Adolf I, graaf van Altena, Rufsusteren (Roosteren) aan graaf Otto II van Gelder. Vanaf deze tijd is Roosteren Gelders gebied gebleven.

Het graafschap Gelder was verdeeld in vier kwartieren namelijk Betuwe, Zutphen, Veluwe en het Overkwartier, dat van de overige kwartieren gescheiden was door Kleefs gebied en dat voor een groot deel gelegen was op de rechter Maasoever, vanaf Gennep tot Echt. De hoofdstad was Roermond, ten zuiden werd het begrensd door Gulik. Het Overkwartier van Gelder bestond uit een aantal ambten, waarvan het meest zuidelijke Montfort was, dat zich uitstrekte van Belfeld tot Roosteren. Roosteren was een uithoek en als grensplaats ingesloten door de Gulikse plaatsen Dieteren, Susteren, Holtum, Grevenbicht en de Maas. Het ten zuiden van Roosteren gelegen gehucht Illikhoven werd doorsneden door een weg die de grens vormde tussen het Gelderse Roosteren en de heerlijkheid Born, die in 1400 Guliks werd. De vrijheerlijkheid Visserweert hoorde tot het graafschap Loon en was tevens een groot leen van Valkenburg. Zij werd pas in 1839 bij de gemeente Roosteren gevoegd.

Bij het Barriere Tractaat in 1715 werd Roosteren afgestaan aan de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden en in 1814 aan het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden toebedeeld. De gemeentelijke begrenzing van Roosteren met Echt en Susteren werd geregeld bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1819. Daar Roosteren voor de tijd van de Franse Omwenteling nooit een heerlijkheid of een gemeente in de eigenlijke zin van het woord is geweest en geen eigen gerecht had, heeft het uit de aard van de zaak geen afzonderlijke geschiedenis, die zich afspeelde rond een heer of gezaghebber met een eigen college van bestuurders. De geschiedenis van Roosteren speelt zich tot aan de Franse Revolutie af in de eenheid van een kerkelijke gemeenschap, "de kerspel Roosteren".

In geestelijk opzicht stond het vanouds onder gezag van de prinsbisschop van Luik en ressorteerde onder het dekenaat Susteren tot aan de oprichting van het bisdom Roermond in 1561, toen het bij dit bisdom tot het dekenaat Montfort kwam te horen. De zuidelijke grens loopt dan gelijk met de grens tussen de hertogdommen Gelder en Gulik met uitzondering van Visserweert, dat met Illikhoven onder de parochie Elen in Belgie viel.

De burgerlijke geschiedenis van Roosteren is de historie van een conglomeraat van verschillende grondeigendommen, die vooral door huwelijk herhaaldelijk van eigenaar verwisselden en waarvan de bezitters ieder op hun gebied heer speelden, maar geen jurisdictie hadden.

Wat de rechterlijke macht betreft behoorde Roosteren tot de schepenbank van Echt, die uit zeven leden was samengesteld, van wie vier uit Echt, twee uit Maasbracht en een uit Roosteren. Deze toestand bleef bestaan tot aan de komst van de Fransen. WeI had Roosteren een burgemeester, een schatheffer en dergelijke. Merkwaardig is dat de Admiraliteit van Rotterdam te Roosteren een "Commies Ontfanger" aanstelde voor de convooien en licenten op de Maas.

Vanaf 1632 is een volledige lijst van burgemeesters van Roosteren bekend; deze zijn tot in de twintigste eeuw allen grootgrondbezitter te Roosteren geweest. Ook zijn er vele pastoors bekend, vanaf het jaar 1400 is de lijst welhaast volledig te noemen.

De geleerde Jezuiet Xavier de Feller (1735-1802) maakte in de achttiende eeuw een reis door Europa. Hij bezocht niet alleen Stevensweert, Thorn, Beek en Roermond, maar ook Roosteren. Op 28 juli 1778 zegt hij van Roosteren dat het een van de uitgestrektste dorpen is, die hij ooit gezien heeft. Men ziet hier niets dan dijken en wilgen en de ontwijfelbare sporen van de soevereiniteit van de Maas ondanks de tegenrnaatregelen, die men ertegen neemt.

Door de Tweede Kamer der Staten Generaal werd op 24 februari 1981 het wetsontwerp Gemeentelijke Herindeling van Zuid-Limburg aanvaard, waardoor Roosteren zijn zelfstandigheid verloor en sedert 1 januari 1982 tot de gemeente Susteren behoort.

1. Vastenavond, dinsdag, 1896. We zien op deze toto, op de onderste rij, van links naar rechts: Graatje Schlangen, H. Peurteners, Sjang van Laar, Schepen Schulpen en Sjang Pustjens.

Bovenste rij, van links naar rechts: Schrijnemakers (rentmeester boerderij kasteel), Sefke Sanders, Jacob Vanneer, Dreesen en Sjang Bussers.

2. Deze opname werd gemaakt tussen 1904 en 1908. Links pastoor L'Ortey, rechts meester Smeets. Vervolgens van links naar rechts:

Op de onderste rij: twee onbekenden, A. van Thoor, (Dames van Frenske), P. Vogel (met bordje), H. Jennen, P. Jennen en J. Jennen.

Tweede rij: allemaalonbekend.

Derde rij: een onbekende, Jean Srneets, Arnold Smeets, JozefVogel, Theo Smeets, een onbekende en G. Kelleners.

Bovenste rij: Mathieu Smeets, Schrijnernakers (rentmeester kasteel), een onbekende, J. Smeets, Leo Smeets en Adam Schoffelen.

3. Deze foto ontstond tussen 1904 en 1908.

Rechts pastoor L'Ortey, .de onderwijzeressen zijn onbekend.

Vervolgens, van links naar rechts: op de onderste rij: Til en Anna Graus, Bea en Netta Schulpen, Anneke Simons en een onbekende.

Tweede rij: allemaalonbekend.

Derde rij: Maria Smeets (van Maan), Anna Smeets, een onbekende, Jaatje Smeets, Mina Nieskens en nog een onbekende.

Bovenste rij: A. Oojen (An van Hans Oojen), AIda Schulpen, Philpine Peurteners, Maria Smeets, Lena Smeets (van Pierre-Jan), AIda Schrijnemakers en A. Verstegen (Anj van Friedje).

4. Ook deze opname ontstond tussen 1904 en 1908. Links pastoor L'Ortey, rechts met baard meester Offergeld en met snor meester Sef Smeets.

Van links naar rechts, op de onderste rij: een onbekende, H. Peurteners, A. Peurteners, P. Jennen, H. Jennen en J. Jennen.

Tweede rij: A. (Dames) van Thoor, Sjang Rutten, een onbekende, Sjaak Kohlen (van de Boy), H. Jennissen en A. Pustjens.

Derde rij: een onbekende, Sjeng Simons, twee onbekenden, Lei Schlangen, Arnold Smeets en Pierre Vogel. Bovenste rij: een onbekende, Sef Schoolmeesters, twee onbekenden, Arnold Gruizen en nog eens twee onbekenden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek