Rotterdam-Centrum / De Landstad in oude ansichten

Rotterdam-Centrum / De Landstad in oude ansichten

Auteur
:   P. Ratsma
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2116-3
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rotterdam-Centrum / De Landstad in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het centrum van Rotterdam, zoals het in dit boekje beschreven wordt, be staat niet meer. Bij het bombardement van 14 mei 1940 is het voor het grootste gedeelte verwoest. Gelukkig is een zo groot aantal foto's en prentbriefkaarten van dit gebied bewaard gebleven, dat besloten kon worden "Rotterdam-eentrum in oude ansichten" in twee delen uit te geven.

Wat verstaan we onder Rotterdam-Centrum? Om te beginnen vanzelfsprekend de "Stadsdriehoek", het gedeelte van de binnenstad dat vroeger omsloten werd door de stadsgrachten Schiedamsevest, Coolvest, Pompenburgsingel en Goudsevest. De basis van de driehoek wordt gevormd door de Maas. Een drietal buurten dat aan de westzijde nauw bij de Stadsdriehoek aansluit, het Nieuwe Werk, Cool en de buurt rond het Centraal Station, wordt hier eveneens bij het centrum gerekend.

In dit eerste deeltje vinden we afbeeldingen van de Stationsbuurt en van de "Landstad", dat is het gedeelte van de Stadsdriehoek ten noorden van de Hoogstraat. In het tweede deel zullen afbeeldingen van Cool, het Nieuwe Werk en de "Waterstad" worden opgenomen. Met "Waterstad" bedoelen we de oude havenbuurten ten zuiden van de Hoogstraat. Met het onderscheid tussen Land- en Waterstad knopen we aan bij de onderverdeling van het oude Rotterdam, zoals die van oudsher gehanteerd wordt.

Rotterdam omstreeks 1875

De afbeeldingen in dit boekje dateren bijna aile van

de periode 1875-1940, een tijd waarin Rotterdam een geweldige ontwikkeling doormaakt, het inwonertal groeit van 130.000 tot 620.000, omliggende gemeenten geheel of gedeeltelijk worden geannexeerd en op de nieuw verworven gebieden worden havens gegraven en woonwijken gebouwd.

Veor deze expansieperiode begint heeft Rotterdam echter een lange tijd van economische stagnatie doorgernaakt. Er heerst grate armoede in de stad, de gezondheidstoestand is slecht en door de toch vrij sterke bevolkingstoename gedurende de laatste halve eeuw is vooral de Stadsdriehoek overbevolkt. Ieder beschikbaar stuk grond is er bebouwd en met name in de Landstad, waar de meeste armen wonen, is de huisvesting erbarmelijk.

Maatregelen ter verbetering van de gezondheidstoestand worden midden negentiende eeuw voorgesteld door stadsbouwmeester W.N. Rose. Hieraan danken we onder andere de demping van een groot aantal vervuilde watertjes in de stad en de bouw van het Coolsingelziekenhuis aan de rand van de stedelijke bebouwing,

Veranderingen tussen 1875 en 1940

Hoewel het centrum van Rotterdam omstreeks 1875 al bijna helemaal volgebouwd is, verandert er in de loop van de periode tot 1940 toch veel. In de eerste plaats omdat het nu het centrum wordt van een plaats die een beetle op een wereldstad begint te lijken, met een veel drukker verkeer, tal van bankgebouwen en

andere kantoren, grotere winkels, warenhuizen, enzovoort. Ten tweede zijn ook in Rotterdam vanzelfsprekend de gevolgen van technische ontwikkelingen en veranderingen in het sociale leven van invloed. Zo worden bijvoorbeeld de koets en de paardetram langzamerhand verdrongen door de auto en de elektrische tram en ziet men gietijzer, staal en beton steeds meer toegepast als bouwmaterialen. De industrie brengt voortdurend nieuwe, betrekkelijk goedkope produkten op de markt, die door rec1ame onder de aandacht van de consumenten gebracht worden. We zien sinds eind vorige eeuw dan ook steeds meer reclameborden en -zuilen en lichtreclames in de stad verschijnen. Ook in het uitgaansleven verandert veel. Van de typisch negentiende-eeuwse uitspanningen, net buiten de stad, verdwijnt de een na de ander door de groei van Rotterdam, maar nieuwe vormen van recreatie, zoals de bioscoop en de uit Amerika overgewaaide muziek- en danscultuur, komen ervoor in de plaats.

Het verkeer

Zoals ook in onze tijd nog steeds het geval is, zijn de meest drastische ingrepen in het stadsbeeld vaak het gevolg van de toenemende omvang van het verkeer. De binnenstad is daarop niet berekend. Door demping van stadsvesten, eind negentiende, begin twintigste eeuw, ontstaat een ring van brede wegen rond de Stadsdriehoek. Het grote probleem blijft, hoe door de binnenstad van oost naar west te komen. De smalle

winkelstraat de Hoogstraat is de enige doorlopende oost-westroute door de oude stad. Omstreeks 1930 wordt de Meent door een grote doorbraak van Coolsingel naar Goudsesingel tot een brede verkeersweg dwars door de Stadsdriehoek gemaakt. Een tweede doorbraak is de Van Hogendorpsstraat, die de Coolsingel met de Blaak verbindt. Het Hofplein, de top van de driehoek, wordt een verkeersknooppunt dat steeds meer problemen op gaat leveren. Van de meer dan twintig plannen tot verbetering wordt er ten slotte een in uitvoering genomen, dat verplaatsing van de Delftsepoort inhoudt.

In deze tijd ontstaat ook het openbaar stadsvervoer, De RTM opent in 1879 een paardetramnet. In 1905 doet de elektrische tram zijn intrede, aanvankelijk geexploiteerd door de particuliere onderneming RETM, vanaf 1927 door de gemeentelijke RET. Aanvullend openbaar vervoer leveren de paardeornnibus, circa 1906 de motoromnibus en sinds de jaren twintig de auto bus. De verschijning van de fiets en de auto in het verkeer leidt ertoe dat het aantal stalhouderijen in de stad langzamerhand afneemt.

Schaalvergro ting

Wat we in de periode 1875-1940 ook opmerken, is een toenemende schaa1vergroting. We zien dit bijvoorbeeld in de bouw. De oude stad bestaat aan het begin van dit tijdperk vrijwel uitsluitend uit afzonderlijk gebouwde panden, zowel grote als kleine. De bouw van de Passage in 1879 is voor die tijd al een groots

opgezette onderneming. Ben groot aantal winkels en andere bedrijven, met woningen erboven, wordt langs een overdekte winkelstraat als een complex gebouwd. De toepassing van gietijzer maakt dit technisch mogelijk. De bebouwing langs de Meent, vijftig jaar later, is nog veel grootschaliger. Grote blokken met winkels, kantoren en woningen worden, met gebruikmaking van beton, langs deze nieuwe verkeersweg neergezet. De nieuwe Coolsingel, naar het idee van burgemeester A.R. Zimmerman aangelegd als een brede boulevard, zoals ook "andere" wereldsteden die hebben, is ook een symptoom van het grootschalig denken en bouwen. Vooral aan de oostzijde beheersen kolossale gebouwen het beeld. De westkant, met veel winkels, cafes en theaters, is wat intiemer. Door de bouw van het stadhuis, het hoofdpostkantoor en de beurs wordt de Coolsingel feitelijk de hoofdstraat van Rotterdam. De winkels, warenhuizen, banken, theaters, enzovoort, die inmiddels hier en in de omliggende straten zijn gevestigd, dragen er ook in belangrijke mate toe bij dat het zwaartepunt van Rotterdams centrum een flink stuk naar het westen verschuift.

De vooroorlogse gezelligheid

Waaraan dankt het vooroorlogse Rotterdam nu zijn roem van gezelligheid? De winkels, cafes, dancings, bioscopen enzovoort, in aantal sterk toegenomen dank zij de in deze periode langzaam aan gestegen welvaart, zijn zeker een factor van betekenis. Ook wordt de stad verlevendigd door etalageverlichting,

aan- en uitflitsende lichtreclames en dergelijke, mogelijk gemaakt door toepassing van elektriciteit. De clandestien opererende straathandelaren en -rnuzikanten dragen niet aileen bij aan de gezelligheid, maar brengen ook een avontuurlijk element in het leven, een op goedaardige wijze overtreden van de wet, waarvan men voor een paar centen, of door het waarschuwen voor een naderende agent, deelgenoot kan zijn. Intiemer dan na 1940 het geval zal zijn, is de stad ook dank zij het nog overwegend kleinschalige karakter. De keerzijde van deze gezelligheid is dat in de zijstraten van de grote winkelstraten vaak nog bittere armoede heerst. De crisis van de jaren dertig maakt voor velen ook v66r de oorlog de gezelligheid van Rotterdam al tot een mooie herinnering.

Wandeling door de stad

De afbeeldingen zijn geplaatst in de niet originele, maar wel praktische volgorde van een wan de ling. Deze begint bij Station D.P. en voert door de Stationsbuurt, via de Kruiskade naar het Hofplein. Langs Goudsesingel en Oostplein dringen we de Stadsdriehoek binnen. Na een aantal ornzwervingen hierdoor eindigt de tocht op de Coolsingel.

Ben paar kaartfragmenten uit het eind van de negentiende eeuw en van omstreeks 1930 zullen hopelijk van nut zijn bij deze tocht door een grotendeels niet meer bestaande stad.

BIJSCHRIFTEN BIJ DE KAARTEN

Kaart 1: De Landstad omstreeks 1895.

Kaart 2: Rotterdam-Centrum omstreeks 1930.

Kaart 3: De Stationsbuurt omstreeks 1930. Detail van kaart 2. Kaart 4: De Landstad omstreeks 1930. Detail van kaart 2.

1. Het perron van het station "Rotterdam D.P.", de plaats waar v66r het tijdperk van de auto de meeste bezoekers van Rotterdam arriveerden. Onder de negentiende-eeuwse overkapping is op het tweede perron een moderne wachtkamer gebouwd. Op beide perrons zien we wagentjes waarmee de passagiers van stilstaande treinen van eet- en drinkwaren en 1ectuur werden voorzien.

2. Ret oorspronkelijk "Centraal Station" genoemde station, in gebruik genomen in 1877, kreeg later de naam van het oudere station bij de Delftsepoort, dat na 1877 afgebroken werd. Gewoonlijk werd het nieuwe station kortweg "D.P." genoemd. Ret lag iets ten noordoosten van het tegenwoordige Centraal Station.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek