Rotterdam-Centrum / De Waterstad, Cool en het Nieuwe Werk in oude ansichten

Rotterdam-Centrum / De Waterstad, Cool en het Nieuwe Werk in oude ansichten

Auteur
:   P. Ratsma
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2370-9
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rotterdam-Centrum / De Waterstad, Cool en het Nieuwe Werk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

"Door heel de stad heb ik gezworven, maar aan de kaden toch het meest," zegt Jan Prins in zijn beroemde gedicht "Rotterdam". Dit tweede deeltje "Rotterdam-Centrum in oude ansichten" gaat over de Waterstad, Cool en het Nieuwe Werk in de periode 1875-1940. Ook de fotografen die het bee1d van dit nu grotendeels verdwenen cud-Rotterdam vastlegden had den een grote voorkeur voor de kaden. Aan- en afvarende of gemeerd liggende schepen, bruggen die open en dicht gaan, goederen opgeslagen op de kaden, over de keien denderende sleperswagens, de mensen die hier hard werkend de kost verdienen, dit alles boeide niet alleen de tijdgenoot - opvallend is het grote aantal wande1aars op de havenfoto's - maar de afbee1dingen ervan zijn ook voor ons fascinerend. In dit boekje wordt geprobeerd een indruk te geven van het leven in de havenbuurten en in een aangrenzende woonwijk in de Rotterdamse binnenstad.

De Waterstad

Vanouds wordt het buitendijks gelegen deel van de Stadsdriehoek de Waterstad genoemd. Buitendijks betekent in dit geval buiten Schielands Hoge Zeedijk. Deze waterkering wordt in de binnenstad gevormd door de Hoogstraat, de Korte Hoogstraat en de Schiedamsedijk.

In de Waterstad liggen de oude havens van Rotterdam. De alleroudste, de Steigersgracht en de Kolk, hebben in de tijd waarop dit boekje be trekking heeft voor de scheepvaart niet veel betekenis meer, omdat ze achter vaste bruggen liggen. Een groot stuk van de Steigersgracht, waarvan de Groenendaal een onderdeel was, is in deze periode gedempt. Eind zestiende en begin zeventiende eeuw worden tijdens een groot-

scheepse stadsuitbreiding de vestinggrachten Blaak en Nieuwehaven, later ook de Wijnhaven en het Haringvliet, tot havens vergraven en zijn ook de Leuvehaven, Scheepmakershaven en Oudehaven aangelegd. Omstreeks 1700 zijn daar nog de buiten de Stadsdriehoek liggende havens het Boerengat en de Zalmhaven aan toegevoegd. Al deze havens zien we op de foto's nog in vol bedrijf.

De vooroorlogse Waterstad is over het algemeen wat ruimer dan de Landstad. Langs de havens staan veel grote panden, meest in de achttiende eeuw gebouwd voor kooplieden, reders en scheepskapiteins. Het typisch Rotterdamse koopmanshuis, waarvan we er in dit boekje nog heel wat afgebeeld zien, zij het niet altijd meer in de oorspronkelijke toestand, heeft als regel de bedrijfsruimte beneden en de woonkamers daarboven. In deze bij hoge vloeden nogal eens onder water lopende buurt wilde men toch graag droog wonen. Aan de straat hebben de koopmanswoningen een grate deur, die toegang geeft tot de bedrijfsruimte en meestal nog een tweede deur met daarachter de trap naar de woonetages. Vroeger waren er voor de woonhuisdeuren hoge stoepen, maar deze zijn door herhaalde ophogingen van de straten verdwenen. AIleen aan het Haringvliet en aan de Wijnhaven bij het Wittehuis zijn nu nog enkele - totaal een stuk of twaalf - oude koopmanshuizen te vinden.

Na 1880 trekt de scheepvaart meer en meer naar de nieuwe havens van Rotterdam-Zuid en -West. Toch blijft de Waterstad het centrum waar rederijen, transportbedrijven, banken, enzovoort gevestigd zijn. Ten noorden van Blaak en Nieuwehaven en westelijk van de Schiedamsedijk vindt men ook minder welvarende straten en stegen. Met name rond de Baan

heerst veel armoede. Daar, vlakbii het wereldvermaarde vermaaksgebied voor zeelieden, de Schiedamsedijk, is prostitutie voor velen een mid del van bestaan. Ret is niet toevallig dat juist in deze buurt ook het stedelijk en het roorns-katholiek armhuis en een aantal armenscholen te vinden ziin.

Oudere Rotterdammers be waren goede herinneringen aan de winkelstraten die de Waterstad ook had, de Grotemarkt, de Hoofdsteeg en niet te verge ten de Noordblaak. Ret saamhorigheidsgevoel was bij een aantal Noordblaakwinkeliers groot genoeg om na mei 1940 samen een noodwinkelcomplex aan de Rochussenstraat te stichten en later gezamenlijk naar de Lijnbaan te trekken, waar men nog steeds enkele van de Noordblaak afkomstige zaken kan aantreffen.

Cool

Ret gebied waar nu de wijk Coolligt, begrensd door de Cool- en de Schiedamsesingel in het oosten en de Westersingel in het westen, behoorde aanvankelijk niet tot Rotterdam. Tot in het begin van de negentiende eeuw maakte het dee I uit van de heerlijkheid, later de gemeente Cool. Maar aan de invloed van de zo nabij gelegen stad kon Cool zich ook in de zeventiende en achttiende eeuw al niet onttrekken. De grond was voor het grootste deel in handen van Rotterdammers. Er kwamen steeds meer bedrijfjes, onder andere een liinbaan en een groot aantal blekeriien. Een paar herbergen, theaters en maneges dienden er hoofdzakelijk tot vermaak van de stadsbewoners, evenals de kleine buitenverblijfjes - te vergelijken met volkstuinen - die velen bezaten aan de lanen in Cool. In andere tuinen werden groenten geteeld ten behoeve van de stedelijke bevolking.

De lanen in Cool lie pen alle in noord-zuidrichting. De enige van oost naar west lopende weg was de Binnenweg, die naar Delfshaven leidde. Midden negentiende eeuw, als Cool tot Rotterdam behoort en geheel volgebouwd wordt met huizen, bedrijven, scholen, kerken en andere bouwwerken, veranderen de lanen in straten en wordt ook een aantal nieuwe oost-west lopende straten aangelegd.

Het Nieuwe Werk

De buurt ten zuiden van Vasteland en Westzeedijk, het Nieuwe Werk genoemd, is in twee fasen ontstaan. Begin achttiende eeuw werd rond de pas aangelegde Zalmhaven een aantal bedrijven gevestigd, zoals houthandels, zagerijen en scheepswerven. lets meer naar het westen, in de Muizenpolder, werden door welgestelde Rotterdammers buitenplaatsen gesticht. Midden negentiende eeuw wordt het Nieuwe Werk sterk uitgebreid. Rond de nieuw gegraven Westerhaven komen bedrijven en pakhuizen. In de woonstraten daaromheen verrijzen fraaie woonhuizen. De in die tijd gebouwde gevelrij Iangs de Maasoever, van het Willemsplein tot het Park, die ook nu nog grotendeels intact is, mag zeker tot de mooiste delen van Rotterdam gerekend worden. Veel mensen wonen er niet meer achter de fraaie gevels; ook in deze buurt vindt men nu hoofdzakelijk kantoren.

Veranderingen

In de periode waarvan de afbeeldingen dateren verandert er veel in de stad. Nieuwe ondememingen worden opgericht, bestaande zaken breiden zich uit, waardoor een grote vraag naar kantoren, opslagruimten en werkplaatsen ontstaat. Veel oude huizen

worden daarom verbouwd tot bedrijfspand of afgebroken en door een nieuw bouwwerk vervangen. Op de afbeeldingen van de havens zien we hiervan talrijke voorbeelden. In enkele centraal gelegen straten worden veel huizen verbouwd tot winkels, waarbij dikwijls in de gevel een nieuwe pui met etalages geplaatst wordt. Soms ook worden nieuwe voorgevels gebouwd voor tot winkels ingerichte panden. De foto's tonen ons dan ook straten waarin bouwwerken uit allerlei perioden door elkaar staan.

Ben belangrijke oorzaak voor veranderingen in het stadsbeeld is ook het verkeer. In havenbuurten als de Waterstad en het Nieuwe Werk mag men vanzelfsprekend verkeersdrukte verwachten. De veren over de Nieuwe Maas en de Willemsbrug zorgen ervoor dat ook veel van het noord-zuidverkeer door deze wijken passeert.

Op welke manier worden de verkeersproblemen opgevangen? In de eerste plaats worden van enkele havens stukken gedempt om ruimte te scheppen voor het rijverkeer. Het befaamde "Plan C" is daarvan een voorbeeld. Verder zien we dat op gezette tilden bruggen vervangen worden door nieuwe, die breder zijn en een grotere belasting kunnen dragen. In het derde kwart van de negentiende eeuw wordt een aantal basculebruggen met hellende kleppen gebouwd in plaats van de oude houten ophaalbruggen. De nieuwe bruggen worden op hun beurt na 1881 vervangen door vlak liggende basculebruggen. Daarnaast worden er ook vaste bruggen gebouwd, bijvoorbeeld omstreeks 1900 de nog bestaande Regentessebrug en de Rederijbrug. De afnemende betekenis van de binnenhavens voor de scheepvaart rechtvaardigt de bouw van vaste bruggen.

In deze omstandigheden gaan ook stemmen op om een brede verkeersweg door de stad te maken en daarvoor de Blaak te dempen. Gedeeltelijk was dit al gebeurd bij de aanleg van het Beursplein, waardoor bij het nieuwe spoorwegstation en bij de Beurs plaats gemaakt werd voor het in die tijd opkomende openbaar vervoer en het in omvang toenemende particuliere vervoer. Al in de jaren dertig wordt een doorbraak van de Coolsingel naar de Blaak gemaakt, de Van Hogendorpsstraat. De demping van de Blaak begint pas na mei 1940, waardoor het Beursplein verdwijnt en weer als vroeger een onderdeel van de Blaak wordt.

Ook in dit tweede deel zijn de afbeeldingen gerangschikt in de volgorde van een wandeling. Deze begint bii de Binnenwegsebrug aan het zuideind van de Coolsingel en voert ons eerst door Cool en het Nieuwe Werk. Via het Vasteland bereiken we dan de Waterstad. Daarvan wordt eerst het westelijk deel, met bijvoorbeeld de Boompjes, de Blaak en de Grotemarkt, doorkruist en vervolgens het oostelijk deel, met onder andere Groenendaal, Haringvliet en Oudehaven. De tocht eindigt zoals hij in deel I begon, namelijk op een station, in dit geval het Beursstation.

Tot slot mag nog vermeld worden dat de in beide delen van "Rotterdam-eentrum in oude ansichten" afgebeelde foto's en prentbriefkaarten afkomstig zijn uit de verzameling van het Rotterdams Gemeentearchief.

BIJSCHRIFTEN BII DE KAARTEN

Kaart 1: Noordelijk deel van Cool en noordwestelijk deel van de Waterstad onstreeks 1930. Kaart 2: Zuidelijk deel van Cool en zuidwestelijk deel van de Waterstad omstreeks 1930. Kaart 3: Het Nieuwe Werk omstreeks 1930.

Kaart 4: Oostelijk deel van de waterstad omstreeks 1930.

Grod uit Rotterdam

1. De Binnenwegsebrug vormt de verbinding tussen de oude binnenstad van Rotterdam, de zogenaamde Stadsdriehoek, en het gebied Cool, dat in de negentiende eeuw bij de stad getrokken werd. De brug ligt over de Coolvest, de vroegere stadsgracht. Voorbij de Binnenwegsebrug begint de Schiedamsevest. Ret huis met het torentie staat op de hoek van de Schiedamsesingel en de Binnenweg. Ret drukke verkeer op de brug beweegt zich in de richting van de Stadsdriehoek.

2. Enkele jaren later op dezelfde plaats. Het verkeer heeft nu aanmerkelijk meer ruimte, omdat in 1901 de smalle Binnenwegsebrug is afgebroken en een stuk van de Coolvest is gedempt. Twee omnibussen van de dienst Beursplein-Delfshaven passeren het Van Hogendorpsplein. He1emaa1links staat cafe Fritschy, later omgedoopt in cafe Caland.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek