Rozenburg in oude ansichten deel 1

Rozenburg in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1701-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Beste kijker-lezer,

Na "Rondom het oude kerkje" en "De plek waar onze wieg eens stond", twee boeken over 't verleden van Rozenburg die nergens meer te koop zijn, is er weinig meer in boekvorm verschenen. Enkele jaren terug stelde de gemeentearchivaris van Brielle, de heer Jac. Klok, twee boekjes samen over Voorne, Putten en Rozenburg. Daar mocht ik welgeteld zevenentwintig Rozenburgse beelden ingeplaatst zien, meer kon in dat geheel beslist niet. Ondanks dit geringe aantal opnamen, werden er in Rozenburg toch veel van deze boekjes verkocht. Dat heeft de uitgever, de Europese Bibliotheek te Zaltbommel, do en besluiten een uitgave speciaal van Rozenburg te doen verschijnen. Dat ik dit mocht verzorgen doet mij veel deugd. Immers, op deze manier kun ie iets van het

verleden als het ware terugroepen en vasthouden. Rozenburg is nagenoeg geheel gesloopt - ruim achthonderd woningen - dus is dit verleden het meer dan waard het zo te conserveren. Echter, naarmate ik bezig was begreep ik dat een boekje absoluut te weinig zou zijn om een beetje een volledig beeld te geven van hoe het was. Het zal uit de verkoop van dit boekje duidelijk moeten worden of een volgend deel wordt gewaardeerd en verantwoord is.

Ik dank oud-burgemeester Aschoff voor zijn voorwoord. Hartelijk dank ook aan allen die mij voorzagen van fotomateriaal dat ik niet bezat.

Ik wens u, om met dokter Van Heusden te spreken "goed toeven in de tuin van het verleden".

VOORWOORD

Gaarne voldoe ik, als enige nog in leven ziinde oudburgemeester van Rozenburg aan het tot mij gerichte verzoek om deze uitgave in te leiden. Het kost mij niet de minste moeite - oude liefde roest immers niet - om, zoals werd verzocht, een ogenblik stil te staan bij het beeld dat Rozenburg bood op het moment dat ik op I juni 1957 als burgemeester werd geihstalleerd. De gemeente droeg to en nog een overwegend agratisch karakter. Een nijvere bevolking bewerkte het vruchtbare land met resultaten die gezien mochten worden. Bovendien was het een lust om door het landschap te rijden of te wandelen. Opvallend voor mij was de geest van saamhorigheid die onder de bewoners heerste. Zowel het kerkelijk als het verenigingsleven bloeide, terwijl onderlinge hulpverlening, waar dat no dig was, niet ontbrak. Toen ik mijn taak opvatte was in het Botlekgebied de werf van Verolme nog in aanbouw. Het bedrijf zou de voorloper worden van een aantal omvangrijke vestigingen. In het westen was "De Beer", een natuurgebied dat grote vermaardheid bezat. Dicht daarbij zag men dan weer landbouwbedrijven. Wat het woongebied betreft: er waren vanzelfsprekend veel verspreide woningen. Wandelde men bij de "Landverbetering" en aan de weg naar Brielle, dan yond men er nog weer meer. Men zag daar ook een kerk en een school.

In Blankenburg woonden enkele honderden mensen, terwijl vanzelfsprekend de meeste woningen in het dorp Rozenburg stonden. Hier waren de eerste

nieuwe huizen, die vooral werden gebouwd in verband met de grote veranderingen die op til waren, in aanbouw. Ze vormden de voorhoede van honderden nieuwe woningen die alras werden gebouwd. Vele fraaie winkels en andere zakenpanden zouden nog volgen. Het karakter van Rozenburg veranderde daardoor in niet geringe mate.

Ik wil daarover nu niet schrijven.

Er zou een boek mee kunnen worden gevuld, maar dit onderwerp is niet het gegeven van deze uitgave. Ik wil evenwel niet nalaten op te merken dat de grote veranderingen die zich gingen voordoen niet altijd even gemakkelijk voor iedereen onmiddellijk waren te verwerken. Hieraan voeg ik onmiddellijk toe dat ik nog steeds grote bewondering heb voor de wijze waarop de Rozenburgers, over het geheel genomen, hierop hebben gereageerd. Mede daardoor hebben zij steeds een warm plekje in mijn hart ingenomen en dat doen ze nog, Namen noemen wil ik liever niet; ik zou er zeker overslaan die genoemd zouden moe ten worden. Laat ik daarom dit voorwoord besluiten met iedereen die dit boekje ter hand neemt te zeggen: U zult hierin iets vinden uit het nog niet zolang geleden afgesloten tijdperk van een gemeente die het ten volle waard was, en nog steeds is, dat de uitgave eraan is gewijd.

J.e. Aschoff, oud-burgemeester van Rozenburg I juli 1957-1 september 1966

/

1. Rozenburg als eiland is voorgoed verleden tijd, De bewoners waren vroeger volledig afhankelijk van de veerdiensten om van het eiland af te komen. Gemeentearchivaris Klok uit Brielle begon - hoe kan het anders - bij de "Brielse heuvel" (officieel Staaldiepsedijk geheten) in het tweede deel van Voorne, Putten en Rozenburg in oude ansichten. Laten wij dan voor deze keer maar van Rozenburg af gaan ('t is 1909) met de "Rozenburg", vijfendertig ton, een van de kleine stoomveerbootjes voor passagiers. Er kon zo nodig ook nog een paard en wagen mee, maar dat gebeurde maar zelden, aldus stoker Arie van der Stelt die nog in leven is. "Maar 't was een lief bootje joh", zegt de nu negentigjarige Van der Stelt, die nog vol verhalen zit over alle veerboten waarop hij heeft gevaren. Hij kijkt hier uit de machinekamer.

2. Zullen we nog even de "Statendam" nakijken? Als jongens kenden we toch aile schepen van de Holland-Arnerikalijn, van de Rotterdamsche Loyd en bijvoorbeeld de slepers van Leen Smit! Goeie ouwe trotse "Statendam", in je glorietijd het vlaggeschip van de H.A.L. Waar blijft de tijd! In 1940 was je precies in de oorlogsdagen in de thuishaven en met het hart van Rotterdam brandde ook jij uit... Ik heb je als zestienjarige jongen in Rotterdam zien branden; je roemloze einde. Maar sinds twee jaar was je vlaggeschip af, want in 1938 maakte de "Nieuw Amsterdam" z'n maidentrip, was in de oorlog in Amerika en maakte geschiedenis. Maar ook dat is verleden tijd in 1974. Na zesendertig jaar trouwe dienst werd de "Nieuw Amsterdam" voor de sloop verkocht.

3. Nog een laatste blik op de Waterweg voor we Rozenburg verder ingaan. Vanaf de opgespoten dijk, waar nu de boulevard overheen loopt, kijken we op de achterzijde van bakkerij Reedijk. Daarv66r hebben bakker Kooij en bakker Boon hier het brood klaargemaakt voor hun klanten. Een typisch punt voor een winkel, maar ernaast was het Veerhuis, met gelagkamer en ze hadden allebei hun klanten. Bakker Reedijk leverde via een oude dekknecht van de veerboot, Willem Varekamp, ook brood naar Maassluis. Zoon Piet Reedijk heeft hier tot .de afbraak, in 1966, gewoond en hij verhuisde toen naar het Raadhuisplein.

4. Weet u nog dat Bart Huisman dit huis liet bouwen? Bart Huisman was een van de eerste Rozenburgers die een auto reed (met cushybanden) voor het vervoer van melk van de boer naar de melkschuit. Tot omstreeks 1930 ging de weg naar het oude veersteiger hier met een haakse bocht voorlangs het huis. Dat was vroeger met paard en wagen niet zo belangrijk. Met de auto was het vooral naar beneden toe: kalm aan. Als jongens werd er, op de [jets, menige noodlanding in het grint gemaakt. In 1940 werd het huis door Piet van Baalen aangekocht. Bij de aanleg van de boulevard werd het gesloopt.

5. Dit is in de Veerlaan - nu Koninginnelaan - met op de achtergrond de Schanspolder. Teunis Zent Groenewegen met z'n tweewieiige kar met handellevert hier boodschappen af aan z'n tante, Geertje Groenewegen-Rodenburg, die daar woonde. (Cor houdt het paard vast.) Haar man, Johannes Groenewegen, was jarenlang wethouder van Rozenburg. De boerderij stond op de hoek waar nu de Clematislaan is. Op dezelfde plaats is een bungalow gebouwd voor de in 1974 overleden zoon, Kees Groenewegen, Verschillende van de bomen die werden gespaard stonden vroeger om de boerderij.

Rozenburg

Heuvellaan

6. Nog een blik in de Koninginnelaan die toen nog Heuvellaan of kortweg "de laan" werd genoemd. Vooraan rechts staat het postkantoor, aan het einde van het pand is de motor- en rijwielherstelplaats van M.J. Lievaart. Let op de Harley Davidson-berijder. Op het uiterste puntje van het pand was een draaiend fietswiel gemonteerd. Op de inzet zien we, bij een voor die tijd moderne auto, links (met pet) de ondernemer M.J. Lievaart, in 't midden de huisarts G.H. Leerink, die in 1939 op zevenenvijftigjarige leeftijd overleed, en geheel rechts de heer Iz. Varekamp die jarenIang een kruidenierszaak had, "Het Oude Doktershuis" genaamd. Deze winkel stand voor in de Emmastraat, waar nu garage Lievaart is gevestigd,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek