Rozenburg in oude ansichten deel 10

Rozenburg in oude ansichten deel 10

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4610-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 10'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

VOORWOORD

Het moet weI uniek zijn, wanneer er een tiende deeltje verschijnt van een serie "In oude ansichten". Dat is het ook waarlijk en ik vind het een voorrecht en een genoegen bij dit deeltje een voorwoord te mogen schrijven.

Een Ieefgemeenschap, die in dertig jaar tijd z6 van aangezicht verandert, heeft ook de plicht en de behoefte om de historie vast te houden voor het nageslacht. Gelukkig prijzen wij ons dan ook op Rozenburg, dat wij een Jo Bergwerff hebben, die dat aanvoelt en met niet aflatende ijver zijn aantekeningen en zijn vele foto's en anecdotes aan ons aanbiedt. Nu alweer het tiende deeltje! En nog weI voor een belangrijk deel gewijd aan de lOO-jarige korenmolen "De Hoop", waarmee ook de Historische Vereniging "Oud-Rozenburg" zich zo verwant voelt via de Oudheidkamer, die verleden jaar in het oude Molenaarshuisje kon worden ingericht en voor het publiek geopend.

De Vereniging bundelt al die krachten in onze Rozenburgse samenleving die de historie van ons dorp ter harte nemen, en ik ben er blij om dat het historisch besef op deze manier voor ons bewaard kan blijven en kan worden uitgedragen naar de toekomst. Jo Bergwerff, die mede aan de wieg stond van onze vereniging, hoef je dat besef overigens niet bij te brengen. Zijn werk getuigt van een liefde voor Rozenburg zoals het was, maar tevens van veel begrip voor Rozenburg zoals het geworden is.

De lezers van dit deeltje wens ik vee! genoegen bij het kijken naar de afbeeldingen van de vertrouwde kern van het oude dorp, alsmede het verdwenen natuurgebied "De Beer" , en her lezen van de verhalen over deze en gene uit het Rozenburg van vroeger. Jo Bergwerff wens ik toe dat hij met tevredenheid en in gezondheid mag terugzien op tien nijvere deeltjes geschiedkundig handwerk, gewijd aan ons aller Rozenburg.

H.B. van der Goot, voorzitter Historische Vereniging "Oud- Rozenburg"

INLEIDING

In deel5 schreef ik: "Zolang ik gezondheid en leven krijg, ga ik door, tenminste ... als u gelnteresseerd blijft. Worden de boekjes onvoldoende verkocht, dan is het zonder meer duidelijk dat ik moet stoppen! Wat het materiaal betreft heb ik echter het gevoel nauwelijks op de helft te zijn." Dat was in 1978.

In feite drie punten waarop ik nu, na negen jaar, positief kan reageren. 1. Ondanks drie ziekenhuisverblijven vanaf 1981 mocht ik in een lagere versnelling doorgaan. 2. U heeft mij bij elk deeltje duidelijk gemaakt dat ik niet moest stoppen. 3. Inderdaad was ik nauwelijks op de helft, want dit is dan deel tien.

En weer heb ik het gevoel: ik ben nog lang niet klaar. .. Deel tien: toch een mijlpaal(tje). Bereikt dank zij veel en spontaan meewerken en meedenken van uw kant.

Een wat feestelijk boekje. Het begint al met de foto's - fraaie opnamen van Kees Lievaart - die de burgemeester mij bezorgde met de woorden: "Een met mijn eigen koningin en een met ons aller Koningin." Hartelijk dank voor uw sympathieke voorwoord. De waardering is wederzijds. Uw inspanningen voor Rozenburg als leefbare gemeenschap spreken aan! De manier waarop u het "voortouw" hebt genomen bij de organisatie rondom het 400-jarig bestaan van Rozenburg wil ik hier in de schijnwerper plaatsen. Mede door onder meer de reimie is het een onvergetelijk gebeuren geworden, waarover nog wordt nagepraat.

Nu is het 1987. Honderd jaar geleden werd "De Hoop" gebouwd. Veertig jaar geleden vertrokken de eerste Rozenburgse emigranten naar Canada. Derrig jaar geleden werd de "Schanspolder" als eerste volgebouwd en bewoond. In 1957 kwam burgemeester Aschoff, werd de Verolmewerf geopend en werden de plannen voor "Europoort" door burgemeester Van Walsum van Rotterdam bekend gemaakt. De radicale omwenteling begon zich voor ieder zichtbaar af te tekenen ...

Ten slotte ... ook voor ons was 1987 een herdenkingsjaar. Op 2 september 1947 konden wij- eindelijk-trouwen. Wat waren we blij met wat extra bonnetjes en het "halve" huis bij Arie Mol. Op zaterdag 6 september ging ons groentewinkeltje open ... Veertig jaar waarin heel veel gebeurde in allerlei opzichten. Veel ook om dankbaar op terug te zien. Daarom ook een foto van onze familie, zoals die is gegroeid in veertig jaar. De omschrijving vindt u in de afzonderlijke inhoudsopgave bij dit tiende deeltje. In dit tiende deeltje ben ik wat meer in het centrum gebleven, ook rondom "De Hoop". Maar ook door wat meer feestelijke gebeurtenissen onderscheidt het zich van zijn voorgangers. Aan het einde gaan we - voor 't eerst! - wat nader kennis maken met "De Beer", in feite ook een onuitputtelijk onderwerp! In dit tiende deeltje vindt u 172 foto's, pentekeningen enz., waarop 843 personen voorkomen. Met dit tiende mee heeft u nu 1260 foto's en afbeeldingen in uw bezit ... Ik hoop dat u er weer veel kijk- en leesplezier aan beleeft.

Hartelijke groeten, ook namens mijn vrouw en onze hele familie!

September 1987

Jo Bergwerff Laan van Nieuw Rozenburg 14, 3181 VC Rozenburg, tel.: 01819-12811.

1. Omdat ik het zo'n mooie foto vond en omdat de Rozenburg "onze" naam droeg, ben ik in oktober 1974 het eerste boekje daarmee begonnen. Dat was echter niet de allereerste stoomveerboot!

Daarom wil ik dit tiende boekje openen met de enige echte eerste stoomveerboot die tussen Rozenburg en Maassluis voer:

"Vitus baron van Heemstra". In het archief van J. van der Knaap lees ik dat met deze naam de toenmalige burgemeester van Brielle werd geeerd. Een echte historische kaart, want de - bekende - afzender zette zijn naam op de voorzijde. Maar ook de uitgever en daar ziet u dat het niet Willem v.d. Giessen was. Dat klopt, want deze kaart is afgestempeld in 1902 en Van der Giessen begon er in 1904 mee. Dat zegt nog niets over het jaar waarin deze foto werd gemaakt. Want de "Vitus" heeft dienst gedaan van 1 mei 1893 tot 30 april 1905. Het was een 20-tonnertje, dat was wat, als u weet dat de "Christiaan" van Klaas Degeling 54 ton en de "Risico" van de "Jannen" 77 ton groot waren!

Op 10 november 1971 was ik voor "Nieuw Rozenburg" bij Arij van der Stelt, de laatste van de oude garde. Vijftig jaar was hij machinist op de boten die hier gevaren hebben en met twinkelende ogen vertelde hij mij veel van zijn herinneringen aan die halveeeuw.

Van der Stelt was in 1884 geboren en de ,,vitus baron van Heemstra" werd in 1900 - toen Van der Stelt 16 jaar oud was - zijn werkterrein. Een van de kapiteins was zijn vader, de in 1851 geboren Jacob van der Stelt, en dat was min of meer de oorzaak. dat Arij op de boot kwam. "Die kleine" konden ze wel gebruiken om de boel te poetsen en alles blinkend schoon te houden in de machinekamer. "Tja, de afgewerkte stoom kwam eerst gewoon uit de schoorsteen van de "Vitus" en vermengd met het kolenroet was bet de oorzaak dat vooral de dames lang niet altijd smetteloos aan de overkantkwamen. Toen de stoomleiding naast de schoorsteen gebouwd was, kreeg je weer last met die warme waterdruppels. 't Was natuurlijk geen sterke machine die erin stond en daardoor een afdrijver, niet mooi meer," zegt Van der Stelt met zijn pretoogjes. "Ik weet nog goed dat op een avond de "Batavier" voorbijkwam en we in zijn kielzog kwamen. We werden gewoon meegezogen. De mensen op de wal stonden versteld van de snelheid die we toen maak.ten. Z6 hard had hij nog nooit gelopen! Jaap de Man was toen kapitein en die gaf drie stoten op de stoomfluit. Toen begrepen ze op de "Batavier" dat we meegezogen werden en hebben zij hun machine gestopt, waarna wij konden proberen weer voor de wal te komen. Pachter van het veer was Joh. v. d. Graaf. Soms stond hij aan de walhij woonde Burgemeester v.d. Lelykade 1- en dan moest ik bij zijn vrouw de schoenen gaan poetsen of de spruiten van de aardappels gaan halen. En als er een lekkere rookpluim uit de schoorsteen kwam was het ook niet goed, dan was het: "J e stookt toch niet teveel, ik zie hem weer z6 roken." "

-Greet nil Rezenbnrg

:Iaa sluische VeerheuveJ

'Litgave van P. C. van Immerzeel, Rotterdam

2. De "Hoofdingenieur van Elzelingen", toen die kwam, wat "een knaap" van een boot. Wat waren we onder de indruk! Op vrijdag 12 december 1930 werd de "officiele proeftoeht" gehouden, want per 1 januari 1931 moest Van der Sehuyt beginnen, na een periode van 7 jaar "Gorinehemse Stoombootmaatsehappij Mereurius", direeteur de heer K. Kraak.

J. van der Knaap sehrijft in de "Westlander" van 6 januari 1931 onder andere: Een boot van enorme afmetingen en voorzien van aIle denkbare gemakken. Het dek is door de geweldige breedte der boot, buitengewoon groat en biedt plaats aan minstens 12 auto's. Er kwamen door deze afmetingen direct problemen met de oude steiger. De boot lag te hoog en de steigerpalen waren te dieht op elkaar geplaatst, zodat de bruggen er niet tussen pasten. Het verslag eindigt aldus. Gebleken is wei dat er bijzondere behoefte bestaat aan den nieuwen steiger, welke waarschijnlijk: dit jaar nag gemaakt wordt.

Dank zij wijlen de heer Mattheus Sala kan ik u de situatie heel goed in beeld brengen. De foto links boven laat duidelijk zien hoe smal de steigertjes waren, vooral als u ze vergelijkt met de persoon die een kijkje over de Waterweg neemt. Neem er rustig even de loupe bij en u ziet hoe de "hoofdingenieur van Elzelingen" juist over komt. Tja, dit steigerwerk was gemaakt voor "kleingoed", als .. u begrijpt wat ik bedoel. Sedert het begin van de eeuw waren er de eerste fietsen. Een "hondekar" was toen ook een bekend beeld.

Als je voor 1923 met de "Rozenburg" over wilde varen met groter vervoer, moest het wel stil weer zijn. Dan werden er planken van versehansing op verschansing gelegd en kon er een wagen mee. Het paard moest dan eerst worden uitgespannen en aan boord gebraeht. Daarna werd de wagen, beladen met stro, aardappelen of tuinbouwprodukten aan boord geduwd. Daar waren die steigers op gebouwd, maar niet op een grote boot die toen ook al grotere vraehtauto's moest vervoeren.

Op de foto reehts boven ziet u hoe de nieuwe boot het hele steigertje "anlegt". Dat het een kolenstoker was ziet u ook als hij wegvaart naar Maassluis, links beneden! Rechts beneden een van de allereerste ansiehtkaarten, met als verrassing aan boord "het busje van Van Noort". Aeh, leg er dan ook nog even afb. 50 uit deel8 bij en het beeld is weer helemaal eompleet...

In mei 1927 werd door de gebr. P. en B. van Noort te Brielle vergunning gevraagd tot, ,het in werking stellen van een autobusdienst tussehen Brielle en Maassluis over het eiland Rozenburg". Het zou nog tot 15 juni 1928 duren aleer het zover was, maar ook dat ging in verband met de kleine boten met problemen gepaard. Vanaf juli 1929 wordt er uitsluitend tussen de beide veren op Rozenburg gereden en mogen passagiers op deze route in- en uitstappen. , ,Zoodat de gemeensehap tussehen de verschillende ver uit elkander liggende delen van ons eiland wordt vergemakkelijkt," eonstateert Van der Knaap vergenoegd in de "Westlander".

3. Soms denk ik:: "Joh, over de steigers, de boten, dat haventje en de hele santekraam eromheen had je weI een apart boekje kunnen maken." Op 10 november 1971 plaatste ik een hele pagina over de veerdienst in "Nieuw Rozenburg" met 12 foto's. 27 juli 1977 een pagina over "Een nieuwe boot en een nieuwe steiger" met 16 foto's en een pagina over de verbouw van de , ,Hoofdingenieur van Elzelingen" in 1950 met 8 foro's. Wat zegt u? U heeft ze bewaard? Dan bent u een van de weinigen, want kranten gaan meestal een weg. En ik weet heel zeker: dat is niet de weg van deze boekjesl Daarom ga ik nog het een en ander voor u opzoeken en nittikken. De "Westlander" in april 1930: Naar wi] uit goede bron vememen, zal door's Rijks Waterstaat binnen afzienbare tijd worden aanbesteed: het maken van een nieuwen aanlegsteiger bij den Maassluisschen Yeerheuvel. Hij zal worden gemaakt ten Westen van den tegenwoordigen aanlegplaats en z66 worden ingericht, dat de nieuwe veerboot er gemakkelijk kan aanleggen en bovendien de passagiers bij elken waterstand droogvoets den boot kunnen bereiken.

Dan denk ik: weer aan dominee Van der Kodde. Het was in feite een rotstreek. Toen die ouwe steiger bij een hoog tij onder water stond, lieten ze de slechtziende oude dominee zonder waarschuwing zo het water instappen ... Maar, intussen had de Minister van Waterstaat voor 1931 op de begrooting een bedrag van f 150 ()()() uitgetrokken voor een nieuwen aanlegsteiger. Opnieuw dank zij wijlen de heer Sala kan ik u een beeld geven van de vorderingen in 1931 tot het in gebruik nemen op 28 april 1932. Ik heb uiteraard meerfoto's, maar hier ziet u rechtsboven de rij meerpalen- ik was acht jaar! - toen ze erin 1931 nog maar net stonden. Zomer 1984zijn ze verwijderd en is "het nieuwe steiger" verleden tijd geworden. Maar, wat hebben we als [ongens genoten tijdens de aanleg en het bouwen. V oor de aanleg moesten er veel zinkstukken gemaakt worden door de "Werkendammers", Daarvan heb ik geen foro's, maar wat waren die gasten daar handig in! Trouwens, het binnenlopen van de hoogopgetaste schuiten met wilgenteen uit de Biesbosch was al fascinerend. De schipper had bovenop de stuurhut een verlangde stuuras, zodat hij toch over zijn vracht heen kon kijken. Dat hadden we nooit eerder gezien!

We waren er nietweg te slaan. En weet je wat we ook allemaal moesten proberen? Als je nodig moest: "over de balk gaan", net als de "Werkendammers". Maar, dan moest je niet door een van hen, die ook nodig moest, verrast worden als je je rug aan het "uitsnuiten" was. Wat zat daar een spanning in ... nee rustig zat je niet, maar het was de uitdaging; en als je niet durfde was je gewoon "een bange schijterd". Ik weet zeker dat er geen ciosetpapier was, maar daar werden in die tijd de ouwe kranten voor gebruikt!

4. Het was op vrijdag 2 februari 1939. Met de Volvo 1933 van J. v.d. Hout reden we naar Rotterdam om voor Cor Breukel Jz. een vracht sloophout te halen in Rotterdam. Daar bouwde hij kippenhokken van, bij "Huis ten Donck" aan de Bomendijk. Hij reed zelf mee en met chauffeur Leen van der Hout zaten we gedrieen in de cabine. Op de terugweg werd het toch mistig, net zo mistig als vandaag, 3 februari 1987.

We kwamen heellangzaam rijdend veilig bij de boot, maar dat was nog niet thuis. Het was de boot van kwart over vier van Maassluis. Ik stond voorop naast dekknecht Arie Rijpsma. Piegend in het mistgordijn zien we tegelijk de driepoot aan de Rozenburgse kant. We zitten teveel rechts van die driepoot. "Een beetje bakboord uit Jilles," roep Rijpsma naar de voor het openstaande raampje staande kapitein Zwartveld. Die schrikt en laat de machinist volle kracht achteruit slaan. In de mist verdween de driepoot en het geluid van de misthoorn werd zwakker. Conducteur Willem van der Linde pakte, omdat we nergens meer op peilen konden, een lange pikhaak. Hij liet die in het water zakken en riep: "We zitten vlak onder de wal en hij slaat nog steeds achteruit Jilles!" Met een wit vertrokken gezicht stond Zwartveld daarboven, maar hij deed niets. Waarom liet hij de machine niet stoppen? Ineens was daar het harde schurende geluid van ijzer over steen. Nog steeds volle kracht achteruit gingen we over een basaltstenen strekdam! Wij beleefden dat buiten en bovendeks, maar, hoe angstaanjagend klonk dat in de kajuit beneden, waar de passagiers dit in de besloten ruimte onder hun voeten voelden? En er was voor een paar centen aan boord! Nog zie ik de gezichten van burgemeester Vernede, dominee Brouwer en Van Heiden (om er een paar te noemen) terwijl ze de trap opkwamen. Zegt Leen Hout droogweg: "Ja, kom maar gauw, want nou vergaan we!" Het duurde nog even, toen voer de boot zich vast vlak onder de wal. Het was een door elkaar praten en roepen van de passagiers die niet begrepen wat er allemaal gebeurd was ...

Na een poosje doemde er een roeiboot uit de mist op, die bemand bleek door Jo de Regt en Jaap Visser. Zij kwamen op het geluid af en waren bereid om de passagiers met hun roeiboot naar de wal te brengen. Dat betekende plat op je kont op het dek gaan zitten op het achterschip (waar ook een open gedeelte in de railing was om zo nodig daar te kunnen laden en lossen) en je dan zo in de veellager liggende roeiboot laten "vallen", met opvangmogelijkheid door de roeiers. Dat doe je als 15-jarige jongen met een lachend gezicht. Je zet je af en je springt- zonder erbij te denken - omlaag in die schommelende roeiboot. Maar wat denkt u van de , .autoriteiten" en de dames die" voor geen geld" dit waagstuk wilden ondernemen? Dit is het eerste deel dat ik wilde vertellen bij de - voor mij - nog aItijd mooiste foto van de boot die tot 1950 in deze vorm onze trouwe verbindingsschakel was met het "vasteland".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek