Rozenburg in oude ansichten deel 11

Rozenburg in oude ansichten deel 11

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4888-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 11'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Uitg. J. Wait an, Soek- en Kantoorhiindel. Maassl is.

5. De gemeentegids van 1986-1987 hebt u toch niet weggegooid? In verband met 400 jaar Rozenburg stonden er namelijk ook acht van Jan Quaks fraaie pentekeningen in! Op bladzijde 15 van die gids vindt u de tekening die ik hier had willen plaatsen. Maar u kunt die pagina bijvoorbeeld ook uitknippen en hierbij plakken. In mijn verzameling bevindt zich ook een aantalfoto's, maar toch heb ik gekozen voor een afbeelding van het schilderstuk van Van der Leeuw. Het straalt een serene rust en stilte uit. De soberheid van tint en de kale bomen vormen hier als het ware de omlijsting van het levenseinde. Als u de wegwijzer er bijneemt ziet u dat ik meermalen met u op en bij de begraafplaats ben geweest.

In het archief van J. van der Knaap vond ik echter de historie van de begraafplaats en dat vond ik aanleiding genoeg om u daar deelgenoot van te maken. Ik citeer: Het is niet onaardig eens te snuffelen in de oude papieren over het ontstaan der tegenwoordige laatste rustplaats. In de gemeenteraadsvergadering van 26 februari 1867 werd besloten tot de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Er werd toen nog steeds gebruik gemaakt van de ommuurde ruimte bij de hervormde Zuiderkerk in Blankenburg.

Het besluit was gevallen, maar de eerste poging tot aankoop van de benodigde grond strandde op de vraagprijs.

In de Raadsvergadering van 17 juli 1867 werd besloten een stuk grond aan te kopen van de heer J. Qualm voor de billijk geachte prijs van f 1.600,- per hectare. De bouwkundige A. van der Houwen werd belast met het maken van een ontwerp.

Als eerste werd op 15 november 1867 het aanleggen van de begraafplaats aanbesteed. Voor het bedrag van f 870, - nam de heer C.J. de Ligt uit Vlaardingen dit karwei aan.

Op 28 februari 1868 werd aanbesteed het maken van twee gebouwen op de nieuwe begraafplaats. Een woonhuis voor de grafmaker en een materiaalberging, De Rozenburger Kors Oosterlee nam het plaatsen der beide gebouwen aan voor f 2.340,-. Of de beide aannemers er vee! aan verdiend hebben, mag worden betwijjeld ...

Op 1 januari 1869 werd de oude begraafplaats gesloten en de nieuwe geopend. De heer Jan Gille werd tot doodgraver benoemd. Tot zover vader Van der Knaap, die zijn "snuffelwerk" verrichtte naar aanleiding van de uitbreiding van de begraafplaats, die op 28 juni 1956 werd aanbesteed. Na 87 jaar werd de begraafplaats te klein en was uitbreiding noodzakelijk. Deze uitbreiding werd gegund aan Maarten Romers voor f 85.960,-.

Wethouder Van Heiden die bij aile voorbereidingen betrokken was, werd als eerste op deze uitbreiding begraven op woensdag 30 januari 1957.

Op woensdag 9 november 1966 werd het bouwen van een aula op de begraafplaats aanbesteed. In de tweede helft van december 1966 werd het vonnis over de gebouwen, zoals u ze hier ziet voltrokken ... Het was in feite uitstel van executie. In 1962 strandde een ontwerp van gemeentearchitect Wamaar op te hoge kosten. De nieuwe aula werd gebouwd door de fa. J. van Hennik en Zn. te Rhoon voor f 132.000,-. Daarmee was zij de laagste van de 15 inschrijvers voor deze bouw. Wat er ook veranderde, niet de pergola waaronder wij onze geliefden volgen naar hun laatste rustplaats. Velen hebben daarbij gekeken naar de erover gegroeide "treurbeuk", waarvan maar enkele exemplaren in Nederland bekend zijn. Deze unieke beuk moet meer dan bonderd jaar oud zijn. Als u de Latijnse naam wilt weten, beheerder P. Baljeu kan het u vertellen.

6. Op 19 juli 1988 kwam J annie de Haas van Dorsser uit Den Haag (mevr. J . C. Verhagen) bi j mij langs en bracht weer een aantal foto's mee, waaronder deze. Kwam die niet erg bekend voor?

In deel S, dat in 1978 verscheen, stond toch ook zo'n vrouwengroep op bladzijde 54? Jawel, maar dat was de naaikrans "Blankenburg" en dit is de "Immanuelkrans". Ter nadere toelichting moet ik terug naar de bouw van de Immanuelkerk. Om niet in herhaling te vervallen: leest u even wat ik in deel7 bij afb. 70 schreef. Daarop is nooit kritiek gekomen, ook al was het in 1935 een vervelende situatie.

Vanuit de "tweespalt" zijn toen ook de .Jurlptroepen" ontstaan in de vorm van verschillende naaikransen.

De "Immanuelkrans" werd door mevr. Hoekzema opgericht en als u de datums bekijkt ziet u dat deze krans er eerder bij was op de "Sunlight".

Op de bovenste rij, van linksnaar rechts: 1. Catharina LievaartAd.; 2. mevr. Van Kreel; 3. Maria van Staalduinen (latermevr. Boon); 4. Clazina Kleijwegt (A. van Gaalen, Villa Jacoba); 5. Leentje M. Noordam (J. de Jong); 6. Maartje Kleijwegt Adrd.; 7. Geertj evan Egmond (M. Sala); 8. de begeleidster, volgens Catrien Lievaart een dochter van dominee Eggink en nichtje van dominee en mevrouw Hoekzema.

Opde tweede rij: 9. Neeltje M. Riede (L. Boon); 10. Leuntje Varekamp Wd.; 11. Maria Mijs (J.C. de Haas van Dorsser); 12. zonder hoed C.A.C. Lijnschoten (lac. van Balen); 13. Neeltje van Staalduinen (M. van Gaalen); 14. Petronella M. Groenewegen (Klaas Kleijwegt, "Ducaat"); 15. Catharina Pols (Adr. Degeling); 16. Neeltje Pols.

Op de derde rij: 17. Lijntje Varekamp Wd.; 18. Mien Smits (A. Lievaart Cz.); 19. Geertruida H. Villerius (G.J.H. Leerink); 20. Ietje Gezina H. Jellema (W.E.M. Hoekzema); 21. Komelia Kamaat (A.A. Quak). Zittend: 22. Huibertina Joh. van der Poel (W.N. Riede); 23. Aartje Quak (Abr. Visser); 24. Lena Adr. Degeling (A.H. Lievaart); 25. Elizabeth de Bruin (G. Degeling); 26. Dien Noordermeer en 27. Leuntje Lievaart (E.W. Pols).

Enkele details: drie dames zonder hoed, onder wie vrouw "Balie" , die verrassend genoeg ook op de "Blankenburg" -foto - met hoed - te vinden is (een overloopster?).

De dames Catharina en Neeltje Pols, beiden 99 jaar geworden, hier ongeveer op de helft van hun leven. De "Immanuelkrans" is na de viering van het 50-jarig bestaan met als sluitstuk de Rommelmarkt 1988 opgeheven ... Uiteraard met dank voor de vele bewezen diensten!

Op het moment dat ik dit uittik - 9 februari 1989 - zijn de "nummers" 1, 17, 18, 19 en 25 nog in leven.

7. In "De plek waaronze wiegeens stond" kunt u van bladzij 113 tot 126lezenhoe het vroeger met de geneeskunde (kunst?) op ons eiland gesteld was. Het deel dat is gewijd aan de komst van een tweede huisarts brengt mij bij de foto waar we nu verpozen. Zoals u kunt lezen in "de plek" vestigde dokter De Groot zich min of meer op verzoek naast dokter F.H.A. Vermeulen. Lodewijk Cornelis de Groot werd geboren op 7 oktober 1875 in Heukelum. Hij kwam - 31 jaar jong - op 28 mei 1907 naar Rozenburg, vanuit Gorinchem. Hij begon zijn praktijk vanuit het pand Veerheuvel B 2, waar de familie C.P. Voorberg het langst heeft gewoond.

"Ja," zegt Klaas van Exel, "Pietje Koppert werd toen huishoudster bij hem." De behuizing was sober en krap, maar het was een aanloop naar de volgende stap.

Dokter De Groot was namelijk verloofd met een jonge fabrikantsdochter, Hendrika Johanna Maria van der Kloot-Meijburg, op 24 juli 1888 geboren in Rheden - De Steeg.

Met bijna aIle boeren als klant leek het gerechtvaardigd een eigen "optrekje" te laten bouwen. Dat werd in 1908-1909 verwezenlijkt en moet in de ogen van de Rozenburgers weI een kasteel zijn geweest. "Een huis met torentjes!"

Na de voltrekking van het huwelijk op 26 augustus 1909, betrok het kersverse echtpaar op 30 augustus 1909 het riante huis dat onder B 29 werd ingeboekt.

Het is te begrijpen dat het 21-jarige doktersmevrouwtje, naast de zorgvoor haar 12 jaaroudereechtgenoot, niet aIleen dat grote huis schoon hield en dan ook nog de praktijk na moest lopeno

"Nee," zegt Klaas van Exel, "Pietje Koppert werd bedankt voor de bewezen diensten en toen kwam Keetje Broos tur voor dag en nacht. Je zel zegge: Hoe weet je dat aIlemaal nog zo goed? Ik was een jonge van zestien-zeventien jaar en de architect was bij ons in de kost, ja bij mijn vader en moeder netuurlijk, maar ik was van aJles op de hoogte, zodoende. Koos Vlugt uit Maassluis heit ut gebouwd. Wij reje de stene voor de bouw van dat huis. Maar ik mocht met de volle vracht niet naar beneje rije, de Laan in. Me bene ware zeker nog tekort om de dissel te besture. Weet jij nog dat steile afritje azzie van de Heuvel kwam, z6 na beneje de Laan in? Later heit Bart Huisman daar het huisie late zette, dat heit Piet van Bale gekocht, maar dat weet jij weI. Ik heb de dokter zat gereje, want hij had zelf geen paard. Koetsier en paard voor drie kwartjes per uur. 't Was een machtig mooi koesie op twee wielen, nee geen tilberie, dat noemde ze toen een buggie. 't Ware endes na Piet Mol op de Krabbe en na Vroon op de Zeehond in die tijd. Die schoonvader zat in 't leer, en die broch een keer een splintemieuw tuig mee, mooi spul joh, hij zeit tege me: Zij je 'tgoed verzurrege. Nou datheb ik gedaan same mit Keetje Broos, Zatte me de hele avund te poese in dekeuke en dan kwam de dokter kijke as 't klaar was. Stond tie in zun portemonee te were en dan krege me aJlebei een kwartje. 't Was een aardige vent, as 't maar niks kostte ... Maar ja, we haalde bij Kees Varekamp 5 segare voor een dubbeltje! Azzuk die schoonvader na de boot heen en weer ree kreeg uk weI us een knaak, maar dat mog uk nie verteIle ...

Ik kwam us op Zondagavund mit de dokter bij Kalis vandaan en de weg was spiegelglad, bij de Heul gleje we na beneje, staptie toch uit. 't Was eigeluk maar een scheithuis. 'k Mos oek nog rijles an z'n vrouw geve, nou ze heit ut nooit geleerd, maar't was weI gezellig joh." Z6, dan weet je 't van de man zelf, zel uk maar zegge, met dank aan de 98-jarige Klaas van Exel.

8. Na tienjaar- op 7 juli 1917 - werd dokter De Groot opgevolgd door dokter Leerink. Gerrit Johan Hendrik Leerink, geboren 7 januari 1882 te Doetinchem, werd daardoor de tweede arts in de tweede praktijk van Rozenburg. De breedgeschouderde persoonlijkheid zal vele oudere - en oud- Rozenburgers nog helder voor de geest staan. "Ten voeten uit" vindt u dokter Leerink ook in deel 9 bij afbeelding 52. Op meerdere plaatsen in vorige deeltjes (kijk in de "Wegwijzer") hebben we de dokter al ontmoet als lid en voorzitter van het plaatselijke Groene Kruisbestuur. Al in 1917 werd een "Kraamvrouwencursus" georganiseerd! Dat sloeg heel goed aan, want vijf jaar later, in 1923 zijn er 45 deelneemsters! En allemaallopend of per fiets over grote afstanden; alsnog petj e af voor de huismoeders en aanstaande moeders uit die j aren. Zelf ben ik van 1923 en ik weet nog net dat dokter Leerink met zijn "two-seater", in goed Hollands twee-zitter, over het eiland reed. Het was het kleinste model T Ford. Toen er wat meer auto's op de weg verschenen werd een rijbewijs verplicht. Dokter Leerink is voor de "vraege" chauffeurs van Rozenburg een begrip geworden. Je moest namelijk vanaf september 1927 ook naar de dokter voor je rijbewijs! Anno 1989 rijden er nog autobezitters van - ruw geschat - tussen de 75- en 82 jaar rand die dat kunnen vertellen. Het perkje rand bij de dokter voor het huis, eventueel de Ouwepolder rand (indusief de bekende bosjes bij Jaap delong), een stukje achteruit rijden en het was voor elkaar. Daar deed de dokter niet moeilijk over en dat was ook niet nodig met die paar auto's in die tijd. Van Korstiaan Barendregt kreeg ik de linker foto; bedankt voor dit levensechte beeld! Rechts ziet u hoe dicht de dokter(s) bij de Irnrnanuelkerk woonden. Het koetshuis, later garage, en de begraeide muren met het platte dak komen goed tot hun recht op deze luchtfoto. Vanaf 1922 was de dokter ook Commandant van de Rozenburgse Burgerwacht. Uit "De Westlander" van 7 november 1930: Vrijdagavond was ereen samenkomst van de Burgerwacht. De Commandant Dr. Leerink verwelkomde allen en memoreerde de successen van de afgelopen zomer, o.a. de eerste prijs op den Provinciale Burgerwachtwedstrijd in Den Haag en de Wisselbeker van den Kring Westland te de Lier. Meteenige welgekozen bewoordingen werd vervolgens de Wisselbeker van Van Houten aan den winnaar J. Marsman uitgereikt. Op 1 juni 1935 kreeg de dokter op zijn verzoek eervol ontslag van burgemeester Vernede als commandant en werd als zijn opvolger benoemd de heer S.C. van HeIden. In datzelfde jaar trauwde de burgemeester met mej. C. Crol en wei op 21 november. Toen het jonge paar terug was van de huwelijksreis werd op 10 december een welkomstavond gehouden in de gereformeerde kerk. Wie komen we tegen als voorzitter van het Welkomstcomite? Ik lees: Dr. Leerink, Voorzitter van de Commissie, leidde de samenkomst. Bij het binnentreden van de jonggehuwden werd hen staande toegezongen de bekende zegenbede: "Dat 's Heeren zegen op u daal." Het werd een mooie avond met waardevolle geschenken voor het jonge paar, vergezeld van een album met handtekeningen van de hele burgerij, De verhouding tussen de plaatselijke artsen was uiteraard de eerste jaren met optimaal na de komst van dokter De Graot in 1907. Daarin kwam een keer ten goede, omdat dokter Leerink en dokter Van Heusden, die in 1926 kwam, heel goed met elkaar overweg konden. Opnieuw citeer ik Van der Knaap, uit "De Westlander" van 7 maart 1939: Zaterdagvoormiddag 4 maart werd Rozenburg opgeschrikt door de tijding dat Dr. Leerink plotseling overleden was. Hartkramp maakte een einde aan het leven van den 57-jarige geneesheer die steeds een toonbeeld van gezondheid was en over een buitengewone lichaamskracht beschikte. Onder grote belangstelling, gedragen door cursisten van de E.H.B. 0., yond het afscheid plaats. Dominee Hoekzema, dokter Van Kreel en wethouder Verheul vertolkten aan de geopende groeve de gevoelens van kerkelijke en burgerlijke gemeente. Rozenburg had een groot verlies geleden.

9. .,': Henkseweggetje, waar was dat op Rozenburg?" vroeg de archivaris van de Brielse Dijkring, Leen Hordijk me enkele jaren terug. Op de enorme kaart van Rozenburg, naast zi j n bureau, kon ik het z6 aanwi jzen. V roeger was het ,,'t Verheuleweggetje". In de volksmond vemoemd naar de bewoners van de boerderij aan het begin. V 66r Henk Barendregt he eft C.M. (Kees) Verheul deze boerderij beheerd en daarvoor diens vader en daarmee is alles verklaard. Toch ben ik blij met deze foto van Jan van Vliet Pz. Het geeft u en mij de kans om de weidsheid van dit deel van Rozenburg weer in de herinnering terug te roepen. Het rayale huis van wed. H. Barendregt is ernu nog, op de hoek van de Laan van Nieuw Blankenburg en de Tienmorgenseweg. Op 1 mei 1963 aangekocht door de families Quak en De Ronde.

Officieel is dit altijd de Tienmorgenschedijk geweest, want het was een slaperdijk. Op 5 mei 1926 werden nagenoeg aIle gronden van de Ambachtsheerlijkheid van Rozenburg verkocht. Totaal158 percelen! Uit de catalogus neem ik nummer 25 over:

Eenperceel tuingrond gelegen ten Noord- Westen (binnenkunt) van den Tien Morgensche dijk, strekkende van den eigendom van de heer H. Barendregt tot op den Zuid-Westelijken buitenkant van den eerstleggende uitweg. De volgende percelen hebben ook betrekking op de grand naast deze weg. Het is duidelijk, lange tijd waren aan beide zijden van het "Henkseweggetje" volkstuintjes.

Uit het verkoopregister van 1926 neem ik de volgende namen van huurders over: W. Quak, Jac. Qualm, K. Varekamp, H. van Seters, L. v. Oudenaarden, Wed. Bergwerff, A. Kleijwegt, G. Degeling, W. v.d. Linde, A. Visser, K. Voogt, J. Kleijwegt, W. Quak, Wed. S. Visser, Gebr. Van Es, W. VarekampAz., A. Klapwijk, G. Bergwerff, A.L. Bergwerff, Erven Quak en L. Quak.

Uit deze tuintjes hebben veel Rozenburgse gezinnen jarenlang aardappelen en groente gegeten. Nakomelingen hebben daar beslist hun eigen herinneringen aan. Deze weg was ook de route tussen het veer Maassluis en het (voet)veer Nieuwesluis. Hier kruiste zich ook het pad van de schooljeugd, richting meester Kuiper, later meester Vermeer vice-versa met de jeugd die naar meester Kleinendorst, later meester De Knegttrok. Maar, wie zal er geen herinneringen hebben aan het Henkseweggetje? Ook ik! De eerste keer dat ik als 7-jarig jochie mocht gaan logeren bij mijn neefje Adriaan Voorberg ging dat natuurlijk lopend. Ik was bang voor honden. Met kinderlijk geloof bad ik thuis in stilte dat ik geen honden tegen zou komen. De enige hond die ik tegenkwam liep hier. Hij stopte aan de andere kant van de weg en keek me trouwhartig aan ...

Ongeschonden bereikte ik de schoenmakerij van "Orne Hannus" in ,,'t Sezij", om te genieten van alles wat anders was dan thuis. De geur van het leer op te snuiven, dat was al heerlijk, maar het zien maken van pikdraad en het verzolen met de houten pennetjes van de rietsnijerslaarzen, ik kon er niet genoeg van krijgen ...

En als "de klokkeluier" op z'n praatstoel zat dan was het goed toeven in de schoenmakerij. Adriaan en ik zijn intussen beiden 65-plus. Hij heeft zich ontwikkeld tot een voortreffelijk schilder.

Ook dat werkplaatsje heeft hij met z'n penseel vereeuwigd en hangt bij een aantal familieleden aan de wand.

Ais er weer eens een tentoonstelling komt van Rozenburgse "bezige bijen", zoals ik die met acht amateurs mocht organiseren in 1980 dan hoop ik dat zijn werk daar ook bij is.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek