Rozenburg in oude ansichten deel 12

Rozenburg in oude ansichten deel 12

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5727-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 12'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

5. Op 22 maart 1967 mocht ik van de heer G. Boer, directeur Gemeentewerken, deze foto gebruiken voor "Nieuw Rozenburg". Nu, 27 jaar later mag ik hem - met hartelijke dank - opnieuw gebruiken. Hier is dokter de Groot (zie deel11, 7) zijn praktijk begonnen. Uit het archiefvan J. v.d. Knaap: "De heer L. Stans had hier eerder een timmermansbedrijf, dat hij in een schuur (die op deze foto is afgebroken) uitoefende. Daar is ook de wagenmaker Z. G. Blasman begonnen, tot hij in 1912 naar 'de Buurt' ging (zie 10,60). Ook moet ernog een vishandelaar Jordens hebben gewoond. Vervolgens was het de heer C. Stehouwer die er vanaf 1917 als 'hereboer' woonde (zie 4, 30). In juni 1923 is het hele komplex voor f 4.275 aangekocht door de timmerman W.J. Oosterlee." Zijn knecht Cornelis Pieter Voorberg mocht het gaan bewonen. Voorberg was geboren op 25 augustus 1884 en op 10 december 1908 getrouwd met Helena Geertruida de Jonge, geboren op 23 oktober 1885. Ze konden de ruimte hier best gebruiken voor hun gezin. Hier volgen ze: Jacoba, 10 december 1909; Clement, 7 maart 1911; Helena Geertruida, 21 oktober 1912; Adriana Cornelia, 7 janari 1915; Maria, 19 juni 1917, dit zusje werd al op 11 november 1918 ten grave gedragen, 1 jaar en 4 maanden jong; Simon, 24 februari 1920; Adrianus, 31 maart 1923. In deze woning werden Wilhelmina Maria en Cornelis geboren als 8ste en ge, respectievelijk op 19 december 1924 en op 6 juni 1927. Moeder Voorberg overleed op 15 november 1955 toen ze 70 jaar oud was. In 1957 verhuisde Voorberg met zijn huishoudster naar de Laan. Wij geven u ook nog de huwelijken van de kinderen: Jacoba trouwde met Jaap v.d. Knaap, beiden zijn overleden. Dat geldt ook voor Clement, die getrouwd was met Cor van Leen v.d. Giessen. Lena trouwde met Dirk v.d. Beukel (die in Duitsland is omgekomen) en hertrouwde met Ben den Boer, die ook is overleden. Janie trouwde met Piet Mol, zij zijn ook beiden overleden. Siem is getrouwd met Neeltje Voogt Adrd. Adriaan was eerst getrouwd met Dinie v.d. Meulen en daarna met Maria den Bos. Ook Adriaan is overleden. Mien was getrouwd met Jan Weeda en is hertrouwd met Albert Veldman. Cor is getrouwd met Bep den Boer Pd. Vader Voorberg is op 6 juli 1971 overleden, toen hij 86 was, vier jaar nazijn tweede vrouw J.C. v. Dijk, die op 24 juni 1967 in de Bernhardstraat 15 overleed. Van 1957 tot april 1963 hebben Siem Quak en Lena van Es hier met hun gezin gewoond. In deell, 3 heeft u het complex van bakker Reedijk van achteren bekeken, hier zien we de winkel opnieuw, geheel rechts. Voorberg woonde Heuveldijk 6, maar ik vraag nog even uw aandacht voor nr. 4, er vlak voor, waar een raam van te zien is. Daar heeft vanaf 1892 de familie Kleijwegt gewoond, nadat zij het Veerhuis verlieten om plaats te maken voor de familie Berkhout. Dat was de weduwe Kleijwegt-Lievaart, toen beter bekend als "meuje Mijntje", met dochter Lena en zoon Bram, voor ons "Lange Bram", de koetsier van de lijkwagen. Abraham was geboren 21 juli 1857 en overleed-80 jaaroud - op20 december 1937. Zuster Lena was van 9 november 1868. Zij was 70 toen ze op 5 februari 1939 overleed (zie ook "De plek waar onze wieg eens stond" 58,62). Daarna trok weduwnaar Pieter Kleijwegt CPzn., geboren op 19 april 1856, erin, dat leest u in deel4, 44. Zijn vrouw Arendje Groeneveld was 76 toen zij op 31 januari 1933 overleed. Daarna leefde hij met een huishoudster. Hij is overleden in december 1948, 92 jaar oud. In het begin van 1949 heeft de familie Van Dam er nog heel kort gewoond. Dat leest u in deel8, 2. Dan volgt de familie Dirk de Bruin. Hij werd geboren op 15 maart 1906, zijn vrouw Grietje Meijer op 19 februari 1910. Voor het gezin van Dirk de Bruin was dit de vierde woning, nadat zij op 3 juli 1934 getrouwd waren. Eerst woonden ze aan het Kerkdijkje, toen aan de Bomendijk (zie 1,69) vanaf 1938 in Blankenburg (zie 9, 25) en in 1949 hier bij het haventje. Dat duurde tot eind april 1963, toen de nieuwe woning aan de Abelenlaan 121 klaar was.

6. Het is ook aan de heer Boer te danken dat we de situatie van meer afstand en uit een iets andere positie kunnen bekijken. De zes gezinnen die hier woonden werden in de heel vroege morgen van 1 februari 1953 opgeschrikt door het snel stijgende water. In het gezin van Dirk de Bruin was er een extra probleem. Mevrouw De Bruin: "Onze middelste doehter Corrie was op het ijs gevallen. Ze lag met een hersenschudding en moeht niet vervoerd worden. Toeh hebben we nog overwogen te vluehten, maar het water stond in een mum van tijd 40 em. in de kamer. Toen zijn we allemaal weer naar boven gegaan." Brandweereommandant Klaas Ouwendijk: ,,Ik was al op de fiets poolshoogte wezen nemen en 'k zag dat veriiehte dakraampje. Ik heb geroepen, maar er viel niet tegen storm en water op te brulIen, ze hebben mij niet gehoord. Met volle laarzen ben ik naar het gemeentehuis gegaan, waar we na overieg besloten de sirene te laten loeien. We reden met de brandweer tot het 'rose huis' van Piet Riede. Met Jan Westdijk Azn. ben ik erheen gegaan, maar eerst was er nog een ander probleem. De vrouw van Kees Voorberg had haar toevlueht gezoeht bij bakker Reedijk, maar voelde zieh daar ook niet veilig. Door een opgesehoven raam hebben we haar naar buiten gehaald. Samen hebben we haar toen 'kakke-stoele-meije' naar Piet Riede gedragen. Intussen waren nog enkele eollega's daar op de fiets gearriveerd, waarbij ook Siem van Vliet Wzn. Hij was bereid mee te gaan naar het huis van Dirk de Bruin. We namen van de brandweer 'Opel-Bertha', de houten ladder en een bijl mee. Met z'n drieen weer via dat korte Heuveldijkje, waarover het water zich in de Goudmijn stortte." "Ik moest die ladder heel goed vast houden toen Klaas en Jan naar boven klommen in die gierende storm, in het water staande ," zegt Siern van Vliet.

Het gezin de Bruin zat dus echt op de zolder. "Door het - te kleine - dakraampje vroegen we of ze er uit wilden. Nou, dat wilden ze weI. 'Dan moeten we eerst een gat hakken, want z6 is het te krap.'" Het dakraam werd er heel royaal uitgehakt. "Maar hoe moet het met Corrie?" vroeg moeder De Bruin. Klaas: "Ik heb haar in de brandweergreep genomen en van de ladder gedragen en toen ze allemaal beneden waren - er waren ook nog twee logeetjes - weer dat Heuveldijkje op. Ik liep voorop met Corrie, de anderen iets achter ons. Wat we niet konden weten was dat even voorbij Adr. Koornneef de stroom intussen een gat in het wegdek had geslagen. Daar plofte ik met dat meisje in ... De anderen schrokken zich wild. Ineens kwam het varkenshok van bakker Reedijk vanaf het gors op ons af. Het bleef even steken en ik dacht: dat is onze redding. Maar eer ik het vast kon grijpen werd het al weer meegesleurd door de stroom, de Goudmijn in. Ineens zag ik de elektriciteitspaal (uiterst links op de foto) en die kon ik gelukkig te pakken krijgen." Mevrouw De Bruin:

"Hij riep om touw, maar dat hadden we niet. Toen is Dirk teruggegaan om de vlaggestok. Daarmee werden zij met vereende krachten uit dat gat getrokken." Klaas beleeft het weer opnieuw. "De anderen hadden hun laarzen vol, maar wij hadden geen droge draad meer aan het lijf en koud! We zijn terug naar het huis gegaan, want we wilden en durfden geen risico meer te nemen. Er konden intussen al weer meer gaten zijn die je in het stikdonker en dat vuile bulderende water nooit kon zien." Mevrouw De Bruin: "Corrie was door en door verkleumd, ze was lijkbleek, toen we weer boven waren. Dat gat in het dak en geen verwarming. Ik ben al maar aan 't wrijven geweest om haar weer een beetje op temperatuur te krijgen." Siem: "Wij waren aileen van onderen nat, maar Klaas was 'strontnat' en had ook geen droge kleren bij de hand, tjonge, wat heeft die een kou geleden die nacht. Gelukkig was er nog wei wat te eten boven, er was zelfs nog - droog - krentebrood. "

Nadat ze het oehtendgloren hadden afgewaeht, daalden ze opnieuw de ladder af en was het water ook wat gezakt, zodat ze op huis aan konden. "Klaas zonder helm, want die was ook de Goudmijn ingespoeld," zegt Siem.

7. "Kun je begrijpen dat ik nog altijd bang ben als het stormt?" vraagt de nu 83-jarige mevrouw De Bruin. Maar, hoe verging het de andere gezinnen? Adriaan Koornneef IJsbrzn., getrouwd met Aagje Bergwerff Jd., woonde in Heuveldijk 2. Op de foto links boven ziet u het huis rechts bij de zwarte schuren. Het is aan zijn broer Lucas-op 11 juli 1991 op 64-jarige leeftijd overleden -te danken dat ik u deze bee!den kan laten zien. Koornneef: "Wij waren laat naar bed gegaan die avond. Ongeveer half twee 's morgens hoorden we ineens roepen: 'Motte jullie verzuipe?' Het was Jaap van Piet van Baalen, lid van de reservepolitie. Onze vloer lag onder de kruin van de dijk en het water kwam al binnen. Ik heb het dressoir nog op tafel gezet, dat was het enige. Daar kon ik later aan zien dat de pootjes nog in het water hadden gestaan, die waren uitgebeten van het zout. Dus het water heeft ongeveer een meter in huis gestaan. Burgemeester Just de la Paisieres heeft ons onderdak aangeboden. Maar toen kwam mijn broer Luuk met zijn bestelauto en die heeft ons via de Nieuwe weg, Zanddijk, Zandweg, Volgerweg, Bomendijk en Langeweg naar mijn ouders aan de Dwarsweg gebracht.

Het was de tweede keer dat het water een £01 speelde in hun leven. Op 17 september 1950 was hun 3-jarig zoontje Joop in het haventje verdronken. Ineens was hij weg en niemand had hem gezien. Hij is vermoedelijk van de loopplank over de haven gevallen. Mevrouw Fr. de Jong-van Staalduinen en Jannie Reedijk zijn in badpak het haventje ingestapt en hebben vanaf de Waterwegzijde - in verband met het afgaande tij - voetje voor voetje de bodem afgetast. 't Was heel moeilijk voor hen en voor ons. De spanning bleef tot het moment dat zij hem vonden, plm. 25 metervoorbij hun huis, richting sluis. De angst dat hij mogelijk de Waterwegingedrevenzou zijn, was weggenomen.

Hoe het eruit zag naast hun huis, toen het water was gezakt ziet u rechts boven. De voormalige timmermanswerkplaats (van Stans en Blasman) was slooprijp,

Piet Reedijk: "Ik ben niet in bed geweest. Er was een rennie van oud-militairen in het Lokaal die zaterdagavond. Het was laat geworden en toen ik op huis aan ging schrok ik van het hoge tij. We had den beneden varkens en die hebben we voor aIle zekerheid met de nodige moeite boven in de garage gekregen. Maar het water bleef stijgen en toen heeft Arie Noordermeer, die met mijn zus Jannie getrouwd is, ze in de veewagen bij Leen v.d. Giessen aan de Graspolderdijk gebracht, niet wetend dat het water ook daar lOU komen. Daarna hebben we ze bij Pleun Verheul aan de Langeweg onder mogen brengen. Het paard hebben we naar de Koninginne!aan gebracht en daar los laten lopeno Intussen brulde het water tussen ons en Noordermeer de Goudmijn in en besloten wij ook niet langer risico te nemen. Evenals de vrouw van Voorberg zijn we allemaal door de opgeschoven ramen het water ingestapt. Bij elkaar inhakend, storm en water trotserend, zijn we via de Nieuwe weg bij Kobus Oosterlee aan de Zanddijk terechtgekomen. Ons gemetselde weeghuisje is die nacht ook door de elementen weggevaagd." De onderste foro's geven een goed beeld van de Goudmijn, een paar dagen later een rustig , .binnenmeer", Achteraf is de Schansdijk - rechts onder - van niet te schatten waarde geweest voor Rozenburg. Mogelijk was dat ook te danken aan het feit dar het vanaf 1728 een dee! van de verbindingsweg was tussen Brielle en Maassluis en er ruim twee eeuwen steeds zwaarder verkeer over was gegaan. Het was wat je noemt "goed ingeklonken". Toch denk ik dat we ook geluk hadden, omdat de Schansdijk iets hoger was dan de Zanddijk, waardoor het water uit de Goudmijn - rond zes uur - een overloop kreeg op het laagste punt van de Zanddijk. De nacht van 1 op 2 februari heb ik langs de Schansdijk wacht gelopen met mijn latere zwagerCors Voogt Lzn. In het talud boven bij de kruin waren op enkele plaatsen door de golfslag wat kleine gaten geslagen. Als dit dijkje was doorgebroken had in het centrum van Rozenburg een paar meter water gestaan ...

8. "Hoeveel foto's van de ramp hebt u eigenlijk geplaatst in uw boekjes?" vroeg Pia Kleijwegt toen ze kwam praten over het boekje "Het water komt op", dat zij met Aart v.d. Houwen voor de Historische Vereniging Oud Rozenburg ging schrijven. Ik moest het anwoord schuldig blijven. Intussen heb ik het uitgezocht en geefik het aan u door: deell, afb. 37; deel3, afb. 3 en32; deel4, afb. 20-22 en 40; deel S, afb. 64; deel6, afb. 6 en 59; deel7, afb. 13, 14,51 en 52; deel8 (in 1983 uitgegeven: biz. 63: vier foto's; blz. 75, 76 en 77 elk vierfoto's. Deel9, afb. 46 en 47. Dan kom ik aan 33 opnamen. In dit deeltje nog acht erbij en het totaal is 41. Ruim de tafel maarleegen leg ze bij elkaar, dan krijg je geen dia-avond, maar toch een aardig overzicht. Deze vier heb ik nog niet eerder geplaatst. Links boven ziet u de "Risico" van de Degelingen in de takels en ik herlees wat vader Van der Knaap schreef voor "De Westlander" van 6 maart 1953: "Zaterdagmiddag, 28 Februari verschenen 3 bokken, 1 grote en 2 kleine, bij de haven aan de Veerheuvel am te trachten de motorschuit 'Risico' van de beurtschippers Gebr. Degeling van de strekdam, waarop zij door de jongste storm was geworpen, af te brengen. Met vereende krachten werd bij hoop: water, onder bijzonder grate belangstelling, de schuit weer in het water gezet." Als je mij nu zou vragen: Weet je nag dat de "Risico" daar vier weken heeft gelegen? Nee, ik zou het niet meerweten ... Op zaterdagmiddag en haag water? Ja, die bokken hadden nogal wat te doen, na de ramp. Ze zullen oak wel op zondag doorgewerkt hebben, maar ze hadden een gunstig tij nodig am er bij te komen, vandaar! (Zie oak 6,13.) Dat deze foto gemaakt is door Arie v.d. Meer- zie 7,51- is oak een verrassing. Nooit geweten dat deze eenvoudige landarbeider/polderwerker foto's maakte. Posthuum: petje aft Dat zijn zoon Jan v.d. Meer "verkering" had met Lijnie Degeling zal hier beslist mee te maken hebben gehad. Deze foto kreeg ik bij Jan en Lijnie mee, die sinds 1955 zijn getrouwd. "Vader Degeling liep te 'klauwpoten' dat het z6lang moest duren eer ze de 'Risico' weer konden gebruiken. 'k Geloof dat het f 850 kostte am hem weer in het water te krijgen."

De foto rechts boven dank ik aan Cees Lievaart Wzn. Een realistisch beeld van de dam naar Oostvoorne, toen de storm was uitgeraasd. De afslag was enorm en het was "kantje boord". Dat kunt u lezen in "Het water komt op", biz. 11 en 12.

De jongedame op de foto links onder is Jenny Varekamp Jd. Ze staat bij de zandzakken die moesten voorkomen dat het water over de Binnendijk zou stromen, bij de huisjes van Klaas Pols en Maarten van Dam, die u in deel 9, 47 aan de achterkant ziet. Dat stapeltje zakken illustreert hoe er op de laagste punten verwoede pogingen werden gedaan om het water te keren. Ook hier tevergeefs, het water kwam tot Blankenburg. De foto is - denk ik - genomen na het dichten van de Staartdijk, want er staat niet veel meer in de polder. En Jenny? Ze is getrouwd met Leo van der Hout, maar dat was later, want hier is ze plm. 1O!

Rechts onder gaan we nag even naar de Staartdijk. Er is een serie van, maar deze foto heb ik niet eerder geplaatst. Waarom deze? Het gebeurt dat spontaan de vraag wordt gesteld: waar zit de schuit van Jan van der Linde, nou eigenlijk? Mijn zwager Kors Voogt Lzn. heeft enkele jaren geleden een dia gemaakt, waar Piet van der Linde op de plaats staat waar de "Niets zonder Gods zegen" bij de dichting van de Staartdijk werd afgezonken. Nu kun je niet van Piet vergen dat hij daar elke dag gaat staan (een klein standbeeldje is mogelijk een idee). Maar, midden op deze foto ziet u in de Waterweg een ducdalf, voor ons een duks. Als je de Gerbrandyweg uitrijdtlangs de A VR - stopt het fietspad aan het eind. Daar is links een pracht van een picknickplaats met vijf solide tafels. Loop naar de hoek en je ziet duks nr. 18. Dat is het herkenningspunt. Ga het ontdekken, maar laat je schop thuis!

9. Op mijn 33ste verjaardag, 12 juni 1956 kreeg ik van mijn vrouw een fototoestel. Dat was echt een pure verrassing. Nu, 37 jaar later, besef ik steeds meer wat een sehot in de roos het was. Vanaf die tijd maakte ik ook aile toto's voor de ansiehtkaarten die we verkoehten. Ik breng u ook even in herinnering dat mevrouw J .M. van Walsurn-Ouispel, echtgenote van de toenmalige Rotterdamse burgemeester, op 27 juni 1956 de eerste paal sloeg voor de seheepswerf van Verolme. Een juister moment had mijn vrouw niet kunnen kiezen! In feite was dat fototoeste! in hoofdzaak bedoe!d voor foro's van onze kinderen. Sehrik niet, daar heeft mijn vrouw albums vol van aangelegd. Maar, het werd een ideale samenloop van omstandigheden. De andere dag liep ik al foro's te maken. 't Was onder de middag, toen de winkel en de werkplaats een uur gesloten waren. Het eerste fotootje links boven laat u zien hoe we ruim 2S jaar vanuit de Laan omhoog fietsten. Op 11 mei 1956 was door de Brie!se Dijkring het verhogen en verleggen van de Hoofdwaterkering langs de nieuwe Waterweg ter lengte van 5 kilometer aanbesteed. De firma R. Boltje en Zn. te Zwolle was de laagste inschrijfster, met een bedrag van f 2.119.000. Dat was dan ruim drie jaar na de versehrikkelijke ramp in de vroege morgen van 1 februari 1953. In een van de berichten lees ik: "De woningen van Noordermeer, Reedijk, Voorberg, de Bruin e.a, vallen echter buiten de nieuw aan te leggen dijk." Dat is bij de foto reehts boven ook duidelijk ziehtbaar. Dat oude huizengroepje mocht niet op bescherming rekenen, als het water ooit weer zo hoog mocht komen. V ziet hoe de dragline voor de bedoelde woningen bezig is de eerste grond voor de nieuwe dijk te verplaatsen. En er is wat grond verzet! In de Bossepolder waren ze intussen volop bezig voor Verolme en de kostbare kleilaag die daar werd afgegraven voor de havens kreeg een praehtbestemming als bekleding van het nieuwe verhoogde dijklichaam.

Links onder ziet u een andere dragline van Boltje bij de woning van Piet van Baalen. Dat was een "knijter", maar op dat moment haperde eriets. Ik' weet nog dat Piet Arkenbout en Wil van Ben van der Hout er bovenop stonden toen ik deze foto maakte. ,,1 a, dat was de 'Gerda'," zegt Wim, , .ik was als smeerjongen aangenomen - ik was toen 17 - maar ik heb er ook volop mee gedraaid. Ik zwaaide met de bak over het huis van Van Baalen heen." Rechtsonder ziet u bij het roze huis van Piet Riede de "slee" waarmee de zoon van Boltje ook bij ons in de Emmastraat stopte. Het was een beste klant, dat wi! ik u anna 1993 eerlijk vertellen. "Als er ooit iemand zonder een door mij getekende opdrachtbon komt, danlevert u niet." Dat was de duidelijke afspraaken terecht; iemand die ze!fwat kon gebruiken "mos dat oek zelf betale" en er niet "de baas" voor op laten draaien. Neem zonodig de loeperbij en u ziet hem bij cafe Van den Berg juist naar beneden lopen. Ik heb meermalen aan hem gedacht, toen personeel van kleinere - ook Rozenburgse - aannemers spullen kwamen halen voor hun baas, die (naar later bleek) voor eigen gebruik bestemd waren. Dat noem ik in plat Rozenburgs de boel besodemieteren. Sorry voor dit zijsprongetje, maar vooral in het zakenleven leer je je pappenheimers wei kennen. Terug naar die allereerste foro's in 1956. Wie dacht er toen aan dat tien jaarlater ook dit allemaal zou worden gesloopt? Daarom ben ik blij dat ik bijna impulsief foro's maakte van dit tijdelijke, maar toch ook imponerende duin- dan weI "heuvel"landschap. Het heeft historische betekenis gekregen, omdat het door de tijd is aehterhaald, mede door de aanleg van een nog hogere en bredere boulevard. De foto links boven is door schoonzus Krijns gemaakt in 1953. Ere wie ere toekomt en "je mot oek nie pronken mit anderrnans veren nietwaar"? En opnieuw zeg ik: "Jammer van het roze huis."

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek