Rozenburg in oude ansichten deel 2

Rozenburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0403-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

VOORWOORD

Wanneer mijn gedachten teruggaan naar 1926, het jaar waarin mijn vrouwen ik ons vestigden op Rozenburg, komen onwillekeurig de beginregels van een gedicht van H. Marsman in mijn geest: "Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan", ondanks dat de Waterweg niet traag stroomde maar vaak onstuimig en de Brielse Maas nu in het geheel niet meer stroomt. Maar Rozenburg werd vroeger beheerst door het water eromheen, de roep der boten, de kreten van de meeuwen en het licht uit een onafzienbare hemel dat neerstroomde over het lage land. De schoonheid van het eiland werd daardoor vooral bepaald. Het kon niet bogen op huizen van uitzonderlijke architectuur. Alleen het dorpje Blankenburg was stil en intiem en had, ondanks zijn vaak armoedige huisjes, door de oude kerk met de omhuivende bomen en het oude vervallen muurtje, een grote bekoring. De huizen lagen er in een halve cirkel omheen en de weg slingerde zich speels dan weer over, dan weer onder de dijk. Het land erachter, de oude polder was verrassend door de ligging van de grote boerderijen in hun boomgroepen, slingerpaden, smal en begroeid. Dit alles is voorbij, begraven onder het opgespoten slik. De andere, nieuwere bebouwing van het eiland was minder fraai, teveel lintbebouwing van weirug sprekende huizen op een paar na in de zogenaamde Buurt, bepaald foeilelijk aan de Zànddijk. Maar dat alles was van weinig belang, het vele water, de ruimte vergoedde zoveel. Buiten de bebouwde kom viel veel te genieten: de Dwarsweg, oud-Rozenburg, de Bomendijk, de Staaldiepse dijk waar men het rustig stromende water tussen zijn rietzomen zag en de grote steeën in hun boomgroepen in de polder en bovenal het nu meedogenloos verwoeste natuurgebied, "De Krabbe" en "De Beer", de brede stranden, mensenloos, maar vol met de geluiden van de zee. Dit alles is voorbij. Rozenburg, dat toen nog geen 3000 inwoners telde op een groot langgerekt gebied, telt er nu viermaal tot vijfmaal zoveel en het oppervlak is ingekrompen tot misschien een kwart van vroeger, ingeklemd tussen de grootste industriegebieden van Nederland. De bevolking die het vroeger in de wijdte vond moest nu de hoogte in; flatgebouwen verschenen in dit vroeger zuiver agrarische land. Alle voordelen van de moderne bebouwing verschenen: sporthal, zwembad, bejaardencentrum, wandelparken, bungalows, winkelgalerijen, noem maar op. De autochtone bevolking is nog maar een minderheid van de huidige bevolking, maar wanneer ik de oude namen zie van de middenstand krijg ik de indruk dat de historische kern zich goed heeft weten te handhaven en ik hoop, dat haar mentaliteit zich heeft weten mee te delen aan de nieuwkomers. Want de oude kern bestond uit mensen met een groot saamhorigheidsgevoel, een groot gevoel van trouwen die betrouwbaar, hulpvaardig en standvastig waren. Misschien heeft deze oude kern van Rozenburgers de nieuwkomers weten te assimileren, zoals de oude Chinezen met vreemde volkeren deden. Rozenburg was een eiland met de typische afgeslotenheid die daarbij hoort, de eigenheid en het gevoel van eenheid. Mogen deze eigenschappen zo blijven, ondanks de grote import. Is het eiland door deze totale verandering er gelukkiger op geworden? Ik kan dat niet beoordelen. De armoede die er vroeger heerste zal wel tot het verleden behoren, welvaart heeft meer haar intrede gedaan, maar ook welzijn? Het is goed dat er nog een tweede boekje over het verdwenen eiland verschijnt. De enthousiaste ontvangst van het eerste bewijst dat velen nog houden van de oude beelden. Ik wens u veel genoegen toe.

Dokter E.G. van Heusden

Op de foto ziet u het echtpaar Van Heusden dat in 1970 werd gefotografeerd in de tuin voor zijn woning in Wolfheze.

INLEIDING

Aan u allen wil ik graag zeggen hoe het mij verrast heeft dat het bundelen van foto's en het schrijven van wat aangepaste tekst zo is ontvangen. Dat het de uitgever verrast heeft, is op zich ook prettig voor u en mij. Want nu heb ik ook de vrijheid gekregen om geheel naar eigen inzicht verder te gaan.

"Rozenburg, zoals het was" had ik graag op de omslag van deze boekjes zien staan, maar dat is niet te realiseren. Laten we even vergeten de betekenis die wij aan het woord ansichtkaart hebben gegeven. Dan wil ik voorbijgaan aan het woord prentbriefkaart en het goed Nederlandse "aanzicht" vasthouden. Vanzelfsprekend komt dan het gezegde "Aanzien doet gedenken" boven borrelen. Dat is in alle eenvoud alles wat we willen, u en ik, dat weet ik nu heel zeker omdat u mij ervan hebt overtuigd. Ben ik als het ware zoekend en soms stukken overslaand bezig geweest met het eerste boekje, u hebt de uitgever en mij overuigd dat u hier op wachtte. Het is mede daardoor dat ik meer vrijheid van de uitgever kreeg, nogmaals hartelijk dank, zodat dit boekje veel completer kon worden. Laat ik dan ook direct zeggen dat, als ik tijd van leven krijg, er zeker nog een derde en mogelijk een vierde deel zal volgen; ook van gedeelten waar ik al ben geweest. Natuurlijk moet een uitgever richtlijnen geven en die waren: één of twee boekjes met oude ansichten en ter afronding één exemplaar dat als titel meekrijgt: "Kent u ze nog ... ? "

Omdat Rozenburg als eiland met een overwegend agrarische bevolking heeft opgehouden te bestaan, is Rozenburg een uniek geval. Nagenoeg bleef er niets van zijn verleden over en ook is er niets van dat verleden bewaard gebleven. Toen ik in gedachten bij het "Veerhuis" aan de Brielseheuvel stond, realiseerde ik mij dat opeens heel sterk. "Wat is de zin van dit bezig zijn met Rozenburg zoals het was? " In dit "Veerhuis" speelden de taferelen zich af die Jan Groenewegen bezielden tot het schrijven van: "Graankorrels uit ebbeslik". Aan de Brielse Heuvel liep Sala te fotograferen. Hier deed dokter Van Heusden hetzelfde, maar hij maakte er ook krabbels, om ze veertig jaar later uit te werken tot composities in kleur.

Allen zijn op hun eigen manier bezig geweest met hetzelfde Rozenburg en hebben met hun talenten getracht er iets van vast te leggen. Evengoed als zij die "Rondom het oude kerkje" en "De plek waar onze wieg eens stond" hebben geschreven. Toen voelde ik, noem het geestverwantschap, want ik was met hetzelfde bezig: iets vasthouden en het vastleggen. In feite: afronden van wat anderen vóór mij deden. Dat het op deze manier mogelijk is het ook aan u door te geven maakt het alleen maar zinvoller. Hartelijk dank voor de stimulering van allen die het eerste deeltje kochten en hartelijk dank aan allen die
zowel foto's als inlichtingen verstrekten, ook nu weer. Hartelijk dank voor spontane reacties, mondeling, op papier, of via de draad over dat eerste deeltje en uw vraag: "Wanneer komt het volgende?" In allerlei variaties is het naar mij overgekomen: "Ga door! " Hartelijk dank dokter Van Heusden, ook uw reacties en uw enthousiasme zijn verkwikkend geweest. Uw voorwoord zal velen met de gedachten bij u brengen, daar ben ik van overtuigd. Het heeft het mij daarom niet gemakkelijker gemaakt. Soms kreeg ik het gevoel dat u allen over mijn schouder mee las. Dat drukte op mijn verantwoording. Ik hoop dat het resultaat u niet teleurstelt.

Tijdens de hondsdagen van juli-augustus 1975 Jo Bergwerff

1. In het eerste boekje over Rozenburg heb ik in de Bomendijk moeten stoppen. De foto's nummer 72 en 74 riepen herinneringen op aan Willem van Balen. Wie zal kunnen vertellen hoeveel uren deze man in z'n leven heeft gewerkt? Hij was een figuur die iedereen op Rozenburg kende. Ondanks zijn eigen bedrijf was hij uit armoede genoodzaakt bijverdienste te zoeken. Zo was hij onder meer loonploeger en reed hij tot in de crisisjaren voor de polder de grintbakken vol. Dat gebeurde met de karwet, een driewielige kar, met een kiepbak: vol scheppen en leegstorten tegen een aangenomen laag prijsje. Heel belangrijk was zaterdags het ophalen van Rozenburgs huisvuil, zoals u hier ziet afgebeeld. Kort voor 1960 werd deze foto in de Bernhardstraat genomen en Van Balen die op 8 april 1964 op zevenentachtigjarige leeftijd overleed moet hier dus drieëntachtig jaar zijn. Bij de wagen staat Adrie Voogt Wzn. en erop, achter Van Balen, zien we Wim v.d. Hout Wzn. en zijn vriendjes Siem en Rien van Vliet (van Koos).

2. We zijn echter verplicht ook nog naar de andere kant van de Bomendijk te kijken. Vijftigplussers kunnen zich herinneren dat op dit "spulletje" Maarten van der Hoek woonde. Zijn zuster die de huishouding verzorgde is in de sloot ervoor verdronken. Zover mijn herinnering gaat heeft in de eerste woning het gezin van Jacob Voogt tot 1928 of 1929 gewoond, met de zoons Wim, Piet, Arie, Adrianus en Kors. De jongste zoon Kors Voogt is na het overlijden van Maarten van der Hoek in 1943 in diens woning getrokken. Tragisch was dat zijn oudste dochtertje, in een onbewaakt ogenblik weggelopen, in dezelfde sloot is verdronken. In die tijd woonde in het eerste huis Jaap (J.W.) Doorduin, gehuwd met Ida Bergwerff. Met hun drie zoons hebben ze later alles gekocht. De twee woningen werden tot één verbouwd en de schuur is gemoderniseerd, zoals de foto laat zien.

3. De uitgever heeft mij de vrijheid gegeven om de indeling van de boekjes zelf maar te bekijken. Dan maken we hier een wandelingetje van enkele honderden meters terug. Deze opname moet vijftig jaar of meer oud zijn en is genomen vóór de vier oude huisjes aan de Bomendijk. Een heerlijke foto, waaruit spreekt dat op de foto gaan een gebeurtenis was. Achter de naaimachine Magda Rietdijk; ze is meer dan vijftig jaar gehuwd geweest met C. Oosterman en in november 1973 overleden. We zien, van links naar rechts, staand: Marie Doorduin Ldr., Lena van Baaien Cdr., gehuwd geweest met P. den Boer en in 1974 overleden. Willempje Doorduin Ldr., gehuwd met Maarten "OPA" Verdoorn die op 4 juli 1975 tachtig jaar werd. Meer op de achtergrond Jaantje Voogt, echtgenote van Cors van Baaien, dan Neeltje Quak in september 1975 overleden en helemaal rechts, met het gehaakte mutsje, Neel de Borst. Zij was de echtgenote van A. de Borst en woonde in het laatste van de vier huisjes.

4. Hier kijken we naar de "Ouwe Stee", een omgebouwde boerderij die aan beide zijden vier woningen telde. Omstreeks 1926 woonden aan deze zijde: 1. familie C. Assenberg van Eijsden, 2. Geertje en Lijntje Mol, 3. weduwe Kr. van der Knaap en 4. familie Joh. Noordam. Natuurlijk hebben er later ook nog anderen gewoond, onder wie de alleenwonende Cornelis (Kees) van der Hoek, die een dichterlijke geest, maar ook jarenlang een negenoog bezat. Het poëtische was aangenamer dan het pijnlijke. Teun van Oudenaarden, die in juli 1969 op zesenveertigjarige leeftijd is verdronken in de Brielse Maas, heeft er ook gewoond. Als u niet let op de juiste volgorde dan noemen wij nog een aantal bewoners van de laatste vijfendertig jaren: Gerrit Klapwijk en de familie Kistemaker, na de bominslag in haar woning op de hoek van de Langeweg. Gerrit van Oudheusden, J. van Oudheusden sr., V.D. van der Meer, Daan Noordam en Sjaak Beijer. Links ziet u de melkfabriek, de woning van bakker Vos, van Jan Groenewegen SI., de schuren van Van Helden, de school aan de Bomendijk en de woning van M.P. Verdoorn.

5. We nemen nog even een kijkje bij de melkfabriek die tussen 1920 en 1922 moet zijn gebouwd. De namen van Jan Westdijk sr. en diens zoon Siem Westdijk zijn daar onverbrekelijk aan verbonden. Toen deze foto werd genomen was het afleveringsstation van "Hollandia" voor de Rozenburgse melkhandelaren en waren de panden ernaast al gesloopt. Jarenlang heeft Siem Westdijk hier ook de monsters van de melk die de Rozenburgse koeien produceerden onderzocht. Maar in gedachten zien we omstreeks 1930 de boeren, hun zoons of knechts, hier met de kros de melk afleveren. Piet van Leen Voogt was er toen knecht. Als jongen stond je als je uit school kwam te kijken hoe de veertig-liter melkkannen werden schoongestoomd. De fabriek heeft nog een poosje "Samenwerking" geheten. Er werd boter en kaas, maar ook "gruttepap" gemaakt. Heerlijk was de "karemelk". Het overschot "wei" werd weer uitgereden voor varkensvoer. De heer LP. Westdijk heeft hier tijdelijk nog een kaaspakhuis in ondergebracht.

6. Direct erop aansluitend deze ansichtkaart. De Boomendijk (toen nog met twee o's) droeg haar naam niet ten onrechte, dat komt hier heel goed uit. Te meer daar langs de sloot onderaan deze slaperdijk hele rijen wilgebomen stonden. De woning rechts, van bakker G.H. Vos, is in 1923 gebouwd. Door de bomen ervoor is niet te zien dat er ook een winkel bij was. Cor van Dam is net afgestapt om een maal aardappelen bij zijn schoonmoeder te brengen. Hij is getrouwd geweest met Marie Vos, de oudste dochter. De elektriciteitspaal staat bij de zojuist beschreven melkfabriek. De groenteboer die op Rozenburg niet zo'n grote omzet kon halen omdat iedereen wel een tuintje had is W.J. Doorduin, die hier op weg naar huis de melkfabriek passeert. Links weer de "Ouwe Stee" waarin "vrouw Hout" achter de gesloten luikjes woonde. Aan deze kant woonden in de loop der jaren onder anderen: P.J. Doorduin, Kors en Krijntje Poldervaart, Mar. Dijkman, de familie Boere en de familie C. Oosterman. Het achterste huis: Jan Mol, weduwe C. Schilder en P. Memelink.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek