Rozenburg in oude ansichten deel 4

Rozenburg in oude ansichten deel 4

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1703-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

20. Twee totaal verschillende beelden bij de hoeve van Piet van Dijk aan de Graspolderdijk. De foto in de druivenkas, tijdens het druiven krenten genomen, moet van 1935 of 1936 dateren. De zoons Freek en Wim hadden hier namelijk een boomgaard en druivenkassen. Op de krenttrap, van boven naar beneden: Geertje van Dijk, Mien van der Vliet Adr., Marie Vos, Koosje Qualm en Bab van der Vliet Adr. Naast Wim van Dijk staan de zusjes Coba en Corry van Seters Adr. Druiven krenten was echt seizoenwerk en bracht een aardig zakcentje op in de crisisjaren. De andere foto is van de watersnood in 1953, to en ook dit bedrijf door het zoute water werd overspoeld. Het water stond half tegen de Graspolderdijk en het heeft lang geduurd aleer met gebruikmaking van onder meer gips de structuur van het bouwland weer geheel was hersteld. De boerderij van Piet van Dijk werd in 1900 gebouwd. Hij was op 7 juli 1875 geboren en zijn vrouw, Cornelia Pols, op 28 maart 1874. Toen de bouw aanving, had den ze twee kinderen en hebben ze tijdelijk in de Bomendijk gewoond, waar A.C. Kleijwegt het laatst heeft gewoond. De oudste twee waren Willem Adrianus en Pietertje, die op 7 april 1962 op vierenzestigjarige leeftijd is overleden. In 1900 (het bouwjaar) werd Frederik Bart geboren, die op 17 september 1973 op drieenzeventigjarige leeftijd is overleden. Op deze boerderij zijn geboren: Eliza, J annetje Geertje, Elizabeth, Bart, Geertje Cornelia, Arie, die in 1937 op 7 februari op de leeftijd van negenentwintig jaar en acht maanden is overleden, vervolgens Jan, David en Cornelis Pieter, Daar er nog een zoontje David heel jong is overleden, heeft moeder Van Dijk dertien kinderen ter wereld gebracht. Zij overleed op 19 december 1951 in de ouderdom van ruirn zevenenzeventig jaar en Van Dijk op 14 april 1956, bijna tachtig jaar oud. Als u even terugdenkt, dan is het duidelijk dat de Heul een heel vruchtbare buurtschap was. In de vijf grootste gezinnen die we de revue hebben laten passeren, werden van 1868 tot omstreeks 1915 welgeteld drieenvijftig kinderen geboren. We komen op de volgende bladzijde nog terug op de boerderij Graspolderdijk 16.

21. Toen de jongste zoon van Piet van Dijk, Cornelis Pieter, in 1944 trouwde met Margaretha van der Meer uit Spijkenisse, kreeg Graspolderdijk 16 voor ongeveer een jaar dubbele bewoning. In 1945 verhuisden vader en moeder Van Dijk met de zoons Jan en David naar de woning Zanddijk 80. Intussen waren in de oorlogsjaren de broers Wim en Freek begonnen het tuindersbedrijf van Maarten van der Hoek aan de Bomendijk voort te zetten. De ouderlijke hoeve kreeg nieuw leven onder het dak door de geboorte van drie zoons en een dochter, achtereenvolgens: Arie Marinus, Cornelis Johannes Pieter, Cornelia Wilhelmina Elisabeth en Martin Lodewijk Alexander. Het woongedeelte werd geheel gemoderniseerd en wit geschilderd, een zonnig gezicht aan de voet van de Graspolderdijk. De dijk waarvan een zwager van Cor van Dijk eens zei: "Ik moest er een stuk van mee kunnen nemen naar Schipluiden". (Z6 lekker was het liggen aan die dijk! ) Het jonge echtpaar Van Dijk had meer aspiraties. Uit een soort liefhebberij groeide vanaf 1960 de hondenkennel "Eurohof', die in enkele jaren in wijde omgeving bekend werd. Ook zij maakten hier de watersnood mee en diverse foto's zijn er door hen gemaakt, die de herinnering aan de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 1evend houden. De volgende foto geeft daar ook weer een bee1d van en de kunstmeststrooier die "in het haugen van de dijk" staat, is dan ook van Cor van Dijk. Het was een troosteloze aanblik, die immense watervlakte. De vruchtbare polders waren in een nacht voor jaren achterop. Het gezin Van Dijk is in december 1964 verhuisd naar Noordweg 27 in Oostvoorne. Daar werd verder gegaan met het exploiteren van een kampeerboerderij. Naar mijn waarneming is dat een heel ges1aagde opzet geworden. Door de he1e ontwikkeling schakelden zij dus over van de verzorging van dieren op die van mensen. Is er niet een spreekwoord in die richting? Wie goed is voor dieren, is het zeker voor mensen.

22. Dat de Graspoiderdijk een werkelijk waterkerende dijk was, komt op deze foto wel tot zijn recht. Deze dijk was ongeveer 1700 meter lang en had mooie glooiende taluds, waaraan het heerlijk liggen was. Lezen we eens even wat jonkheer L.F. Teixeira de Mattos, civiel ingenieur, in zijn serie boeken over waterkeringen en polders van Zuid-Holland in "De eilanden deel 5", betreffende het eiland Rozenburg in de eerste uitgave schrijft. Nou even, het is wel een boek van 144 bladzijden uit 1916, waarin werkelijk alles over Rozenburg is te vinden. We tikken het in stijl over: De gecombineerde Krabben- en Graspolders omvatten de gronden ter weerszijden van het vroegere Staaldiep, waarvan het zuidelijk uiteinde (de Staaldiepse dijk) in 1727-1728 vanwege de Grafelijkheidsdomeinen afgedamd werd. Het grootste deel, de Graspolder was bereids reeds voor 1727, waarschijnlijk door het Domeinbestuur bekaad en werd in 1728 door de Staten van Holland in het openbaar verkocht. De gecombineerde bedijking kwam na langdurige onderhandelingen in 1806 tot stand. De totale ringdijklengte om de gecombineerde Krabben- en Graspolders heeft een lengte van 6745 meter, waarvan 4325 meter hoogwaterkerend en 2420 meter binnendijk. De Graspolder werd van de Krabbenpolder gescheiden door de Graspolderkade (later de Graskade), met een lengte van 2840 meter. Duidelijk is dat er in twee fasen werd gewerkt, wanneer een polder in cultuur werd gebracht, namelijk het bekaden en ten slotte het bedijken. De Graspolderdijk was een van de zwaarste en breedste dijken op Rozenburg en nu nog is het verwonderlijk, dat bijvoorbeeld de Kroondijk veel smaller was. Zou vroeger de zuinigheid de wijsheid niet diverse ma1en hebben bedrogen? Dat hier aan deze zijde het water spoelde, werd veroorzaakt door de doorbraak in de dijk van de "God zij dank" -polder.

Foto: C.P. van Dijk, 1 februari 1953.

23. Nu we even hebben stilgestaan bij de officiele beschrijving van polders, dijken en waterkeringen, willen wij u toch ook even de rauwe werkelijkheid laten zien. Alle polderwerken werden met "ellebogenstoom" tot stand gebracht. Zes dagen per week werken en tien uur per dag was normaal zo'n zestig jaar geleden en het kwam allemaal op de rug, de schouders en de ellebogen aan, vandaar die - Rozenburgse? - uitdrukking. De polderwerkers waren in dit werk z6 getraind en gehard, dat ze enorm ontwikkelde spieren moesten hebben. Verhoudingsgewijs waren er namelijk nog minder rugklachten dan tegenwoordig. Hier wordt even gepauzeerd voor de foto, maar zo direct zullen ze weer in de vereelte handen spuwen, de panbatsen vatten en de grote steken vette klei in de kruiwagens deponeren. Waar er wordt gewerkt, op deze foto van de familie Mol, is niet te achterhalen. Een sloot of een grep werd schuin afgestoken, maar hier is een rechte kant. Het zal wel een put zijn van waaruit een kade of dijk werd aangelegd. Verschillende personen hebben we in dit boekje en in het derde deeltje reeds ontmoet, daarom past deze foto hier goed bij. In het afgestoken gedeelte staan, van links naar rechts: Adr. van Seters, van Graspolderdijk 22, dan Kees van Dijk, een zwager van Klaas Mol, Jacob Mol, de vader van Leen, Clement en Lena, op de kruiwagen leunend Leen Breukel, de vader van Mien, Bep en Gerrit (boekje 3, afbeelding 21), dan Willem Lievaart, de vader van Willem en Kees, en als laatste Arie van Klaas Mol, die op eenentwintigjarige leeftijd is overleden. Op de kant staan, van links naar rechts: Adr. van Oudenaarden, een vrijgezelle broer van Leen van Pelt Chrzn., dan Piet Breukel Lzn., van Graspolderdijk 17, vervolgens Cor Assenberg van Eysden, de vader van onder anderen Annie en Toos, en ten slotte Klaas Mol, die later horlogemaker zou worden. De genoemdekinderen zijn in de meeste gevallen nag in Rozenburg woonachtig; het zijn, evenals de andere aanduidingen, aIleen toevoegsels om de personen dichterbij te brengen. Deze tien polderwerkers zijn na zestig jaar allen overleden.

24. Er zit ondanks alles sfeer in dit combinatieplaatje van de huisjes Graspolderdijk 11 en 13. Het is 13 april 1966. De kip scharrelt rustig door, maar de tuintjes liggen onverzorgd, het heeft geen zin meer. .. Links onder, op nummer 11, woonde tot het Iaatst het echtpaar Reinier van Seters en Clasina Santina de Rijke (foto rechts), afkomstig van Stavenisse, op het Zeeuwse eiland Tholen. Zij was dienstbode bij Stehouwer op de "Middenhoeve" en hij was er knecht, vandaar. De eerste veertien jaren van hun huwelijk woonden ze dan ook in het arb eidershuisje bij Stehouwer, waar Reinier bijna zestig jaren heeft gewerkt. Vanaf 1938 tot de sloop in 1966, waarna ze in Bomendijk 32 gingen wonen, heeft het kinderloze echtpaar Van Seters hier gewoond. Ook deze woning moest worden afgebroken en to en werd het Ruysdaeistraat 18. Daar is mevrouw Van Seters op 14 april 1974 op achtenzeventigjarige Ieeftijd overleden en sindsdien woont de op 15 september 1977 intussen vierentachtig jaar geworden Van Seters daar alleen. Dit huisje is eerder bewoond geweest door de families BreukeI-van der Hout en Quak-Vlasblom. In het linker gedeelte, op nummer 13, woonde tot de afbraak de weduwe Bergwerff-Quak met haar zoon Arie. Zie ook het aangebouwde "keukentje" geheellinks op het andere fotodeel. Ervoor woonde het hele gezin Bergwerff, aan de Lange Kruisweg, waar we ze later tegen hopen te komen. Dit huisje werd op 2 mei 1939 de eerste woning van het toen kersverse echtpaar Aart Oosterman en Bets van Eekelen. Hun eerste zoon, Jaap, werd hier geboren en de andere acht: Jan, Corrie, Bill, Attie, Siem, Herman, Janneke en Ruud, volgden op de straat van Jaap Pols en in de Prinsestraat. In 1940 werd het huisje onbewoonbaar verklaard, maar het werd toch weer min of meer onverklaarbaar bewoond door het gezin Visser-Nobel. Toen zij het verlieten, heeft het aIs opslagplaats van eieren en aardappelen voor Frank van Vliet dienst gedaan, maar de woningnood was de oorzaak dat het toch weer zo'n vijftien jaar werd bewoond door de eerstgenoemde weduwe G. Bergwerff-Quak,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek