Rozenburg in oude ansichten deel 6

Rozenburg in oude ansichten deel 6

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2966-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 6'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

door

J. Bergwerff

Tweede druk

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXIV

Ais in de onderschriften met "nu" en "thans" verwezen wordt naar de huidige toestand, dan is dit de toestand in het jaar 1980 - het jaar van de eerste uitgave van dit boekje.

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 2966 0 ISBNI3: 978 90 288 2966 4

© 1980 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2007 Reproductie van de tweede druk uit 1984

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

VOORWOORD

Gaarne voldoe ik: aan het verzoek van J 0 Bergwerff een voorwoord te schrijven voor dit zesde deel, want Rozenburg heeft voor mijn vrouw en mij heel prettige herinneringen, ondanks de zware dreiging der oorlogsjaren die wij er beleefden. Ik was er huisarts van maart 1939 tot januari 1946, als opvolger van dokter Leerink, die er tot zijn overlijden op 4 maart 1939 praktiseerde, maar die ik nooit heb gekend. Op 6 juli 1939 zijn wij gehuwd en hebben aanvankelijk samen, later met drie kinderen het doktershuis "Villa Gerda" bewoond. Het doktershuis was gelegen wat bene den aan de Molenweg tegenover de "Immanuelkerk". Zeven, ondanks de oorlog gelukkige jaren hebben we er gewerkt en gewoond. Erg gelukkig, niet in het minst door de hartelijkheid waarmee de Rozenburgse bevolking ons tegemoet trad. We voe1den er ons ook kerkelijk spoedig thuis, waarbij ik

ook denk aan dominee en mevrouw Hoekzema; het was een feest om er "meelevend" te zijn en later ook deel uit te maken van de kerkvoogdij.

Rozenburg telde toen 2800 inwoners en er waren twee praktijken, daarom is voor mij onvergetelijk de vraag van een der familieleden van mijn voorganger, to en de overnamesom ter sprake kwam: .Kunt u daar nou van leven? " Dat was een heel reeele vraag, maar die bezorgdheid verdween in het niet in de loop der oorlogsjaren, want toen werden de vijf braden en twee visjes uit de gelijkenis voor ons in Rozenburg werkelijkheid. Hoe heeft de bevolking, hoe hebben de boeren ons opgevangen! We hebben niet aileen zelf geen honger gekend, maar ook familieleden uit de hongerende steden kunnen bijstaan!

Het was een kleine praktijk, het werk was af en toe zwaar, vooral door de aanvankelijk slechte toestand van de wegen, zeker naar de Scheurpolder. Toen de benzine schaars werd moest op een motorfietsje worden gereden en

Het gezin Boehmer in 1943, met de kinderen die op Rozenburg geboren zijn.

gebeurde het dat mijn vrouw bij mijn terugkomst uit de polders zowel de motorfiets als mij moest afspuiten. Medisch werd de verantwoordelijkheid in de oorlog steeds grater, vooral toen de veerboot niet meer voer en een roeibootje restte om ernstige zieken over te zetten. Met het oog hierap hadden wij in het burgemeestershuis van de ongehuwde burgemeester Just de la Paisieres op de bovenverdieping een noodhospitaaltje ingericht.

We hebben op Rozenburg onze eerste drie kinderen gekregen. Toen de oudste - Jaap - werd geboren, knetterden de luchtafweerbatterijen bij Berkhout aan de Dwarsweg z6 hevig en daalden de granaatscherven z6 op ons dak dat ik de kraamverzorgster niet durfde te halen. We hebben het sam en opgeknapt... Pas de volgende dag is Bets Lievaart gekomen om moeder en baby te gaan verzorgen.

Ook over de door het oorlogsgeweld omgekomenen schrijft Jo Bergwerff. Veel zijn het er gelukkig niet geweest, des te erger voor hen die het traf en waar wij als artsen ook ten nauwste bij betrakken waren. Levendig herinner ik mij nog de bevrijdingspreek van dominee De Ru: "Toen de gevangenen naar Sion weerkeerden was het alsof zij droomden ... " We hebben het goed gehad op Rozenburg in oorlogstijd, ik zei het reeds. De verhoudingen waren collegiaal erg prettig; ook met zuster Bosman werd op een aangename manier samengewerkt. Goede herinneringen!

Eenmaal in Brielle hebben we van nabij met lede ogen het vervolg gezien van de geschiedenis. Hoe het mooie agrarische eiland door haven- en industrieplannen van Rotterdam letterlijk omgewoeld is ... De goede, vruchtbare klei helemaal onder het zand en daarop beton, staal en glas en ... pijpen! We vernamen dat velen van Rozenburg vertrokken, hetzij naar andere Nederlandse polders, zoals de Flevo- of Noordoostpolder, of ook emigreerden naar andere werelddelen. Toen hadden wij geen spijt verhuisd te zijn ... Hoewel we ons bewust zijn dat thans veel meer mensen met minder hard werken en zweten er hun brood verdienen, zijn we ons toch ook bewust van een groot verlies.

Tot zover mijn voorwoord bij dit zesde deel. Het is, u zult het begrijpen, geschreven uit een dankbaar hart, maar met een zekere mate van weemoed.

J.W. Boehmer

INLEIDING

Beste kijkers en lezers. Hier is dan - wat later - het zesde deeltje van "Rozenburg in oude ansichten". Via de Lange Kruisweg gaan we langs de Zanddijk, de Veerheuvel en de Molenweg weer naar Blankenburg. Het kostte heel wat "spitwerk", vooral in dat oudste gedeelte van ons voormalige eiland. Daardoor zijn ook 77 pagina's boordevol informatie ontstaan. Van de 134 foto's in dit boekje verwerkt, zijn er 12 uit mijn eigen verzameling. Zo werkt ieder mee en daardoor komt ook het beste uit de bus. Het is een kwestie van levensverhalen schrijven, maar evengoed van geschiedenis verwerken. Het is kort samengevat: "Rozenburg in woord en beeld voor en met elkaar bewaren! "

Fijn, dat u daar allen zo aan meewerkt en vooral: hartelijk dank voor uw spontane verhalen, voor uw gegevens en foto's. In de zes delen zijn tot nu 581 foto's en ansichtkaarten verwerkt. Honderden foto's heb ik nog in huis, die mij gewoon worden gebracht of meegegeven. Hartelijk dank voor dat vertrouwen! Hartelijk dank ook aan dokter Boehmer die voor dit zesde deel het voorwoord schreef. Velen zuIlen ook aan hem denken!

In het vierde deel heb ik een gedicht geplaatst dat ik in 1956 schreef en dat een soort ode aan Rozenburg genoemd mag worden. Daarop heb ik nogal wat reacties gekregen, maar het is ook oorzaak geworden dat ik diverse gedichten in bruikleen heb gekregen. Uiteraard allemaal amateurswerk, evengoed als mijn gerijmel, maar het blijkt toch interessant en daarom zuIt u er in dit deel enkele vinden.

Door het zo bezig zijn met de historie yang ik in de gesprekken allerlei Rozenburgse woorden en uitdrukkingen op, die ik nu ook opschrijf. Ik wil proberen u dat op "zun Rozunburrugs tu zeggu". Nou ben uk oek begonnu mit

ut opschrijvu van Rozunburrugsu woordu, uitdrukkingu en ut verzamullu van gudichtu die op Rozunburrug slaan. Mussschien denk ie wel: Waar heit ie zin in; maar da zel wel mit tie "kronkuI" te maku hebbu, da duk ur soortument van buzetu ben. Da zel oek wel weer du oorzaak worre, da'k an un zevunde boekie ga buginnu. 'k Ken kwaluk in Blankunburrug blijvu steku. Da zellu du mensu die daar guwoond hebbu oek nie slikku. En wat denk ie van du Krabbu en 't Scheur?

Zellu wu maar guwoon deurgaan? As jullie dur niks mir an vindu, mot ik vanzelluf stoppu. 'k Wiloek nie zeggu: 't Kos mu veul tu veul tijd; want ut is un goeie munier om bezug te wezu. Hiemeffu yin ju un gudicht van Hannus Hordijk, un zwagur van Adriaan Quak, hij is al gesturruve, maar zun vrouw was Dirrukie Korres. Hij mos vluchtu voor du innundasie in 's-Gravundeel en heit toen andurhalluf jaar in ut "Veerhuis" ondur du pannu guweest. Hij heit ut mooi gezeid en dan mot ju zoies oek bewaru yin uk. Toen ut us ovur deuze boekies ging zeit UT een tegu mu: "Zo bei jij daar nou de hotumutoot van? "

Ja, dur mot toch wat voor tu zeggu wezu om dat ouwe Rozunburrugs un beetju tu buwaru. Uit du tijd toen zu Saturdags nog naar du barbier gingu en dur's winturs nog gedorssu wier... En dan borstte ut soms van de rottu as ut lang vroor ... Wu hebbu wat ofgesjouwd in du arrummu tijd, voor un paar centu ... As ie soms oek un oud gudichie heb leggu, ik wil dur graag gubruik van maku!

J 0 Bergwerff

"TABE" ROZENBURG

Rosenburg, ik ga je verla ten,

'k voel een weemoed in mijn hart Nu het afscheid is gekomen,

voel ik een onzeg'bre smart.

Eiland met je mooie polders, met je gorzen en je riet.

Ik zal jou niet licht vergeten; Schooner eiland is er niet!

Rozenburg, zoo fraai gelegen aan den Waterweg naar zee;

'k neem van jou nu ik terug ga pracht herinneringen mee.

Met uw kwetterende vogels, Grutto's, eenden, goudpluvier, lijkt ge wei een paradijsje; Altijd is er [link vertier.

Tal van groote zeekastelen, velen met een vreemde vlag, komen langs u heen gevaren, gaan en komen dag aan dag.

't Is een kostelijke aanblik;

En, keert men zich even om,

wordt het oog opnieuw getroffen door den schoonen Brielschen Dom.

Blanke zeilen, grooten, kleinen, van de jachtjes, rank en snel, sieren 't landschap in het zuiden, blinken in het zonlicht hel.

Rustig komt en gaat het water, door de kaden steeds gekeerd; Tot opeens de stormen komen, als Neptunus weer regeert.

Ziet, hoe dan de golven rollen, razend, kolkend, breed en forsch; Door geen kade te weerhouden springen zii hier op het gors.

Maar dan is 't de hoge dijk hier, die met kracht z'n vuisten bait, en het woeste water toeroept:

Nu geen stap meer verder - halt!

Deek en riet en planken, balken, brengt de wilde vloed dan mee;

't Is een schouwspel, dol en razend dat dan plaats heeft op uw ree.

Maar, wat mij nog wei het meeste, Ja, het diepste getroffen heeft,

Is het edel werkzaam volkie

dat hier op het eiland leeft.

In den tiid dat ik hier woond, Heb 'k er kennis mee gemaakt. En met velen, mag 'k wei zeggen, ben ik ook bevriend geraakt.

Meer dan anderhallef jaar reeds woonde 'k hier; de tijd gaat snel. Rozenburg en Rozenburgers, Weest gegroet; - het ga U well

Rozenburg, oktober 1945

I.A. Hordijk

1. Bij het gereedmaken van mijn vorige boekje had ik niet de beschikking over de installatiefoto van burgemeester mr. N. Vernede, die burgerneester L. Neijens opvolgde, op 16 augustus 1920 gekomen en op 1 januari 1933 benoemd tot burgerneester van Giessendam. Uit het archief van de gemeente mocht ik nu deze foto 1aten reproduceren en: wat was het koud op vrijdag 10 februari 1933! Het aanta1 genodigden was blijkbaar te groot om een foto in het gemeentehuis te maken. Op deze foto staan onder anderen de burgerneesters van Maasland, Maassluis, De Lier, Naa1dwijk en V1aardingen. Sorry, ik was toen nog maar 9 jaar en ik zou echt niet weten wie mij al die mensen zou kunnen aanwijzen. Daarom geef ik u de namen van de Rozenburgers die ik ken en van enkelen die ik achterhaa1d heb. Op de voorste rij ziet u, vanaf links: raadslid L.N. van Exel, CHU, achter hem de rijksve1dwachter G. Heijndijk, vervolgens wethouder C.M. Verheu1, Vrijheidsbond, J. van der Giessen, raadslid Algemeen Belang, wethouder-loco-burgerneester P. van Darn, AR, burgerneester Vernede, met naast zich zijn moeder en met bolhoed erachter zijn vader. Links naast de bolhoed - met pet - verslaggever J. van der Knaap. Naast mevrouw Vernede zien we tijdelijk wethouder H. Barendregt, CHU, en het raadslid Jac. Quak B.z. AR. Naast de oude heer met baard staan gemeenteveldwachter C. Schilder en, als enige in z'n korte jasje, gemeentewerkman L. de Ronde. Verder heb ik ontdekt Chr. Riede, K. Roodnat en A. Warnaar, maar zoekt u daar zelf maar even naar en mocht u nog be ken den aantreffen, ik houd me aanbevolen!

Vijf weken voordat deze foto werd gemaakt was wethouder Korstiaan Barendregt over1eden en in deze vacature werd voorzien door de benoeming van C.J. van der Meer. Hij is in de eerste raadsvergadering onder leiding van burgerneester Vernede op 24 februari 1933 beeedigd en daardoor zien we op deze foto maar zes raadsleden, van wie er tijdelijk drie wethouder waren. In deze1fde raadsvergadering werd de heer C.M. Verheu1 definitief tot wethouder gekozen in de vacature van zijn overleden Vrijheidsbond-collega K. Barendregt. Het verhaa1 bij afbee1ding 4 in dee1 5 besloot ik met: op dit moment heb ik nog geen foto waarop mevrouw Vernede voorkomt. Door bemiddeling van mevrouw Jo van Exe1 is ook dat prob1eem weer opgelost. Van een nicht van het echtpaar Vernede kreeg zij de foto, waarop u hen, wandelend in Zoetermeer - hun gemeente na Rozenburg - kunt bekijken. Beiden zijn intussen overleden. Mr. Noe Vernede, geboren op 27 juni 1902, is op 28 oktober 1977 op 75-jarige leeftijd te Amersf'oort over1eden. Twee jaar eerder, op 14 september 1975, overleed zijn vrouw Catharina Crolop 59-jarige leeftijd. Hun huwelijk, dat op 21 november 1935 was gesloten, bleef kinderloos en heeft net niet de veertig jaar gehaa1d.

Burgerneester Vernede was een bekwaam magistraat, die in de donkere crisistijd veel voor Rozenburg heeft betekend. Toch heeft hij een keer een revolver uit zijn lade moeten ha1en, toen een doldriftige timmerman, die een verschil van mening had over een te bouwen woning, uitriep: "Ik ga niet weg voor ik hem de hersens heb ingeslagen." Onder de kop: "Sensatie in Rozenburgs raadzaal" werd geschreven: Hen min of meer Wild-West achtige scene heeft zich afgespeeld in den morgen van den 19den Augustus 1933 op het gemeentehuis van Rozenburg - een van de rustigste dorpen in het arrondissement, zoals de president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, mr. De Bie, waarderend opmerkte.

2. Mevrouw Betsie Ohlsen-it Hart - Raadhuisstraat 8 - belde mij op toen zij in een jaargang van "De Prins" van 1924, die als familiebezit tijdelijk bij haar in huis was, een foto had gevonden van een verzakking van de Brielse veersteiger. Haar grootmoeder Geertrui Kleijwegt Abrd. kwam van Rozenburg, nu is mevrouw Ohlsen op haar beurt Rozenburgse en ook zij is geiriteresseerd in het verleden. Mijn be1angste1ling was gewekt toen ik deze foto te zien kreeg en ook mocht gebruiken. In "De Prins" van 2 augustus 1924 stond: "roto Wette" met het vo1gende onderschrift: Ernstige verzakking aan den Brielschen Veerheuvel op Rozenburg, Een deel van den veerdam was in de die pte verdwenen, tengevolge waarvan de aanlegsteiger niet van den dijk af was te bereiken, terwijl het wachthuisje was verdwenen en bij Zwartewaal is aangespoeld. Een noodsteiger herstelde de verbinding van het hoofd met het overgebleven dee I van den veerdam; niettemin ondervond het verkeer, vooral bij lagen waterstand, groote stoornis.

Op mijn beurt ben ik toen in de jaargang van "De West1ander" gaan zoe ken of mijn schoonvader daar 56 jaar ge1eden sorns ook iets over had bericht. In mei 1924 yond ik het begin: In het laatst der vorige week had een ernstige verzakking plaats aan de Oostzijde van den aanlegsteiger voor 't veer naar Brielle. Door de draaistroom ondermijnd, stortte een groot stuk van den steenen dam in de diepte. Voor de veiligheid van het publiek is een heining geplaatst van den hoek van het veerhuisje tot de leuning van den brug. Misschien heeft deze toestand tot gevolg dat de plannen tot geheele restauratie en verbreeding van den steiger, die voor rekening van den Waterstaat komen, wat bespoedigd worden. Aan de overziide der rivier is de aanlegsteiger reeds in orde gebracht.

Verder zoekend yond ik in juli de afronding van het gehee1 dat als volgt verliep: In aansluiting aan het bericht van eenige maanden geleden, waarin melding werd gemaakt van een kleine verzakking bii den aanlegsteiger van het veer naar Brielle, kan thans bericht worden, dat in de nacht van Dinsdag 8 op Woensdag 9 Juli de geheele kop van den veerdam is weggezonken, over een lengte van ongeveer 28 meter. Het wachthuisje is in de rivier terecht gekomen en werd later bij Zwartewaal in de biezen aangetroffen. De steigerpalen zijn nog blijven staan, doch zijn geheel geisoleerd en verzakt, zoodat direct een primitieve hulpsteiger moest worden gemaakt, ten gerieve der passagiers. Op de plek waar Dinsdag nog de zware veerdam als een massieve steenklomp de kracht van den stroom tro tseerde, werd nu 12 meter water gepeild. Gelukkig is de verzakking in den nacht geschied daar anders wellicht persoonlijke ongelukken zouden hebben plaats gehad.

U begrijpt dat dit een "krantefoto" is, maar voor die tijd en intussen 56 jaar oud is het toch een scherpe weergave van het gebeurde. "Je weet nooit hoe een koe een haas vangt," is een bekend gezegde. Ik wist er tot het bewuste te1efoontje niets van en nu is het verhaa1 rond, ook a1 was ik vier weken voor deze verzakking pas een jaar geworden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek