Rozenburg in oude ansichten deel 6

Rozenburg in oude ansichten deel 6

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2966-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 6'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

8. Ret zou 1 juni 1970 worden, voordat Rozenburg over het fraaie zwembad "De Zeehond" kon beschikken. Zo lang hebben we ons op Rozenburg altijd wel weten te behelpen. Op 'tZandje bij de Veerheuve1, in het haventje bij de oude steiger, in de putten aan de Rozenburgsedijk, in 't Veerpad en bij de Brielse Maas. Hier ziet u een beeld van ,,'t Zandje" bij het Simonshaventje aan de Zanddijk, waar zes meisjes verkoeling zoeken op een warme dag. Van links naar rechts: Sien en Aagt Quak van Arend Quak, Corrie Degeling, Neeltje Goudappel Pd., Teuntje Smit Ad. en Pietje Degeling. De leeftijden van de dames zal ik niet vermelden, maar ze zijn wel geboren tussen 1920 en 1925 en ik vermoed dat het hier 1932/1933 zal zijn. De dames Quak zijn in badpak, de anderen zuilen hun jurken en/of rokjes wel uitgewrongen hebben to en ze aan wal stapten. De schuit waarvoor ze staan is de "Christiaan" van de vader van Corrie en Pietje, Nicolaas Degeling, altijd Klaas genoemd. Dit was het eerste nieuwe schip dat Klaas Degeling liet bouwen, een boot met een mooie lijn en dochter Huib blijkt zelfs de foto te bezitten van de tewaterlating in 1923! Dat was een onderneming, 57 jaar geleden, om als je altijd met een zeilschip hebt gevaren, dan het besluit te nemen een nieuwe motorschuit te laten bouwen. De "Christiaan" mat 54 ton en werd in 1923 in Deest - bij Nijmegen - bij de Gebr. Van der Werff gebouwd. Er werd een 20 pk "Avance"-motor voor de voortstuwing in geplaatst. Een aantekening waard is het dat er ook een W.C. aan boord was. "Dat was beslist nog niet algemeen in die tijd," vertelt Huib, "Daarvoor had vader een zeilschip, een 72-tonner genaamd "Ret Scheur". Die werd in 1922 verkocht aan een kermisgast, die er z'n draaimolen enzovoort mee ging vervoeren. De koop ketste op het laatste moment bijna af omdat deze perse de fraaie roeiboot erbij wilde hebben en die hadden vader en moeder niet bij de koop inbegrepen. Naast vader en moeder Degeling was er provisorisch in de roef van "Ret Scheur" ook nog ruimte voor vijf kinderen en dan was "de maat vol", Toen Gerrit in 1914 geboren moest worden ging het gezin van boord en voorlopig aan de Zanddijk wonen. Tussen de verkoop van "Ret Scheur" en het gereedkomen van de "Christiaan" - een dik jaar - werd vader Degeling scheepssloper, meest van loggers. Dat deed hij op "Ret Zandje" bij de oude veersteiger tegenover de boerderij van "Ret Veerhuis". Dat was pas echt interessant als een sloopschip vee! koper bevatte, dat dan werd opgeslagen in de schuur van A. Noordermeer, tot de prijzen voor oud koper opliepen. Met de "Christiaan" is letterlijk en figuurlijk van alles vervoerd, behalve dan het gezin, want de kinderen moesten naar school. Ret vreemdste vervoer was naast kolen, stenen, stro, graan enzovoort, het transporteren van paarden naar de Scheurpolder, waar ze bij de gebroeders De Vos geweid werden. Die werden "met de broek" geladen en gelost. In 1924 nam Degeling het vervoer van groenten naar de veiling in Rotterdam aan van de Rozenburgse tuinders. Op deze foto ligt de "Christiaan" in het verlengde van de ark waar de familie Degeling later in woonde. Niet pal erachter, want meestallag er nog een ark tussen, zoals die van Vlot onder andere. Op de achtergrond ziet u de Maassluise oever.

9. Het is niet altijd de kwaliteit van de foto's die doorslaggevend is, nee, de sfeer is dikwijls belangrijker. Daarom dit tafereeltje uit 1926, genom en op de Zanddijk, voor de woning nummer 94, voorheen C 96, bewoond door onder anderen de families Klaas Voogt, Ben Quak, Jan Meijer en Van den Broek. In dit geval is er een aantal kinderen bij elkaar geroepen - hoe meer zieltjes, hoe meer vreugd - om zo een spontane groepfoto te maken van kinderen uit verschillende gezinnen, woonachtig in dezelfde omgeving. Links moet u zich de winkel van Piet van Dam en rechts de werkplaats van de schilders die daar in de loop der jaren hebben gewoond en gewerkt voorstellen, te weten C.H. Groenewegen, G. Datema en het laatst Leen Mol Jz., dan bent u goed gesitueerd. Staande van links naar rechts zien we: Gerrit van Dijk Jz., Adriaan Degeling Chrz., Huibert Visser Jz., met de grote zwarte hoed Lijn Voogt Adrd., getrouwd met Piet van Leen Voogt, die hier haar zusje Stijntje op de arm heeft, pal naast haar houdt Ger Kerkhof J.Wd. zusje Lena - goed ingepakt - in haar greep. De kleintjes Stijntje en Lena zijn van 1924 en 1925, de grote zussen van 1913! Dan met hoed Lijn Kerkhof J.W d. die op 3 mei 1938 getrouwd is met J. Stolze uit De Lier, maar op 4 juni 1977 op 59-jarige leeftijd is overleden. Onder de kolossale pet zit he us Jas Voogt, die toen elf jaar was en dan komt Neeltje - Nel - Groenewegen, van de schilder C.H. Groenewegen. Het meisje dat zij vasthoudt is de op 25 november 1922 geboren Fija van der Knaap, sedert 2 september 1947 rnijn vrouw. Een vreemde eend in de Zanddijk-bijt, maar op visite bij tante Fija GroenewegenMarsman, een zuster van haar moeder Neeltje Maria van der Knaap-Marsman. Ook mijn vrouw had deze foto (van Lijn Voogt) nog nooit gezien, De laatste twee van deze rij: Gerrit Kerkhof Machielzoon, getrouwd met Riek Voorberg, en als laatste Cor Voogt Klaasd., die voor haar eigen huis staat. Geknield van links naar rechts: Lena van Mameren, die getrouwd is geweest met Willem Jacob Doorduin, die op 22 februari 1975 op 65-jarige leeftijd is overleden, dan Chris Degeling, voor de meeste Rozenburgers krante-Chris; naast hem zijn twee zussen Jans (weduwe L. Visser) en Corrie, getrouwd met Siem van Balen. Met hoed Neeltje Voogt Adrd. die is getrouwd met Siem van Come lis Voorberg van de Veerheuvel, naast haar Annie Goedendorp, van een familie Goedendorp die op de straat van Arend Quak woonde. Dan, ook met hoed, Sprien Smit die trouwde met de Maassluise W. Bakker, maar die al jaren geleden is overleden. De laatste hoed wordt gedragen door Cor Goudappel, die is getrouwd met Leen Pols. Arie Kerkhof - van Chiel en Reina - is de laatste jongen en Truus van Oudenaarden - getrouwd met Dick de Graaf - is het laatste meisje van deze rij. Zomaar 23 kinderen uit 14 verschillende gezinnen die grotendeels hun jeugd aan de Zanddijk hebben doorgebracht, De hoeden waren misschien wel geleverd door tante Fija Groenewegen, die daar een hoedenwinkeltje had, de hoeden ook gedeeltelijk zelf ontwierp en ook nog naailes gaf.

10. In het jaar 1936 kwam de Vestigingswet tot stand. Dat verplichtte ieder die in de handel wilde, eerst een middenstandsdiplorna en een vakdiploma te halen. De twee foto's die H.C. Groenewegen, Woudseweg 2a, Tinte, mij bezorgde, tonen beelden uit 1929. Toen was de handel nog vogelvrij en kon ieder die in "de nering" wilde "de pad op". In dit geval zijn het Huib en Cor Groenewegen, 18 en 15 jaar oud, zoons van Teunis Zent Groenewegen. Vader Groenewegen had een gecombineerd boeren- en tuindersbedrijf en bovendien nog dertien kinderen. De jongens moesten helpen aanpakken, dat is duidelijk en omdat vader Groenewegen ook nog handelsbloed had, moesten de jongens de zelf geteelde groenten uit gaan venten. "Mollie" werd voor de "kros" gespannen en daarop werd - in dit geval - de spinazie geladen, die per mandje werd verkocht; dat was makkelijk, dan hoefde je ook nie ts te wegen. Nu denkt u dat deze foto's op dezelfde dag zijn genomen, maar dat is niet zo, want op de ene foto heeft "Mollie" een hoofdstel met oogkleppen en op de andere niet, De foto's zijn wel beide aan de Zanddijk genomen en dat is juist in 1979 nu deze door J.B. Oosterlee in 1915/1916 gebouwde blokken woningen worden gerenoveerd, toch ook weer interessant. De foto waarop we Huib en Cor beiden zien - Cor zit - is genomen vlak bij het zogenaamde "Breje slob". Dat is me de herkenbaar aan de A-paal van het bovengrondse elektrische net. Achter de eerste ramen, boven schoft en kont van het paard, op de Zanddijk 50, heeft het gezin van Jaap Varekamp vele jaren gewoond. Achter de pet van Cor Groenewegen, Zanddijk 52, heeft de familie Kees Bestebroer bijna 50 jaar gewoond. In de eerste woning van het volgende blok, Zanddijk 54, heeft de familie Daan Quak tientallen jaren gewoond. De andere foto is voor de winkel Zanddijk 70 genomen en dat was ook voor mii een volkomen verrassing, omdat ik daar, na Arie Mol, zelf heb gewinkeld. Maar dit is de eerste foto die mij de winkelgevel toonde zoals die oorspronkelijk door Oosterlee was gebouwd. In het tweede deeltje, bij afbeelding 44, kunt u een en ander zien zoals ik het altijd heb gekend. In 1929 woonden en winkelden hier Jaap Doorduin en zijn vrouw, voor mij oom Jaap en tante let, die hier op 16 februari 1928 kersvers getrouwd waren ingetrokken. Over de kwaliteit van deze foto's wil ik het niet hebben, de historische waarde is voor mij groot. Die dubbele deur, die brede stoep, dat ene etalageraam, de reclame van Van Nelle (was dat in 1929 eigenlijk ook al de weduwe? ), kortom de hele sfeer van 1929 doet het gewoon heel goed op dit amateurfotootje, dat door Henk Blasman moet ziin gemaakt. Wie iets meer weet van het afdrukken en ontwikkelen van foto's in die tijd zal z'n petje afnemen voor het werk van een 15-jarige ...

11. Dit beeld uit 1914 kreeg ik in bruik1een van Jannetje van der Linde. De schuit met hooi op deze oude foto is de "Vier gebraeders", nog met fok en gaffe1tuig van de gebroeders Van der Linde. Ret verhaal is van mijn vader, Freek Bergwerff, die vorig jaar 88 is geworden. Dat is een verschil van bijna twintig jaar met Jannetje, die in 1914 vier jaar was. Dit hooi was afkomstig uit het "Dooie gat", dat was ontstaan bij de doorgraving van de Waterweg. Dit gat is later vol gespoten en op deze grand hebben de Staa1duinens geboerd aan de Scheurdam. Nu begint daar ongeveer de Maasv1akte om het nader aan te duiden. Dit "gat" stond eerst bloot aan de invloeden van eb en vloed. Zoals bekend een ideale voedingsbodem voor riet. Bij elk tij bleef er altijd weer kans op wat aanslibbing, die ten slotte zorgde voor vruchtbare grond. Naarmate de grond minder overspoeld werd, doordat het steeds hoger aanslibde, ging het riet minder welig tieren. In de zogenaamde kreken ging dan het "v1otgras" groeien, dat minder water nodig had en bruikbaar was als veevoeder. Mijn oom Jan Kleijwegt, die in het Dooie gat's winters riet sneed, was een keuterboertje, dat op het spulletje van Aart van Vark achter aan de Boomendijk tot 1922 heeft geboerd. Toen er steeds meer vlotgras ging groeien mocht hij dat voor niks maaien. Ook mijn vader heeft daar wel bij geholpen en naar zijn zeggen was het "voor niks nog duur genoeg". Twee keer per seizoen werd het gemaaid met de zeis en de hopen hooi moesten soms over afstanden van honderden meters, met touwen erom met het .Josse" paard naar de aak worden gesleept. Met de aak werd het dan naar het haventje gevaren, ongeveer een kilometer van de Schuts1uis, waar het hooi dan weer werd overgeladen op de "Vier gebroeders", die het naar "De Heuvel" bracht. Dan kwam de 1aatste torn, het vervoer van de .Jaaiplaas" naar de eigen boerderij en naar eventue1e k1anten. Op deze 65 jaar oude foto ziet u deze 1aatste fase uitgebeeld. Op de schuit ziet u links Teun en rechts Piet van der Linde. Wie er tussen hen in staat en voor hen in het hooi ligt heb ik niet kunnen achterha1en. Bij de nog lege wagen staat Jan Kleijwegt, terwij1 zoon Jaap op de wagen zit. Mijn vader herinnerde zich dat een grotere boer in Rozenburg aan oom Jan vroeg, to en er blijkbaar een minder goed hooijaar was: "Zeg Kleijwegt, heb jij voor mijn soms ook wat van dat hooiachtige? " Veer bij de meerpaal staat Arij van der Stelt, machinist van de veerboot "Rozen burg" , die geheellinks bij de aanlegsteiger Iigt, Van der Stelt was in z'n vrije tijd loodgieter en hij staat hier met een melkbusje en een emaille spoelkom. Tussen de sporten van de "gek" ziet u de neus van de "Adriaantje" van de Gebr. Chr. en P. Degeling. (Zie vo1gende afbeelding.)

12. De families Degeling bleken geen foto te bezitten van de "Adriaantje", maar volkomen onverwachts kreeg ik deze uit de verzameling van Manus Kistemaker. We zien de aankomst van prins Willem III, op koninginnedag 1938, meer daarover later, bij andere foto's van Manus. "Oorspronkelijk kwamen de Degelingen uit Maassluis en voeren eerst met een 38-tons tjalk, waarmee ze ook nog schelpen hebben gevist in de Brielse Maas. Dan werd er een aak boven een zandplaat gevaren die als het water zakte droog kwam te liggen en vervolgens stapten de mannen in "het onderbroekie" het water in. De schelpen gingen eerst nog over 't zift en als het tij dan weer opkwam werd de aak naar de tjalk gevaren, die wanneer ze vol was naar de schelpenbranderij werd gevaren, waar het als grof poeder weer vandaan kwam voor gebruik gereed bij de metselaars enzovoort." Aan het woord is Jan Degeling Chrz., die deze verhalen in hoofdzaak van zijn vader heeft. In 1910 - zelf is hij van 1904 - kwam de familie Degeling naar Rozenburg. Er was namelijk al een beurtvaart van Rozenburg naar Rotterdam die oorspronkelijk was begonnen door ene Verloop en een jaar - 1900 - werd voortgezet door Arie v.d. Akker uit Maassluis. Die deed in 1901 de beurtvaart over aan de gebroeders Chris en Piet Degeling, die met de tjalk de beurtdienst gingen varen. Dat floreerde naar wens en in 1912 lieten de broers een gloednieuwe motorschuit bouwen. Dat werd de "Adriaantje", die gebouwd werd bij A. Pannevis te Alphen aan den Rijn, Deze schuit werd gebouwd op de breedte van de sluis bij de Veerkade in Maassluis en de breedte moest daardoor precies 3,53 meter worden. Ze was 21,35 meter lang en 1,50 meter diep en goed voor - heel precies - 50 ton en 824 kilo. In de "Adriaantje" stond een 20 pk "Bo1nes"-gloeikopmotor, waarbij de brander eerst moest worden voorverwarmd met een spiritusbrandertje. Jan Degeling weet dat de totale nieuwbouwprijs ongeveer f 9000,- was. Hij weet bijvoorbeeld ook nog hoe ze in 1922 voor de gereformeerde kerk het vervoer verzorgden van een in Charlois gekocht, gebruikt kerkorgel. Het orgel dat geheel was gedemonteerd werd met een handkar opgehaald en naar de Leuvehaven gereden! Tot 1940 werd naar de Leuvehaven gevaren voor de beurtdienst, daarna werd het de Coolhaven in Rotterdam. Eind 1943 werd de "Adriaantje" door de Duitsers gevorderd. In 1945 werd ze gezonken - in de Leuvehaven teruggevonden. Toen de schuit gelicht was bleek alle koper eruit te zijn gesloopt. Scheepswerf "De Haas" in Maassluis zat na de oorlog niet direct op werk te wachten, maar na verloop van tijd was de "Adriaantje" toch weer vaarklaar. Toen het autoverkeer steeds intensiever werd viel in 1949 het besluit de "Adriaantje" te verkopen. Ze werd eerst naar Gouda verkocht, vanwaar ze werd doorverkocht aan het scheepscleaningbedrijf "Juniiis". Er werden drie generatoren in geplaatst voor stroom, water en perslucht en onder de naam "Swift 5" ligt ze nog langszij bij schepen die een schoonmaakbeurt nodig hebben.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek