Rozenburg in oude ansichten deel 7

Rozenburg in oude ansichten deel 7

Auteur
:   J. Bergwerff
Gemeente
:   Rozenburg
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1492-9
Pagina's
:   168
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rozenburg in oude ansichten deel 7'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

door

J. Bergwerff

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXI

Ais in de onderschriften met "nu" en "thans" verwezen wordt naar de huidige toestand, dan is dit de toestand in het jaar 1981 - het jaar van de eerste uitgave van dit boekje.

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 28814928 ISBNI3: 978 90 28814922

© 1981 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de oorspronkelijke druk uit 1981

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

VOORWOORD

"En de boer, hij ploegde voort ... " Behalve op Rozenburg. Daar wordt al jarenlang geen boerenbedrijf meer gevonden. Nog enkele stukjes bouwterrein en plantsoen worden omgewoeld. Dan is het nieuwe Rozenburg zo ongeveer rondo Intussen is er een, die toch door blijft ploegen - of moet ik zeggen "spitten". Dat is J 0 "Ber", om het dan maar op "zun Rozunburrugs" te zeggen. Dat he eft hij ten slotte zelf in het zesde deeltje geintroduceerd! Nu verschijnt het zevende deel. Dank zij ook de onuitputtelijke bron van gegevens, jarenlang keurig bijeengebracht in een plakboekarchief door wijlen zijn schoonvader, "de oude Van der Knaap".

Het zevende deel: naar oud-oosterse, bijbelse getallensymboliek een .Jieilig" getal. Vandaar zeker het vriendelijke verzoek aan weer een oud-Rozenburgse predikant om een voorwoord te schrijven. Graag gedaan, heer Bergwerff! Het verschil met vorige schrijvers is, dat deze keer iemand aan het woord is, die heel veel jaren door zijn werk met Rozenburg verbonden is geweest: van 23 juni 1946 tot 1 mei 1976. Door lief en leed heen helemaal geworteld in deze leefgemeenschap en verbonden met talloze mensen, in de meest uiteenlopende omstandigheden. Niet aileen binnen de Hervormde Gemeente, ook in allerlei verbanden daar ver omheen. Zowel v66r als na de turbulente ontwikkelingen die aan het eind van de jaren vijftig op gang kwamen. Door alles heen zo vast verworteld, dat we bier tot op vandaag zijn blijven wonen en meeleven. Daardoor idealiseren we Rozenburg niet. Ook niet het "oude" ... Want we leven niet aileen uit verre herinneringen aan vroeger, waarbij je de neiging hebt om scherpe kantjes eraf te vijlen. We maken deel uit van een gemeenschap van mensen, die niet beter zijn dan anderen; ook niet slechter. Waar, zoals overal, goed en kwaad, vriendelijk en stug, open en ingekapseld, betrouwbaar en onbetrouwbaar, gelovig en ongelovig, dienstvaardig en heerszuchtig door elkaar liggen. Was dat niet het geval en was dat ook in het verleden zo niet geweest, dan zouden we ons daartussen ongetwijfeld niet op onze plaats hebben gevoeld!

Maar, wat is er intussen in de loop van die jaren veel veranderd! In menig opzicht: helaas! Vanwege de menselijke tragiek van het verdreven worden van huis en haard en bedrijf. Evenzeer vanwege de totale gedaantewisseling van

het hele landschap. Zelfs de foto's in deze boekjes kunnen het wezenlijke daarvan ook niet helemaal meer weergeven; alleen al omdat de kleuren ontbreken. Laten we echter niet aIleen tragisch doen. Wie hier zijn blijven wonen hebben in menig opzicht deel gekregen aan talloze verbeteringen in woon-, werk- en leefomstandigheden. En hoe positief heeft men de ingrijpende omschakeling op den duur weten te verwerken. De werkers op maatschappelijk, medisch en kerkelijk gebied weten intussen ook van nieuwe en verhevigde problemen. Mede hierdoor kan niemand aIleen voor eigen standje blijven werken. Er zijn contacten gelegd die vroeger nauwelijks denkbaar waren. Maar dit is dan allemaal de nieuwe tijd. De hier gepubliceerde foto's laten ons nog weer een deel uit de oude doos zien: Rozenburg achter de dijken in de polders. Rozenburg met z'n buurtschappen, over 18 kilometer verspreid.

Ja, die buurtschappen: wat lagen ze in menig opzicht ver van eIkaar. Voor mijzelf vooral in die eerste jaren na de oorlog, toen ik voor mijn kerkelijk werk die afstanden nog op de fiets moest overbruggen. Want naast het kerkwerk rond de "centrale" ImmanueIkerk en rond de Westerkerk, kwam er ook het werk bij voor de mensen in de nieuwe polder van het afgedamde Scheur; later geconcentreerd in de toen gebouwde Sionskapel, eenvoudig maar intiem. EIke week waren er weI enkele dagen waarop ik met mijn "stikkezakkie" op pad ging voor het werk op lange afstand. Met de fiets - soms slippend - over de door klei glad de polderwegen in de bietentijd, of 's winters als het ijzelde. Met de auto ging dat later weI beter, hoewel.; de lange betonweg naar de Scheurpolder was - vooral bij dikke mist - ook geen sinecure. Een botsing met de hoge bakkerswagen van Henk v.d. Berg van de Krabbedijk ... De verlichting bestond uit een zaklantaarn, met rood papier omwikkeld, bungelend aan een touwtje achter onder de wagen. Zoiets schreeuwt gewoon om een "tik". De wagen stond, zonder brokstukken overigens, dwars over de weg. Maar de bakker hield zijn paard in bedwang! Anders was het met een loslopende koe, die in dichte mist ineens op mijn koplamp zat. Was niet uitgerust met een achterlicht, maar was na de aanrijding ook niet meer te zien of te horen! Zo zouden er veel vrolijke situaties te vertellen zijn. Onderdeel van

dat leven en werken met elkaar, waarvan dit fotoboek enkele indrukken weergeeft. En ... ik zou aileen maar een voorwoord schrijven. Ik verwacht dat ook bij u, kijkers en lezers, het hart weer even sneller gaat kloppen en de ogen glanzen ... de mond zich tot een lach ontspant, bij het doorlezen van dit Rozenburgse document. Plezier ermee! Op weg naar nummer acht.

C.A. Evelein

TENGELEIDE

"Meid, meid, meid ... " op haar dijen kletsend stond Jannutju van dur Lindu voor du deur. Dat was twee dagu na ut utkommu van deel6 in juni 1980. "Dat meissie mit dat bukendu snoetju ben ik en naast mu zit Wim du Borst." Zu budoeldu du twee kinduru, die in ut grint zattu, bij afbeelding 23 in dee I 6. Mit tie foto hadduk uru en dagu lopu .Jeuru" en geen mens wist wie die kleintjus waru ... En dan tu wetu dat Jannutju nog geen 500 metur bij mu vandaan woont. Ik bedoel maar: Azzuk drek guwetu had dat Jannutju dur op zat, hadduk .naast du deur" op kennu schrijvu wie du leerlingu waru. Nou ja, geen kind ovur boord, je ken ut nou zelluf oek invullu. Mot ju doen hoor: Jannutju mit Wim in ut grint vooran. Nou wu toch bij du openbare school bennu, wou uk evu zeggu dadduk daar geen schoolfoto's meer van heb. Aanbiedingu zijn dus weer welkom! Van du anduru scholu hebbuk tur nog genoeg.

Nou wou uk gulijk nog un paar stommugheidjus opruimu. In deel 5 hebbuk bij afbeelding 2 ovur Dirruk Meijur geschrevu. Dat was du vurkeerdu Dirruk! 't Was zun omu Dirruk die an 't mennu was bij Dam Lelie. Dirruk van Jan Meijer, die gutrouwd was mit Sientje du Borst. Oek in ut 5du deeltju hebbuk bij afbeelding 10 un paar stommu foutu gumaakt. Ja, du Lofstem in 1929 in Schevuningu. Dun derdu van bovu is Piet Voogt Jaczn., dus niet Cor Groenuwegu! Un endju veddur, du man van Geertju Weeda, die hiettu geen Koos, maar Jo Knegt. In Canada is tat: Knight guworru, want taar woont Geertju. En Koos Knegt - de man van Belia Weeda in Delft - is nog in levu. Nou, dan issut nie leuk azzie un kruissie achtur ju naam krijgt. Dat hebbie oek nog un keer bij afbeelding 13 in deel5. Bij nr. 10 schreef uk: Miep Kooij Abrdr. Fout! Tumeer omdat zu ovurledu was. 't Is tur zus Bep uit ter Aar ... Mit tie Kooiju legguk trouwus meer ovurhoop. Bij afbeelding 6 in deel 6, du dertiendu regul: de derde foto ziet u Ria (van Oudheusden). Weer fout; dat was Cockie Rijnsdijk, un dochturtju van Gre Kooij. En dan bij afbeelding 54 oek in deel6! Dun tiendu regul ondur vandaan: gutrouwd guweest mit David van dur Houwu. Dat mot wezu: met Lijn A. Francke! An ut slot vannut zellufdu vurhaal ovur Pietju du Pijpur: "Zo hoog

ken uk nog wel pissul " Dat was nou wel aardug, maar ut was Pietje helegaar met. .Da's mijn opoe," zee Lies Romers, du vrouw van Ben van Oudunaardu: Elizabeth Korpershoek-Visser. "Zu heeft mij - Lies - en Hannus bij zich." Da's tan oek du opoe van du anduru kinduru van Arij Romers en onder meer du ovurgrootmoedur van du jongus van Romers B.V.

o ja, nog eentju. In ut derdu boekie - dat groenu - bij afbeelding 74 noemdu uk as vierdu: Catrien Groenewegen T.Zdr., oek fout hoor; das Griet van Luuk Doorduin, mit tur radiohaar un dikku fijftug jaar guleju. Dan zeggu du mensu meestal: "Ju vinnut toch nie errug da 'k ut zeg? " Daarom zegguk noggus nadrukkuluk: "Nutuurluk niet, du juistu gugevus hellupu mijn opput goeiu spoor." En bij un herdruk kennuk ut tan nog latu vuranduru. Nou mottu jullie ut tur zelluf maar evu bijschrijvu. Ofgesproku? Dat was tan dat!

Nou bennu mu dan an ut zevundu deeltju toe. Wat hadduk un goeiu voornemus. 'k Doch dadduk via du Kruisweg oek mit du helu Krabbu klaar zou kommu. En in Blankunburrug hadduk gudocht tot Langstraat tu kommu. Maar niks hoor, bukijk ut zelluf maar, op tu Krabbu is nog un klussie blijvu zittu en an 't anduru end bennuk in 't Veerpad b1ijvu steku. Mensu, mensu, wattur allumaal bovu watur gukommu is, dur is geen end van. In elluk guval kommie oek weer wat gudichies tegu. Daar is oek veul meer van dan ik gudocht had.

In normaal Nederlands wil ik ook nu dank brengen aan allen die mij bij dit zevende deeltje hebben geholpen. Ik val in herhaling, ik weet het, maar u maakt met elkaar, door uw foto's, door uw herinneringen, door uw prettige medewerking, deze boekjes tot een succes. Op dit moment zijn er vanaf het eerste deel ongeveer 3800 verkocht. Niet alleen in Rozenburg, tot in Amerika, Australie en Canada worden ze gelezen. Als u dit deel hebt gelezen en u bezit ze allemaal, dan hebt u totaal 747 foto's bekeken. Foto's met even zoveel herinneringen aan het verdwenen Rozenburg.

Mijn hartelijke dank gaat uit naar dominee C.A. Evelein, die een uit het hart gegrepen voorwoord schreef. Die nog

altijd "onder ons" verkeert en meeleeft. Fijn dat u het z6 hebt verwoord! Als ik het aantal foto's bekijk dat ik nog "in voorraad" heb, bekruipt me een schuldgevoel en moet ik velen mijn excuus maken. Uw naam staat erop en in gedachten heb ik de meesten al ergens bij gepland. Maar, als het ute lang duurt, vraag ze dan gerust terug. Het is uw eigendom en u kunt er over beschikken. Overigens kan ik alleen maar zeggen: "Het is een blijk van groot vertrouwen dat u ze rnij in bruikleen geeft. Heel hartelijk dank! "

In dit zevende deel worden we op de Krabbe geconfronteerd met drie slachtoffers van het oorlogsgeweld. Na 36 jaar heb ik dit met de nabestaanden - opnieuw - moe ten verwerken. In elf dagen werden drie mannen en vaders uit hun gezinnen weggerukt. Ik schaam mij niet te zeggen dat ik er ook moeite mee heb gehad. De nabestaanden; die kleine hechte gemeenschap van "de Krabbe", die dit meebeleefd heeft; het heeft mij intens bezig gehouden ... Toch blijf ik er van overtuigd dat het goed is om ook het leed op te schrijven, het aldus bewarend voor het nageslacht. Het is rnijn taak, mijn levenswerk geworden, z6 bezig te zijn voor en met elkaar. Dat valt me soms weI eens zwaar, maar ik hoop kracht en gezondheid te krijgen om door te gaan; omdat u op me rekent; omdat Rozenburg, zoals het was, het waard is om z6 bewaard te worden. Ik weet dat er geen plaats in Nederland is waar zeven boekjes zijn geschreven over het verleden. Maar, er is ook geen plaats in Nederland vergelijkbaar met Rozenburg. Een eiland dat enkele eeuwen nodig had - met behulp van nijvere mensenhanden - om tot z'n vorm te komen. Dat in tienjaren werd "omgeploegd", over z'n volle lengte van 18 kilometer; van Vlaardingen tot Hoek van Holland. Op een kleine kern na, van de aardbodem weggevaagd ... Bij een foto die ik van Manus Kistemaker meekreeg (wat een sfeer bij die juist brekende bewolking) schrijf ik een eigen impressie, die ik eerder aan het papier toevertrouwde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek