Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2668-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Voorwoord

In 1996 verscheen 'Rumpt en Gellicum in oude ansichten'. Nu, najaar 2000, is deel2 van de pers gerold. Waren 25 jaar geleden de afbeeldingen het belangrijkst, nu is er meer nadruk komen te liggen op de teksten. Er is geprobeerd om het verhaal bij het plaatje een al ofniet afgerond stukje geschiedenis te laten zijn. Bij enige inleving brengt zo de geschiedenis de foto als het ware tot leven. Enige anekdotes zijn in dialect weergegeven. Het is bijna ondoenlijk om de klanken van het dialect van Gellicum en Rumpt voor honderd percent zuiver op papier te zetten. Toch is het hier en daar gepoogd, omdat dan wellicht beter de sfeer van het verhaal kan worden geproefd.

Er is wederom ruimschoots gebruik gemaakt van 70 jaargangen van De Geldermalser, De Leerdammer en De Gecombineerde, voorts van de bevolkingsregisters van Rumpt en Gellicum, van doop-, trouw- en begrafenisboeken van de kerken van beide dorpen, van gedachtenis- of bidprentjes, van krantenberichten uit de Tielsche Courant, de Nieuwe Tielsche Courant en de Culemborgsche Courant van voor 1900; ook is er informatie gebruikt uit de schriftelijke jeugdherinneringen (ca. 19051925) van oud-Rumptenaar PietVos (1903-1991). Een dankbare bron was de mondelinge overlevering en aile mogelijke bijstand van vele Rumptenaren, Gellicumers en oud-inwoners, onder anderen:

Tinus van Dijk, Ottelina de Bruin, Hannes van Diejen, Rijntje van ZantenBuunders, Jan Krul sr., Krijn de Weerd, Daan van Baalen, Wim van Asch, Ina en Gerrit Sterk, Ioop van Tussenbroek, Mien Vervoorn-Faazen, Jo van 't Geijn-van Dooijeweert, Jo Overman-van de Geijn, mr. G.]. Kolff en echtgenote, Hannes de Jong, Gerda Croes-de Weerd, Thomas en Marnix Versteegh, Wim van Mook Hzn., Leonie van Lith, Rinus Hekman (Tiel), Marie Sengers-Kroeze, fam. Frans Gijsen, Roelofvan Gellicum, Daatje Treffers- Vermijn Kievit, fam. Ooteman-van de Kieft, Aad Hoek, Sallie van Straten (Amsterdam) .Ian Tucker, HenkVersteegh sr., Co de Bruin-Duizer,

Ben en Aagje van Dijk (Melick), Gradus de Keijzer, Jan de Keijzer, Co van Leeuwen, ReintjeJachtenberg-van der Zalm, Coba Krul-van der Plaat, Paul Rondel, Kee Brans-van Gameren, Willie de Jong-Bullee, Ron van Maanen, Rita de Waal, Dicky Bogerd-van Gelderen, Riet Kouwenberg-de Ruiter, Aartje van Kuilenburg-de Jong (Erichem), Marie de Leeuw-de Jong, Henk Verkou, Martijn van Beckhoven (Leerdam), Hans de Kruijk, Hans Pippel, Adri deVos-Verploeg, R.D. Timmer en dr. G.B. Janssen (Zevenaar).

Er is in de loop der tijd nogal wat verdwenen van de oude vertrouwde dorpsbeelden, maar gelukkig is er ook veel behouden, al of niet gerestaureerd of gerenoveerd. Dankzij de ruilverkaveling begin jaren zestig werden er veel boerderijen in de dorpskom door de Stichting Beheer Landbouwgronden publiek verkocht aan nieuwkomers oftewel 'import'. Vooral aan hen is het te danken dat met behulp van een flinke zak geld deze boerenhuizen werden opgeknapt en niet verloren gingen door sloop. Tegenwoordig wordt trouwens de term 'import' niet meer negatief ervaren, omdat deze mensen goed ingeburgerd zijn. 'Liever import dan export' is dan ook de leuze van menig dorpsbewoner. Diverse ontwikkelingen hebben er plaatsgevonden. We denken bijvoorbeeld aan de invoering van de elektriciteit in 192 2, de aanleg van de rijksweg EnspijkWaardenburg in 1935, de asfaltering van een aantal wegen in 1938, de aanleg van de waterleiding in 1935 -19 37, de aanleg van de riolering omstreeks 1963 (in Gellicum slechts deels!), aardgas omstreeks 1973 en de kabeltelevisie rond 1980. Wat een welvaart in vergelijking met die 'goeie ouwe' tijd.

Paul van Mook Kerkweg 2

4155 ED Gellicum Tel./fax.0345.681623

1 Rumpt, De Boutenstein, Polderdijk

Onze wandeltocht door het dorp Rumpt van vroeger starten we op de Polderdijk bij de Boutensteinse sluis en het daarnaast staande sluishuis met huisnummer Rl. De sluis ligt onder de dijk langs de Linge en verbindt de Boutensteinse wetering met de Linge. De sluis is niet meer als zodanig in gebruik, maar er zijn nog weI sluisdeuren.

Vroeger, als de wegen van klei 's winters onbegaanbaar waren, kon men met aken en schuitjes van de Waal bij Tuil tot aan de Lingekant varen en vervolgens door de sluis in de rivier de Linge komen om de producten naar de markt in Culemborg te brengen.

Het was noodzakelijk om dit kanaal, dat in 1316 werd gegraven voor de afwatering van een aantal dorpen in het oostelijk gedeelte van de Tielerwaard, in goede staat te houden. Zodoende konden het kwelwater en het regenwater uit dit gebied afgevoerd worden. Om de vaart goed bevaarbaar te houden was er regelmatig baggerwerk nodig om hem op de juiste diepte te houden. Vooral in het voor- en najaar was de Boutensteinse wetering bevaarbaar voor kleine, smalle schuiten voor het vervoer van mensen en granen. De boten werden doorgaans met mankracht voortgetrokken of geduwd. Voor 1800 was de Bisschopsgraaf, zoals het kanaal tussen Tricht en Culemborg werd genoemd, een belangrijke scheepvaartweg tussen de Lek en de Linge, maar later louter een afvoerweg van overtollig polderwater.

's Maandags al voer de beurtschipper naar Culemborg voor de op dinsdag daar te houden markt. Schippers die richtingTuil voeren namen behalve vracht ook passagiers mee, die bijvoorbeeld op familiebezoek gingen. De bekende veldwachter ]. Klop maakte er regelmatig gebruik van als hij zijn bloedverwanten in Haaften opzocht.

In de Boutensteinse sluis zitten twee sluisdeuren, die werden gesloten door de sluiswachter als het waterpeil van de Linge zo hoog steeg dat het achterliggende land moest worden beschermd tegen overstromingen.

In november 1975 werd de sluis tot Rijksmonument verheven en in de herfst van 1998 werd beg onnen met de restauratie, omdat de bouwkundige staat steeds verder achteruitging. De kosten van de restauratie werden op ruim een halfmiljoen gulden geraamd. Gelukkig is door deze opknapbeurt de Boutensteinse sluis, die een belangrijke schakel vormde van de verbinding tussen Waal en Lek, tussen Zaltbommel en Culemborg, bewaard gebleven. Zo ontstond rond 1476 de eerste gegraven noord-zuidverbinding door de Betuwe. Van het kasteeltje Boutenstein dat vlak bij de sluis stond in het land dat nu een boomgaard van de familie Hans van Gellicum-de Vaal is, is nauwelijks iets bekend. Op een oude landkaart van 1610 staat het al aangegeven als een ruine. De familie Spronk-Middelkoop bewoonde drie generaties het sluishuis. Sluiswachter Huibert Spronk (1821-1907) verdiende met werken op het land verder de kost en hij hield een geit voor de melk. De zonen Janus en Willem volgden hun vader op, terwijl ook dochter Aartje levenslang op de Boutenstein bleef wonen. Alledrie bleven ze vrijgezel. Talloze malen werd 'Ortje' gefotografeerd en geschilderd op het plaatsje achter het huis. Rechts van de sluis stond in de dijk een kleine boerenschuur met rieten kap. Deze werd gebruikt voor de opslag van hooi en stro en diende tevens als onderkomen voor de geit en ander kleinvee. Eind september 1953 brandde de schuur's nachts af en ging geheel verloren. Een verliefd stel had gebruik gemaakt van het warme stro in de schuur; blijkbaar was

de liefde zo vurig dat de vonken er af vlogen met het bekende gevolg. Zo verdween een stukje onvervangbaar landelijk schoon, want de schuur werd niet herbouwd.

2 Postkantoor aan de Lingedijk, Rurnpt 1901

Ondanks de vooruitgang in de techniek was omstreeks de eeuwwisseling het gewone communicatiemiddel met de buitenwereld toch de post. De schriftelijke gedachtewisseling kon men moeilijk miss en en daarom was de postbode, als overbrenger van deze gedachten, een geziene figuur. Geen plaats in het land was zo afgelegen ofhij kwam er minstens eenmaal per dag de correspondentie bestellen.

Met ingang van 1 juli 1901 werd Iohannes CornelisVos, geboren in 1877, benoemd tot brievengaarder in Rumpt op een jaarwedde van f 425.

Hij kwam uit een rietdekkersgeslacht. Het postkantoor werd gevestigd in het huis naast de smederij van Hendrik van Dorth, waar later de familie Hannes de Jong en daarna Odille Jansen woonden, schuin tegenover dorpshuis Albertine, dat toen nog niet was gebouwd. Hannes Vos woonde ook in het postkantoor maar was bij buurman Van Dorth in de kost. In november 1901 trouwde Vos met Cornelia Elizabeth van der Vliet, dochter van een timmerman-aannemer. Beiden kwamen van geboorte uit Dei!. In de eerste jaren lieten vele Rumptenaren merken 'da ze mar ut Del kwamme', maar later waren ze in Rumpt algemeen aanvaard en gezien. Het gezin Vos-van der Vliet werd gezegend met vier kinderen, van wie er twee op zeer jeugdige leeftijd overleden. De oudste en de jongste, Peter en Johannes, groeiden op in Rumpt en vertrokken na hun studie naar elders vanwege hun functies in het maatschappelijk leven. In 1905 verhuisde de familie Vos naar het huis naast de familie Van Gellicum aan de Lingedijk, waar uiteraard ook het postkantoor werd gevestigd. Op de afbeelding zien we het hulppostkantoor links met de informatieborden op de voorgevel geschroefd. Verderop zijn de vloedschuur en boerderij Millenhof nog duidelijk zichtbaar. De kinderen van Van Gellicum en enkele middenstanders slaan de bezigheden van de fotograaf nieuwsgierig gade. De voorganger van Vos was Manus Rink; deze brievengaarder woonde en hield kantoor in het huis waar later de familie Drikus van

Rijnsbergen-Smit woonde, bovenaan de stoep rechts, waar de R.M. van Gellicum-straat aansluit op de Lingedijk. Rink schijnt nogal last gehad te hebben van een droge lever, maar dat hadden er in die tijd meer in Rumpt. PostkantoorhouderVos hield nauwkeurig zijn werkzaamheden op lijsten bij. Zo werden er in 1905 liefst 15.765 brieven en briefkaarten ontvangen. Behandeld werden 775 aangetekende stukken 1485 postwissels, 9 postbewijzen, 959 'quitantieri', 2093 postpakketten en 43.598 drukwerken. Ook bezatVos de alleenhandel van postzegels, zodat er lange tijd geen zegels in de plaatselijke winkels werden verkocht. De poststukken werden met de hand afgestempeld; je kon er de datum, de hoeveelste lichting en 'Rumpt' op aflezen, maar er zijn ook nog stempels met 'Rumt' zonder 'p'. Een vergissing? Het rondbrengen van de post werd gedaan door G. de Weerd, die in november 1907 zijn 25-jarig jubileum als postbode vierde. Hij woonde met zijn gezin aan de Polderdijk, waar later de familie Reumerman woonde. In mei 1921 werd hij opgevolgd door Aart Hekman, die in hetzelfde jaar trouwde met Dina van Eck uit Rumpt. In 1921 werd er door ]. Vos een nieuw woonhuis met postkantoor gebouwd aan de Lingedijk 65, waar nu de familie P. van Olphen woont. Het oude postkantoor werd verkocht en bewoond door mejuffrouw Jo van Gellicum, afkomstig uit de Millenhof; zij woonde er tot haar overlijden. De volgende en tevens huidige eigenaar is de familie Gerard en Margreet van Oostrum, die het interieur gemoderniseerd en verfraaid hebben. De karakteristieke voorgevel van het stijlvolle pand is gelukkig behouden gebleven. Het strakke hekwerk van houten latten past uitstekend in deze omgeving en zien we tegenwoordig hier en daar weer terug in een andere variatie. Het ijzeren sierhek langs de dijk bij de familie Van Gellicum staat er nog steeds, maar de Ianraarnpaal is verdwenen. Volgens Vos waren er rond 1910 vier personen geabonneerd op een krant, de dominee, de pastoor, de notaris en wethouder/herenboer Roelof van Gellicum. Andere mensen lazen de krant ook weI, maar niet regelmatig. Ze lieten de krant meebrengen uit Gorinchem, Tiel, Culemborg en Leerdam; steden die al jaren een krant met nieuws uit de regio kenden.

3 Gezicht op Rurnpt anna 1907

De fotograafis op zijn tocht door Rumpt met een roeibootje de Linge overgevaren en heeft zo vanaf de uiterwaarden in Beesd een fraai uitzicht op het dorp vereeuwigd. Een juweeltje van een vrachtboot van een van de Rumptse schippers - wellicht Blomberg of Thorn -ligt aangemeerd aan de loskade ofbol, die toebehoort aan de familie].H.]. denAdel-de Stigter, die hier sinds april 1901 een herb erg bewoont.

Vanaf cafe De Roskam is nog juist geheellinks een deel van het met riet bedekte achterhuis te zien. Rechts van de herberg ligt het erf, dat breed genoeg is om met een boerenwagen door de grote deuren van het achterhuis naar binnen te rijden. Door de bomen heen zien we naast de herberg het middelgrote dijkhuis van de familie H. van Gameren-Piek. Moeder Greetje is in het dorp bekend als baker en heeft al menige boreling mee ter wereld help en brengen. Lammert Brans komt er bij inwonen als hij in 1922 met dochter Margaretha trouwt. Ze zullen er hun leven lang blijven en het pand zoetjes aan omtoveren tot een boerderijtje. Anno 2000 is het buitenaanzicht van het pand nog weinig veranderd.

Dan zien we verder tussen de perenbomen het huis met pannendak en schoorsteen, waar de weduwe H.S. Vroege-van 't Geijn (1842-1909) woonde. Haar twee dochters, die halfzusjes zijn van elkaar, oefenen er tot de jaren dertig een winkelbedrijfje uit in koloniale waren oftewel een kruidenierszaakje. Daarna volgen er twee woningen, die vast aan elkaar zijn gebouwd, maar schuil gaan achter het gebladerte. De eerste is de kleinste en wordt bewoond door de familie c. van Zanten-Zuurmond. Het is niet meer dan een voordeur en raam met enkele vertrekjes beneden en een lage zolder met riet boven het hoofd. Een schamel raam boven in de voorgevel biedt nauwelijks voldoende licht voor het aan- en uitkleden op de zolder. Ernaast, achter de scheepsmast, staat een dubbele woning, ook weI twee-onder-een kap genoemd, eveneens met een strooien of rieten kap. Links woont de familie L. van Driel-Schouten.

Vader is koetsier bij de notarisfamilie Van Kessel. De vier kinderen, allen dochters, trouwen in Geldermalsen en omstreken. Rechts huist de familie ]. Klop-van Meteren. Klop is een bekend en geacht figuur in het dorp, want hij is de veldwachter. Beide panden zullen verdwijnen en worden in 1934 door bakker Johan F. van Diejen vervangen door een bakkerij annex woonhuis en kruidenierswinkel. Nadat die in mei 1957 zijn verwoest door brand, zal Herman Jansen later verder van de dijk af een nieuwe woning bouwen. Vervolgens zien we het schoolhuis en -gebouw, waar aile hoofdonderwijzers wonen en hun kost verdienen met onder andere lesgeven. Zij waren vaak ook organist van de hervormde kerk, koster, klokopwinder, doodaanzegger en dergelijke. Schoolhoofd]. van der Sloot onderwees hier tot 1901, A. Entrop tot 1912, K. Troost tot 1915 en D.]. Walraven tot zijn dood in 1917. Onzichtbaar achter de fruitbomen staat het pandje van de familie Frederik de Jong-van der Linden, die er boerengereedschap, klompen, touw en tuinzaad verkoopt. Dochter Marie, gehuwd met Cor de Leeuw, zallater de winkel voortzetten. Omstreeks 1950 was er tevens korte tijd het postkantoor gevestigd. Verder rechts staat de bakkerij en kruidenierswinkel van de weduwe]. van DijkJansen. Ook SjefKuppens bakte er in de jaren dertig het brood bruin en de laatste bakker en ijsbereider was Evert van Zandwijk (1913-1998), terwijl zijn vrouw Greet de klanten in de winkel bediende. Het laatste pand rechts is eigendom van de familie P.M. van Dijk-Dijkman. Hier wordt een landbouwbedrijfuitgeoefend. Zoon Martinus zet later de boerderij voort, bijgestaan door neef lan van Avezaath Gijszn. Tinus was getrouwd met Geertruida van Avezaath. Langzarnerhand werd in het bedrijf overgeschakeld op fruitteelt, terwijl de vanouds gebruikelijke pruimenteelt van steeds minder waarde werd.Anno 2000 woont er de familie ].M.W Ooteman-van de Kieft aan de Dorpsdijk 26. Zo hebben we even kennis gemaakt met de huisnummers 44 tot en met 53 van de Lingedijk.

4 Feestgroep anna 1937 na de optocht

Ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk van prinses Juliana van Oranje met prins Bernhard von Lippe-Biesterveld werd er in heel Nederland feestgevierd. Ook Rumpt bleef niet achter; er werd een Oranjevereniging opgericht waarin onder anderen Johan Jansen en Hendrik en Dorus van Mook als bestuursleden zitting namen. Zij gingen geld ophalen langs de deur met de bedoeling daarvan een behoorlijk feest te organisereno Met medewerking van de bevolking werd er een optocht met praalwagens door het dorp gehouden. Zaklopen en ringrijden waren de spelletjes voor jong en oud, die plaatsvonden in de Middenstraat. Het ringrijden te paard en met rijtuigen volgde de route door de Achterweg en de controle van het spel was in handen van het bestuur van de Oranjevereniging. De prijzen die konden worden gewonnen bestonden onder andere uit bekers. In 'het gebouw', zoals het dorpshuis destijds in de volksmond werd genoemd, was een groot doek opgehangen met foto's over het koninklijk huis en de herb oren muziekvereniging Voorwaarts zorgde voor een vrolijke noot. 'sAvonds werd er gedanst en gedronken, gekletst en gezongen, kortom een gezellig en geslaagd feest. Ook de cafes De Roskam en De Gouden Leeuw waren druk bevolkt en de stemming was uitgelaten. cafe Iingezicht bestond enige jaren niet als zodanig, omdat de eigenaressen, de gezusters Akkerman, lichtelijk begonnen te dementeren en zij het niet meer aankonden. Na de optocht werd een van de versierde wag ens, in dit geval een geleende boerenkar, bemand door omstanders en het werd zo druk dat er van de uitbeelding van de wagen niets meer te zien was.

De pret was er niet minder om, want wie goed kijkt ziet dat er een stemmig lied wordt gezongen. Rechtsachter staat de smederij van Toon van Dorth. We kijken naar de voorste rij, waar van links naar rechts staan:

Jan de Jong, met de flets: een onbekende, Job van Mourik uit Enspijk; Geuvertje Verkou, met de gebloemde jurk en ceintuur. De krullenbol

die daar achter staat is Jan Kuppens van het Groene Woud. Naast Geuvertje Aaltje Verkou, Bart Struike, met stropdas Lida Kuppens, Chris Hekman, Martina Krul-Duizer, Marietje van der Heijden, dochter van de huisschilder; Jan van de Geijn, met sigaar in de mond; Hend Buunders (zittend op de bok en met de pet naar achter op het hoofd geschoven, dat deden meer mannen als zij een borreltje te veel ophadden) en naast hem Wim van Asch. Daarachter staat Marie, de vrouw van politieagent Van Bergen, met hun aangenomen kind Japie op de arm. Op de wagen staan van links naar rechts: Hannes deJong, met pet; Kobus van de Geijn, Gert van der Plaat, met de galgen over de bloes: CornelisVerkou; bovenaan, zwaaiend: Jo van Ringelenstein, van de bakker uit Enspijk; met de lichte jurk: Drib van 't Geijn; Jo Krul, van de Polderdijk;Teuntje Hekman, getrouwd met Heikoop; Jenny van Asch-van Zandwijk; de zingende Roeltje van Oosterwijk uit Utrecht, een nichtje van Hannes de Jong; met hoed, Stien Buunders-van der Plaat; dan een broer van Roeltje, dus een neef van Hannes; Freek de Jong, die de bloemenboog vasthoudt; hij verdiende de kost met onder andere het rijden van fruit mar de veiling in Geldermalsen. Half zichtbaar staat er nog iemand achter, die onherkenbaar is. De drie personen helemaal bovenaan zijn: Grada van Diejen, dochter van Gradus uit de Achterweg; Koba van den Hurk, die later met Dorus van den Broek zou trouwen; en Toon Vermeulen, timmerman. In het midden, achter Bart Struike, staat Gertje de Jong-Biesheuvel, gehuwd met Jan de Jong. Volgens overlevering werd op dit feest in 1937 te Rumpt voor het eerst de priklimonade gei"ntroduceerd. Men was er enthousiast over en het ontlokte HuibertVersteegh de opmerking tegen de kastelein: 'Schink main ok us un fleske in da zo sist!'

5 De stoep bij cafe De Roskam, 1949

Op onze verkenningstocht door Rumpt rusten we even uit in de Del, het driehoekige lage gebied gelegen aan de rechterkant van de R.M. van Gellicumstraat. Trouwens, deze weg is bij de invoering van de straatnamen in 1950 door de gemeente Deil vernoemd naar RoelofMarius van Gellicum. Deze Rumptse herenboer was raadslid en wethouder van de gemeente Deil vanaf 1895 tot zijn dood in 1939. Voor 1900 stond de Del bekend als het Marktplein, omdat hier vanouds de veemarkten van Rumpt werden gehouden. De twee voorjaarsmarkten vonden plaats in april en waren in de 19de eeuw voor het dorp van behoorlijke betekenis. In 1871 bijvoorbeeld werden er per markt 150 stuks rundvee aangevoerd en voorts een aantal schapen en varkens. De paardenmarkt werd jaarlijks omstreeks 20 september gehouden en dan werd er ook ander vee aangevoerd. Op de aprilmarkt van 1892 werden bijna 200 stuks hoornvee te koop aangeboden; natuurlijk stond dan ook de omgeving van het plein vol dieren.

Na 1910 liep de markt langzamerhand terug, totdat de veemarkten na de Eerste Wereldoorlog weinig meer voorstelden. Daarom besloot men in juli 1922 de markten offici eel geheel af te schaffen, want ze werden toch al niet meer gehouden. Een hoofdstuk in de dorpsgeschiedenis werd hiermee afgesloten. De najaarsmarkt werd gehouden op de woensdag voor de St. Hubertsmarkt te Gorinchem, die begin november vie!. Bekender waren en drukker bezocht werden de veemarkten te Beesd, Asperen en Geldermalsen, die dan ook veellanger hebben bestaan.In de Del werd op 25 april 1898 een Wilhelminaboom geplant ter gelegenheid van de kroning van prinses Wilhelmina tot koningin. Andere bomen die er groeiden werden in 1915 omgehakt en gerooid, omdat er een nijpend gebrek aan hout was. Na deze klus werd het perceeltje land ingezaaid met graszaad. In de zomer, van juni tot september, bouwden vrijwilligers vanaf 1902 de muziektent in de Del voorVoorwaarts, dat er dan concer-

ten gaf Dorpshuis Albertine werd immers pas in 1912 gebouwd.

Na al deze overpeinzingen over de Del kijken we eens naar de stoep en ontwaren links de achtergevel van cafe De Roskam, begroeid met klimop. Het kasteleinsechtpaar Pieter en Hendrina van Doesburg staan er jarenlang achter de tapkast, maar wanneer de vrouw in 1900 komt te overlijden, komt bij gebrek aan een opvolger het cafe te koop. In de verkoopadvertentie wordt gesproken over een welingericht huis, waarin sedert jaren met succes cafe, logement en winkelnering in koloniale waren is gevestigd. Op het perceel staan verder een ruime schuur, berg en vruchtbomen in de tuin; ook zijn er een aanlegplaats en dijkvak aan de Linge. Floris M. Verstegen uit Rhenoy wordt in juli 1900 de nieuwe herbergier, maar reeds in april 190 1 houdt hij het voor gezien en verhuist hij met zijn gezin weer naar Rhenoy De herberg wordt overgedaan aan Herman denAdel, 24 jaar jong, die er zijn verdere leven met zijn gezin woonde. Hij was een tactvol man, die de jongelui serieus biljarten leer de en veel respect afdwong. In 1910 kreeg hij een bijbaan; hij werd beetwortelagent voor de Beetwortel-Suikerfabriek uit Leur, wegens overlijden van de agent H. van Asch Rzn., die verdronken was in een sloot.

Omstreeks 1960 verschenen er andere kroegbazen, onder anderen Klaas Schuiten, Carel Hoendervoogd en Willem van Ommeren. Zij moderniseerden het cafe-interieur en trokken meer jongelui. De ouderen weken daarna uit naar cafe Lingezicht, waar ze in het weekeinde rustig en zonder lawaai een kaartje konden leggen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek