Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2668-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

6 MuziekverenigingVoorwaarts, Rumpt, 1901

Op 15 maart 1901 werd te Rumpt de Instrumentale Muziekvereniging Voorwaarts opgericht, met als doel de beoefening der instrumentale muziek tot onder ling en tot algemeen genoegen. De leden werden verdeeld in ereleden, werkende leden, donateurs en donatrices en kunstminnende leden die buiten Rumpt won en. Om werkend lid oftewel muzikant te kunnen worden van Voorwaarts moest men minstens 16 jaar zijn. Als bestuursleden werden gekozen de heren P.M. Ingenegeren, president;].G. van Kessel, vice-president; M.H. Eijsvogel, archivaris; P.A. van Asch, secretaris; W]. Rijnhout, penningmeester; en C. van der Pol en H. Versteegh, commissar is. Tot beschermheer werd benoemd C.].H. van Kessel, oud-notaris. Musicus].H.M. van Bonzel uit Leerdam werd de eerste directeur, die op zaterdagavond muzieklessen gafVoor de aanschaf van de instrumenten werd een inzamelingsactie in het dorp gehouden, die f 431 opbracht. De kosten van de aankoop van de muziekinstrumenten bedroeg f 550. Het tekort werd door twee donateurs aangezuiverd. Op 23 mei 1901 werd de eerste vergadering van Voorwaarts gehouden in cafe De Gouden Leeuw, waar tevens de oefenruimte beschikbaar was voor de muzikanten. Reeds vier maanden na de oprichting werd er in de open lucht een openbare uitvoering gegeven ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Wilhelmina op 31 augustus. Een talrijk publiek was opgekomen om van de muziek te genieten en er waren 'flinke muzikale vorderingen' gemaakt.

Kort daarna, op 8 september 1901, werd de allereerste foto van de muzikanten genom en. Voorwaar een historische momentopname!

Vooraan, van links naar rechts zijn hier geknield: Gozen Derks (18821972), Cees van der Pol (1888), Will em Versteegh, Antoniuszn. (18821971), Geert van Kuilenburg (1879), Will em van Leeuwen (18751968), Drikus van Gameren (1869-1949) en Dirk van der Pol? Staande, van links naar rechts: Kees Brans (1872), grote trom; Huibert

VersteeghAugustinuszn. (1872-1965), een onbekende, Willem Krul (1880), Will em Gerrit van Eck (1868), een onbekende, Dorus Sengers (1878-1916), trombone; Arend van Kleef alias Arie d'n bakker, Chiel Dijkers (1865), Krijn de Weerd (1881), kleine trom; en Gradus van Stappershoef (1870). De twee onbekenden kunnen]. Verbeek en Joh. van Gessel zijn.

De uitvoering van september 1902 kon gegeven worden in een nieuwe muziektent, naar een ontwerp van Michael Eijsvogel, die geplaatst was in de Del ofMarktplein. De tent was een eenvoudig bouwsel van houten palen en een getaand tentzeil, maar voldeed uitstekend. Serenades bracht Voorwaarts gaarne bij gelegenheid van huwelijksjubilea, de verjaardagen van de notarissen Van Kessel en Ingenegeren, en van leden van het koninklijk huis en het installeren van nieuwe pastoors. In juni 1902 trok Voorwaarts voor het eerst onder het uitvoeren van enige marsnummers lop end door het dorp. Dit lijkt misschien niets bijzonders, maar er moest tevoren degelijk geoefend worden in het lop en in de maar en tegelijkertijd het ontwijken van de gaten en kuilen in de ongeplaveide wegen tijdens het musiceren. Vanaf 1904 werd er een toegangsprijs gevraagd aan de bezoekers van de uitvoeringen om te sparen voor een vaande!. Ter afwisseling werd er in de pauze van de uitvoeringen een toneelstukje opgevoerd door leden, wat altijd erg in de smaak vie!. De uitvoering en werden beurtelings gegeven in logement De Gouden Leeuwen in De Roskam, later ook in cafe Burgerlust en De Rosenboom, thans 't Vosje geheten. In mei 1905 werd er een nieuwe directeur benoemd, namelijk de heer Stoot, die ook directeur van de militaire muziek in Gorinchem was. Hij werd in 1910 opgevolgd door Gradus van Stappershoef, een man uit eigen gelederen, die de dirigeerstok zou zwaaien tot 1920, to en hij met zijn gezin verhuisde naarTilburg.

7 Smederij Van Dorth aan de Stoep, 1915

Omstreeks 1880 woonde Antonie Marinus van Dorth (1823 -18 99) met zijn vrouwWillemina van Erkel (1815-1887) tegenover het Marktplein in Rumpt, waar zij een smederij runden. Zij waren aikomstig uit Acquoy maar verhuisden to en zij trouwden rond 1850 naar Rumpt. Zij kregen drie kinderen: dochter Ortje (1851), zoon Hendrik (1854) en dochter Willemina (1858). Beide dochters verhuisden achtereenvolgens in 1885 en 1897 naar 's-Gravenhage. Zoon Hendrik bekwaamde zich in het smidsvak en nam later het bedrijf van zijn vader over. Het is niet bekend of de smidse er in 1850 al stond en werd overgenomen van een voorganger.

Hendrik begon er ook een rijwielhandel bij, toen de fietsen na de eeuwwisseling op het platteland sterk in opkomst waren. Hij huwde in 1885 Elisabeth Wilhelmina Schalk (1863-1939) uit Heukelum. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren:Wilhelmina (1885),Johanna (1891), Antonie (1893), Ottolina (1896),Jan (1898), Catharina (1901), Hendrib (1904) en Petronella (1906). De oudste dochter Wilhelmina trouwde met WD. Verploeg en woonde aan de Polderdijk. Haar zussen vertrokken later naar Bleskensgraaf, Tiel en Bussum. Moeder Elisabeth woonde na het overlijden van haar man bij dochter Johanna in Bussum. Aldus bleven Toon en Jan in Rumpt om de zaak over te nemen. Jan specialiseerde zich in de fietsenhandel en -reparatie, maar overleed op 23jarige leeftijd in 192 2. Toon leerde allereerst het yak van zijn vader en voorts buitenshuis gedurende anderhalf'jaar bij smeden in Hoornaar en Almkerk. Hij kreeg kennis aanJacomijntjeVermijn Kievit uitAcquoy en trouwde in 1924 met haar. Enkele maanden tevoren hadden zij het woonhuis verbouwd en gemoderniseerd, zoals vaak gebruikelijk is bij pasgetrouwde stellen. Door het wegvallen van Jan werd de afdeling fietsen afgestoten en de vrijgekomen ruimte in gebruik genom en als winkel. De rijwielhandel werd in 1923 overgedaan aan Ioh, Dejongh.

Toon werd stilaan bekend als een bekwaam hoefsmid. Hij besloeg de paarden met grote liefde en vakmanschap. Ook verkocht hij boerengereedschap zoals schopp en en spaden, rieken en gavels, zeisen en hamers. Het huwelijk van Mijntje en Toon bleefkinderloos, hoewel ze veel van kinderen hielden. De keerzijde van de medaille was dat beiden daardoor volop de gelegenheid werd geboden om zich sterk in te zetten voor het maatschappelijke dorpsleven. Zo was Mijntje jarenlang bestuurslid van de Bond voor Plattelandsvrouwen in Rumpt en ontfermde ze zich met veel ijver en plezier over haar winkel in huishoudelijke artikelen. Je kon het zo gek niet bedenken of ze had het in voorraad: potten en pannen, glaswerk, weckpotten en -ringen, serviesgoed en bestek, borstels en sponzen, enz.

Toon was dagelijks werkzaam in de smederij, waarvan we de deuren links achter de boom geopend zien. De hoefstal stond binnen, maarToon werkte vooral 's zomers liever buiten. Zo beheerden Mijntje en Toon ieder hun eigen domein. In 192 1 werd Toon door de burgemeester aangesteld als opwinder van het torenuurwerk en bleef dat zeker tot 1937 doen. Voorts was hij jarenlang bestuurslid van muziekvereniging Voorwaarts, maar de vrijwillige brandweer werd zijn grote passie; daar liep hij zich het vuur voor uit de sloffen! Tot zijn 68ste bleefhij brandweercommandant. Toen zijn gezondheid achteruit ging, nam hij in 1962 vrijwillig ontslag en enige tijd later overleed hij op 25 mei.

De smederij werd niet gesloten, maar er werd nog nauwelijks in gewerkt. Ondertussen waren de meeste boeren in het dorp overgestapt op tractoren en waren de paarden opgeruimd. Mijntje hield de winkel nog een tijdje aan, maar gezien haar leeftijd was dit op den duur onhoudbaar. Later werd het hele bedrijf verkocht en als woonruimte ingericht. Jan Willem Beekhuizen was in 1994 een der nieuwe bewoners.

Op de foto zien we Jan op de fiets en rechts zijn moeder en twee zussen. Links van de voordeur was de winkel en geheellinks de smederij. Met het wegvallen van de familie Van Dorth- Vermijn Kievit verdween er wederom een middenstander uit Rumpt.

Ue Stoep te Rumpt.

8 Openbare lagere school Rumpt, 1926

De schoolgaande jeugd van Rumpt ontmoeten we op het speelplein achter het schoolgebouw, waar gewillig voor de fotograaf wordt geposeerd. Op de eerste rij vooraan, zittend van links naar rechts: Albert van Gameren, Cornelis Verkou, steunend op zijn elleboog; Jozef van Straten, achter het schoolbord; Frans van Diejen, van Gradus; Krijn de Weerd, gekleed in een donker pak.

Op de tweede rij van onderen zien we: Anna de Weerd, juffrouw Hendrib Werner uit Deil, met de roepnaam Riek; naast de jufStien Buunders, van Dries; het meisje met de witte strik, achter c. Verkou: Coba van de Plaat; het lichtgeklede meisje rechtsachter ]. van Straten: Jantje Verkou; zittend naast Stien Buunders: Aardje Hekman, Polderdijk; Zus van Dorus Vermeulen: Theodora; Marie van Gameren, van Kees en Klaar: staand Jantje van de Plaat, van Jurrien; op de stoel Bets van de Plaat, zus van Jantje en Coba, ze woonden aan de Polderdijk, later in Enspijk; met de grote witte strik: onbekend.

Op de derde rij van onderen staan: Cor Verploeg, Mieke van Gellicum, Geuvertje Verkou; in geruite jurk Rijntje Buunders, Alie Verkou; met donkere stropdas Grada van Diejen; en Maai de Weerd.

De jongens staan helemaal bovenaan.

Op de bovenste rij, van links naar rechts: Nardus van Gameren, Gijs Vermeulen in matrozenpakje;Teuntje Hekman, van de Polderdijk, zij trouwde met Heijkoop en zij emigreerden omstreeks 1950 naar Canada; Chris Hekman, Albert Verkou, Cees Buunders en Toon Vermeulen.

Het schoolgebouw bestond uit twee lokalen; in het ene lokaal zaten klas 1 tim 3 en in het andere klas 4 tim 6. Het personeel werd gevormd door hoofdmeester Jager en juffrouw Hendrika Werner. De juf was een dochter van de smid uit Deil en zij fietste dagelijks naar de school in Rumpt. Als het 's winters ijzelde kwam zij te voet. Later trouwde zij met Freek Hekman en verhuisde naar Eindhoven. De schooltijden waren

van 9 tot 12 uur, maar om 11 uur was er speelkwartier. De leer ling en speelden dan op het plein achter de school, waar geen tegels maar grof grint lag.

Als de me ester niet oplette gooiden de opgeschoten jongens met een kiezelsteen over de hooiberg van Tinus van Dijk. De beste werpers haalden met het steentje het huis van Dirk van Kampen, die weI eens bijna geraakt werd. In het speelkwartier werd er gehinkt, geknikkerd, gebabbeld en kattenkwaad uitgehaald. Overtreding van de regels werd fiks gestraft. Meester Jager sloeg met de vlakke hand, de zegelring aan zijn vinger naar binnen gedraaid, waar hij je maar raken kon. Wanneer je bij het schrijven de pen te schuin hield, kreeg je een flinke tik op je vingers met een latje. Er werd ook nog met lei en griffel geschreven. Sinterklaas kwam op 6 december niet op school, maar ter ere van de verjaardag van de oude Spanjaard deelde notaris Ingenegeren aan elk kind een suikerbeest uit.

Op 3 1 augustus werden er ter ere van koningin Wilhelmina, die dan jarig was, door de schoolkinderen in de tuin van de notaris vaderlandse liederen gezongen. Er werd dan getrakteerd op snoep en aanmaaklimonade. Tijdens het bewind van meester Jager ging men niet op schoolreisje, omdat hij bang was dat er onderweg ongelukken zouden gebeuren.

De twee kolenkachels werden's winters v66r schooltijd aangestoken doorTrui Rink, de vrouw van de postbode. Sinds 1923 was de school voorzien van elektriciteit, maar het licht was ronduit slecht.

Met de toiletten was het niet veel beter gesteld. Er waren er twee voor de leer ling en en een voor het personeel. Ze waren van hout met een rond gat erin en het doorspoelen gebeurde met een emmer water.

Het schooljaar begon op 1 april. Je kreeg voor je werk weI cijfers, maar geen rapport. De meester ofjuffrouw maakte uit of je over ging naar de volgende klas. Dat kon weI eens een verrassing zijn, want je hoorde dat pas op de laatste schooldag!

9 Deelnemers EHBO-cursus, Rumpt 1940

In april 1940 werden er in Rumpt en Beesd EHBO-cursussen (Eerste Hulp Bij Ongelukken) georganiseerd onder leiding van dokter W]. van der Hooft, huisarts te Beesd. De gehele cursus door werd de dokter geassisteerd door Roode-Kruisverpleger Cor Bertels. Het doel van de cursus was - de naam zegt het al- eerste hulp te kunnen bieden bij ongelukken, zoals verbanden leggen, het vastbinden van gewonden op de bran card, mond-op-mondbeademing en dergelijke. Van der Hooft gaf de lessen op een prettige en tactvolle manier en er werd door de deelnemers met veel animo geleerd en gewerkt. Zij slaagden allen voor het diploma, op twee na, terwijl een paar anderen met lof slaagden. Op de slotbijeenkomst werden zij vereeuwigd door de fotograafbij de Albertine van Kesselstichting, in welk gebouw de cursus werd gegeven. Vooraan liggen Krijn de Weerd en Toon van Dorth. Verder staan er van links naar rechts:

Janna van Eck-van de Graaf, Mijntje van Dorth- Vermijn Kievit, Jo van Dooyeweert, Andries van Eck, ten dele zichtbaar; Annie van Diejen-van Weel, de vrouw van de broodbakker; Stien Buunders, dochter van Dries; achter haar de dokter die het exam en afnam; Aardje Hekman, Marie van den Ham, Dina van Eck, dokter W]. van der Hooft, Theo Versteegh uit Gellicum, Cor Bertels, Jan Willem Verploeg, de fietsenmaker, wiens huis met balkon we op de achtergrond zien; en Dorus van Mook. Cursiste Jo van Eck ontbreekt op de foto. Vier gediplomeerden waren in de Tweede Wereldoorlog gerechtigd de EHBO-band te dragen en mochten tijdens de evacuatie in Rumpt blijven om soldaten te help en.

De cursus werd op woensdagavond gehouden gedurende de hele winter 1939-1940. Smid Toon van Dorth stelde zich doorgaans beschikbaar als slachtoffer en zorgde voor de begrijpelijke hilariteit bij mond-opmondbeademing. Ook werd hij weI eens voor de grap steil overeind op het toneel gezet, als hij vastgebonden lag op de brancard. Dan begon hij uit protest te foeteren, maar dat hielp weinig, omdat hij zich dan

niet kon verzetten. Leedvermaak riep Andries van Eck op, als hij zijn zeil streek wanneer hij bloed zag. In de oorlog werd het geleerde bijgehouden door een vervolgcursus, die geleid werd door dokter Van de Linden uit Enspijk.

Tot zijn vertrek naar Amersfoort in januari 1946 ijverde Van der Hooft voor een flinke EHBO-afdeling, een betere wijkverpleging, een consultatiebureau voor zuigelingen, een schoolartsendienst en een TBC-dienst, maar de gemeente was zuinig en hield de hand op de knip. Bovendien gooiden de Duitsers roet in het eten door de oorlog, zodat er van dit alles weinig terechtkwam. Maar de EHBO-cursus was geslaagd, omdat de tevreden cursisten nuttig werk konden verrichten door het toepassen van hun kennis in de praktijk.

10 Rumpt, rietdekker Willem van Zanten

Willem van Zanten werd geboren op 1 september 1903 te Brake!. Hij bracht daar zijn jeugd door en leer de het yak rietdekker van zijn vader, zijn oom en zijn broer Jan. Diploma's had hij daar niet voor nodig, want het ging immers om de praktijk. Toen in 1932 de Rumptse rietdekker Jan Treffers jong was overleden, werd het gemis van een dergelijke vakman spoedig merkbaar, omdat nog vele huizen en boerderijen waren voorzien van rieten daken. Van Zanten werd mer attent op gemaakt door riethandelaar Dubbeldam uit Schelluinen, die in deze streek riet leverde aan de dekkers. Willem voelde er weI voor om zich zelfstandig als rietdekker te vestigen en kwam naar Rumpt, waar hij eind februari 1933 werd ingeschreven. Hij betrok de woning aan de Middenstraat 145, die na de brand van 192 9 herbouwd was in opdracht van Gozen Derks en eigendom was van zijn stiefzuster Marie van de Worp. Olieboer Jan Jansen woonde er eerder enkele jaren, maar verhuisde naar Culemborg wegens ouderdom.

Van Zanten betaalde de schappelijke huurprijs van f 1,50 per week en maakte per advertentie in De Geldermalser bekend dat hij zich te Rumpt had gevestigd. Ook verkocht hij diverse so orten rietmatten en startte later een houthande!.

Spoedig was men in het dorp en in de omtrek tevreden over zijn uitstekende vakmanschap. Ondertussen had hij zijn oog laten vallen op zijn buurmeisje aan de overkant, Rijntje Buunders. Zij kregen verkering en trouwden op 25 juli 1934. De meeste klanten had Van Zanten in Rumpt, Beesd, Marienwaard, Asperen en Herwijnen, maar ook in de andere dorpen zag men hem regelmatig aan de slag. Hij werkte altijd in zijn eentje. Slechts bij grote drukte kreeg hij hulp van zijn broer Jan en

later van Theo Versteegh, de zoon van Dorus. Het waren overwegend oude boerderijen, achterhuizen en hooibergen die door Van Zanten met riet werden gedekt. Ook hooimijten werden van een rieten dak voor-

zien. Het riet werd geleverd door de firma Dubbeldam uit Schelluinen en later door Leenderts. Het was afkomstig van het eiland Tiengemeten en de omgeving van Vollenhove. Daar groeide het hardste en beste riet van het land. Voor het dekken werden korte bosjes riet gebruikt. Je had ze in eerste en tweede soort en ze werden ter plaatse bij de klant afgeleverd ofbij Van Zanten thuis. Willem reed het riet naar de werkplek op een kar met twee wielen, waar weI dertig bossen op konden worden geladen. Zijn gereedschap bestond uit een ijzeren naald, een houten drijfbord, een stopplank om riet er onder te duwen, een ijzeren goot om wilgentenen te stoppen en minstens twee dekstoelen om mee te klimmen, te staan ofte steunen, voorzien van ijzeren haken die in het dak werden gestoken. De dekstoelen liet Willem maken door de timmerman en Gos de smid smeedde goot, naald en de haken voor de stoe!. Op de grond stond het grote mes om het riet kort te snijden.

De mooiste klus yond Willem het maken van hoeken aan de daken, waar een bepaalde ron ding of glooiing aan zat. Hij had dit indertijd in Boskoop speciaal geleerd. Op daken van villa's en dakkapellen kwam

dit het vaakst voor. De dikte van de deklaag riet was minimaal 15 cm en werd met de duimstok gemeten. Ook molens werden door hem onderhouden. In het algemeen lag het rietdekkerswerk 's winters drie maanden stil en daarom moest de kost 's zomers worden verdi end.

Ruim vijftig jaar, van zijn 13de tot zijn 65ste, oefende hij zijn yak met plezier uit. Daarna deed hij het kalmer aan,

Rietvorsten leverde Van Zanten ook en die werden door zijn vrouw Rijntje eigenhandig gemaakt met een mal van ijzer, die werd ingesmeerd met vet en waarin specie werd gegoten en aangestarnpt. De vorsten moesten een week drogen om te harden en werden daarna op het dak tegen elkaar aangelegd. De naden werden gedicht met cement.

Arme mensen die geen riet konden betalen, zorgden zelf voor roggestro of lies, waarmee dan doorWillem werd gedekt. Tijdens zijn loopbaan is hij nooit gevallen, want als hij op gevaarlijke hoogte bezig was, bond hij zich met een touw vast aan bijvoorbeeld een bergroede.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek