Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2668-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

11 Rumpt, uitstapje ouden van dagen, 1951

Na deTweede Wereldoorlog waren er aanvankelijk weinig mogelijkheden om uitstapjes te gaan maken. De Iluanciele middelen ontbraken veelal om ver weg verpozing te gaan zoeken. Door de wederopbouw verbeterde de economische toestand langzaam maar zeker en kwamen

de mensen weer wat beter in de slappe was te zitten. Ook werd de behoefte aan vertier steeds sterker gevoeld, evenals aan het maken van pleziertochtjes om wat meer van de wereld te zien. Zonder tot een club of vereniging te horen staken enkele Rumptenaren de koppen bij elkaar en organiseerden een busreisje voor de ouden van dagen in het dorp. Er werd mond-op-mondreclame gemaakt om zich op te geven bij slager Kees van de Water, die in november 1950 met Ida de Wit trouwde. Ook de kapper hielp mee om een en ander te regelen.

Autobusonderneming fa. ].H. van Ballegooijen uit Haaften kwam voorrijden voor het gebouw Albertine van Kesselstichting, waarna de groep zich goedgemutst naar binnen werkte. Tegen negen uur vertrok de bus richting 't Gooi, waar diverse bijzondere gebouwen en andere bezienswaardigheden werden bezocht. Er werd goed gegeten en gedronken, want het inwendige van de mens mocht niets te kort komen. Als er te weinig oudjes waren om de bus vol te krijgen, waren er altijd voldoende jongeren om de lege plaatsen op te vullen. Aldus werd er ongeveer vijf jaar achter elkaar in de zomer een dagreisje gemaakt naar verschillende delen van het land, zoals bijvoorbeeld Arnhem en de bosrijke omgeving. Tijdens een van deze uitstapjes werd er een groepsfoto gemaakt voor de donkergroene autobus. Staande van links naar rechts herkenden we:

Willem van Leeuwen, Achterweg; Peter HoI, Polderdijk; Kaat Buunders (van Dries), Middenstraat; Sien van Leeuwen-van Buuren (van Klaas); Teunis van Mourik, kastelein van cafe 'Lingezicht'; Gert de Wit-Kerkhof (van Hannes); Pietje van Rijnsbergen-Smit (van Drikus), gemeenteraadslid voor de PvdA; Han Kielestein uit Beesd; Jennie Spronk uit Enspijk,

getrouwd met een broer van de veerman; Drikus van Rijnsbergen, Geertje Bauw uit Enspijk, Johan van Leeuwen, Lingedijk, met hoed; Johanna E. de Jong-van Loon, vrouw van Freek; Griet Hekman-van der Zalm, van Freek; Arie van Kleef, bakker en vaandeldrager van Voorwaarts; Maai Brans, Polderdijk; Chris van de Plaat, uit het veld; en Klaas van Leeuwen.

Vooraan, geknield en zittend van links naar rechts: Lammert Brans, Alie van Leeuwen-van Diejen, van Ries; Kee van Gameren, Han van Leeuwenvan Diejen, van Kees;Wim Brans, Marie Sengers-Kroeze, Nel de JongBron, Hannes de Wit, handelaar in konijnen; Marie de Leeuw-de Jong, Han van Leeuwen-van Hoesselt, Fien de Wit, buschauffeur Van Maren en Ida de Wit.

Achter de ramen in de bus zitten: Dirk-Jan van Leeuwen, Dries Buunders en Hannes de Jong.

De dag werd gezellig afgesloten met een koffietafel of diner, waarna de bus huiswaarts reed. Het was sams een verrassing als muziekvereniging Voorwaarts de groep bij thuiskomst een serenade bracht. Vrolijk maar vermoeid zochten de meesten daarna het bed op om goed uit te rusten, want de volgende morgen wachtten weer de dagelijkse beslommeringen.

12 Zangvereeniging De Lofstem, Rurnpt

Half maart 1930 werd in Rumpt opgericht de Christelijk Gemengde Zangvereeniging De Lofstem, een naam die de leden in onderling overleg verzonnen. Aanvankelijk telde het gezelschap 38 leden en tot eerste directeur werd benoemd ].H. van Eck. Voorts bestond het bestuur uit erevoorzitter dominee Kool en voorzitter P.]. Jager, schoolhoofd. De functie van secretaris werd toebedeeld aan Andries van Eck; ondersecretaris werd Reumerman en penningmeesteresse M. de Jongh, die bij afwezigheid werd vervangen door Tonia Verploeg. Op donderdagavond werden de repetities gehouden in de Albertine van Kesselstichting, de naam die het dorpshuis destijds droeg. 's Zomers lagen de repetities stil. 's Winters werd er twee keer per jaar een uitvoering gegeven;

er werden dan liederen gezongen in overwegend religieuze sfeer, waaronder psalmen. De zangnummers werden afgewisseld met humoristische voordrachtjes, die veellachlust opwekten. Ook werd er met regelmaar gezongen in de hervormde kerk. Er werd slechts een zangconcours bezocht, in 1934 te Almkerk, waar de leden per fiets he en gingen. De groepsfoto werd eveneens inAlmkerk genom en, waar een eerste prijs werd gewonnen met een vrij nummer gecomponeerd door Henk van Eck en een opgegeven, ingestudeerd nummer. De deelnemende zangers en zangeressen kregen ieder een medaille en een prijskaartje dat sommigen hier op hun revers drag en.

Achteraan staan van links naar rechts: Jo Krul, Gradusdr., die later met De Bie uit Geldermalsen trouwde; Antje Houtlosser, de vrouw van huisschilder Cees van der Heijden; Andries van Eck, Aafje van Asch; met donkere hoed Pietje van Rijnsbergen-Smit, Willemijntje van DorthVermijn Kievit, Teuntje Hekman, Polderdijk, die later naar Canada emigreerde; Marie Steenbeek; Herman van Eck, die door een ongeluk met de bietenkar een been had verloren, wat hem niet belette om met een kunstbeen naar Zuid-Afrika te emigreren;Teunis Hekman, Rumptse veld, later getrouwd met Sien van den Ham; Anna de Weerd, gehuwd

met Cees van den Berg; Gijs van 't Geijn, die Gert van der Plaat tot vrouw koos; Chris Hekman, die met medelid Iantje Krul trouwde; en Hannes deJong, later gehuwd met Nel Bron.

Op de middelste rij zitten, van links naar rechts: Stinus van 't Geijn, Kees Krul Graduszn., bestuurslid, later verhuisd naar Buren; Janna de Graaf, afkomstig uit Leeuwen, die de echtgenote werd van Andries van Eck; Herman Kaldenberg uit Herwijnen, vanaf maart 1934 was hij dirigent, maar later vertrok hij naar Zuid-Afrika; Jo van Dooyeweert, penningmeesteresse, later de vrouw van Stinus van 't Geijn; Cees van den Berg, bestuurslid; en Stien van Wijk, Polderdijk.

Vooraan zitten, van links naar rechts: Jantje Krul, Achterweg; Jannigje, beter bekend als 'Zus' van Eck, die met Kaldenberg trouwde. In de jaren vijftig emigreerde zij met kunstschilder Jan van Anrooy naar Zuid-Afrika; en Chrisje van Kampen. Na afloop van het concours peddelde het gezelschap opgewekt huiswaarts, waar ze werden opgewacht door Voorwaarts, het fanfarekorps dat inderhaast door Toon van Dorth was opgetrommeld. De muzikanten brachten een welluidende hulde aan de gelukkige prijswinnaars.

De leden betaalden 10 cent per week aan contributie en er werd ook weI eens een bazaar gehouden om de kas te spekken. Door geldgebrek werd de vereniging in het crisisjaar 1935 noodgedwongen opgeheven. Zo kwam er helaas een einde aan een club van enthousiaste mensen, die een vierstemmig repertoire zongen van geestelijke en wereldlijke liederen, zonder muzieknoten te leren, want het moest wel gezellig blijven en niet te ingewikkeld worden.

13 Voetbalclub Rumptse Sport Vereniging, 1946

Door de oorlogsomstandigheden van 1940-1945 moest de voetbalclub in Rumpt stilgelegd worden, maar na de bevrijding voelde men weldra de sterke behoefte om de sport opnieuw in clubverband te beoefenen. Na enig overleg voorafvond in maart 1946 de heroprichtingsvergadering van RSV plaats. Er werd een bestuur samengesteld bestaande uit: voorzitter Frans v.d. Hurk, 2de voorzitter]. van Leeuwen, Iste penningme ester K. de Weerd, 2 de penningmeester D. van Lith, 1 ste secretaris C. v.d. Water en 2de secretaris E. van Zandwijk.

Naast het voetballen werden er andere activiteiten van vermaak georganiseerd. Zo werd de eerste jaarlijkse uitvoering al eind april 1946 gehouden in het dorpshuis, waar het Deils Toneel een toneelstuk in drie bedrijven opvoerde. Tussen elk bedrijf werd er een verloting gehouden om de kas van de jonge vereniging te spekken.

Eind mei 1946 werd op Hemelvaartsdag het nieuwe voetbalveld in gebruik genom en met het spelen van vriendschappelijke wedstrijden met elftallen van Beesd, Enspijk, Deil en natuurlijk Rumpt. Muziekvereniging Voorwaarts zorgde voor de muzikale omlijsting en de publieke belangstelling was overweldigend. De kleuren van RSV waren rood-wit: wit shirt, rode broek, dwarsgestreepte rood-witte sokken of kousen. Iedere speIer zorgde voor zijn eigen voetbalkleding, zodat er weinig eenheid bestond in de soorten shirts en de tinten rood. Het vrouwvolk thuis brei de en stopte de kousen die de spelers ophielden met losse elastieken. We zien zelfs op de foto een paar spelers met andere shirts, maar dat mocht niet hinderen.

Van links naar rechts bestaat het eerste en enige elf tal met bestuur uit:

Jan van Leeuwen, Aai de Wit, Cees Hekman, die later burgemeester van Bruinisse werd; Nico van Leeuwen Klaaszn., Reindert Hekman, Krijn de Weerd, Jan Krul Ianszn., en voorzitter Frans van den Hurk.

Vooraan steunen op een knie: Koos deJong, back, in het dagelijks leven

de dorpsslager; Johan Hekman, spil; Frans van den Ham, keeper; Cees van de Water, Dirk van Lith, die eerder bij Victoria in Gellicum speelde (met bloemenruiker); enJep de Wit.

Er werd gevoetbald in de Brabantse Bond, een onderafdeling van de KNVB, en de tegenstanders waren doorgaans clubs uit de buurt. In maart 1948, na precies twee jaar voetballen, werd RSV kampioen van de derde klasse, wat gevierd werd met een gezellige balavond, waarThe Melody Players dansmuziek speelden. In september 1948 organiseerde RSV seriewedstrijden en een autobusreis voor de leden naar Blijdorp in Rotterdam, de vissershaven in Scheveningen en de kermis in Den Haag. In juli 1950 lukte het de vereniging om een nieuw en beter veld te gaan bespelen. Dit betekende minder schapenkeutels en paardenmoppen op de grasmat, maar een jaar later vermeldde De Gecombineerde dat RSV geen terrein meer had. Dit mondde ten slotte in oktober 1951 uit in een fusie tussen SNE en RSV SNE was al een eerdere combinatie van de voetbalclubs uit Enspijk en Dei!. De naam van de nieuwe club werd De Linge Boys. Er werd een fraai gemeentelijk sportterrein in Enspijk ter beschikking gesteld. Nu kon de club met meer goede spelers het verder brengen in de competitie. Er werden een voorlopig bestuur en een elf talcommissie gekozen, bestaande uit heren van de drie dorpen die het klappen van de zweep kenden: voorzitter F. v.d. Hurk, penningmeester ].F. de Jong en secretaris A. Boudewijn. Zo kwam er een geruisloos einde aan de Rumptse voetbalclub en een sportiefbegin van een gemeentelijke sportvereniging.

14 Pauselijkzoeaaf]oannes Oeters (1832-1869)

In 183 1 richtten de Franse legerautoriteiten in de toenmalige Franse kolonie Algerije een infanterie-regiment op, waarvan de leden hoofdzakelijk gerecruteerd werden uit de Berberstam der zoeaven. Deze zoeavenregimenten gingen gekleed in zeer kleurrijke, oosters-aandoende uniform en. De leden ervan onderscheidden zich door hun dapperheid, uitstekende discipline en opmerkelijke gevechtskwaliteiten. Om allerlei redenen stierven deze regimenten ten slotte uit. Later, in 1860, herleefde de roemrijke naam 'zoeaveri' weer in Europa. In die tijd werden de pauselijke bezittingen bedreigd door de legers van Garibaldi en koning Emmanuel II, die de eenheid van Italie nastreefden en daarvoor ook de kerkelijke staat wilden inlijven. De vroegere aanvoerder van de Algerijnse zoeaven schoot paus Pius IX te hulp en formeerde een aantal regimenten 'Pauselijke Zoeaven', die de Italianen moesten tegenhouden.

Katholieke jongens uit de hele wereld werden opgeroepen de paus te komen help en. Ze moesten tussen de 17 en 40 jaar oud zijn, ongehuwd en bereid te sterven in het aangezicht van God. Tienduizend katholieke vrijwilligers gaven gehoor aan de oekaze (hoog bevel) van de kerkvorst, van wie er ruim drieduizend uit Nederland kwamen, onder wie de op de foto afgebeeldeJoannes Oeters, geboren op 28 april 1832 te Rumpt. Ruim tweehonderd van hen stierven door ziekte en oorlogsgeweld. Oeters' ouders waren Adrianus Oeters en Maria van Woensel (17931874); zij woonden aan de Lingedijk, tussen de huisnummers 28 (de familie C.H. van Gameren) en 29 van de Dorpsdijk.

Jan Oeters was van beroep dagloner. Van 24 februari 1866 tot 1 maart 1868 was hij pauselijk zoeaaf Hij mm deel aan de veldtocht van Mentana op 3 november 1867, de bekendste veldslag die door de zoeaven werd gewonnen. Wanneer op het strijdtoneel het commando 'sac i terre' klonk, gingen de bajonetten op het geweer en werden volgens de overlevering 'de engelen van de kerk de duivels van het slagveld'!

'Giovanni' Oeters werd na de veldslag onderscheiden met de Medaille Mentana. Toen zijn tweejarig contract in maart 1868 afliep, keerde hij huiswaarts, gedecoreerd door de paus en met een fraaie oorkonde, die bewaard is gebleven in het 'Registrum Memoriale' van de rooms-katholieke kerk in Rumpt. Volgens een aantekening op de oorkonde zou hij gewond zijn geraakt, maar hij overleed hoe dan ook een jaar na zijn thuiskomst op 3 6-jarige leeftijd. Hij was een van de 14 zoeaven die kort na hun terugkeer naar Nederland stierven.

Oudenbosch was tussen 1864 en 1870 het voornaamste verzamel- en vertrekpunt van de Nederlandse zoeaven. Ze werden opgevangen in het Instituut Saint Louis, waar pastoor Hellemans haast wijwater tekortkwam om al die boerenjongens te zegenen. Na een keuring te Brussel vertrokken ze naar Marseille, waar ze op de boot naar Rome gingen. Daar werden ze ingezet tegen de vijandelijke legers. Op 20 september 1870 werd Rome ingenomen en vervolgens geannexeerd. De Kerkelijke Staat hield daarmee op te bestaan.

Uit Rumpt kwamen nog twee zoeaven: Nicolaas Dijkers en Adrianus Franciscus van den Heuvel. Acquoy kende twee zouaven, namelijk Martinus van Leeuwen en Wilhelm us]. Versteegh. Ook Rhenoy lever de twee idealist en: Albertus van Roden en Wouter Will em de Vries. Voor deze laatste, die tuinman van beroep was, werd qua leeftijd een uitzondering gemaakt, want hij was al49 jaar to en hij toetrad tot het pauselijk leger. Gellicum leverde geen enkele zoeaaf; wellicht was men daar te nuchter ofkeek liever de kat uit de boom. Uit het dorp Beesd stamden liefst vijf zoeaven: Andre en Willem van Walstijn, Theodorus van Wijngaarden, Jan Engelbert Spronk (bakker) en Arnold Merks (klompenmaker). Zij overleefden heelhuids de veldslagen, uitgezonderd Versteegh; hij raakte op 13 oktober 1867 gewond bij Monte libretti, waar 87 zoeaven tegenover 1200 vijanden stonden. Hij kreeg een kogel in de

mond en kreeg later verlof voor herstel. In 1871 vertrok hij voor drie jaar naar OostIndie, waarna hij zich in Amsterdam vestigde. Opmerkelijk is nog dat bijna geen van de zoeaven uit de Lingestreek werd uitgeschreven in het bevolkingsregister, omdat ze hun nationaliteit konden verliezen bij indiensttreding van een vreemde krijgsmacht.

Wat dreef de jongelui om zoeaaf te worden? Was het idealisme of de zucht naar avontuur? of een mengeling daarvan? Wat het ook zij, de gedrevenen bleven niet bij moeders pappot zitten, maar gingen een spannend leven tegemoet.

15 Boerderij Raadssteeg, Molendijk, Rumpt, ca. 1940

De afgebeelde boerderij met destijds huisnummer 102 staat aan het begin van de Raadssteeg en Molendijk in Rumpt. Het is een van de oudste boerderijen van het dorp. In 1850 woonde hier Willem N. Versteeg (1797 -1851), die getrouwd was met ElizabethA. de Jong (1812-1880) uit Rhenoy Toen in 1851 de rooms-katholieke kerk aan de Schuttersteeg werd gebouwd, nam de welgestelde boer Versteeg de eerste pastoor van de parochie, Nicolaas Konings, in huis totdat de bouw van de kerk voltooid zau zijn. De geestelijke kreeg een aparte kamer, de zagenaamde pastoorskamer, die achter de gesloten luiken ligt, op de foto links. In de nabije kolossale vloedschuur werd tijdelijk gekerkt. Amper had de pastoor zich gei"nstalleerd, of Versteeg overleed plotseling aan een hartstilstand. Dat was een zware slag voor het getroffen gezin. Een half jaar later was de kerk met bijbehorende pastorie gereed en verhuisde de pastoor. In 1967 werd er een gedenksteen aangebracht in de voorgevel van de boerderij, geschonken door de augustijner pater H.].]. link (1908-1983), pastoor van Rumpt. De tekst in de wit-marmeren steen luidt: 'In deze boerderij was van 8 april tot 11 december 1851 de noodkerk en de pastorie van de r.k. parochie van Rumpt gevestigd.' Aan de achterkant van de plaat is een relikwie (een als heilig beschouwd overblijfsel van heiligen, bijvoorbeeld kleren of gebeente) aangebracht, gehuld in goud. Welke heilige het betreft is niet bekend. De onthulling van de steen werd gedaan door Allegonda Sengers-van Oyen (1872-1968).

De dochter van Versteeg, Maria (1833 -1916), bleef op de ouderlijke boerderij wonen en trouwde met Theodorus W]. Sengers (1828-1906). Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren, van wie ongeveer de helft ongehuwd op de boerderij bleefwonen en werken. Omstreeks 1914 stond er op de boerderij van Sengers een beste stamboekhengst ter dekking, genaamd Frits; het was een donkerbruine bles met witte voeten, waar door paardenfokkers uit de omgeving grif gebruik van

werd gemaakt. Dochter Elisabeth (1868-1948) trouwde met Quirinus van Buren en woonde in Enspijk, maar keerde na het overlijden van haar man terug mar haar geboorteplek. DochterTheodora (1875-1963) was de laatstlevende en to en zij op leeftijd aileen kwam te zitten, trouwde haar neef Dorus Sengers (1913 -19 91) uit Rhenoy bij haar in. Hij was in 1943 met Diderika M. Kroeze uit Beesd gehuwd.

De activiteiten op de boerderij kwamen op een laag pitje te staan, want Dorus verdiende elders de kost, onder andere bij Van Gend & Loos. In 1967 werd het pand, dat inmiddels op de landelijke monumentenlijst was gezet, grondig verbouwd en gemoderniseerd. Het rieten dak verdween en werd vervangen door dakpannen. De lei born en werden verwijderd, evenals het hekwerk van houten latten. De kleine ruitjes maakten plaats voor grotere ramen, die meer licht in huis brachten. Het bakstenen boerenhuis bestond to en uit een dwarshuis met daarachter een aangebouwde dee!. Het woonhuis had oorspronkelijk een wolfdak, dat omstreeks 1850 is verbouwd tot zadeldak tussen twee eindgevels. In de keuken beyond zich een grote schouw, daterend van omstreeks 1700. Tijdens de opknapbeurt werd deze schouw gesloopt. Terzijde van de boerderij stond aan de Molendijk een buitengewoon grote vloedschuur, de Hooge Schuur genaamd. Deze werd bij overstromingen van de Linge gebruikt om vee in veiligheid te brengen. Ook stond daar een karnhok met houten karnmolen om roomboter te maken. Toen het huis te groot werd voor de familieTh.W]. SengersKroeze, doordat de kinderen het huis uit waren, gingen zij kleiner wonen in Beesd. De boerderij met bijbehorende grond werd verkocht. Per 1 augustus 1993 is De Communicatie Maatschappij van Bernhard Sandee en Carla van 't Slot er gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek