Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2668-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Rumpt en Gellicum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

11"

~t

~.

I'

I

16 De korenmolen aan de Molendijk te Rumpt

De windkorenmolen aan de Molendijk te Rumpt was in 1814 eigendom van Maria Chr. Tucker, weduwe van Arnoldus van Lith. Zij verhuurde de molen voor zes jaar aan molenaar Adrianus Verharen. In augustus 1817 kwam Dirk van Mook opdagen. Hij was in 1777 teTiel geboren en werd op 16-jarige leeftijd beroepsmilitair in het leger van de republiek, maar deserteerde uit het garnizoen na de inval van de Fransen in 1795. Hij vluchtte naar het buitenland en kwam terecht in het vestingstadje Neisse in Silezie. In 1802 trouwde hij daar met Elisabeth Dueck uit Schweidnitz. Ondertussen had hij zijn naam veranderd in Johann Dietrich! Na de val van Napoleon in 1812 vertrok hij per huifkar richting het Koninkrijk der Nederlanden, samen met zijn vrouw, dochterTheresia en enige zoon Willem Frederik Robert. Na een avontuurlijke tocht van ruim vier jaar, onderweg levend van de handel, arriveerde hij in 1817 in Vianen. Kort daarop kocht hij uit de hand 'eene steene windkoornmolen' te Rumpt van de erven Van Lith-Tucker voor de som van f 10.000. Bij de koop hoorden tevens een woonhuis,

schuur, berg, moestuin, boomgaard, oever en Lingewaard met vaart voor de schepen om koren te lossen. Na de huurperiode van Verharen werd de molen in gebruik genomen door Dirk van Mook, bijgestaan door molenaarsknecht Hendrik Sengers uit Alphen aan de Maas, die in 1824 trouwde met dochterTrees van Mook.

Op 25 maart 1821 brandde de molen af Binnen enkele maanden startte de herbouw van de molen, waarin vier zolders werden gelegd van dennenhout, voorzien van de nodige zolderluiken en trappen. De balken werden in de oude gaten van de muur gelegd, waardoor we weten dat de stenen romp na de brand deels overeind was gebleven. Op de tweede zolder kwamen twee paar maalstenen te liggen en verder werd er veel eiken- en iepenhout in de molen verwerkt. Gelijkvloers werden er twee ingangen gemaakt, voorzien van deuren. Het dak werd gedicht met hard-

Iijn Werkendams dekriet, gebonden met geteerd touw. Aile benodigde materialen werden aangevoerd per schip en/of wagen. De aannemer kreeg drie maanden de tijd om de herbouw te voltooien, zodat op 4 oktober 1821 de molen maalwaardig werd opgeleverd.

Timmerman Johannes van Leukeren uitAcquoy was de laagste inschrijver bij de aanbesteding voor f 6600. Het maalwerk op de molen werd verricht door H. Sengers, terwijl Dirk van Mook zich voornamelijk bezig hield met korenhande!. Na een turbulent leven overleed de verzwakte Dirk in 1830 te Utrecht in een herberg. Schoonzoon Sengers verongelukte in 1829 op 30-jarige leeftijd, toen hij uit een fruitboom vie!. Bakker Willem van Dijk werd de volgende molenaar. Door vererving kwam de molen in 1864 in handen van WF.R. van Mook, die het gebouw in 1881 schonk aan zijn dochterTheresia. Zij was getrouwd met mulder Willem Story, die aan de Lingedijk te Rhenoy een machinale maalderij liet bouwen, waardoor de molen in Rumpt als zodanig overbodig werd en in onbruik raakte. Vanaf 1915 werd de voormalige molen verhuurd aan H. van Tussenbroek. In 1922 yond de publieke verkoop plaats, waaruit bleek dat de molen inmiddels was vervallen tot een ruinc, De twee bovenste verdiepingen waren gesloopt, waarna het restant was voorzien van een pannendak. De familie M. van Tussenbroek- Verlangen kocht de molen met het bijbehorende huis ertegenover. De molen werd ingericht als opslagplaats voor hooi en veestalling.

Rechts zien we op de afbeelding nog een deel van de aanbouw. Omstreeks 1975 liet de nieuwe eigenaar de molenstomp veranderen tot woonhuis met de Franse naam 'Le Linge rit', 'De Linge Iacht', een grappige woordspeling die verwijst naar damesondergoed. De huidige bewoner van Molendijk 13a is E. Halkes.

17 Familie C. van der Plaat-Hekman, Rumpt

Deze fraaie gezinsfoto is gemaakt op 12 december 1918 ter gelegenheid van het 40-jarig huwelijk van Comelis van der Plaat en Elizabeth Hekman, die omstreeks 1912 in een huis buitendijks aan de Lingedijk 91 in Rumpt woonden.

Van links naar rechts hebben zich laten vereeuwigen: dochter Christina, geboren in 1882; in 1900 vertrok zij naar Buurmalsen waar zij als dienstbode werkte, zoals dat indertijd gebruikelijk was voor jonge meisjes. Na een half jaar keerde zij huiswaarts om kort daarna voor ruim vier jaar in Utrecht te gaan werken. In 1906 trouwde zij met Pieter van Langen en ging het stel in Kampen wonen, waar hun enig zoontje Cees werd geboren. Na het overlijden van haar man kwam zij in 1911 terug naar Rumpt en hertrouwde later met Hend Buunders, huisslachter van beroep. Op de foto zijn allen uitgedost op hun paasbest. Stien is fraai

en modieus gekleed; om haar hals draagt ze een kralenketting met een traditionele broche. Zoontje Cees van Langen werd in 1906 geboren en is hier 12 jaar jong; hij draagt hoge rijglaarzen en heeft een kort jack met kraag aan, Als hij volwassen is, gaat hij bij Philips in Eindhoven werken tot zijn pensioen. Daarnaast zoon Christiaan, geboren in 1886; hij trouwt later met een meisje uit Meteren en gaat in het Rumptse veld wonen in een witgepleisterd huis, dat eerder een schuur was. Geruime tijd was hij boerenknecht bij Wim van Asch. Chris draagt een gestreept pak met een modern overhemd en een donkere stropdas.

Vader

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek