Scharendijke in oude ansichten deel 2

Scharendijke in oude ansichten deel 2

Auteur
:   B. Coomans
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4528-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Scharendijke in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

INLEIDING

Het doet ons plezier hierbij het eerder aangekondigde tweede deeltje van "Scharendijke in oude ansichten" te kunnen aanbieden, evenals het ons een genoegen was de beide boekjes te mogen samenstellen. Dat we daarbij zo precies mogelijk te werk gingen, spreekt vanzelf. Toch slopen er tot onze spijt een aantal foutjes in het eerste boekje, zoals dat mogelijk ook in dit vervolg het geval kan zijn. Waar mensen werken, worden nu eenmaal fouten gemaakt. Daar komt bij dat we de meeste informatie "van horen zeggen" hebben en dat de mensen bij wie we daarvoor aanklopten vaak meer dan vijftig jaar terug in hun geheugen moesten gaan.

Dat daarbij weI eens een vergissing gemaakt zal zijn, kan niemand worden kwalijk genomen. Integendeel, we zijn al die oudere inwoners van onze dorpen en gehuchten dankbaar voor het ons ter hand stellen van foto's, namen, feiten en srneuige verhalen. Het waren de gezellige gesprekjes over vroeger waaruit we onze inspiratie putten. Veel foto's en gegevens moesten we ongebruikt laten. Misschien teleurstellend voor de eigenaars of vertellers ervan, maar we konden uiteraard niet alles plaatsen. We hopen echter dat ook dat materiaal een waardig plekje krijgt nu het weer eens van onder het stof gehaald is, want dat was mede de doelstelling bij ons werk aan de twee boekjes: het opsporen en helpen bewaren van een groot aantal oude, bijna vergeten plaatjes van onze geboortegrond en het voor onszelf en onze nakomelingen vastleggen van zoveel mogelijk wetenswaardigheden uit de jonge jaren van onze grootouders.

Bet volk van de Noordkant

"Zonder dijken geen Nederland," lezen we ergens in dit boekje. Zo zou je ook kunnen stellen dat er zonder mensen geen huizen en dorpen zouden zijn. De mens had altijd behoefte aan een veilig onderkomen. Er werden in onze contreien al huizen gebouwd in 2200 voor Christus. Resten daarvan yond men in de Brabersgronden bij Haamstede. De vroege eilanders bouwden in verband met overstromingsgevaar hun woningen dicht bijeen op de hoger gelegen plekken en zo ontstonden de eerste nederzettingen, waar later ook kerken, scholen, winkeltjes en molens verrezen. De kleine (schapen)boerderijen maakten plaats voor grotere hofsteden, waar men zich meer en meer toelegde op de akkerbouw. Zo gaven onze voorouders gestalte aan de dorpen en het landschap op Schouwen en kreeg ook onze "Noordkant", van .D'n Ouwendiek" tot Den Osse, zijn vorm.

Met duinen en dijken trachtte men de polders te beveiligen tegen de zee, een opgave waarin het Waterschap Schouwen (19231959) een grote rol speelde. Daar het polderbestuur vaak vergaderde in de "Herenkamer" van de dijkbaaswoning te Scharendijke, vonden we het gepast op de bladzij hiemaast een tweetal waterschapswapens op te nemen.

Ondanks de waakzaamheid van de mensen van het schap, leed ons eiland op 1 februari 1953 een tragische nederlaag in de strijd tegen de elementen. Het is alweer lang geleden en voor velen is de watersnood nog slechts een statistisch gegeven; gewoon een van de vele rampjaren in de Zeeuwse geschiedenis: 1421, 1570, 1825, 1916 ... 1953. Voor hen die het meemaakten betekent "de ramp" echter oneindig veel meer en is 1953 als het ware de grens tussen vroeger en nu. In dezelfde volgorde alsin deel 1 bekijken we in dit boekje plaatjes uit het stukje "vroeger" van 1900 tot 1953. Als daarbij alleen oude gebouwen aan bod zouden zijn gekomen, was het een saaie boel geworden. De oude plekjes komen pas echt tot leven als we de bewoners ervan ten tonele voeren en vertellen van hun werk, verenigingsleven, kerk- en schoolbezoek, liedjes en spelletjes. Pas dan is het stukje verleden waamaar vaak met weemoed wordt teruggekeken compleet; pas dan vertellen we het echte verhaal van het yolk van de "Noordkant" .

loon ltw<:rro. het bevel en elk is gega=.

We h<1dden den ernst van de stcnde vetstacm.

Het alseheld wets deer I tosn een hcmd<irul<. een toan. Een illn!sf e omhelzlng en moesten wlj gaan,

De een dle Yeruok me, een hrok In 't gemeed, Zljn wezen vercmkerd In hove en good.

Een ander weer ging er, berustend en slIL

£en derde met kracht, onderwerpend zljn wi!.

Vaa. ?.?? el dan mljn land, waar Ik 'Ilevenslicht zagl 0. land v<m miln leagd. Uw zonmge lach.

En elnd'iooze verten, Uw haemd en Uw wei:

Die maal:len mil allljd zoo klnderli.jk bhj,

Vaarwel dan miln land, waar 'k miln jengensl:lel sleet! 11< moog' U verlaten. doch nlmmer vergeet

lk <Ie men. wa<lJ.'.n 11: mij vleld e In UW schooH !lIj dag en hij noeht van Uw schoOMeld genoot. Vaarwel dan miln land, dat geslachren gewon I Glj dle,hare ple1<, waar II: mtjn loopbaan begon. Een wljJe neg roof de Ik ecn 't ouderh;l: gsa£.

rot even. - verg",,! mij - mijn kracht mlj begaf. 0. !<md, waar het lied van den arheld weed:lonkl Dar gij toch zOO wreed onder 't waler v=onl::! Uw eeuwlge sttljd met de golfslag der zee, VeneJ::erde ens altljd ""n veWge stee.

Mijn voer moog betted;"n een plaats. waar tij wll, Ii: hliJf aan U denkenl De hocp ma<tkt mlj slit

Dat 11: U ""dang. hoe v_cest colo, weer vlnd. M.ijn hal:ermat heht gij. dus II:: blij£ Uw kind.

Dan steken we eendtachtig de hand. ult de mOuw. .Luctor et emergo'! WI! blljven getrouw

Aan U. dat het land onzer hope neg zljl,

0":,,, lnulgsl" kracllt zal dan U %lIn gewljd!

Welt ge vele eeuwen met U 20iagl vereend',

Dar was ell dat blljlt ccn Uw bcezem gespeend. Mel kelhardeI1 wll en onbluschharen meed.

Dan worde ens landje, ons Schouwe::l. weer goad!!

Met een gloet ull de verre. P. L. IlASTIAANSE Hoornscheweg C '.ll ? DeLft

1. Zaterdag 31 januari 1953; een stormachtige, maar verder gewone winterdag. Alles gaat in de dorpen op Schouwen-Duiveland zijn normale gangetje. Ook wat het weer betreft niets alarmerends. De verwachting tot zondagavond luidde: "Guur weer, met wisselende bewolking en nu en dan regen-, hagel- of natte sneeuwbuien. Krachtige tot stormachtige wind tussen west en noord-west." Niks bijzonders voor de tijd van het jaar. WeI waren waarschuwingen uitgegaan voor een zeer hoge waterstand in verband met het te verwachten springtij, maar reden tot ongerustheid was er niet. Toen echter in de loop van de middag de wind aanzette tot zware storm en het water beduidend hoger rees dan voorspeld, nam de bezorgdheid toe. Er werd dijkbewaking ingesteld en steeds meer mensen groepten samen op de zeedijk. Die was hier bij Scharendijke weI erg hoog en breed, maar toch werden de blikken steeds zorgelijker: "Zou hij het houden? Met z6'n wind en z6veel water?"

Hoewel op enkele plaatsen hachelijke situaties ontstonden, hielden de dijken aan de noordkant van Schouwen stand. Op andere plekken ging het dramatisch mis. Het werd een rampzalige nacht voor Schouwen en Duiveland. De berichtgeving hieromtrent bereikte Scharendijke en omgeving pas's zondagsmorgens om een uur of acht. 's Middags, met de tweede vloed, liepen Elkerzee en Ellemeet onder, terwijl het water tegen zessen Scharendijke naderde. Iedereen kon tijdig worden gewaarschuwd, zodat hier geen slachtoffers te betreuren waren. Elders verloren honderden mensen het leven in het kolkende water. Wie deze tragedie niet aan den lijve heeft ondervonden, zal nooit goed kunnen beseffen welk een leed toen werd aangericht. Enorme schade ontstond ook aan het polderlandschap. Eeuwenoude hoefjes veranderden in zielige hoopjes puin en in de voordien zo vriendelijke dorpjes boden de straten een troosteloze aanblik door de vele vernielde en soms totaal weggespoelde huizen.

Het heeft zeer veel inspanning, tijd en geld gekost om de polders en dorpen weer leefbaar te maken en wie nu tijdens een ritje over ons voormalige eiland zijn ogen goed de kost geeft, zal moeten erkennen dat het een wonder is dat er nog zoveel ontzettend mooie plekjes zijn overgebleven. Maar er ging helaas ook een hoop verloren. Een deel daarvan vinden we terug in dit boekje, dat we wilden openen met een opname uit de ramp, die veroorzaker van de grote gedaanteverwisseling van onze streek. De foto toont ons het door de golven omspoelde, verdwenen Elkerzeese kerkje, waarvoor te Scharendijke een nieuw gebouw verrees. In de westmuur van de ons nu alweer zo vertrouwde toren metselde men op 9 december 1955 een steen met de tekst: "Uw weg was in de zee, Uw pad in grote wateren." Deze woorden van psalm 77 vers 20 krijgen vooral voor de jongeren onder ons nog meer betekenis bij het zien van nevenstaande opnaine.

De heer P.L. Bastiaanse, die we bij foto 15 uitgebreid zullen voorstellen, was van 1935 tot 1942 bakker te Elkerzee. Hij schreef veel gedichten en toen hij tijdens de ramp in Delft vertoefde, verzond hij het rijm "Evacuatie" naar zijn Schouwse vrienden.

2. Elkerzee anno 1903. Een dromerig boerendorp met een oud kerkje en statige bomen langs de hobbelige weg. Naast een af en toe passerende landbouwwagen waren het aileen de schoolkinderen die op gezette tijden voor wat meer drukte op het dorpspleintje zorgden. Een paar kletsende buurvrouwen zag je er ook altijd wel. De luitjes die we op de foto zien, woonden waarschijnlijk in de huisjes rechts van de weg. Het voorste was van kleermaker-barbier L. van Eenennaam. Achter de bomen, aan de andere kant van de weg, onderscheiden we nog net de pastorie en daarvoor onder meer het "meestersuus". Op de hoek ten slotte, is goed het cafe van P. Hanse te zien. Meest opvallend in Elkerzee was natuurlijk hetin 1741 herbouwde kerkje, dat na de ramp jammerlijk verdween. Echt noodzakelijk was dat niet. Volgens deskundigen heeft er slechts tien centimeter water in het gebouw gestaan en was er nagenoeg geen schade. Dat was dan mede te danken aan timmerman J. Padmos en metselaar St. Verjaal, die vanuit Haamstede steeds elk hoekje en gaatje in de muren kwamen dichten. Doordat echter de graven onder de banken door het water inklonken, verzakte de vloer. Dat was de enig echte averij en toch sloopte men het toen 217 jaar oude Godshuis.

Ook alluidt de Elkerzeese Mariaklok nog elke dag vanuit de toren in Scharendijke, het zou mooier geweest zijn als we haar roep nog boven Elkerzee hadden kunnen horen. Worden uurwerk en luidklok thans elektrisch aangedreven, het in 1908 door de Zierikzeese horlogemaker Verpoorte in de Elkerzeese kerk aangebrachte tijdmechanisme werkte op gewichten en het luiden geschiedde met de hand. Dat was jarenlang de taak van timmerman M. Padmos. Voor f 25,- per jaar lieten Padmos en zijn zoon Jacob tweemaal daags de klok klepperen, wonden regelmatig het uurwerk op en maakten het eens per jaar schoon. Jacob Padmos nam die karweitjes van zijn vader over en nog weer later zette J. Finson zich hiervoor in.

Leuke baantjes waren het niet. Vooral het schoonmaken was een koude bedoening, daar bovenin het winderige torentje. En dan het luiden bij een begrafenis; dat moest altijd een vol uur lang en asjeblieft met een regelmatige slag, want daarwerd thuis in de "tummerwinkel" op gelet! Erger was het nog in 1934, toen koningin Emma was overleden. Er moest toen veertien dagen lang, driemaal per dag een uur geluid worden en dat was een heel gedoe. Het uitsteken van de vlag was eveneens een heel gesjouw. De vlaggestok werd op de kerkezolder bewaard en moest via een kleine dakkapel naar buiten worden gebracht eer hij met een touw in het spitsje gehesen kon worden. Op den duur was men dat gezeul beu en liet men de mast maar buiten hangen. Door het zoeven genoemde luikje kon je van de zolder, waar het wemelde van de .fleerrnuzen", in de dakgoot klimmen om deze schoon te maken of om het dak te repareren. Nadat in 1919 het torentje door blikseminslag verbrandde, werden bliksemafleiders aangebracht. Architect Joh. Hoogenboom uit Renesse ontwierp een nieuwe "spits", die maar weinig afweek van de oude uitvoering.

In ons eerste boekje konden we slechts raden naar het bouwjaar van de aan de kerk vastgeplakte school. Nu weten we dat ook die in 1741 werd gebouwd. In de schuine aanbouw beyond zich de w.c. Toen metselaar M. Pleune te Scharendijke destijds aan het spitten ging voor het uitbreiden van de sanitaire voorziening, stuitte hij onverwacht op een groot aantal graven. Snel plaatste men op gezag van burgemeester De Bruijn een schutting om het terrein. De skeletten werden netjes in een grote kist gelegd en elders herbegraven. De nu nog steeds op het oude kerkhofje aanwezige grafzerken dragen de namen van families die allang uit Elkerzee zijn verdwenen. Net als het bedehuis waar zij zovele zondagen trouw de dienst bijwoonden.

qroet uit Elker zee

3. Herinneringen aan de voormalige ontmoetingsplaats van de Nederlands Hervormde Gemeente Elkerzee zouden onvolledig zijn, als we het bij de ouderen zo bekende interieur zouden vergeten. Gelukkig maakte Monumentenzorg daar een leuke foto van, zodat we nu nog de inrichting van het intieme zaalkerkje kunnen bewonderen. Wat vooral opvalt, is het vlakke plafond in het gebouw, dat inwendig 20 meter lang en circa 8 meter breed en hoog was. Inclusief de gesloten zijbanken of "bochten" ("bocht" betekent gesloten) voor de notabelen, was er ruimte voor 225 kerkgangers. Zittend in de houten banken zagen zij wat wij op de foto ook zien: de westgevel met het orgel en de preekstoel. De eikehouten kansel bevindt zich nu in de kerk te Renesse. Het pijporgel werd bij de sloop van de kerk kort en klein geslagen. Het werd in 1914 door de firma Dekker uit Goes gebouwd en geplaatst. Voor die tijd stond er op de "gaelderie" (gaanderij) aan de oostmuur een harmonium. Van 1929 tot 1953 was Th. Tuiten organist te Elkerzee en daama tot 1959 in de nieuwe kerk in Scharendijke. Het oude orgel vereiste behalve een bespeler ook een "urgeltrapper". In de figuur van Kees Vlaander had men daar een prima mannetje voor. Hij woonde in Scharendijke en was "niet helemaal zoals een ander" , maar wel gek op muziek. Zelf had hij een accordeon, waar hij echter geen noot op kon spelen. Hij trok het ding zomaar wat heen en weer en produceerde zo de meest vreemde akkoorden. Ook sprak hij graag over zijn begrafenis, waarbij hij steeds met klem stelde dat zijn "trekurgel" mee moest in zijn kist. Op zekere zondagochtend, toen Tuiten met" Vlaender" vast wat liederen aan het doomemen was voor de dienst van die morgen, riep de typische man ineens tot de organist: "In noe kaije spele waije wil, mar ik trappe 't Hijgend Hert!"

Op de gaanderij bevond zich een zwarte steen in de muur waarin uitgehouwen de stichtingsdatum 1741 en een rijtje namen van personen die bij de bouw van de kerk betrokken waren. In 1986 vond men notabene bij het sportveld te Scharendijke een fragment van deze blijkbaar tussen het puin van de kerk terechtgekomen herdenkingssteen. De lampen die we op de foto zien waren al aangesloten op het elektriciteitsnet en aangebracht door de gebroeders Jan en Dingeman Dalebout. Daarvoor zorgden olielampen voor verlichting en verwarming van de ruimte. Drie generaties Padmos (van de "tummerwinkel") waren in de loop der tijd in de weer met het aansteken van de lampen. Bij erge koude gebeurde dat al zaterdagsmiddags om vier uur. 's Avonds werden ze weer gedoofd en de andere morgen rond zes uur weer ontstoken. Het was dan natuurlijk nog vrij kil, vooral als je bijna twee uur stil moest zitten. Daarom zorgde de familie Hanse, die in het cafe naast de kerk woonde, voor warme stoven. De kinderen van de herbergier moesten de hete stoofjes naar binnen brengen en af en toe vielen de turfjes er wel eens uit. Dan zat een deel van de vrouwen met koude voeten in de kerk. In 1921 kwam er een kolenkachel, waar Th. Tuiten zich over ontfermde.

Op de vorige bladzijde kwamen de in het kerkje aanwezige graven al ter sprake. Van een aantal wist men dat ze er waren, maar bij het slopen kwam men onder de banken nog veel meer grote blauwe leien met namen van overledenen tegen. Voor zover bekend zijn deze grafstenen bewaard gebleven. Links van de preekstoel zien we een van de twee nog bestaande lijsten met namen van Elkerzeese predikanten.

Dominee Jacobus Poort komt er ook op voor. Hij "stond" hier van 1921 tot 1924. We zien hem met zijn vrouw en dochtertje Afina op het rechter kiekje tijdens een rustig moment in de duinen. Koos van Bloois was dienstbode bij het gezin Poort, waar "mevrouw" kapitein op het schip was. .Domerrie" Poort was de opvolger van dominee H.E. Beernink en na diens vertrek naar Almen nam J.C. Neeleman zijn taak over. Zo kwamen en gingen er veel goede predikanten. In doorsnee bleven zij maar kort in Elkerzee, net zoals het kerkje er niet lang genoeg stond ...

4. We blijven even in het Elkerzeese kerkje, dat zich destijds doorgaans in een flink aantal bezoekers mocht verheugen. Dat bracht op zondagmorgen een gezellige drukte teweeg in het anders zo kalme plaatsje. Als de kerkgangers binnen waren en de kerkklok zweeg, keerde de stilte voor even terug in de Elkerzeeseweg. Voor even, want al gauw verzamelden zich daarna de zondagsschoolkinderen uit Elkerzee en de omliggende dorpen, om er na kerktijd het "stichtelijk onderwijs aan kinderen op zondag" te volgen. Hoewel ze thuis hadden beloofd "d'r eige koest te 'ouwen" op het schoolplein, lukte dat zelden. Geen wonder als je met zijn tachtigen stond te wachten tot de kerkdeur openzwaaide. Als het zover was mochten ze naar binnen, waar ze werden opgewacht door de zondagsschoolleiding.

Medio 1915, het jaar waarin de Elkerzeese zondagsschool op de foto ging, bestond die uit J. van Westervoort, J. Kloet en de dames Jans van Eenennaam, J.c. de Jonge-Linders en E. van Ast-Linders. Na de koffie in de consistorie liet ook de dominee zich nog even zien in de dan door de jeugd in beslag genomen kerkzaal. We telden 77 jongeren op nevenstaande foto en het was een hele opluchting dat de eigenaar van het plaatje bijna alle namen van zijn toen aanwezige tijdgenootjes kon herinneren. Hij noteerde voor ons in het voorste rijtje van links naar rechts: een onbekende, Marcelis Klompe, Gommert Klompe, twee onbekenden, Mina van Splunter, Pieternella van Splunter, Corrie van de Vaate, Maatje Kristelijn, een onbekende, Jaantje Wesdorp, Dientje Dorreman, Frida Straatsma, Sien Hanse en Tan Hanse. In het tweede rijtje van links naar rechts: een meisje Den Boer, Anna den Boer, Adriaantje Bezuijen, Joppa de Bil, Betje Dorreman, Neeltje Dorreman, Maatje Bakker, Kaatje van der Schelde, J ans Tuiten, Leentje den Bleijker, Adrie Wesdorp en Marina Bakker. De volgende rij bestaat van links naar rechts uit: Jo Viergever, een meisje Straaijer, Adriana van der Werf, Betje Kristelijn, Mina van Bloois, Tien Dorreman, Nellie van Bloois, Koos van Bloois, Adriana Pleune, Pieternella Klompe, Koos den Bleijker, een meisje Geluk, Betje Kristelijn Jdr. en Bertus Dorreman (schuin achter). Helemaal links staan vier jongens. Dit zijn van links naar rechts: Hendrik den Boer, J aap den Boer, Anthonie Pleune en Frans Hanse. In de rij daarboven vinden we: Marien van der Schelde, Nico van den Bout, Adriaan Viergever, Jacobus de Bil, Iman den Boer Izn., Cornelis van der Weele, Piet Dorreman Lzn., Bart Dorreman Bzn., Dirk van der Schelde , Herman Heijboer, Leendert Dorreman, Jan Hanse, Piet Dorreman Wzn., Marien Straaijer en Dingeman Jonker. Weer een stapje hoger van links naarrechts: Tonis van den Bout, Cornelis Kristelijn, Tonis Bezuijen, Johan Viergever, Tonis Priemus Phzn., Leendert Hanse, J. van Westervoort, Jan Dorreman, Cornelis van Bloois, Tonis Priemus Czn., Rengel Korsman, Tonis Straaijer, Job Bakker, Jacob Padmos. Achteraan ten slotte, links te beginnen: J. Kloet, mevrouw Straatsma, J. C. de Jonge-Linders, E. van Ast-Linders, Jans van Eenennaam en dominee A.K. Straatsma, de schrijver van de zich in Elkerzee afspelende streekroman "De Gantelboer". Hij was van 1913 tot 1917 predikant in Elkerzee.

Het uurtje zondagsschool bestond globaal gezien uit drie delen. Allereerst werden de thuis uit het hoofd geleerde versjes overhoord. Wie dat naar behoren gedaan had kreeg een kaartje, Tien stuks daarvan werden ingeruild voor een grotere en daar weer tien van leverde een plaatje met een mooie spreuk op. Na het opzeggen van de versjes werd geluisterd naar een bijbelverhaal en ten slotte zongen de kinderen samen een aantal liedjes, waarbij "mevrouw van d'n domenie" op het orgel speelde en ouderling J. van Westervoort de maat sloeg. Als de .zondagschole'' er dan op zat en iedereen de weg of het "kerkepad" naar huis weer gevonden had, keerde de zondagsrust terug in het "Zeevoort" (Elkerzee) van dominee Straatsma.

5. Deze "groet uit Elkerzee" dateert van 1914. Hij wordt ons gebracht via een door R. W.J. Ochtman te Zierikzee uitgegeven ansichtkaart. Centraal daarop staat de openbare lagere school van Elkerzee, met een stukje van de kerk. Bij de schooldeur staat een groepje leerlingen met meester A.L. Amelunxen, het hoofd van de school. Zijn leslokaal bevond zich links van de deur, terwijl aan de andere kant juffrouw L. T. La Roy haar domein had. Tijdens de septemberstorm van 1911 werden dak en plafonds van het schoolgebouw zwaar beschadigd. Behalve reparaties hieraan werd toen meteen de verbetering van de toiletten doorgezet. Tot die tijd beschikte men in de school over slechts een w.c. en die bevond zich in het Iokaal van de juffrouw. Ook de kinderen uit de andere kIassen moesten dus voor hun "kIeine- of grote boodschap" naar dit lokaaI. Dat was een onhoudbare situatie, vandaar de verbouwing, uitgevoerd door metselaar M. PIeune. Er kwam een tweede "kIeinste kamertje" bij, aIsmede een garderobe. Voordien hingen de kinderen hun jassen op in het kIaslokaal waar ze zaten.

Links naast de schooIingang lag een zeer diepe, uit twee delen bestaande waterput, afgesloten met een koperen deksel, voorzien van een slot. In droge tijden mocht iedereen hier water putten tegen betaIing van drie cent per twee emmers. Als er weinig water was kwam timmerman M. Padmos met de meetlat om te peilen. Indien nodig stuurde hij zoon Jacob de donkere, begroeide en groen uitgesIagen "tras" in om het water van het volle gedeelte in de lege afdeIing te scheppen. Dan kwamen de Elkerzeeenaars op rantsoen te staan en kregen zij nog slechts een emmer per keer, waarbij mensen die thuis zieken hadden voorrang hadden. Wanneer ook de "kerkeregenbak" niet meer in de behoefte voorzag, werd door de RTM (Rotterdamsche Tramwegmaatschappij) een waterwagon ingezet, waarmee duinwater uit de Westhoek werd aangevoerd. StationschefM. van de VeIde verkocht dit water, waarvan ook de boeren weI gebruik maakten voor de drinkbakken van het vee.

Links aan de rand van de foto, zien we nog net de "blinden" (raamIuiken) van de dubbele woning van enerzijds N. van der ScheIde en aan de andere kant de weduwe Kloet. In dit rijtje bevond zich ook het sIopje van "biggeboer" De Graaf. Zijn vrouw T. de Graaf-de Jonge dreef een winkeltje in vis en tabak. Zaterdags werd de tweewielige "kapkarre" waarmee de biggen werden vervoerd schoongeschrobd om er de vis uit het zaakje van Tannetje mee rond te brengen. lets naar achteren zien we de regenbak van de daar aanwezige "erremuzen". Hier woonden de weduwe J. van Eenennaam, ook wel "Jootje de Koning" genoemd, en de familie Finson. De Elkerzeese- of Stadweg naar het zuiden volgend komen we vervolgens bij demet de ramp verdwenen "berguusjes", zogenoemd naar de vluchtberg die daar in het weiland heeft gelegen. Achter deze huisjes is nog juist het vlasserijtje "De Vlasbloem" van de familie De Witte te onderscheiden. Ook dit "spulletje" is er niet meer. De grote boerenwoning achter de school behoorde bij de hofstede van C. .Knelis" Hanson en staat er tegenwoordig nog. Rechts op de voorgrond ten slotte vinden we cafe-winkelier P. Hanse voor zijn in 1908 door M. Padmos geheel verbouwde zaak. Hanse was een zeer actief man. Ten tijde van de opname beheerde hij zo'n kIeine twintig secretariaten en was hij de grote organisator in het dorp. Het wagentje voor de herberg zou van manufacturier Den Hollander kunnen zijn. Hij kwam, zoals veel van zijn collega's, zijn boterhammetje bij Hanse opeten. Daarna ging het of naar Scharendijke, of over de hobbeIige onverharde Elkerzeeseweg de verlaten polder in, richting "stad".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek