Scharendijke in oude ansichten deel 2

Scharendijke in oude ansichten deel 2

Auteur
:   B. Coomans
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4528-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Scharendijke in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

16. Na het bezoekje aan een grotendeels verdwenen Elkerzee, vervolgen we ons tochtje in de richting van de molen "De Lelie". We kijken nog even over onze schouder achterom naar de laatste huizen aan de noordzijde van het dorp. Het lijkt erop dat Jas de Witte, met stok in de hand rechts van de weg op de foto, hetzelfde doet, maar aannemelijker is dat hij de koeien van zijn vader in de gaten houdt. Jas (van Jozuas) was een van de zes kinderen van Joh. de Witte van "De Vlasbloem", het vlasserijtje zuidelijk van Elkerzee. Drie zoons en evenveel dochters telde het gezin. Als in Elkerzee de gebroeders en gezusters De Witte ter sprake kwamen, pleegde men hun namen in een adem achter elkaar te noemen. Vlug uitgesproken leverde dat dan het volgende, wat grappig klinkende rijtje op: "Saore, Saene, Siene, Wullem, Bas in Jas." Joh. de Witte liet zijn koeien grazen in de berm van de Elkerzeeseweg tussen de Hogeweg en de ,,'eule" tegenover de molen. Er moest dan natuurlijk wel een "koeiewachter" aanwezig zijn en met dat werk zien we Jas de Witte op de foto bezig. Rechts achter de paaltjes naast de berm was de zoetwaterput waaruit de beesten dronken. Datzelfde water gebruikte bakker-winkelier J. Schilperoort in zijn bakkerij, waarvan we in het midden van de opname de witte zijgevel zien. Vrouw "Schulperoort" was nogal aan de propere kant en zag het melkvee van de De Wittes graag met een zo groot mogelijke bocht rond haar huisje trekken, bang als ze was dat de dieren wat zouden laten vallen en tegen haar schoongeschuurde muur zouden spetteren! De schoolkinderen treiterden haar nogal eens door bijvoorbeeld een voor een om een "peperbolle" te vragen in het winkeltje. Net zo lang tot Schilperoort zelf naar buiten kwam gestoven in zijn witte bakkersschort. P.L. Bastiaanse was vanaf 1935 zijn opvolger.

Het witte damhek links van de weg tussen de bomen gaf toegang tot het boerenbedrijf van Abr. van der Weele. Na de ramp was er van de gebouwen zo weinig over dat ze gesloopt moesten worden. Nu boert zoon A. van der Weele met zijn twee zoons op de boerderij aan de Hogeweg 8. In het huis geheellinks woonde A. de J onge, die later verhuisde naar de Elkerzeeseweg 40, waar nu nog zijn zoon C. de Jonge woonachtig is. Rechts boven "d'n pit" is de grote landbouwschuurvan toen C. Padmos zichtbaar. De twee kleinere gebouwtjes ervoor dienden als opslagplaats voor vlas en boden juist genoeg ruimte voor een op een dag gedroogde hoeveelheid van het gewas. Dat drogen gebeurde in "d'n domp", boven een vuur van vlasafval. Deze droogplaats bevond zich tussen de beide schuurtjes in, op ruime - brandveilige - afstand van de overige gebouwen. Om te voorkomen dat het zeer brandbare vlas vlam vatte, hield men altijd een stok en een emmer water bij de hand om te blussen. Zo ging dat anna 1924, het jaartal achterop de kaart. Het is een wat vergezochte vergelijking, maar is sinds 1953 niet heel Elkerzee uitgeblust?

Gezleht bi} Elkerle~

17. Van de twee meest opvallende bouwwerken in het vroegere Elkerzee, de kerk en Molen "De Lelie" , is zoals bekend alleen de Molen nog over, zij het - anno 1986 - in erbarmelijke staat. Dat heeft niet aan de hier laatstelijk werkzame Molenaar A.S. Coomans gelegen, die zijn bedrijfsgebouwen altijd goed onderhield en ze in 1960 dan ook in prima conditie aan de huidige eigenaar overdeed. De uit "Smerdiek" (St. Maartensdijk) afkomstige Coomans kwam in 1937 op "De Lelie", Hij was gehuwd met smidsdochter M.e. Gebraad uit Poortvliet en hun beide zoons werkten vooral in het begin mee in de meelhandel. We zien het bedrijf hier op een kaart uit ongeveer 1917, toen M. Dijkman er (sinds 1914) nog Molenaar was. Het met de ramp verwoeste oude "mooluus" stond er toen nog, met de witgekalkte perebomen ervoor. Links zien we de deur van het pakhuis, waar ook de "moolwaegt:n" stond en het span paarden. Coomans had maar een paard, een schimmel van Russische afkomst, luisterend (soms) naar de naam Jan. Het was een braaf, maar eigengereid en erg slim beest. Als hij moe was stopte hij er gewoon mee en dan wist men dat hij geen stap meer zou verzetten. Op een morgen, toen de Molenaar in de stal kwam om Jan op te halen voor de dagelijkse ronde, trof hij hem roerloos in het stro liggend aan. Er was geen leven in te krijgen. Ook de toegesnelde buurman wist geen raad. Ten lange leste knielde deze met de hoed in de hand bij de schimmel neer om te luisteren of er nog wat klopte binnenin. Met een: .Buurtie, ie is dood!" wilde hij opstaan, toen hij per ongeluk tegen Jans kaken schopte. In een flits schoot het dier omhoog. Buurmans hoed vloog door de stal en zelf lag hij verbouwereerd op de plek van Jan.

De omschakeling van die ene pk naar het grotere aantal van de vrachtwagen verliep voor Abr. Coomans niet geheel vlekkeloos. In een haastige bui belandde hij bijvoorbeeld eens met een vracht "ochtendvoer" naast de dam in "d'n dulve".

Tussen woonhuis en Molen bouwde metselaar Anth.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek