Scheemda in oude ansichten

Scheemda in oude ansichten

Auteur
:   D. Glazenborg
Gemeente
:   Scheemda
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4023-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Scheemda in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De gemeente Scheemda bestond tot 1964 uit zes dorpen, te weten:

Scheemda, Eexta, Westerlee, Heiligerlee, Nieuw Scheemda en 't Waar.

In 1964 dus werd Eexta samengevoegd met Scheemda. De dorpen Scheemda en Eexta, of schoon gescheiden door het Winschoterdiep, vormden feitelijk een geheel. Ook het spoorwegstation, hoewel te Eexta staande, werd altijd aangeduid als "station Scheemda", Toch zal Eexta, misschien van oudere datum, van meer betekenis zijn geweest dan Scheemda. Maar beide plaatsen zijn betrekkelijk oud. De voormalige kerk te Eexta, die in 1870 werd afgebroken en door een kleinere werd vervangen, moet een overwelfde kruiskerk van grote afmetingen zijn geweest. Het bouwjaar van deze kerk was 1170. Men beweerde, dat deze kerk plaats kon bieden aan weI drieduizend personen en vermoedelijk bestemd was geweest als godshuis voor de gehele omtrek, zoals Scheemda, Meeden, Westerlee, Winschoten.

Het dorp Scheemda, gelegen aan de in 1839 aangelegde provinciale weg, stond aanvankelijk ongeveer twintig minuten gaans meer noordwaarts, maar ten gevolge van de doorbraak van de Dollard of om een andere reden moest het worden verplaatst. Op oude kaarten, die de toestand van 1681 weergeven, staat de Dollard getekend tot Scheemda.

Hoewel de landbouw vroeger een belangrijk middel van bestaan voor de ingezetenen was en ook de tuinbouw iets betekende, waren er toch ook andere bestaansmiddelen die rneetelden, zoa Is steen- en buizenfabrieken, houtzagerijen, een fabriek van brandspuiten, torenuurwerken en Iuidklokken, zaaizadenteelt- en handelsondernemingen, drooginrichtingen voor zaaizaden en granen, een groente-inmaak(conserven)-fabriek en een fabriek voor gedroogde groenten en aanverwante produkten, waarvan sornmige tot poeder werden verwerkt, graan- en veehandel, pe1en korenmolens, meube1fabrieken en een tafelrandenfabriek, terwijl ook tal van arbeiders werkzaam waren in de strokartonfabriek "de Toekornst" te Scheemdermeer. Verder moeten er meerdere steen- en pannenfabrieken zijn geweest. Ook waren er

nog kalkbranderijen, een oliemolen en een "potaschmakerij". Enkele zijn gebleven en er zijn nieuwe bedrijven en industrieen bijgekornen.

De naam Scheernda zou afkomstig zijn van Eexta-Scheernte, hetgeen lOU betekenen heemstede van Eexta (hemen). Met weglating van Eexta werd dit later Scheemda (eerder nog genoemd Scheernte).

Het behuisde gedeelte van dit kerspel ligt het hoogst. De bod em bestaat voor een gedeelte uit zand, in het noorden uit zware klei en in het noordoosten, langs het Koediep, uit laag uitgeveend grasland.

De eerste die in Scheemda, nadat het van Eexta gescheiden was, het leraarsarnbt heeft waargenomen is Bernardus Danielis geweest, die in 1604 van Appingedam herwaarts beroepen en in 1615 opgevolgd werd door Henricus a Freden, na wiens overlijden in 1658 Nieuw Scheemda van Scheemda werd afgescheiden. Dit dorp kreeg in 1659 een afzonderlijke leraar, genaamd Daniel Eilshernius. die er in 1666 overleed. Het beroep geschiedde door collatoren en stemgerechtigdcn en de kerkeraad. Onder de leraars die hier gestaan hebben verdient in het bijzonder te worden vermeld Gerardus Kuypers, die in 1760 van Winschoten herwaarts beroepen en in 1765 tot hoogleraar in de godgeleerdheid te Groningen bevorderd werd.

De kerk van Scheemda, vroeger een kapel, is vri] groot. Ze heeft een goed orgel. De zware, doch niet hoge toren met een kruisdak, met in het midden een kleine spits met een beugel, staat afgezonderd ten noordwesten van de kerk. Dit godshuis is gebouwd in 1515. Het eerste orgel is in 1526 vervaardigd door magister Johannes Emedensis,

Nieuw Scheemda of Scheernder-hamrik en 't Waar zijn gebouwd op vroeger ingedijkte Dollardklei. Kerkelijk behoorde Nieuw Scheemda.waaronder ook't Waar, voor 1658 ook tot Scheemda. De kerk heeft een toren en is voorzien van een orgel. Dit orgel werd gebouwd in 1698. Dit orgel is het enige, nog overgeb1even

"positief' van Schnitger. Een positief is een klein orgel, dat echter van zodanige afmetingen is, dat het niet verplaatsbaar is. Het is in 1968 gerestaureerd.

Heiligerlee mag uit gesehiedkundig oogpunt hier zeker niet vergeten worden. Hier werd in 1568 de veldslag ge1everd tussen de Spaanse en Staatse troepen, Op 23 mei van dat jaar behaalde graaf Lodewijk van Nassau hier een overwinning op de Spanjaarden, waarbij zijn broer, graaf Adolf, sneuvelde, evenals de Spaanse stadhouder graafvan Aremberg. Ter herinneringaan deze slag werd in 1826 ter plaatse een piramide opgericht, die op 23 mei 1873 werd vervangen door een fraai monument. Heiligerlee werd ook wel Heilgerlee of Hi1gerlee genoemd en, in verband met zijn ligging ten opzichte van Westerlee, ook weI Oosterlee of Asterlo. V roeger stond hier een nonnenklooster van de norbertijner- of premonstratenzerorde. Het had vee1 gezag in het Oldambt en had tevens zeer uitgestrekte bezittingen. Dit klooster, dat ook een kerk had. was gebouwd op een hoog en onvruehtbaar stuk grond, vroeger "lee" genaamd, en was daar ten tijde van Emo, abt van Wierum ofWittewierum omtrent het jaar 1200 gesticht door de proost Herderieus van Schi1dwo1de. Het klooster zelf is tot 1624 aldaar aanwezig geweest. Bij een vijande1ijke inval werd het afgebrand. Op de plaats waar het heeft gestaan werd een grote boerenwoning gebouwd, die met de daartoe behorende grond een oppervlakte van 135 bunder en 99 vierkante ellen besloeg. Deze boerenwoning, liggende aan de to en bekende Kloosterlaan leidende naar de K loostertil (brug), werd in die tijd bewoond door de heer R. A. Kloosterboer.

Westerlee schijnt dus genaamd te zijn ter onderscheiding van Oosterlee of Austerloo. De grond is hier enigszins hoog en zandachtig, doeh men vindt er ook klei- en veengrond en vee1 vroeger ook nog heide. De kerk van Westerlee, die voor de Reforrnatie aan de R. Georgius was toegewijd, werd in 1776 door een andere vervangen, een net en klein langwerpig gebouw met een niet hoge

maar spitse toren met een uurwerk en met de Hollandse Maagd als windwijzer op de spits. In 1817 werd er een nieuw orgel in de kerk geplaatst, waarvan de kosten door de ingezetenen door het geven van vrijwillige bijdragen, bestreden zijn.

Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1904 werd aan de gerneente Seheemda als wapen verleend: in azuur, de profeet Nehernia, het hoofd reehts gewend, met de 1inkerhand vasthoudende een zwaard, en metde reehter een troffel, beide met de punt benedenwaarts gerieht, staande op een grond naast een blok van gehouwen steen, waarop de troffe1 rust, alles van goud, in het schildhoofd, ter weerszijden van des profeten hoofd, vergezeld van de letters NER. en de cijfers IV: 17, mede van goud.

In Nehemia IV vers 17 staat: "Die aan den muur bouwden, en die den last droegen. en die oplaadden, waren een ieder met zijne eene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer". "Volgens het register der resolution van Burgemeesteren en Raadt der Stadt Groningen is den 22 Januari 1661 op verzoek van de Collatoren nevens de Pastoor van de Nieuwe Seheernda deselve tot hun Carspelzegel geaccordeert het afbeeldsel van de Propheet Nehernia invoegen 't selve van de Remonstranten is voorgesteld."

Bij de kerkelijke afseheiding van Scheernda van N ieuw Scheemda werd wellieht met het oog op de daarmee samenhangende moeilijkheden het afbeeldsel van de profeet Nehemia als wapen voor het nieuwe karspel of dorp Nieuw Seheemda gekozen, als syrnbool van strijdend bouwen. Dit wapen is later door de gemeente Seheemda a1s gemeentewapen overgenomen.

Gebruik rnakende van oude ansichten uit het gerneentearchief, a1smede aangevuld met enkele uitzonderlijke dorpsgezichten uit particulier bezit treedt u, bij het doorlezen van dit boekwerkje, en met uw eigen herinnering aan de lang vervlogen tijden, in het grijze verleden van Scheemda.

Voor uw rnedewerking betuig ik gaarne mijn dank.

I. Het oude Vredenhoven, afgebroken in 1955. Van deze oude buitenplaats is verder weinig bekend. Het aan eenanker in een del' gevels van het oudste gedeelte te lezenjaartal1640 gaf de ouderdom aan. De eerste bewoners zijn niet bekend. In genoemd jaar moet ook het Winschoterdiep zijn gegraven. Volgens een koopakte van 1808 werd het verkocht aan ds. T. W. Siertsema te Eexta. Later werd het gekocht door Jacobus Alidanus Bellinga te Scheemda en het werd het laatst bewoond door de familie Klunge!. In de Tweede Wereldoorlog was het in gebruik als distributiekantoor. Op een der schoorstenen beyond zich een bewoond ooievaarsnest.

't1~. Va.D B. WiDd, ebeemda

2. De "Molenhorn" ~ Molenstraat anno 1901. Geen snel-, maar langzaam verkeer. Wat een rust in die dagen. Rechtsachter cafe Vietor (thans Rotgers) daarnaast woonde Bakker, bakkerij, verder Otte Mennen, dan het pand van dominee Vrieling. Hiernaast stond, niet meer zichtbaar, het armenhuis. Links voor staat de woning van Luitjen Oudekerk , destijds .Jrondsjager" of portier bij de kerk, vervolgens Jouko Bleeker daarnaast Anje Hoffenkamp en schilder Mulder. Rechts ziet u Eltjo Niewold, huidekoper met paard-enwagen. Bij het paard staat Sjakie Hart.

GROET UIT SCHEEMDA-EEXTA

3. Omstreeks 1900 met het gezicht op het oude Winschoterdiep. Rechts ziet u de Diepswal. Het vervoer van vrachtgoederen geschiedde in die dagen nog per boot. Links achter is het oude Vredenhoven met op de eerste schoorsteen het destijds bewoonde ooievaarsnest zichtbaar. Vooraan kruidenier-drogisterij en scheepsvictualien Van der Laan, bijgenaamd "Poester". Het Winschoterdiep werd gedempt in 1954.

4. Hoevelen hebben nog een goede herinnering aan dit "bewaarschooltje". Het stond op de hoek Gasthuislaan- Havenstraat en is thans kapsalon Schreuder. Van de personen zijn de volgende namen bekend: tweede van links mevrouw Klooster, klcermaker-galanterien, zesde mejuffrouw Arbeider, zevende mevrouw C. van Delden-Boedeltje. De vier volwassenen zijn: mevrouw A. C. Boedeltje-Stijkel, mevrouw Feiken-op 't Holt, mevrouw Grietje Buurmeijer, kruidenierster en de leidster rnejuffrouw Keetje Bonthond. Foto ± 1925.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek