Schiedam in oude ansichten

Schiedam in oude ansichten

Auteur
:   drs. G. van der Feyst
Gemeente
:   Schiedam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4547-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Schiedam in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Schledarn

in Dude ansithten

door

drs. G. van der Feijst gemeentearchivaris van Schiedam

Elfde druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVII

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 4547 x ISBN13: 978 90 288 4547 3

© 1968 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de e1fde druk uit 1987

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

We leven in een tijd, die blijkbaar van heimwee naar het verleden is vervuld. Dank zij de moderne reproduktietechnieken is het mogelijk aan dit verlangen tegemoet te komen. Het gevolg is, dat het ene fotoboek na het andere van de persen rolt. Onder deze nemen de reprodukties van oude prentbriefkaarten een bijzondere plaats in, omdat zij een rol hebben gespeeld in het intermenselijk verkeer.

Het Schiedamse gemeentearchief is in het bezit van een vrijwel complete serie prentbriefkaarten, waaruit voor dit boekje een selectie is gemaakt. Het criterium is de topografische waarde van de afbeelding. Ik heb ernaar gestreefd het beeld, dat de stad tussen de jaren 1880 en 1930 bood, zo volledig rnogelijk tot zijn recht te doen kornen. Daar in deze periode veel is veranderd, zijn van hetzelfde punt soms meer opnamen opgenomen, v66r en na de veranderingen. De afbeeldingen zijn zo gerangschikt, dat een wandeling om en in de stad wordt gemaakt, beginnend en eindigend in het westen. De meeste foto's zijn van een verklarende tekst voorzien.

Het Schiedam van 1880 was een nog kleine provinciestad, rondom door weilanden omgeven en nog vrijwel geheel binnen de grenzen van de middeleeuwse omwalling liggend. Een krans van torenhoge walmolens gaf de stad een aanblik, die zonder weerga in Holland was. Het leven moet er nogal rustig zijn verlopen, voor zover is na te gaan aan de hand van kranten en andere berichten. Verkeersproblemen kende het

stadje, dat een 23.000 inwoners telde, nog niet. Voetgangers, hand- en hondekarren, paard en wagen konden zonder veel moeite hun weg door de stad nemen. Wegens de niet zo beste wegen en de vele tollen kwam men ook niet zo licht buiten de stad. De trein was het meest moderne (door mechanische voortstuwing voortbewogen) openbare vervoermiddel, dat de mensen ten dienste stond om eens een bezoekje buiten Schiedam af te leggen. De komst van de stoomtram op Rotterdam in 1882 was een hele verbetering.

Men is in deze jaren (1880-1900) voornamelijk op de eigen stad aangewezen. Volgens de herinnering van stokoude Schiedammers was het een rustige, gezellige tijd; het valt moeilijk aan de hand van de foto's uit te maken. Mogelijkheden tot ontspanning waren er zeker wel, daarvoor zorgden de jaarlijkse kermis en de vele verenigingen die de stad toen reeds telde. Het Schiedamse Departement van de Maatschappij "Tot Nut van het Algemeen" organiseerde lezingen en hield een leesbibliotheek. Wie de edele zangkunst wenste te beoefenen kon terecht bij Euterpe, Eltheltho, Paulus of Orpheus. Zelfs bestond er een muziekschool en een maatschappij tot bevordering van toonkunst. De symphonievereniging Polyhymnia en de harrnonievereniging Apollo luisterden plechtigheden en feesten met hun muziek op en gaven openbare concerten, zoals in de muziektenten in de Plantage en in de tuin van de Officieren- Vereeniging aan de Laan Ons Ge-

noegen. Wie toneel wilde spelen, kon terecht bij de toneelverenigingen Thalia, Othello en Vondels StreYen. Sport kon men beoefenen bij de gymnastiekverenigingen Olympia, Arena en Palaestra, de roeiclub Schiedam, de golfvereniging Schiedam en de cricketclub Hermes. Er was dus genoeg keus voor de weetgierigen en de liefhebbers van kunst en ontspanning. Wie wilde en geschikt werd bevonden, kon bovendien nog lid worden van een societeit, waarvan Schiedam er vier telde: De Vereeniging, De Vriendschap, De Harmonie en De Officieren-Vereeniging.

Een schilderachtig element was de Dienstdoende Schutterij onder bevel van majoor G. Visser ("De Majoor"), wiens collectie van op de historie van Schiedam betrekking hebbende voorwerpen het begin vormde van en de stoot heeft gegeven tot de oprichting van het Stedelijk Museum in 1899.

Schiedam was een echte industriestad. Onder de bedrijven namen in deze jaren de branderijen en aanverwante industrieen, zoals kuiperijen, kistenmakerijen, kurksnijderijen en glasfabrikage, de voornaamste plaats in. Zij waren de spil, waarom het economisch leven van de stad draaide. De gouden tijd is echter in 1880 en de volgende jaren reeds voorbij. De bedrijfsresultaten van nijverheid, handel en scheepvaart werden alsrnaar ongunstiger; een tijd van malaise heerste. Reeds een vluchtige beschouwing van de foto's leert, dat de Schiedammers en hun huizen er niet zo erg welvarend bijstaan, Het was alles nogal

armetierig, een indruk die versterkt wordt door de sombere kle ding, de petten en de klompen. Vergelijking met foto's uit andere steden leert echter ook, dat het elders niet vee I beter was gesteld.

De wereld kent geen stilstand. Deze regel geldt ook voor Schiedam, dat voortdurend van uiterlijk verandert, sedert rond 1900 in steeds sneller tempo. Rond 1900 begon men op grote schaal en vrij systematisch met de afbraak van de molens. In 1910 waren er nog maar vier over, dezelfde die er nu nog staan. De oorzaak was tweeerlei: overbodigheid door een verschuiving van de middelen van bestaan en door toenemende mechanisatie, alsmede toenemende belemmering voor het zich ontwikkelende verkeer. Het is niet zonder grond, dat de bewaarde molens juist daar staan, waar de tweede oorzaak het minst geteld heeft, narnelijk aan de Velle- en de Noordvest.

Het verkeer werd aanmerkelijk bevorderd door de aanleg van de paardetram in 1902, die het station van de spoorwegen met het Hoofd verbond, en de elektrificatie van de tram naar Rotterdam. Langzamerhand zette ook de motorisering door, die onder andere leidde tot de verbreding van de Rotterdamsedijk en de Broersvest, de vervanging van de oude Koemarktbrug door een nieuwe bredere, en de verbreding annex doorbraak van de Gerrit Verboonstraat, Oranjestraat en Oranjebrug. De stad breidde zich na de Eerste Wereldoorlog sterk naar het westen uit en langzaam maar zeker brak ook voor Schiedam de

"nieuwe" tijd aan, die geen ruimte en tijd meer heeft voor straattypes als Goris Knipschaar, loris Goedvolk en IJzeren Leen (een vrouw). Met de tijd veranderde het uiterlijk van de mensen. Op de foto's van recentere datum zien zij er wat welvarender uit dan op de oudere: de kleding is minder somber, petten en klompen zijn nagenoeg verdwenen.

Het aantal mogelijkheden tot kunst- en sportbeoefening ontwikkelde zich overeenkomstig het toenemend aantal inwoners. In het adresboekje van 1929 staat een heel lange lijst. Het is een bonte rij van zangverenigingen, toneelgezelschappen, orkesten, voetbal-, gymnastiek-, korfbal-, hockey-, lawntennis-, zwern-, watersport- en kegelclubs. Men kon verder nog georganiseerd schaken, biljarten, verkennen en schieten. Vogelliefhebbers konden hun hart ophalen bij kanariekweek- en postduivenverenigingen. Onder de vele verenigingen zijn er twee, die we reeds in 1880 tegenkwamen en die nu nog bestaan. Het zijn de zangvereniging Orpheus, opgericht in 1866, en de cricketclub Hermes, die na de fusie met D.V.S. nu de Schiedamsche Cricket en Footballclub Hermes-D.V.S. heet. Wat ook veranderde was de aard van de industrie, een factor - zoals reeds gezegd - die bijgedragen heeft tot de verdwijning der molens. De voomaamste industrie is in 1930 de metaalnijverheid geworden: scheepsbouw, machinefabrieken en aanverwante bedrijven.

Zo wandelend door het voorbije Schiedam, vroeg ik

rnij af, of er ergens nog een winkel was, waar eenzelfde famille sedert ongeveer 1880 nog steeds dezelfde goederen uit dezelfde, ongewijzigde, branche verkoopt. Temidden van aIle veranderingen zou het een aantrekkelijk stukje continuiteit vormen. Tot miin verrassing heb ik er nog twee gevonden: de drogisterij van V1ek in de Lange Kerkstraat (nr. 29) en de winkel in houtwaren van Elshof op de Dam (nr. 40). In mindere mate geldt deze continuiteit voor de melkhandel van Kerklaan in de Nieuwstraat. Aan het einde van de vorige eeuw werd de winkel verplaatst van nr. 8, waar hij reeds enige decennia was gevestigd, naar nr. 10.

Het zou een te lang verhaal worden om de vele Schiedamse families bij name te noemen, waarvan leden al die jaren tot op heden, zij het niet op dezelfde plaats, in dezelfde branche werkzaam zijn geweest, zoals de families Mak (zeilmakerij) en Van de Water (slagerij). Er zijn er bij, wier naam krachtens het door hen vervaardigde produkt tot in verre landstreken bekendheid geniet, zoals de families Dirkzwager en Wittkampf. Het is gebruikelijk een verhaal met een mooie afsluitende zin te beeindigen. Mijn wens is dan, dat dit boekje de gebruiker een goede indruk van het oude Schiedam zal geven. Mocht de nogal droge tekst vermoeidheid veroorzaakt hebben, de foto's zullen de geinteresseerde kijker zeker weer verkwikken.

SCHIEDAM

Weide aan Vlaadinger dijk.

ca. 1900. Landelijk zag het er toen nog uit aan de Vlaardingerdijk.

9

10

Er was nog een scherpe scheiding van platteland en stad. Zoals ook ntl beheerste de in 1770 gebouwde molen De drie Korenbloemen de toegang tot de stad.

ca. 1900. Op de plaats waar nu de Nieuwe Damlaan begint, bevond zich een buurtschap. Achter de huizen links lag de Laan Ons Genoegen, die naar de zaal en tuin van de "Officieren- Vereeniging" voerde.

11

Geziohs via de Ylaardincsche dijk. SCHIEDA.:M.

12

ca. 1898. Het begin van de Vlaardingerstraat. Het hoekpand links is Hotel De Visscherij, annex stalhouderij, logementhouder A. van Velzen, sedert 1911 hotel-restaurant .Beijersbergen". In 1964 is het pand gesloopt. Veel hotels waren er niet: Hotel Du Commerce en Hotel De Ster, beide op de Hoogstraat, maakten het getal vol.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek