Serooskerke in oude ansichten deel 2

Serooskerke in oude ansichten deel 2

Auteur
:   B. Coomans
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4642-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Serooskerke in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In een tijd waarin waardering voor al wat oud is weer wat toeneemt, is het werken aan boekjes als "Serooskerke in oude ansichten" een dankbare bezigheid. Interessant ook, want je steekt er heel wat van op. Aileen de oudste geschiedenis van het dorp en omgeving was ons, voor zover mogelijk, bekend. Voor bijzonderheden over een meer recenter verleden moesten we "de boer op" , waren we aangewezen op het geheugen van oudere, al of niet nog in het dorp woonachtige Serooskerkenaars. Nimmer deden we vergeefs een beroep op hun medewerking en we zijn hen veel dank verschuldigd. In het bijzonder de heer Willem Berrevoets, die veel van zijn herlnneringen voor ons noteerde en met betrekking tot beide deeltjes als belangrijkste vraagbaak fungeerde.

At doende leerden we het dorp en zijn vroegere bewoners kennen en waarderen en al kwamen we niet aIles te weten, wel werd duidelijk dat er ontzettend veel goeds en moois verdwenen is. Deels buiten de wil van de mens, deels ook doordat bepaalde zaken te snel als ouderwets en waardeloos werden beschouwd. De na de ramp uitgevoerde herverkaveling deed het Schouwse landschap ook al niet veel goeds. Karakteristieke wekkens, slingerweggetjes en dito vaarten en dijken gingen op de schop. We zijn dat soort vernieuwingen at gewoon en gedane zaken nemen trouwens geen keer. Het is aIleen te hopen dat er lering wordt getrokken uit de voorbije dertig jaar en dat de ingezette mentaliteitsverandering ten aanzien van natuur- en landschapsbeheer zal doorzetten, want er is werkelijk nog genoeg om "Zeeuws zuunig" op te wezen!

Serooskerke, van heerlijkheid tot ...

Voor de gemeentelijke herindeling van 1961 was Serooskerke een van de toen 17 (nu 6) gemeenten op Schouwen Duiveland. De term gemeente wordt pas sinds 1825 algemeen gebezigd. Daarvoor sprak men van "heerlijkheid". Over Serooskerke schreef men in 1837: Deze gemeente, is eene heerlijkheid, welke van ouds geweest is in het geslacht van Van Tuyll, dat zich sedert lang, naar deze heerlijkheid, Van Tuyll van Serooskerke schrijft. Door wijziging van de bestuursvorm werd de heerlijkheid een gemeente, met het door de landlieden veelal "Stroskerke" genoemde dorp als kern. De inwoners vonden in de negentiende eeuw hun bestaan in den landbouw, veeteelt, palingvisscherij, daglonersarbeid aan den nabij gelegen zeedijk en in het voorjaar in het rapen van zeevogeleijeren. Daarin veranderde in de loop der tijd wei wat, maar toch geeft deze tekst de levensomstandigheden en aard van de vroegere bevolking redelijk goed weer: eenvoudige, hardwerkende luitjes, afgelegen wonend in de polder, tangs de zeedijk of in de spaarzaam om de kerk gebouwde huisjes, waar zij een hechte gemeenschap vormden. Een gemeenschap, waarin ook onze groot- en overgrootouders leefden en waarin men sterk op elkaar was aangewezen. Het dorp kende dan ook vele kleine winkeltjes en zijn eigen ambachtslieden.

Het sociale contact was, mede door aUerlei verenigingsvormen, bijzonder groot. Er gebeurde in die intieme dorpsgemeenschap nog zoveel, dat we niet eens kans zagen het aUemaal in onze boekjes te vermelden. Het .mossegtlde" bijvoorbeeld, de "zang" , de rederijkersvereniging en het plaatselijke ziekenfonds "Door Eendracht Sterk", we kwamen er niet aan toe.

WeI beschrijven we het minieme postkantoortje, waarmee men als het ware voeling hield met de "buitenwereld". Zoals de kantoorhouder daar zijn eerder afgebeelde poststempel drukte op veel van door ons gebruikte ansichten, zo drukte de tijd zijn stempel op de Serooskerkse geschiedenis. Voorbeelden daarvan vinden we in dit boekje, waarvan we hopen dat het die oude dorps- en plattelandssfeer een beetje zal doen herleven. Een sfeer die ook het huidige Serooskerke nog enigszins uitademt. Over heerlijkheid gesproken!

1. Voor de eerste foto in dit tweede boekje over Serooskerke gaan we terug naar 2 juni 1934, toen deze ansichtkaart in Haamstede werd afgestempeld. De opname is zeker ouder, maar van wanneer precies weten we niet.

In het rimpelloze water van de Schelphoekhaven zien we de weerspiegeling van het pakhuis van de gebroeders Marius en Machiel Landegent. Zij lieten de loods vrijwel direct na het in 1903 gereedkomen van het getijdehaventje bouwen. De te Burghsluis woonachtige .Lendegents" deden onder meer in granen, aardappels en "kunstmis" en voeren tot ongeveer 1917 op de zeilen naar de beurs in Rotterdam. Daarna deden zij "de beurt" met hun motorschip "Zelandia" . Elke vrijdag liepen de broers de "Schel'oek" binnen en legden aan bij de loswallinks op de kaart om na het laden en lossen door te varen naar Burghsluis. Zondags volgde dan steevast de reis naar Rotterdam.

Vooraan op het plaatje ligt wat grind voor wegonderhoud en boven de dijk zien we nog net de boerderij van W. Oosse. Ook schemeren in de verte de contouren van de Plompe Toren. Tussen het pakhuis en het rechts zichtbaar .weeguusje" bevond zich een afdakje met zitbanken, waar de werklui hun boterham met stroopvet aten. Dat er toen nog tijd was voor een .Jeutje" bewijzen de lotgevallen van de "an de kaoije" werkende Jan van den Bos. Deze bezat een mooi, lekker ruikend cederhouten sigarenkistje, dat hij altijd op een plank in het schafthokje legde. Op een keer had zijn collega Leendert Bodbijl het doosje stiekem vastgespijkerd, met als gevolg dat het "schuulkotje" echt te klein was toen Van den Bos een sigaartje wilde opsteken ...

J{ aven Schelphoek

2. Tjalken, klippers, "aekjes", boeiersjachten: scheepstypen die begin 1900 regelmatig te zien waren in de "Schel'oek". Een nostalgisch plaatje uit medio 19071evert het bewijs. Het was het tijdperk van de zeilschepen, die voor een prachtig schouwspel zorgden als ze met volle zeilen de haven naderden en gracieus binnen liepen, met alleen het geluid van wind en water. Het laden en lassen van de schepen was met minder romantiek omgeven. Alles was handwerk, of het nu bieten en aardappels of grind en kolen betrof.

Vooral eb en vloed vroegen am extra inspanningen, want dan moest men met vaak honderd kilo wegende balen op de rug in of uit het scheepsruim klauteren. Een volle "kruwaegen" bieten over een "peegank" (loopplank) naar boven duwen was ook niet niks. Dikwijls was de plank glad door regen en modder en moest men er schelpen op strooien tegen het uitglijden.

Waar op de achtergrond de boerderij van P.A. Legemate boven de dijk uitsteekt, ligt een geladen "peeschip". Links van die hoek sloeg een daar afgemeerd en op het havenplateau getild schip tijdens de rampnacht van februari 1953 het eerste gat in de dijk. Links vooraan vinden we het beurtschip van de gebroeders Landegent. Zo te zien is men bezig met het laden van aardappels. De in het midden gelegen schuit met geopende luiken is gereed om volgestort te worden met de tegen de havendijk liggende "sukerpeeen". Eenmaal geladen, werden de schepen met een aan een buitengaats drijvende ton bevestigde tros naar buiten geHerd om daar op de zeilen te gaan en stil te verdwijnen in de grijze verten van de Oosterschelde.

ยท Haven aan de Sch elpho ek bij Serooskerke (Schouwen)

3. Vertellen van de Schelphoek, is vertellen van de "peetied". De bietencampagne bracht namelijk verreweg de grootste bedrijvigheid teweeg op en in de "kaoije" en de meeste foto's van het landbouwhaventje werden dan ook in die periode van het jaar gemaakt. Zoals ook hiemaast, zien we op die plaatjes vaak "peelossers" , leunend op hun riek of zittend in een kruiwagen. Alsof er niet gewerkt werd op de kade! Het tegendeel is waar, een "peeploeg" gelijk hier afgebeeld, was van's morgens vijf tot's avonds zes uur in touw. Aanvankelijk droeg men de bieten met manden in de schepen. Later gebruikte men kruiwagens, die vol zo'n honderd kilo wogen en soms door twee man de loopplank opgeduwd moesten worden.

De mannen van het plaatje uit de periode 1930-1935 zouden er van mee kunnen praten. Het zijn van links naar rechts: Jan Bodbijl sr., Kees Hart Czn., Gerrit van den Houten, Kees Hart sr., Jaap Bakker, Jan van den Bos sr. en Marien Geluk.

Het was zo'n beetje een vaste ploeg, waarin men om beurten schepte en met de kruiwagen reed. Het zware bietenladen werd weI iets beter betaald dan het normale werk bij de boer, maar dat mocht dan ook weI, want dat ze hun brood "in het zweet des aanschijns" verdienden is nog zwak uitgedrukt.

4. Hier nog een viertal kiekjes die de drukte in het haventje van Serooskerke weergeven. Linksboven zien we twee van die oerdegelijke houten .menwaegens'' met suikerbieten gelost worden. Let eens op de versiering op de "achtersten overgank" van de voorste wagen. Namen noemen van de lossers is in dit geval moeilijk. AIleen tarreerder Daan Landman, in het midden met bietenmand, werd herkend. Ais er geen schip voorhanden was, stortte men op de hoop tegen de havendijk aan, zoals we op de foto uit ongeveer 1933 zien. De opname rechtsboven is er een van het zeilschip "Gerardus Marinus" van Piet Dekker uit Sliedrecht. Het was oorspronkelijk een tweemaster, maar de kleine mast werd verwijderd toen de schipper een buitenboordmotor in gebruik nam. Op de achtergrond weer grote hopen bieten en daartussendoor ontdekken we nog net het cafe van eerst M. Beije, die in 1928 zijn 25-jarig jubileum als havenmeester vierde en vanaf 1933 C. Verboom. Beiden combineerden hun kasteleinschap met dat van havenmeester.

Niet aIle "peeschepen" voeren op de zeilen of eigen motorkracht. Linksonder namelijk is de stoomsleper "Eben Haezer" van W. van Wageningen met een sleepschip op weg naar het "kaoigat" om de reis naar de fabriek te aanvaarden.

De vierde foto ten slotte, geeft aan dat er in de Schelphoek meer dan bieten verladen werd. Vooraan wordt met een kraan een grindschip gelost. Tot even voor 1940 gebeurde dat nog met de hand. Het grind was bestemd voor wegverharding. Ook kolen, aardappels en "juun" verscheepte men er en rechts zien we een tweetal klampen hooi klaarliggen voor transport. Dat de "Schel'oek" van groot belang was voor de boeren in de omgeving, is door middel van de gepasseerde prentjes weI duidelijk geworden, dachten wij.

5. De zuidkust van Schouwen was eeuwenlang het zorgenkind van polderbesturen en waterschappen. Veel land moest er worden prijsgegeven, waarmee tevens een vijftiental dorpen voorgoed verdween. Steeds zocht men naar effectievere oeververdedigingsmethoden en het toepassen van zinkstukken was er daar een van. Al in 1639 verrichtte men zinkwerken langs Schouwens dijken en duinen. Zo'n zinkstuk bestond uit een drijvende, van "ries'out" gevlochten mat die, na naar de plek des onheils gesleept te zijn, met stenen tot zinken werd gebracht. Toen de kosten van zinksteen en rijshout te hoog werden, stapte men gedeeltelijk over op het storten van puin. Na 1860 gebruikte men natuursteen, waaronder het bekende basalt.

Bij het zoeken naar nieuwe technieken kwam bijna elke aan het waterschap werkende ingenieur met zijn eigen idee. Zo kende men onder meer de systemen .Leendertse'' en "Oord" en kunnen we ook vandaag de dag nog de resultaten zien van het systeem "De Muralt". Jonkheer ir. R.R.L. de Muralt was van 1903 tot 1913 hoofd van de Technische Dienst van het Waterschap Schouwen en was de ontwerper van de bekende betonnen muurtjes en trapjesglooiingen op en langs vele Zeeuwse dijken. Van hem was ook het plan om betonnen zinkstukken toe te passen, waarvan er tussen 1908 en 1910 bij wijze van proef 308 zijn afgezonken. In 1909 werd tijdens een van die zinkwerken bijgaande foto gemaakt. De tekst bovenaan de kaart behoeft weinig aanvulling, al kunnen we nog wei vermelden dat er liefst 12 windwerken aan te pas kwamen om zo'n 308 m2 groot "zinkstik" op zijn plaats te krijgen. De betonnen platen bleken niet te voldoen en de toepassing ervan werd niet voortgezet.

Pas sinds 1986 is Schouwens zuidkust dank zij het jongste hoogstandje op waterbouwkundig gebied, de Oosterschelde stormvloedkering, voorlopig (!) echt veilig.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek