Serooskerke in oude ansichten deel 2

Serooskerke in oude ansichten deel 2

Auteur
:   B. Coomans
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4642-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Serooskerke in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Betonzinkwerken aan Schouwen, volgens systeem "de Muralt",

De drijver met betonzinkstuk wordt gesleept naar de plaats van ┬╗zinken"

f

l.

6. We kijken hier vanuit het westen over het verdronken Schelphoekgebied, met in de verte de molen van "Murjaen". lets naar rechts staan schuur en woning van A.J. Oosse en daarvoor de noodboerderij van P .A. Legemate. Deze was te voet over een houten brug te bereiken. Per wagen kon men via de "dreve" aan de overkant van de vaart naar het erf. De zogenaamde noodboerderijen, zoals ook W. Oosse die links op de voorgrond bewoonde, werden na de oorlog gezet. De bezetters hadden namelijk aIle huizen en schuren in de "Schel'oek" afgebroken omdat ze in hun schootsveld stonden. Er werden zelfs enkele bunkers in de havendijk aangebracht, die rechtsboven op de foto te zien zijn.

Voor de noodbehuizing zou later nieuw gebouwd worden, maar behalve bij Legemate is dat er door de ramp dus nooit meer van gekomen. In de eveneens na-oorlogse, dubbele gemeentewoning onderaan de haven, woonden P. Hart (rechts) en M. Quist. Hier stond voorheen het huis van eerst kolenhandelaar P. Landegent en later zijn knecht S. Geluk. Het cafe van havenmeester C. Verboom, iets verderop, werd op de oude fundering herbouwd. De drie ramen zijn van de gelagkamer. De weg langs de vaart leidde naar Flaauwers en via de ,,'eule" achter de woning van W. Oosse kwam men op de Dijksweg naar Serooskerke. Als de Chevrolet van vrachtrijder Van der Wekken uit Zierikzee de bocht naar links nam kon hij naar de haven oflangs de zeedijk richting Plompe Toren.

De palen en bouwketen daar aanwezig, werden gebruikt bij de bouw van het Schelphoekgemaal, dat slechts korte tijd heeft dienst gedaan. Het verrees op de plek links net buiten beeld, maar dat kunnen we op de volgende foto beter zien.

7. Niet zover van het gezichtspunt op de vorige foto, blikken we nu naar de andere kant Schouwen in en dat op het moment dat de polder nog totaal blank staat als gevolg van de stormvloed van februari 1953. Het gat in de zeedijk bevindt zich achter ons en de beschadiging aan het dijktalud is duidelijk. Rechts vinden we weer de wonderlijk genoeg met weggespoelde noodboerderij van W. Oosse en tegen de dijk aan het in 1951 in gebruik gestelde Schelphoekgemaal. Het maakte deel uit van het in 1946 aangenomen Ontwateringsplan Westhoek, waaraan in 1951 het gebied Schelphoek werd toegevoegd.

Door de ramp kon het plan met worden voltooid. Na het dichten van de ringdijk kwam het gemaal buitendijks te staan en werd afgebroken. De bemalingsinstaIlatie, die tijdig buiten bereik van het water was gebracht, werd grotendeels benut in het in 1957 gebouwde gemaal in Den Osseo

Rechts aan de horizon ontwaren we vaag de contouren van NoordweIle en zien we ook de "Gemeene ' oeve" , de hofstede van A.C. de Oude Nzn. Naar deze "Gemeenschappelijke Hoeve" noemde men de tijdens de watersnood aldaar ontstane "Gemeene 'eule". Een van de huizen van De Oude staat er nu nog in het bos. Direct boven het rieten dak van Oosse ontdekken we nog ,,'t 'ooge 'uus" aan de Westwego Deze kleine buurtschap werd gevormd door een vijftal huizen, waarvan er een duidelijk boven de rest uitstak: het .Jioge huis" , waar na J. Stoel de familie P. Geleijnse woonde. Hun buren waren J. Kloet, 4. Schiettekatte, P. Boot en I. Zorge.

Het hele hier getoonde plaatje behoort tot het verleden en helaas niet aIleen in tijd ...

f

8. Schuin wegdraaiend van de Westweg tussen Serooskerke en ,,'t ooge 'uus" lag tot 1953 het Sekwekken, een doodlopende "aerde baene", die in 1922 van een laag keien werd voorzien. Het wekken dankte zijn naam aan de daar in de laagte veel voorkomende grassoort zegge, in het Schouws "sek" geheten. In 19211iet S. Berrevoets er door metselaar J. van der Werf het "spulletje" zetten dat we hiernaast aanschouwen. Omdat er slaapkamers in plaats van bedsteden in werden aangebracht, verstrekte men er premie op. Schilder P. van Popering verrichte er zijn eerste karwei zo goed, dat men bepaalde stukken van zijn werk in 1952 nog niet had hoeven overschilderen. Het hoefje omvatte zo'n 7 ha bouw- en weiland, voor het grootste deel gepacht van verschillende eigenaars en verdeeld over zes kavels.

In 1927 kocht Stoffel Berrevoets wat werktuigen en liet hij wagenmaker Prince een oude "drielinkwaegen" opknappen, wat hem f 280,- kostte. Oude rekeningen vertellen dat smid Pieterse in die tijd een stallantaarn leverde a f 1,70 en dat de prijs van een carbidlamp f 3,75 bedroeg. Het scherpen van een "ploegscharre" stond in 1934 op 15 cent. Berrevoets had toen een jaarinkomen van f 832,-, waarover hij f 13,26 belasting moest betalen. Koeien hield men niet aan het Sekwekken. 's Winters wel ossen die gevoerd werden met "peeblad", mangels, boonstro en kanthooi.

Er was een rosmolen alsmede een hekeldorsmachine van het merk Heinrich Lanz. De vetgemeste varkens werden meestal verkocht aan slager J.D. van Nieuwenhuize uit Haamstede. Graanafval was voor de ,,'oenders" en met de eitjes beta aide men de "booschappen" in de winkel. Berrevoets overleed in 1946, waarna zijn weduwe het bedrijfje nog tot 1952 voortzette om het dan te verkopen aan J.L. Stouten. Na de ramp is het buitengedijkt en was door zijn solide bouw nog lang in het water te zien. Stoffel Berrevoets' zoon Willem, de voormalige kassier van de Boerenleenbank, bevestigde boven de deur van zijn woning aan de Dorpsweg een bord met de naam "Sekwekken". Het hangt er nog, als een herinnering aan het oude hoefje van zijn vader.

9. Opnamen van de watersnood 1953 zijn bepaald geen vrolijke pIaatjes. Indruk maken ze weI. Daar de trieste gebeurtenissen van toen juist in het Serooskerkse diepe sporen nalieten en grote veranderingen te weeg brachten, kunnen we er ook in dit boekje met omheen. Het is vaak moeilijk wegwijs te worden uit rampfoto's, maar met die van hier rechts valt dat weI mee. Duidelijk is natuurlijk allereerst het gat in de zeedijk op de achtergrond, met rechts ervan het Schelphoekgemaal, Linksonder woonde eerst A. Stoel met zijn neef J. Viergever, de bij insiders bekende natuur- en vogelliefhebber. De tegen de schuur gebouwde woning is op de foto al weggeslagen.

Van 1925 tot 1952 was C. van der Male de bewoner van het volgende pand, dat rond 1900 voor zijn schoonvader D. Verboom was gezet. W.D. Berrevoets, afkomstig van het Sekwekken (rechtsboven), vertoefde er tot het water kwam. De boerderij op de voorgrond was oorspronkelijk van H. Goemans en werd daarna beboerd door de gebroeders J. C. en P. Goemans. J.J. de Bil nam het van hen over, opgevolgd door zijn zoon Joh. de Bit De schuur verhuisde naar Zeelandia te Noordwelle, het huis is er nog. Toen J.J. de Bil op de boerderij kwam, ging J. C. Goemans met zijn zuster rentenieren in de voor hen gebouwde woning iets hoger op de foto. Ze staat er nog, vlak tegen de nieuwe dijk aan. Tussen dit huis en de verdwenen hofstede van N.L. de Oude legde men de huidige ringdijk, waarvan we hier de eerste aanzet zien. Men noemde dit stuk het .Vogeleiland", naar ir. Vogel, die als technisch leider zijn intrek had genomen op de zoider van huize DeOude.

Op 27 augustus 1953 werd de dijk gesloten en kon de polder worden leeggepompt. Daarachter bleef echter het water, dat weer terrein gewonnen had ...

10. Zagen we de boerderij van de familie De Oude op de vorige foto totaal onttakeld, door water omringd, op dit rustieke kiekje uit medio 1918 is zij nog in volle glorie. Links de houten schuur, waarvan het achterste deel als kapschuur was gebouwd en rechts op de prent ,,'t vetstal". Toen L. de Oude Nzn., van 1904 tot 1920 burgemeester van Serooskerke, in 1920 overleed, verpachtte zijn weduwe het bij de hofstede behorende land. Genoemde stal werd daarop afgebroken. De bruikbare delen ervan verwerkte men in het rond die tijd gebouwde hoefje van K. Linders, dat we nog vinden in de hoek Delingsdijk-Nieuwe Prunjeweg.

Ten tijde van de opname was Stoffel Berrevoets "eeste knecht" op de "ostie" van De Oude. Hij zit in het midden op zijn knieen in de tarweschoven. Links van hem zijn vrouw J.J. Berrevoets- Verboom. De jongen naast haar is onbekend en de man bij de appelschimmels is vermoedelijk Joh. de Jonge, ook in dienst bij de boer. Bovenop de wagen staat P. Hogerheide met de "vurke" in de aanslag.

Het plaatje oogt natuurlijk aanmerkelijk romantischer dan de werkelijkheid van toen. Het was "vreeken" (zwoegen) geblazen destijds en dat vrouw Berrevoets meewerkte was pure noodzaak. Een landarbeider verdiende tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) slechts f 450,- per jaar. Daarna werd dat wel ongeveer het dubbele, maar de lasten stegen evenredig zodat het ook toen bepaald geen vetpot was. Al druipt de nostalgie van de foto, leven als in die tijd zou ons niet echt meevallen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek