Serooskerke in oude ansichten deel 2

Serooskerke in oude ansichten deel 2

Auteur
:   B. Coomans
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4642-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Serooskerke in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

31. Boerderijen hebben vaak een naam. Van simpele, tot Latijnse toe. Ook in Serooskerke en omstreken kwamen we er een aantal tegen: Nieuwzorg, Gemeene Hoeve, Dorpzicht, Landzicht, Pooltjesmeet en De Tijd Leert Alles. De hofstede hiemaast heette "Welgelegen" en bestaat, zij het naamloos en met een ander woonhuis, nog steeds. Ret is nu het bedrijf van P. Remijn aan de Oude Prunjeweg 17. Voor 1953liep de Serooskerkscheweg erlangs, evenals de vaart, zoals de foto van voor de oorlog bewijst. In die tijd boerde J. Klompe er op de ongeveer 45 bunder land. Adriaan Geleijnse werkte er, alsook Jan Verboom.

Dirk Verboom was er lang in vaste dienst en woonde in een arbeidershuisje van Klompe. Van 1916 tot 1923 "diende" Janneko Bakker in het huishouden op "Welgelegen". Zes dagen per week was ze present, van 's ochtends zes tot's avonds zes. Soms moest ze ook op zondag een paar uurtjes komen en helpen melken was ook geen zeldzaamheid. Behalve boer, was J. Klompe dijkgraaf van het Waterschap Schouwen en bestuurslid van de Boerenleenbank. Geruime tijd hield hij als kassier van de bank kantoor in zijn eigen woning. Van 1955 tot 1961 was hij tevens de laatste (waamemende) burgemeester van Serooskerke. In 1960 deed hij zijn boerenbedrijf over aan zijn dochter A. Klompe en haar echtgenoot J.A. Lievense.

De waterplas ten westen van de Oude Prunjeweg is een restant van de tijdens de ramp ontstane .Klompegeule" en vormt door zijn benaming een klein aandenken aan de vroegere boer van "Welgelegen".

32. Van "Welgelegen" op de vorige foto, kon men in het verleden via de verdwenen Krepelsweg en Groeneweg naar de Slikweg. Daar in de Lockerspolder, het laagste en natste deel van Schouwen, lag nabij het "Bonzelinkgat" (Bunzinggat) een eendenkooi. We lezen daarover in Van Dale: "Stuk land en water ingericht om wilde eenden te vangen; een stelsel van bochtige, nauw uitlopende sloten (pijpen) door een haag ofheining omgeven en waarin een partij roep- of kwaakeenden als lokvogels dienen."

De kooi aan de Slikweg behoorde tot de gemeente Ellemeet, maar lag hemelsbreed even ver van het dorp Serooskerke als bijvoorbeeld de Schelphoekhaven. Het gebied daar hoorde bovendien kerkelijk wel bij Serooskerke, wat voor ons reden genoeg was er hier melding van te doen.

De vanuit De Vlake gemaakte tekening hiernaast geeft de markante aanwezigheid van het kooibos (rechtsboven) in het "leege land" goed weer. De kooi werd in 1895 aangelegd en was circa 6 ha groot. A. Man in 't Veld was er de eerste kooiker. Hij bewoonde een kleine boerderij, waarvan de woning in 1900 werd vervangen door het kooikershuis, dat we hier zien op een foto uit 1937. Achter de schuur lag het kooibos, waar van 1916 tot 1933 T. Rosmolen als kooiker werkzaam was. Zijn jongste zoon Simon volgde hem op, tot in 1940 J. Bil van ,,'t Pikgat" de woning betrok. Door de inundatie van 1944 werd de kooi zwaar beschadigd, waarna ongeveer 250 paar aalscholvers de dode bomen bewoonden. Het kooibos was nauwelijks hersteld of de watersnood van 1953 dee Ide de genadeklap uit. Kooi, kooikershuis en boerderij werden verwoest en de herverkaveling deed de rest, zodat er van de Ellemeetse eendenkooi nu geen spoor meer te bekennen is.

33. Terug in het dorp, zouden we best even een opkikkertje kunnen nuttigen in de "Uitspanning" van l.A. de Glopper. Dat deden vroegere reizigers ten slotte ook. Meestal waren dat handelslui, die op de fiets, per koetsje of met paard en wagen naar Serooskerke kwamen om er hun waar te slijten. Slager C. van Nieuwenhuize uit Brouwershaven bijvoorbeeld, kwam al met vlees naar de Schelphoek toen daar de haven werd aangelegd. De meeste "agosianten" spanden hun paard uit bij de herberg van De Glopper en deden hun ronde verder te voet.

Toen in 1912 bijgaande prentbriefkaart gemaakt werd, had het dorp zelf ook een groot aantal neringdoenden. Er waren twee bakkers, die ook levensmiddelen en klompen verkochten, en er was een winkeltje waar men "ellegoed" (lappen stof) kon bekomen. Ook yond je er een wagenmaker, smid, metselaar, twee schilders en een schoen- en gareelmaker. Voor knippen en scheren hoefde je ook niet van het dorp, zodat je verzorgd het havencafe of een van de twee dorpsherbergen kon binnen stappen. Dat de den steeds meer mensen, want het werd door het doortrekken van de tramlijn van .Brouw'' naar Burgh wel wat drukker in Serooskerke.

Behalve voor de kooplui van buitenaf, was de stoomtram ook voor de dorpelingen zelf een uitkomst. Het bracht alles en vooral "de stad" aanmerkelijk naderbij. Om van "d'n tram" gebruik te kunnen maken, moesten zij evenwel eerst nog een aardig stukje lopeno De halte beyond zich namelijk in de Weelweg, ter hoogte van het daar nu nog aanwezige voormalige arbeidershuisje met huisnummer 4 en dat was altijd nog een goeie twee kilometer ...

Groet uit SerOGskerk~

34. Onze taal bevat veel gezegden die overbleven uit de tijd dat het paard nog gekoesterd werd als het belangrijkste vervoers- en hulpmiddel in het dagelijks bestaan. "Man en paard noemen" is er een van en dat willen we ten aanzien van nevenstaande kiekjes graag doen. In beide gevallen zien we de van Stavenisse afkomstige H. Dorst in gezelsehap van een nijvere viervoeter. Dorst boerde na zijn vader op de hoeve "Landzieht" aan de Zandweg. Links zien we hem met "d'n vos" en een "drieseharrige anaerdploeg" aardappels aanaarden. Boer en paard liepen heel wat af destijds en vormden een ware twee-eenheid. De bevelen "aerop" (links), "ito" (reehts) en "duiz-op" (aehteruit) waren vertrouwde klanken over de stille landerijen, waar nu motorgeronk de boerenarbeid begeleidt.

Af en toe was er ook eens een .Jeutje" voor mens en dier, zoals met de "strao". Dit oer-Sehouwse folkloristisehe gebeuren vierde men in Serooskerke tot 1940 op de maandag zes weken voor tweede Paasdag. Daarna verhuisde het net als elders op het eiland naar zaterdag.

Op de reehter foto zijn Huib Dorst en zijn Bruno fraai uitgedost op weg naar het dorp, vanwaar de ruiterstoet vertrok voor de traditionele ronde langs de Sehelphoek, Koudekerke, Haamstede, Renesse en Noordwelle. Eeht "straoriee" (strandrijden) deed men niet, want nimmer werden op het strand de paardebenen gespoeld zoals in andere plaatsen wel het geval was en is. De kelen spoelde men daarentegen wel, in elk cafe dat men onderweg tegenkwam! Moeht het missehien, het was toeh zeker maar eens per jaar "straofeest"?

35. Nam het paard een belangrijke plaats in in het Ieven van onze grootouders, de geit was al even onmisbaar. Ret was zogezegd het koetje van de gewone man en in weinig gezinnen ontbrak het beest. Dat was in bijna aIle eilandelijke dorpen zo en waarom nou juist Serooskerke gekscherend ,,'t geitedurp" genoemd werd is niet duidelijk.

Ret zal P. van Teeling, hier op de foto met z'n meikieverancier aan de wandel in de Zandweg, weinig gescheeid hebben. Zijn geitje voorzag in een levensbehoefte en af en toe een bezoekje aan "d'n bok" leverde later ook weer het nodige kleinigheidje op. Die winst kon dan bijvoorbeeld weer besteed worden in het winkeltje van R. Bakker, wiens vader A. Bakker we rechts met "suunen" (beenbeschermers) aan voor de deur van het zaakje zien. Zijn vrouw M. Bakker-de Rijke staat naast hem.

Voor de woning van Iandarbeider Joh. de Jonge maakt diens echtgenote M. de Jonge-Niekerk, ook weI Mina "Nieuwerkerke" genoemd, een praatje met "bure" J. van Strien-Jonker (links). Achter "d'n 'eining" naast Van Teeling, bevond zich "domeniespit", de vroegere brandput waaruit men ook schuurwater schepteo Links ervan, bij de niet te herkennen dames, vinden we "de schure". Hier was in de glorietijd van de meekrapcultuur een "kuperie" gevestigd, waar houten tonnen gemaakt werden.

Onder de bomen zien we het gemeentehuis, wat wit zeggen dat de foto na 1902 gemaakt is, omdat in dat jaar het gebouw gezet werd. Uiterst links in het groen verscholen ontwaren we nog juist een stukje van de pastorie. Ret kerkepad dat hiervoor oostwaarts afboog Ieidde onder meer naar de "durpsweie" , welk punt we weI geschikt vonden om de volgende foto in te passen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek