Sittard in oude ansichten

Sittard in oude ansichten

Auteur
:   J.L. Offermans
Gemeente
:   Sittard
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1263-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sittard in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

J.L. Offermans

Europese Bibliotheek - Zaltbommel

W~OEN

OEKJE

rSBNlO: 90 288 1263 6 rSBN13: 978 90 28812635

© 1969 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de vijfde druk uit 1994

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

Enkele grepen uit de historie van Sittard.

Deze gemeente is reeds vanaf 4200 v. Christus bewoond. De woonkern is ontstaan aan de rand van een "secretarium" of siter (sitter), (= een uit een groter woud afgezonderd woud) van waaruit "de Siter" werd ontgonnen en waaraan de plaats Sittard evenals Broeken Haagsittard de naam hebben ontleend, terwijl de naam ook nog bewaard is gebleven in de veldnamen ,.de Siter" en "boven de Siter", In 1243 werd Sittard een stad met een handvest waarin oudere rechten werden bevestigd.

Als oude stad had Sittard veel centrumfuncties, die het in de laatste eeuw heeft bewaard dank zij de aktiviteiten van bestuur en burgemeesters: H. Arnoldts (1842: 4001 inw.), H. Rutten (1882: 5285 inw.), A. H. Gijzeis (1904: 6644 inw.), M. Coenders (1927: 14241 inw. tot 1959: 30322 inw.). Vooral de laatste twee burgemeesters hebben heel wat werk moeten verzetten om Sittard als "ingangspoort van de Mijnstreek" en tevens als centrum in velerlei opzichten te handhaven. Hiervan volgt nu een kort overzicht.

Bestuurscentrum.

Ter plaatse van het huis op de Berg (Oude Markt) was de zetel van de Heer van Sittard. Zijn voogd bemoeide zich in de 16e eeuw nog met Sittard, Broeksittard, Tudderen, Wehr, Hillensberg, Susterseel en Munstergeleen. In de Franse tijd was Sittard de zetel van de Municipaliteit van het canton Sittard.

Militair centrum.

Sedert 1400 was Sittard grensvesting aan de zuidelijke saillant van Gulik naar de Maas, maar in 1243 waren

er reeds verdedigingswerken. In 1678 werd de vesting Sittard militair onbruikbaar gemaakt. In de Franse tijd was er in Sittard een garde nationale- in de Belgische tijd een garde civique. Sittard kreeg in 1877 weer een stedelijke schutterij, evenals o.a. Maastricht en Roermond.

Verkeerscentrum.

Ontstaan aan de heirweg Keulen - Gulik - Geilenkirchen - Gangelt - Wehr - BergfUrmond was het verkeer eerst oostwest gericht. In 1840 begon de aanleg van de Rijksweg en in 1866 kwam de spoorlijn Maastricht-Roermond door Sittard gereed. De eerste straatgasverlichting kwam in 1869 en de Rijkstelegraaf in 1889. De spoorlijn Sittard-Herzogenrath werd geopend in 1896 en de spoorlijn Tudderen-Geilenkirchen in 1900. De Rijkstelefoon deed in 1904 in Sittard zijn intrede en de riolering in 1910. De bus Sittard-Maaseik begon te rijden in 1912 en die naar Heinsberg in 1913. De onteigening in 1915 ten behoeve van het spooremplacement leidde tot de belangrijke functie die Sittard nadien als spoorwegknooppunt vervult.

In 1923 werd de tramlijn Sittard-Heerlen-Brunssum geopend en in 1924 begon de tram naar Grevenbicht te rijden. Thans is Sittard het grootste autobus station in Zuid-Limburg waar de lijnen van vier Limburgse ondernemingen samenkomen, evenals enkele lijnen naar het buitenland.

Wooncentrum.

Sittard groeide aan de Siter als vesting binnen twee grachten en wallen. Tussen de eerste en de tweede gracht ontstonden bij de Limbrichter-, Put- en Broek-

poort voorstadjes. Aan de met elzenbroekbos begroeide broeken ontstonden de gehuchten Leijenbroek en Stadbroek en aan de Siter verder de ontginningsnederzettingen Broeksittard en Hait- of Haagsittard.

Ten westen van de Geleen ontstonden de gehuchten Ophoven, (voormalig Neerhoven), Linj en Overhoven. Slechts heel langzaam groeide Sittard. De aanleg van de Rijksweg en de spoorweg stimuleerde de groei naar het westen en bracht onder andere de aanleg van de Stationstraat, het Stationsplein en de Paralelweg. In 1911 werden twaalf arbeiderswoningen aan de Slachthuisstraat gebouwd; verder kwamen nog gemeentewoningen in Stadbroek en middenstandswoningen aan de Wilhelminastraat, de Kruisstraat en de Rijksweg Noord. De woningbouwvereniging "Sittard" bouwde sedert 1916 arbeiderswoningen in Kleindorp, Sanderbout en Overhovenerheide, "Sittard Vooruit" bouwde spoorwegarbeiders woningen bij de Limbrichterweg, "Woningzorg" bouwde middenstandswoningen aan de Landweringstraat, de Steegstraat en in het park. Particulieren bouwden in het Stadspark, aan de Leijenbroekerweg en aan de Odastraat. In 1906 verfraaide de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer "de Kollenberg" (opgericht in 1891) reeds de plantsoenen bij de kerk. In 1910 werd Wielders stadsarchitect, wiens hand men in mening gebouw nog ziet. In 1913 gaf burgemeester Gijzeis het voorbeeld en bouwde de eerste villa aan "de diek", die nu Parklaan ging heten. Een stadspark werd aangelegd. In 1919 kochten "Tijdig" en de gemeente Sittard grote complexen van graaf de Cornet op. Het Sittardse gemeentelijke grondbedrijf kreeg 80 ha onder beheer.

Toen in 1925 de Staatsmijn Maurits met de kolen-

exploitatie begon, was Sittard als wooncentrum gereed. In 1929 kwamen de stikstof bindingsbedrijven op Si tt a r d s gebied, in de Graetheide. Uit dat bedrijf zijn de chemische bedrijven van de Staatsmijnen (D.S.M.) gegroeid.

Economisch centrum.

Landbouw: In het begin van de 19de eeuw was de Graetheide soms in zeer grote percelen verkocht, in strijd met het overgeleverde volksrecht. In de gehuchten waren in de 2de helft van de 19de eeuw nog vele boeren gevestigd. In 1870 werd in Sittard de Vereniging tot bevordering van de tuin- en landbouw opgericht en in 1881 de Landbouwvereniging voor het canton. Deze laatste vereniging combineerde gezellig samenzijn in "casino's" met landbouwlessen en tentoonstellingen. In Sittard was het casino in de Bergerhof gevestigd. In 1881 werd een veemarkt in Sittard gesticht. De melkfabriek "St.-Rosa" (1911) kwam in de voormalige sigarenfabriek Amoldts aan de Rijksweg. Tijdens de oorlogsjaren was er nog een groentedrogerij en tot 1919 een conserveringsbedrijf. In 1921, 1922 en 1924 werden pluimvee-tentoonstellingen gehouden. Nijverheid: In de tijd voor de Franse revolutie had Sittard verschillende gilden zoals dat van de kooplieden, de gewantmakers, de (messen)smeden, de schoenmakers, de looiers, de (peperkoek)bakkers, de brouwers en de vleeshouwers. In het begin van de 19de eeuw was daar weinig van over: enkele brouwerijen, spijkersmederijen, looierijen, hoedenfabrieken, schoenmakers, een enkele zilversmid en wat bakkers en vleeshouwers.

In 1869 werd een gasfabriek opgericht, in 1904 werd

de eerste steenfabriek gebouwd, in 1907 kwam er een slachthuis en in 1912 een ijsfabriek. Gas, waterleiding en elektriciteit kwamen in 1915 in één bedrijf.

In 1917 kreeg de "Lexhy" vergunning tot exploitatie van bruinkool op de Graetheide. Vanaf 1930 levert het S.B.B. Graetheide-Sittard kunstmest en thans ook vele andere chemicaliën. Oude fabrieken als de moutfabriek Amoldts en brouwerijen bleven doorwerken. Ook waren hier reeds vrij vroeg rijwielfabrieken (Limburgia) en timmer-, azijn- en sigarenfabrieken.

Handel: Sittard had niet alleen een belangrijke donderdagse markt, maar ook sedert de 16de eeuw stapelrechten van granen. Jaarmarkten waren: St.-Remigius (1 oktober) en St-Joseph (19 maart).

Bij gelegenheid van" 100 jaar Nederland onafhankelijkheid" werd in 1913 een grote industrie-, nijverheid- en landbouwtentoonstelling gehouden, die door H.M. de Koningin en Prins Hendrik bezocht werd.

In 1898 werd de Kamer van koophandel en fabrieken voor Sittard opgericht. Vanaf de tijd dat Sittard stad is (1243) fungeert het als centrum van kooplieden, ook voor de wijde omgeving. Uit een opgave uit 1924 blijkt dat duidelijk. Er waren toen in Sittard 70 zaken in koloniale waren, 70 slagers en bakkers, 20 handelaren in groente en fruit, 28 tabakszaken, 10 zaken in gedistilleerd; in totaal 200 zaken voor dagelijkse levensbehoeften, voor de eigen bevolking, maar ook voor de omgeving. Daarnaast konden periodiek terugkerende levensbehoeften worden gekocht bij 20 meubelwerkplaatsen annex winkels, 28 zaken in dames- en herenkleding, 18 schoenzaken, enzovoorts; in totaal 135 zaken die behalve de eigen bevolking ook de wijde omtrek tot op 10 à 15 km afstand verzorgden.

Sociaal centrum.

Was vóór de Franse tijd de sociale zorg meestal in handen van de kerken, in de Franse tijd werd het "bureau de bienfaissance" ingesteld. Sittard als cantonhoofdplaats had bovendien nog het "bureau central de bienfaissance du canton de Sittard" binnen de poorten. De paters Jezuïeten hadden in 1850 de vereniging St-Vincent de Paul gesticht, die tot 1859 bleef bestaan. De Zusters van Liefde begonnen bij hun komst met de zorg voor ouden van dagen en wezen. In 1873 werd de plaatselijke onderafdeling St.-Petrus' Stoel van Antiochië opgericht, die tot de St.- Vineentius a Paulo vereniging behoorde en die thans nog bestaat. In 1890 werd het parochieel armbestuur opgericht. In 1898 werd het eerste Limburgse drankbestrijderscongres in Sittard gehouden; dat was wel enigszins nodig, want in 1903 liepen in Sittard 38 vergunningen en 127 verloven, dat wil zeggen op elke 40 inwoners één café, alhoewel dat anderszins van een zekere levensvreugde kan getuigen. In 1906 was er weer een grote drankbestrijdingsdag in Sittard. Bekende figuren die in de drankbestrijding een rol speelden waren de Sittardenaren J. Claessen (schoolhoofd), pastoor Pascal Schmeits en pater Sarton. De Eerste Wereldoorlog bracht vele Belgische vluchtelingen in Sittard.

Medisch centrum.

Sittard als stad had steeds medici, chirurgijnen, apothekers, vroedmeesters en vroedvrouwen binnen de muren. Sommige van hen hadden een grote reputatie; naar een chirurgijn als Kribs kwam men van heinde en verre. Misschien is hier nog een melaatsen-inrichting

geweest, gezien de veldnaam "melatenkamp". Er was ook een pesthuis. De Zusters van Liefde begonnen bij hun komst uit Maastricht al spoedig met ziekenverpleging. In 1904 kwamen de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid in Sittard, in 1905 stichtten zij een klooster waarin ze spoedig begonnen met ziekenverpleging. In 1917 stichtten zij een hospitaal met operatiezaal en in 1919 kreeg men een vaste chirurg. In 1922 kwam er een röntgeninrichting. Het ziekenhuis werd in 1923 erkend door de Nederlandse bond voor ziekenhuisinrichtingen. Momenteel is het reeds uitgegroeid tot een eersteklas-ziekenhuis.

Beschermingscentrum.

Behalve de eigen politie had Sittard als hoofdplaats van het canton vanaf 1798 een brigade "gendarmerie nationale" , na 1804 "gendarmerie imperiale" genaamd. Na het verdwijnen van de Fransen in 1814 kwam de "Niederrheinische gendarmerie". De marechaussee was er vanaf 1815 tot heden, met een onderbreking tussen 1830 en 1839, toen er Belgische gendarmerie was. Het hoofdgerecht Sittard was in 1798 door een vredesgerecht vervangen, dat nu nog in het kantongerecht voortleeft. In 1892 werd de cantonale gevangenis verbouwd tot kazerne voor de marechaussee, die tot dan toe in het Kritzraedthuis waren ingekwartierd. Rond 1920 werd het kantongerechtsgebouw annex zetel van inspectie en ontvangkantoor van de rijksbelastingen aan de Rijksweg Zuid gebouwd.

Kerkelijk centrum.

De St.-Petruskerk van Sittard was moederkerk van de dochterkerken Broeksittard en Wehr. Munstergeleen

staat in de 17de eeuw als capella van Sittard vermeld. Tudderen hoort in de 18de eeuw onder Sittard.

De St.-Petruskerk was tussen 1299 en 1801 kapittelkerk met een deken en 12 kanunniken, die aanvankelijk voor het merendeel in de immuniteit van het kapittel "op het klooster" woonden. Sittard had in de 13de tot 16de eeuw reeds een begijnhof, er waren vestigingen van Jezuïeten tussen 1636 en 1646, en van de Ursulinen. In de 17 de eeuw kwamen Dominicanen en Dominicanessen. In de Franse tijd werden het kapittel en het Dominicanen- en Dominicanessenklooster opgeheven. De cantonpastoors en dekens hebben sindsdien voor het aantrekken van religieuse stichtingen en kloosters gezorgd, die ieder een stuk religieus, didactisch, sociaal of medisch werk voor hun rekening namen. In 1802 werd de St-Miehiel geopend als rectoraat. Op de Kolleberg werd in 1902 het beeld van Christus in het graf in het "Leveettehäöfke" geplaatst. In 1925 vinden bij gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de St-Rosakapel de Rosafeesten plaats.

De Ursulinen kwamen in 1843 uit Tildonck in België. In 1860 begint de bouw aan de "Oude Markt". In 1866 begint de devotie tot O.L. Vrouw van het H. Hart. Tussen 1 mei en 30 september 1893 vinden liefst 200 processies plaats. De nieuwbouw aan de wal dateert van 1873.

De Jezuïeten namen in 1850 het College over. Ze hadden een gymnasium en later ook een soort H.B.S. voor externen. In 1889 breidden de Jezuïeten het gebouwencomplex van de Dominicanen aan de Oude Markt uit.

De Nederlandse Jezuïeten werden in 1900 afgelost

door de Duitse, die tot 1920 bleven en toen naar Godesberg vertrokken.

De Zusters van Liefde vestigden zich in 1857 vanuit Maastricht in Sittard. Vanuit Sittard werd het klooster in Koningsbosch gebouwd. In 1886 werd de orde in Sittard "Dochters van het Kostbaar Bloed" genaamd. De voor de Kulturkampf gevluchte Franciscanen vestigden zich in 1876 in het uit 1752 daterende kasteel "Watersleij" en bleven tot 1882.

In 1895 kwamen Saksische Franciscanen; zij bleven tot 1968 in Watersleij. In 1897 legden zij de eerste steen voor het klooster, waardoor het oude kasteel helaas verbouwd werd.

De Priesters van het H. Hart verbleven tussen 1883 en 1890 op het kasteel Watersleij en bouwden het klooster Leijenbroek nabij de hoeve Damoiseaux.

De Missionarissen van het H. Hart vestigden zich in 1920 in Sittard en werden aanvankelijk belast met de zielzorg van de St.-Michielskerk

De Carmelitessen van het Goddelijk Hart kochten in 1898 de "Zeven bruggen" en hielden zich bezig met de zorg voor verwaarloosde kinderen, thans ook met bejaarden.

De Zusters de la Divine Providenee kwamen in 1904 naar Sittard en specialiseerden zich in de ziekenverpleging. Al deze orden hebben een stuk zielzorg in Sittard, omgeving of elders verricht.

In 1856 werd een protestantse school gesticht in de Gruizenstraat. in 1897 een nieuwe pastorie aan de Rijksweg, en een nieuwe school in 1911.

In 1901 hoorden in Sittard 80, in Amstenrade 12, in Schinveld 7 en in Nieuwstadt één Nederlands Hervormde tot de Sittardse gemeente.

In 1852 verhuisden de Joden van de synagoge in de Molenbeekstraat naar de Plak straat. Sittard was ringsynagoge voor de Israëlieten in Sittard, Beek, Grevenbicht, Obbicht, Urmond, Schinveld en Susteren. In 1893 was er onenigheid, waardoor velen apart kerkten in de Gruizenstraat; het is echter geen blijvend schisma geworden.

Onderwijscentrum.

In 1299 werd in de St-Petruskerk een kapittel gevestigd, waaraan een school verbonden was die tot 1801 officieel bleef bestaan. Door particulieren werd het middelbaar onderwijs nog voortgezet. In 1827 werden de laatste latijnse scholen gesloten. In 1831 opende A. Kallen weer een latijnse school, die tot 1840 bleef bestaan. Na hem begon Henssen met een Bisschoppelijk College, dat tot 1850 bleef bestaan. De Dominicanen hadden reeds in de 17de en l Sde eeuw hun Albertus Magnuscollege, dat grotendeels bedoeld was ter opleiding van vlaams sprekende geestelijken, die in het missiegebied boven de grote rivieren kondep worden ingezet. Ook aan het Dominicanessenklooster was een school voor meisjes verbonden. Zeer velen uit de omgeving volgden in Sittard middelbaar of lager onderwijs. Aan de school der Jezuïeten (1850-1900) was een gymnasium, later ook een soort H.RS., verbonden. Ook niet-internen konden hier middelbaar onderwijs volgen.

In 1895 werd de landbouw-winterschool geopend, die tot 1924 bleef bestaan. Een muziekschool had Sittard reeds in 1840; deze werd door de provincie gesubsidieerd. De Zusters van Liefde richtten voor hun pensionaires in 1906 een huishoudschool op. Nadat

reeds in de 19de eeuw tekenonderwijs was gegeven werd in 1907 de tekenschool opgericht, die in 1918 overging naar de ambachtschool. In het gebouw van de tekenschool werd van 1922 tot 1935 de school voor maatschappelijk werk gevestigd. De zusters Ursulinen begonnen in 1915 met mulo-onderwijs, de zusters van liefde (Dochters van het kostbaar bloed) in 1922. In 1918 begon de openbare Mulo in de Baandert, die in 1919 in een R.K. school werd omgezet.

In 1905 werd het Bisschoppelijk College begonnen met een gymnasium en een voorbereidende klas. In 1908 werd het college aan de Diek (= Parklaan) betrokken. In 1916 kwam er ook een middelbare handelschool en in 1923 een H.B.S.-b. Het Bisschoppelijk College was tot de tweede wereldoorlog de enige school waar men officieel middelbaar onderwijs voor jongens kon volgen.

Naast bovenstaande scholen met een streekfunctie waren in Sittard nog gevestigd: Duitse Jezuïeten van 1900 tot 1920 met een Duits gymnasium, Duitse Franciscanen vanaf 1895 in Watersleij met hun Duits gymnasium "Seraphicum" , de priesters van het H. Hart vanaf 1883 met een missieschool en de Franciscanen in het voormalige Dominicanenklooster met een Nederlands missiehuis vanaf 1923.

Cultuur-centrum.

Week- en dagbladen had Sittard reeds vanaf 1862, zoals Mercurius, de Katholieke Limburger, de Limburgsche Aankondiger en Het Zuiden. Sittard was een centrum van drukkerijen: Alberts, Vroemen-Bormans, Claessens, Tholen, om maar een paar te noemen.

In 1815/19 sloot de oudste harmonie "St.-Cecile" aan

bij de Traditie van de muzikanten van de oude schutterijen; vooral in de jaren zestig dirigeerde de uiterst bekwame musicus Nic. Reubsaet. Het toneelgezelschap Molière bestond reeds in het midden van de 19de eeuw. De elektro-biograph verscheen reeds in 1902 op de markt, spoedig gevolgd door de eerste bioscopen.

In 1905 werd "Geloof en Wetenschap" opgericht. Er was reeds vroeg een historische vereniging "Sittardia" . Een R.K. volksbibliotheek werd in 1906 opgericht. In 1917 werd de R.K. bibliotheek en leeszaal opgericht, die in 1922 een eigen gebouw kreeg in de Rosmolenstraat en van 1935 tot 1969 terecht kwam in de lokaliteiten boven bet postkantoor. Zeer lang heeft deze bibliotheek een streekfunctie gehad, vooral in de tijd dat nog geen bibliotheken in de aangrenzende dorpen waren.

Toen de carnaval bij een samenwerking van vroom en vroed in 1932 in zijn voortbestaan werd bedreigd hebben Sittardse verenigingen als de Aanhauwtesj en de Mander deze vermoedelijk voor Sittard en Limburg gered. Nadien zien wij elders weer, eerst langzaam, later in een ijltempo, in de provincie nieuwe carnavalsverenigingen ontstaan.

Sittard is in de loop der eeuwen steeds een centrum geweest. In de tijd tussen de 14de eeuwen 1815 vooral voor het gebied tussen Urmond en Munstergeleen in het zuiden en Susteren en de Maas in het noorden.

Na 1815 is Sittard ook alle centrumfuncties gaan vervullen voor het gebied ten zuiden van de oude Gulikse grens.

J. L. Offermans.

Gezicht op SITTARD.

UI'IG. N.H'TA, VELSEN. 25:3:

Gezicht op de stadskern vanaf de Kollenberg in 1906. Bij het geboomte op de voorgrond loopt de Leijnbroekerweg. Tot aan deze weg was alles akkerland dat links doorloopt tot aan de "beemden" bij het geboomte, een relict van het Elzenbroekbos. Rechts staat het graan in "kasse". Op de achtergrond ziet men links de St.-Petruskerk met daarvoor de Hervormde kerk en rechts verheft zich de toren van de basiliek. Uiterst rechts ziet men nogjuist het klooster van de Carmelitessen uit 1899.

11

Gezicht op Sittard

12

Gezicht omstreeks 1910 vanaf de Schutte straat in westelijke richting. Bij het geboomte links beginnen de "stadsbeemden" (het voormalige Elzenbroekbos), waarin links het witte slachthuis uit 1908 en rechts de gasfabriek te zien is. Men ziet de gashouder van 1 000 m3 uit 1906 en de houder van 500 m" uit 1898. Deze laatste werd in 1918 verkocht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek