Slochteren in oude ansichten

Slochteren in oude ansichten

Auteur
:   H. Buissink en T. Diekema
Gemeente
:   Slochteren
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3306-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Slochteren in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Ret grondgebied van de gemeente Slochteren omvat een streek die zich uitstrekt van de stad Groningen tot bijna Delfzijl. Ret bedekt een oppervlakte van 15.820 hectare, biedt aan 13.068 inwoners een woonplaats en telt, behalve de zeven Wolddorpen, een aantal kleinere kernen en gehuchten. De zeven hoofddorpen zijn gelegen op een diluviale zan drug, die door zijn hogere ligging kenmerkend is voor de Woldstreek. Ter weerszijden wordt deze zan drug geflankeerd door lager gelegen gebieden waarin eertijds, behalve de "weeren" (dat waren gronden bedekt met natuurgrassen die's winters geregeld onder water stonden), een groot aantal meren en plass en voorkwam.

De W oldstreek zelf is, naar mag worden aangenomen, al zeer vroeg woongebied geweest. Ook tijdens de hoogste watervloeden zijn de Wolddorpen veelal gespaard gebleven voor overstroming en zij vormden een toevluchtsoord voor mens en dier uit de lager gelegen omgeving. Door de eeuwen heen werd het land geteisterd door overstromingen en hieraan kwam pas een einde tegen het midden van de vorige eeuw, toen de zeekerende dijken langzamerhand zo hoog en hecht waren gebouwd dat ze in staat bleken het zeewater te keren. Zo kwam tijdens de watervloed van 1277 de zee wel zeer nabij. Ret water verzwolg grote delen van het Oldambt en drong zeer ver naar het westen door,

tot ongeveer Stootshorn. De Dollard was toen dus zeer nabij, doch die is in de loop van de volgende eeuwen snel opgeslibt met klei die zeer vruchtbaar bleek te zijn. Ret oostelijk deel van de Woldstreek is, zoals uit het bovenstaande mag worden geconcludeerd, lange tijd verstoken geweest van verbindingen in de richting van het zuiden, terwijl de toegang naar noordelijk gelegen gebieden werd belemmerd door de moerassige gesteldheid van het terrein.

De Woldstreek is altijd gesierd geweest met veel en hoog opgaand geboomte en hoewel in de loop der tijden veel is verdwenen, biedt de streek door haar groene stoffering nog steeds een aangename aanblik. Aan de noord- zowel als aan de zuidzijde van de zandrug had zich veen gevormd die tot turf werd gestoken en, te zamen met het aanwezige hout, als brandstof werd gebruikt. Op deze wijze werden de lage gebieden nog moeilijker toegankelijk en werd de plasvorming in de hand gewerkt. Bewoning en ontginning van deze streken werd pas mogelijk omstreeks 1800 toen, door het bouwen van windmolens, een zekere mate van drooglegging kon worden verkregen. Men bleef echter nog lange tijd wateroverlast ondervinden doordat het water via de Fivelboezem moest worden afgevoerd en deze boezem geleidelijk verzandde. Een belangrijke verbetering was het toen omstreeks 1870 het Eems-

kanaal werd gegraven. De verbindingen naar het noorden werden toen doorsneden en hiervoor in de plaats kreeg het gebied een nieuwe waterlozing via het afwateringskanaal en het Schildmeer en een eigen waterschap, "Duurswold".

Hoewel de W oldstreek dus waarschijnlijk reeds in zeer oude tijden bewoond is geweest - een fraaie vuurstenen handbijl, gevonden te Siddeburen, wijst onder andere hierop - bestaat er weinig geschreven geschiedenis en zijn er geen overblijfselen bekend. Tot de oudste gebouwen kunnen worden gerekend de kerken en torens (die behoren tot de oudste in Groningen), terwijl de zogenaamde ,juffertoren" te Schildwolde met de karakteristieke, tot de top gemetselde, bakstenen spits een fraai voorbeeld vormt van bouwkunst in deze contreien.

In oude tijden had ieder dorp zijn .Jieer" en het is niet zo verwonderlijk dat deze heren dikwijls in onderlinge twist en waren gewikkeld. Bovendien leverden geestelijke leiders, zoals abten van kloosters, hun aandeel in allerlei ruzies en oorlogjes. Dit alles gevoegd bij de omstandigheid dat de Woldstreek door zijn hoge ligging een aantrekkelijke mogelijkheid bood aan doortrekkende legers om snel naar het doel te marcheren, maakt het begrijpelijk dat het gebied van oudsher veel onrust heeft gekend en herhaaldelijk

werd geplunderd door legers of wat daarvoor doorging, Van de borgen, die de heren van het dorp tot woonstede dienden, is inmiddels weinig overgebleven. Het enige in deze omgeving bewaard gebleven exemplaar is de Fraeylemaborg te Slochteren, tot voor enkele jaren nog bewoond. Aile overige borgen zijn of verwoest of gesloopt, evenals de kloosters die hier ooit zijn geweest.

Het wereldlijk zowel als het geestelijk gezag werd uitgeoefend door de heer van het dorp en deze situatie duurde voort tot aan de tijd van de Franse bezetting. In 1798 werd wettelijk een eind gemaakt aan de heerlijke rechten van de heer van het dorp.

Het is vanaf de Franse tijd, 1795-1814, dat de gemeente Slochteren bestaat, zij het dat daarnaast de gemeenten Siddeburen en Harkstede in het leven waren geroepen. Het was een gemeente in drie delen met een algemeen bestuur vanuit Slochteren. De lei ding van dat bestuur werd in handen gesteld van de burchtheer van de Fraeylemaborg. De beide laatstgenoemde gemeenten werden, respectievelijk in 1826 en 1821, door koning Willem I weer bij Slochteren gevoegd. En zo is het gebleven tot de huidige dag, Een rij van landelijke dorpen, omzoomd door groen, temidden van een wijde orngeving.

v.. . H

1. Ten behoeve van de waterafvoer werd, omstreeks 1870, vanaf het Schildmeer het Afwateringskanaal Oost gegraven dat, via het Meedhuizermeer, naar Farmsum liep en daar, door middel van een sluis, in zee loosde. De foto is genomen vanaf de brug te Steendam in de richting van het meer. Aan de beschoeiing en de kaalheid van de orngeving is te zien dat deze werken nog betrekkelijk nieuw waren. De foto za1 rond 1900 zijn gemaakt.

199 Uite. T. T. van Hevveten. .

2. De eerste brug over het Afwateringskanaal te Steendam was van het vaste type en derhalve hoog met steile opritten. Het met twee paarden bespannen voertuig is waarschijnlijk de petroleumwagen. Achter de wagen is de watermolen zichtbaar. Kort na 1900 brand de deze molen af tijdens een mistige dag, nadat het daags tevoren had gestormd. Op de plaats van de molen treft men nu de werf van Gruis aan. De brug werd in het begin van de jaren dertig vervangen.

3. Aan het eind van de voorgaande eeuw verrees dit cafe naast de brug te Steendam aan het Afwateringskanaal. Behalve cafe waren er een winkel en een bakkerij in gehuisvest. De eigenaar, T.T. van Heuveln, staat aan de zijde van zijn vrouw, R. van Heuveln-Rijks. Voor de deur staat zoontje Barteld en geheel rechts ziet u dochter Henderika. De geiiniformeerde figuur op de voorgrond is veldwachter Brouwer. De foto dateert van omstreeks 1900.

ยท feentier.

;:)iddeburen

4. De buurtsehap Leentjer aan de Oudeweg in de riehting Wagenborgen. Links van de brug staat de boerderij van Groen en reehts, verborgen in het hout, de boerderij van Van Delden. Op de aehtergrond is reehts nog het wiekenstel van de molen van de Grote Oostwolderpolder te zien, destijds de molen van Sehepel genoemd. De opname werd omstreeks de eeuwwisseling gemaakt.

qroet uit Siddeburen

nlg~ve vall J. ~l. Srnit

S. Deze kaart was gestempeld in 1904. De afbeelding geeft de Hoofdweg in oostelijke richting weer. Geheel vooraan is de winkel van koopman Smit, dan bakkerij Kuipers en vervolgens lapkewinkel Boerema, later Schuit. De wagen op de achtergrond is de meelwagen van mulder Stel. De gelijkenis in stijl van deze winkelbehuizingen is opvallend.

C;roet uti Siddeburen

6. De Hoofdweg midden in het dorp Siddeburen, to en van een verharde weg nauwelijks kon worden gesproken. Links ziet u de dokterswoning waarin dokter Speckman huisde. Rechts, naast cafe J. Nieboer, de boerderij van E. Tuinema, vervolgens de woning van G. Brouwer en de stelmakerij van Luchtenberg, thans Zweep.

~--

Siddeburen

7. Nog een opname van de Hoofdweg in Siddeburen met v66r smederij Smid (nu Oosting), de kastanjeboom die toen nog het dorpsbeeld beheerste. De prachtige boom heeft het loodje moeten leggen bij de aanleg van het voetpad. Midden op de foto staat de met twee honden bespannen kar van "Juultje" Levie, bereden door diens zoon.

8. Bakker Amsinga is juist van plan uit te rijden in zijn prins Albert om zijn klan ten van brood te voorzien. Hij wordt daarbij uitgeleide gedaan door zijn vrouw, Aafke AmsingaBoerema, en schoonmoeder, de weduwe Boerema. Bij het paardje staat Harm Doornbos en Wieger de Muinck heeft moeite om boven zijn rijwiel uit te zien. De opname is van omstreeks 1913 en werd genomen v66r de bakkerij waarin nu bakker Neurink is gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek