Sluis in oude ansichten deel 3

Sluis in oude ansichten deel 3

Auteur
:   Emile Buysse
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4460-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sluis in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Aan miin lieve jongste zus, mevrouw Julia Blokhuis-Buysse

IN LEIDING

In deel 2 van "Sluis in oude ansichten" heb ik de ontstaanshistorie van Sluis en de tragedie van de snelle ondergang in het kort geschetst. Thans voeg ik er aan toe dat in de geschiedschrijving betreffende "Sluys in Vlaanderen" veel voorkomt dat onjuist is gebleken. Bekend is dat er maar een bepaald aantal ambachten mocht zijn, met een door Brugge voorgeschreven aantal ambachtslieden elk, maar vaak heb ik gelezen dat Sluis dan toch een welvarende bevolking had van, in de periode 1350-1450, weI vijfentwintighonderd zielen; men heeft zelfs vermeld: .aneer dan vijfendertighonderd". Ret is werkelijk niet waar. Merkwaardig dat de historieschrijvers vroeger graag overdreven.

Voor Brugge heeft niemand minder dan professor Warnkonig de bevolking in 1350 geschat op weI zeventigduizend. Anderen vermeldden zelfs: honderd vijfendertigduizend! Brugge heeft in zijn bloeitijd nooit meer dan circa dertigduizend inwoners gehad. Dat weet men thans, omdat bekend is geworden dat de Brugse stedelijke militie in tijd van oorlog zowat tweeendertighonderd soldaten (allen ambachtslied en) en ruiters telde. Men weet vooral ook dat in aile Vlaamse steden ongeveer op elke acht mensen er een tot de militie was verplicht. Inderdaad had Brugge rond 1350-1400 niet meer dan negenentwintighonderd ambachtsliedensoldaten plus een vaste groep ruiterij (ade! en rijke burgerij) van wellicht een vijfhonderd man. Aangezien het .Jeger" van Sluis, dat onder de Brugse banieren (! ) mee optrok naar de Gulden Sporenslag van 1302 (nabij Kortrijk), bestond uit nog

geen tweehonderd man, mag ik weI zeggen dat Sluis toen zowat vijftienhonderd inwoners had.

Een zelfde verkeerde opvatting had men, maar heeft men thans ook nog, over het aantal schepen dat via het lwin naar Sluis en verder kwam en niet minder over de grootte dier schepen "van overzee", tot uit de Oostzeelanden, Italie, Spanje, Frankrijk en Engeland toe. De handelsschepen waren in de veertiende en vijftiende eeuw niet groter dan honderd a honderd vijftig ton, in de zestiende eeuw tweehonderd tot hooguit driehonderd ton, met uitzondering van de Engelse schepen, na 1450, die tot vijfhonderd ton aan goederen konden bevatten. Er bestaat een juiste opgave van het aantal "zeeschepen" dat in 1483 in Sluis voor anker ging, omdat het lwin verder al onbevaarbaar was, namelijk niet meer dan dneenzeventig schepen ... per jaar, met een totale tonnage van drieentachtighonderd ton of gemiddeld honderd tot honderd tien ton per schip! (De "Vlaamse oorlogsvloot" op het Zwin bestond in 1340 uit enkele .Jcoggen" van vier tot zes ton elk! )

Reeds in de aanvang van de zestiende eeuw was Sluis zo arm geworden, door gebrek aan scheepvaart en ambachtelijke bedrijvigheid (terwijl de stadsuitgaven enorm bleven omdat Sluis zijn eigen verdedigingswerken "mocht" (moest) betalen), dat tal van jonge kerels hun "brood" gingen zoeken op de schepen die "ter kaapvaart" voeren, vanuit Blankenberge, Oostende en Duinkerke. Later, toen Sluis de zijde van de Prins van Oranje had gekozen, na 1568, kregen ook Sluisse

"kapers" van de prins de zogenaamde "kaperbrieven", al noemde men het bedrijf toen geen "zeeroverij", maar vrije nering. Zelfs in 1528 reeds, had admiraal (van Vlaanderen) Adolf van Bourgondie kaperbrieven uitgereikt aan Gerrit van Meeckeren, "overste capiteyn van die van Sluys", die rijke buit maakte, welke tot in Veere werd verkocht als het goederen uit geroofde Franse schepen betrof. Ik meen te mogen schatten dat Sluis in 1565-1575 zo'n honderd vijftig tot tweehonderd jonge en oudere mannen tel de, die leefden van zeeroverij, net als hun "spitsbroeders", die uit Sint-Anna ter Muiden, Damme, Lissewege, Heyst en andere "arme plaatsen" kwamen.

En later? Tijdens de belegering van Sluis door de troepen van prins Maurits van Nassau (me i-augustus 1604), hongerde de hevolking; zelfs de Spaanse bezetting had niet voldoende "mondkost" meer. Omdat Sluis (en het andere, eveneens door Maurits veroverde, gebied van "Vlaanderen") in 1604 "Staats-Vlaanderen" werd, rechtstreeks van Den Haag uit bestuurd als een soort "generaal-gouvernement" of wingewest, bleef de bittere armoede er, zelfs na de bedijkingen van het "omme den oorloghe" onder water gezette oude poldergebied. De komst van de hugenoten, Franse uitgeweken protestanten, van omstreeks 1686 tot na 1713 bracht wei langzamerhand de landbouw tot bloei, maar de ambachtslieden en vooral de "dagloners" leefden arm en zij vervielen tot een onvoorstelbaar pauperisme.

Dat in 1858 te Sluis de inhuldiging plaats kon vinden van het

tussen 1855-1856 en 1858 doorgetrokken kanaal van Brugge naar Sluis, dat in 1812 onafgewerkt bleef liggen tussen ongeveer de Stenen Beer en de huidige Belgische grens, was te danken aan de initiatieven van Sluis, van de provincie Zeeland en van het Rijk, maar niet minder aan de smeekschriften die aan de provinciale staten werden aangeboden door de straatarme "polderjongens en dijkwerkers" ("dyckedelvers"), die bijvoorbeeld waren ondertekend door vijftig it zestig werkloze mannen uit Sluis. (Geheel het werk van de doortrekking "tot in de kop van de Kaaie" kostte ... zevenendertigduizend vijfhonderd gulden.)

Een heel ander aspect van de jongste historie van Sluis en St.-Anna ter Muiden is de komst van de toeristen. Enkelen voor 1875, iets meer voor 1900, veel tot de oorlog van 1914 en na 1918 werd het een gestaag toenemende "toeristische bedrijvigheid" in het stadje dat vrijwe1 zonder industrie bleef (plannen voor een suikerfabriek, een melkfabriek en een grote vlasfabriek werden niet verwezenlijkt). Alleen een kleine vlasfabriek en de steenoven (met vooral Belgische arb eiders) brachten enige .Jeefte".

En een apart hoofdstuk van de Sluisse historie en die van St.-Anna ter Muiden (in 1880 gemeente Sluis geworden) was de vorming te St.-Anna van de zogenaamde "kunstenaarskolonie". De eerste kunstenaars kwamen al rond 1890. Het aantal schilders en schrijvers dat naar St.-Anna ter Muiden ging, steeg vanaf omstreeks 1895, toen velen die in Knokke tot de "artiestenkolonie" behoorden, hierheen kwamen,

omdat het hen aan de Belgische kust te druk werd! Het zou niet mogelijk zijn in kort bestek de hele vertelling te doen van de "kolonie van St-Anna" met al de namen. Trouwens, er zijn te St.-Anna ter Muiden veel meer kunstenaars geweest dan de groep van wie de namen bekend zijn!

Laat mij bijvoorbeeld noemen de Duitsers Paul Baum en Johann Georg Dreidorff (die jaren voor 1900 in een villa te Knokke woonde, die zijn eigendom was). Ook Baum had in Knokke gewerkt, evenals de Belg Jean Parmentier (zoon van Paul Parmentier, de zeeschilder) die jaren op St.-Anna kwam en die daar goed bevriend was met de zoon van de schilder Isidoor Verheyden (Brusselaar van geboorte), die men algemeen "fiston Verheyden" (= zoontje) noemde. De Duitser Otto Sohn Rethel was ook jarenlang te St.-Anna. De Franse literator Andre Gide kwam er regelmatig, zoals ook de Vlaming Stijn Streuvels met zijn vriend, de schilder Emm. Vierin uit Kortrijk. Graag nog een paar namen: Gustave Kahn, Valerius de Saedeleer, de Duitse schrijver Joseph Lauff, die een roman over St.-Anna ter Muiden schreef in 1908 ("Sankt Anne" genaamd) en voorts de schrijver van "Stille Steden" (Sluis, Damme en St.-Anna ter Muiden) mr. Frans Erens, die kantonrechter was in Oostburg, maar die tussen 1897 en 1900-1901 op de Kaai te Sluis woonde. Zelfs de Spaanse schilder Dario de Regoyos (vriend van de dichter Emile Verhaeren) is vaak te St.-Anna geweest, evenals de tekenaar-schilder Henri Cas siers (al voor 1888), Jan Toorop, de dichter P. Boutens, ook de Belgische historicus van inter-

nationale faam Henri Pirenne, de schrijver Camille Lemonnier en, veel Iater (1932-1934), de Nederlandse dichter Willem de Merode, Na 1920 woonde er nog de Vlaming Alb. van Dyck, maar dat was vele jaren na de (Brusselse) schilder Willy Schlobach, de Duitser Lovis Corinth, de Italiaan Petrucci en vele anderen.

De bladzijden van het historieboek van Sluis en Sint-Anna ter Muiden vormen de poezie tussen zoveel hoofdstukken "hard proza", dat eigenlijk vooral is samengesteld uit relazen over oorlogen, plundertochten, zeeroverij, armoede en ondergang, grotendeels veroorzaakt door de verzanding en verslibbing van het Zwin, die reeds voor 1350 waren begonnen, waarna Sluis pas zijn schepenhuis met belfort bouwde. Het belfort, omstreeks 1395, als "teken van de macht der vrije burgers en de welvaart", die slechts voor zo weinigen heeft gegolden in het verleden!

Dank ben ik verschuldigd aan allen die mij hebben geholpen bij de samenstelling van "Sluis in oude ansichten" deel 3: de heer en mevrouw A. van den Ameele-van de Putte, St.-Anna ter Muiden; oud-notaris H. Bakker, Ede (Gld.); Rene Dusarduyn, Sluis; C. du Fosse, Sluis; Arthur Gevaert, Knokke; Frans Gevaert, Sluis en Willem J. Visser, Sluis.

1. "SIuis in oude ansichten" dee1 3 is er toch, net als indertijd deel 2, gekomen, opdat wij zouden weten hoe het vroeger was in ons geliefde Sluis, Met andere woorden: hoe I~l:lt het was ... "SIuisse tijd", in het verre en vooral in het nabije verieden. In werkelijkheid hebben aIle Sluizenaars van kort na het begin van deze eeuw totdat de ooriog Sluis' belfort vernielde (1944) op deze wijzerplaat, Marktkant, de tijd afgelezen. Zij kwam er kort na de voltooiing van de restauratie van het raadhuis-belfort: 1894 tot 1904, onder Ieiding van architect l.A. Frederiks. Tot 1921 hingen er onder de wijzer, naast Jantje van Sluis, drie zeer oude klokjes. In april 1921 kwam er een vierde bij, "Stad Sluis" genaamd, gegoten door de firma Eysbouts te Asten (N.B.).

Gitg. J. B3tselaar. 510;s. Me. lG133

Ru"ine van SLUYS door de Fmnsehcn gebornbardeerrl. in 1794.

,.

2. En hoe laat het was in 1794, na het bombardement door de Fransen, die zelfs een soort "brandbommen" in de stad schoten, werd tot op heden zichtbaar gehouden door een der "historische ansichten", die tussen 1904 en 1908 werden uitgegeven door J. Batselaar (Meerminnestraat). Het tafereel toont wei dat tussen de verwoeste huizen de grote monumenten vrij ongeschonden bleven staan, zoals links de in 1811 toch afgebrande Sint-Janskerk en geheel rechts het stadhuis en belfort, waarop de Franse "tricolore" wappert!

3. Meteen na het tafereel van de verwoesting in 1794 een scherp contrast! Een uniek beeld van de Kaai in de dik gevallen sneeuw, kort na 1930. Dat "sneeuwen Sluis" was het gezellige en leutige Sluis in alle winters, als de grote festijnen aan het einde van het jaar werden gevierd met peperbollen, speculaas uit zeer oude gebakvormen, boter- en spritsletters, "suikerbrood" (dat is verdwenen), niet te verge ten "deegvinters" en de kerstkrans, eind december. Allemaal gebakken door Piet de Hullu (voordien Jan de HulIu), Van de Velde, Almekinders, Wemaer, Verschoore, Van Vooren (later Rene Thomaes), Jan Leysennaar, Ohms en anderen.

4. Toen in het begin van de jaren twintig de firma F.B. den Boer uit Middelburg in Sluis een filiaal opende, een winkel in souvenirs, prentkaarten, aardewerk enzovoort, werd die "souvenir-shop", hoek KaaiHoogstraat, met het grote wapen "hofleverancier" boven de voordeur, gehouden door de heer en mevrouw Descatoir. De heer Descatoir was leraar lichamelijke opvoeding aan het Franse pensionaat "St. Joseph". De firma Den Boer gaf niet aileen ansichten, zwart-wit of licht gekleurd, uit, maar ook pren tkaarten naar etsen van beroemde kunstenaars. Wat zeer in de smaak viel was dit kaartje naar een ets van Eugene Lucker, het overbekende belfort van Sluis voorstellend met een stukje van de Zuiddijkstraat en (op de voorgrond) de Meerminnestraat.

5. Na het prachtige "prentkaartje" dat de firma Den Boer te Middelburg uitgaf, naar een ets van Lucker (circa 1922), kwam er een jaar of tien later iemand op de goede gedachte een door hemzelf gemaakte fraaie tekening te laten clicheren voor een ansicht. Dit is het stadhuis met belfort en wat gevels, achterkant Markt westzijde, getekend door J.F. Smoorenburg, die in 1917 uit Amsterdam naar Sluis was gekomen om er een slachthuis te beginnen, even buiten de vestingwal aan de Zuidpoort. Smoorenburg was vele jaren lid van de gemeenteraad van Sluis, eerst voor de S.D.A.P., later voor de P.v.d.A. Hij overleed enkele jaren geleden op hoge leeftijd.

6. Een zomers tafereel tussen 1895 en 1900. Sluisse kinderen gaan met de boot naar Brugge; wat een feest! Het douanekantoor, waarin later de slagerij van Bram Vermeulen kwam (na de Tweede Wereldoorlog), was er nog lang niet. Zoveel te ouder en bekender was er toen al lang het herbergje van de familie Baas, "Au Petit Cafe". Het was zo "petit" dat de w.c. (zegt u maar gerust het pleetje) buiten was. En in het herbergje zelf konden maar een paar kinderen een slaapplaats vinden. De anderen sliepen elke nacht bij grootmoeder. "Au Petit Cafe" (boven de deur stond nog "estaminet") was in die verre tijd een van de tweeenveertig gelegenheden waarin het bier van drie Sluisse brouwerijen aan de man (en de vrouw) werd gebracht.

.?

7. Uiterst zeldzaam is deze afbeelding van een stuk van de Kaai, tot tegenover het Pas. Maar het bijzondere is het stoombootje, met aan dek de heer Leysennaar, die het bootje in 1880 in de vaart bracht, in plaats van de houten trekschuit of "barge", al schijnt die enkele jaren na 1880 toch weer in dienst te zijn genomen. Die barge was tot 1860 eigendom van Lurquin uit Brugge, waarna Leysennaar de dienst Sluis-Brugge overnam. Wellicht is het stoombootje hierboven de "Jeanette", waarover mijn vriend, bakker Jan Leysennaar, mij vertelde. Hij maakte het vertrek naar Brugge voor de eerste reis mee. De schoolkinderen op de Kaai zongen: "Trotsche Jeannette, strijkt uwe vlag".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek