Sluis in oude ansichten deel 4

Sluis in oude ansichten deel 4

Auteur
:   Emile Buysse
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4461-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sluis in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Aan de nagedachtenis van miin dierbare ouders. Uit dankbaarheid opgedragen aan: Emile Alphonse Buysse (Sluis 1880-Den Haag 1941) en Janneke Suzanna Fremouw (Groede 1878-Den Haag 1936).

INLEIDING

Het zal u wel net zo gaan als mij! Heb ik oude foto's en prentkaarten van Sluis bekeken, van ver voor 1940, zelfs van voor 1900, dan neem ik op herst- en winteravonden boeken en andere geschriften over ons oude Sluis weer ter hand, meestal uit en over de tijd dat ik het nog niet kende. Maar uit de tijd zoals bijvoorbeeld mijn goede meester Jan H. Gevaert en mijn vader het mij zoveel mogelijk hebben leren kennen en dat is veel geweest en goed!

Ik verwonder mij, nu zoals toen, over de vele straten die Sluis rond 1450 had. Ze staan aIle op de kaart van L. Noest Azn., architect te Sluis in 1871, die hoort bij het unieke historieboek over Sluis: "Een blik op de vorming der Stad Sluis en op den aanleg harer vestingwerken", door Johan Hendrik van Dale. Een boek dat hij na vele maanden van archiefstudie samenstelde, om burgemeester en wethouders te bewijzen, welke rechten Sluis oorspronkelijk kon laten gelden op de binnenwallen der stad, de zogenaamde Gouverneurshof, de Koeleweie, de Commandeursweide en het Auditeursweidje, welke door de Staat der Nederlanden als domeingrond werden beschouwd. De grote tijd van handel en verkeer was rond 1450 voor de Zwinstad Sluis al voorbij, maar haar thans grotendeels niet meer bestaande prachtige gebouwen, woonhuizen, kerken en kloosters, stadspoorten enzovoort waren er toen nog weI, ook de straten en straatjes. Ik ben, aan de hand van die plattegrond van L. Noest, vaak gaan zoeken waar zij gelegen konden hebben: Kamperstraat, Mosselstraat, Merceniersstraat, Krepelstraat, Speelstraat, Spanjaardhoek, Pannekoekstraat, Mortierstraat, Pauwstraat en ... Ribaudstraat of het "straatje van de rabauwen".

Veel heb ik niet gevonden. Waar de voornaamste kloosters en kapellen stonden natuurlijk wel en onder meer de legende van het "Geldeloze padje" (waar de goudsmeden woonden, zei vader), ook de legende over de zes gouden en zes zilveren beelden der twaalf apostelen, die "begraven" zouden liggen op het voormalige Sint-J anskerkhof. (Een dergelijke "overlevering" bestaat ook in Damme, in Hoeke en nog in andere plaatsen.)

Wat ik vaak heb gevonden in onze .Jiof", achter ons huis aan de Hoogstraat, dat waren oude tot zeer oude geldstukjes, meestal van brons of koper, enkele toch van zilver! Doch Sluis heeft nooit een eigen munt-atelier gehad. Sint Anna ter Muiden ook niet, al zegt "een lieve leugen" dat St.-Annetje wel een eigen munt had: een geldstukje daar in of rand 1309 geslagen. Zo'n stukje berust zelfs in het munt- en penningkabinet te Den Haag, maar het is een vervalsing van zo'n

honderd vijfentwintig jaar geleden, schat ik. En toch heeft Sluis een zilveren munt gekend, die althans de stad tot onderwerp had. Ik meen dat het Jan Nieskens, of wei "de kloefkapper" Quaetaart was, die op de molenberg van "De Brak" dat grote zilverstuk uit 1604 Yond, geslagen ter ere van de verovering van Sluis in dat jaar door prins Maurits van Nassau. Wat nog belangrijker is: er zijn in Sluis in elk geval noodmunten geslagen! Het Koninklijk Penningkabinet in Den Haag bezit er twee van, op last van Philips van Kleef in 1492 geslagen. Het zijn de enige die in Nederland worden bewaard! Voor het geval men het niet meer weet: met de nederlaag van Philips van Kleef te Sluis, in dat jaar, eindigden ook de Hoekse en Kabeljauwse twisten! De twee in Den Haag bewaarde munten ziin een dubbele stuiver van vier groten, met op de voorzijde het wapen van Philips de Schone en eromheen de naam Sluis (op de achterkant is het Groot Kasteel van Sluis afgebeeld en een wakende leeuw, plus randschrift) en een enkele stuiver van drie groten (een zogenaamde Vlaamse plak), met dezelfde voorstellingen als de dubbele stuiver, maar zonder leeuw.

Philips van Kleef heeft te Sluis nog andere noodmunten laten slaan, zelfs gouden en zilveren stukken, die ons onbekend zijn, maar die werden vermeld in het zeldzame boek "Catalogue descriptif des monnaies obsidionales et de necessite ", door Prosper Maillet (Brussel, 1870).

Voor negentig pro cent van de Sluizenaars is geld echter altijd een uiterst schaars artikel geweest. Ik heb in dee13 van "Sluis in oude ansichten" al vermeld dat er in heel het jaar 1483, toen de zeeschepen (van hoogstens 100 tot 120 ton) al heel lang niet meer door konden varen naar Damme, slechts drieenzeventig schepen voor anker gingen om in Sluis te worden gelost; dat was maar zes per maand. Wat de "mannen van onze havenkant" toen verdienden is niet bekend, misschien drie of vier stuivers daags.

Wijlen mijn vriend prof. Hans Van Werveke van de Gentse universiteit zond mij (in 1948) een aantekening waaruit blijkt dat er, aan het eind van de vijftiende eeuw, van de bijna 1500 inwoners van Sluis meer dan 500 waren die "door den disch" moesten worden gesteund. Dat wil zeggen, de kerken gaven aan die armsten na de mis een loden of een leren "penning", die bui ten, voor de kerk, ingeruild kon worden tegen een brood. Zo bleef het ook min of meer. De diaconie van de Hervormde Kerk heeft, vrijwel vanaf het bestaaan der Hervormde Gemeente Sluis (1578), altijd

moeten "steunen"; niet met guldens, maar met stuivers en centjes. In de Franse tijd, zeker na de ravage door bombardementen (met onder andere brandbommen) en beschietingen door de Franse troepen van generaal Moreau in 1794, waarna .Jiet puin" als "stad" werd ingenomen (om onder de Franse heerschappij niet meer te worden herbouwd zoa1s het voordien was, ook later niet), heersten er in onze k1eine stad armoetoestanden, die niemand zich voor kan stellen. Over de verdiensten der mensen is zeer weinig bekend. WeI weet ik dat de tientallen en honderden Sluizenaars in de winter die op augustus 1794 vo1gde, hun weinige brandstof gingen roven uit in e1kaar gevallen, half verbrande huizen, voorzover de Franse garnizoenso1daten hen niet v66r waren geweest,

Trouwens, ik heb het in Sluis nog rond 1919-1924 geweten, dat de armsten hout gingen "rapen" na de najaarsstormen, Dat was dan "wintervoorraad", evengoed a1s "geraapte tarwearen, aardappeltjes en boontjes, die op de geoogste veld en in de zomer waren blijven liggen", die voor ve1en de voedse1voorraad hielpen aanvullen. Ik heb vrouwen gekend, ongeveer in 1920, die "jacht maakten" op kraaien, die op gemeentebevel uit de bomen op het walletie, kant Hoogstraat, geschoten werden ("kraaienp1aag"), zodat zij toch iets "in de pot had den" bij aardappelen met uiensaus. Een groot ge1uk dat in het Land van Cadzand, al in 1693 en hoe langer hoe meer, de aardappe1 als een goed en goedkoop volksvoedsel bekend was. Brood bleef natuur1ijk de belangrijkste dagelijkse kost. Mijn vriend Willem J. Visser dee1de mij onlangs nog mee dat er rond 1850 en ook nog nadien weI achttien bakkers in Sluis waren. Maar voor zeer ve1en was een gewoon brood dan nog vaak zo'n luxe (de meeste gezinnen hadden vijf tot tien of meer kinderen! ), dat .Jiet dagelijks brood" op de pof werd gehaa1d. Er werd per week of per veertien dagen "afbetaald", als men werk had. Dikwijls bleef "op de nieuwe lopende rekening" toch nog veel van de vorige schuld staan!

Juist uit die periode, 1845-1855, heb ik de "boekhouding" van een winkelier uit Sluis, die van alles verkocht (en "pofte"), van kerkboekjes tot droogvis en klompen toe. Aan de inwoners, die to en misschien (werkend) tien tot vijftien stuivers daags verdienden, leverde hij onder andere het vo1gende (dat niet mete en werd betaald): een brood voor twaalf tot vijftien cent, een onsje "koffij": zeven-en-een-halve cent, een ons boter: acht cent, een half pond reuze1: vijftien a

twintig cent, een pintje bakolie: acht a negen cent, een half pond kaas: twintig cent, een grote droogvis: acht cent, drie kilo aardappelen: zes cent, een halve kilo "roetene kaarsen": veertig cent en een paar klompen: twaalf tot achttien cent. Een heel enkele maal werd een pond karbonaden vermeld: veertig cent. Ik vraag mij af, wie dat to en zal hebben kunnen "betalen".

Diegenen van de gewone bevolking die er het best aan toe waren, aten betaald brood, met kaantjes of "met stroopvet" en's avonds een gerookte, droge haring, in zeven of acht partjes gesneden voor evenveel "eters". Tabak voor de pijp bleef lange tijd nog wel een luxe. Wie iets van dat "genotmiddel" kon betalen, gebruikte het in de vorm van "siektabak" (pruimtabak). Nog in 1925 heb ik oude mensen gekend, die heel hun leven hard had den gewerkt, die twee- of driemaal per week "z6maar" de kostelijke versnapering kochten van een half of een heel ons "olieneutjes" (pinda's), welke "bure Eekhout", Hoogstraat, voor het eerst in haar winkel heeft gehad: zes cent per ons. Later verkocht Louise (de) Brock ze (zelf gebrand) voor vijf cent per ons.

Ten slotte: toen mijn vader rond 1890 een kleine jongen was, kocht hij van zijn "zondagscent" voor een half centje bruine suiker en voor een half centje komijnekaas, bij Treze Vrielynck in de Hoogstraat. Die combinatie moet heerlijk zijn geweest. Nog in 1922-1923 kocht ik bij de moeder van Louis de Brock (Brugstraat) een enorm grote "sukerdos" voor een cent. Daar deed je een hele zondagnamiddag mee ... !

Gaarne dank ik rnijn Sluisse vrienden, die mij hebben geholpen met kaarten, foto's en/of inlichtingen, narnelijk de heer en mevrouw A. van den Ameele-van de Putte, Sint Anna ter Muiden; de heer Theo Aernoudts, St. Martens Latem (Belgic): oud-notaris H. Bakker, Ede (Gld.); de heer en mevrouw A. Bukkens-van de Vijver, Sluis; mevrouw D.S.J. Buysse, Leiden; de heer en mevrouw Arthur Gevaert-Lagasse, Knokke (Belgic); mejuffrouw Therese van Hootegem, Sluis; de heer en mevrouw Piet Quaetaart-Nieskens, Sluis; de heer en mevrouw Gustaaf van de Vijver-de Grave, Sluis; mevrouw A. Wilking-Aernoudts, Breda en in het bijzonder mijn zeer goede vrienden de heer en mevrouw Willem J. Visser-de Voldere te Sluis.

1. Evenals ik deed in mijn beide voorgaande deeltjes van "Sluis in oude ansichten", moet ook deel 4 beginnen met een .Jristorisch tafereel". Het is wel een oude prentkaart die in de reeks "Classic" van de uitgeverij Van Melle te Gent (1912) werd gedrukt: "De Zeeslag bij Sluis", op St.-J ansavond 1340 voorstellend. In en voor de Zwinmond werd tussen de verenigde Engelse en Vlaamse vloot en de Franse zeemacht gestreden; vier- a vijfduizend mensen vonden de dood.

Een beschrijving van de zeeslag werd in Froissarts kroniek gegeven, met een heel andere "illustratie". Die toont dat "de oorlogsschepen" in die tijd vaak niet groter waren dan tussen de 40 en 60 ton.

In de "Nederlandsche Geschiedzangen", tot stand gekomen tussen 863 en 1609 en verzameld door dr. J. van Vloten (Amsterdam, 1864), komt het volgende rijmpje voor over de zeeslag in het Zwin: Als men MCCC schreef ende XL etten (1340 dus), Doe bleef menich man doot int Swin, op Sinte-Jansavont, meer noch min.

ZEESLAC BI) SLUtS, 1340 BAT AI LLE DE L'ECLUSE

2. H. Batse1aar (vaak verme1d met de naam van zijn vrouw, Batselaar-de Witte) was de man die niet alleen mooie ansichten van het toenmalige Sluis, tussen 1900 en 1907, uitgaf, maar die bijzonder vee1 succes had met zijn "briefkaarten", die naar zeer oude prentkaarten waren gemaakt. In de vorige deeltjes van Sluis gebruikte ik a1 prentkaarten met het Groot Kastee1, met Sluis na het bombardement der Fransen in 1794 enzovoort en ditmaa1 komt dat Groot Kastee1 "te Sluys in V1aanderen" nog eens aan de beurt, maar dan a1s een vo1s1agen ruine, dat het machtige bo1werk aan het oude Zwin (einde veertiende eeuw) in 1810 was geworden, met een paar Franse soldaten op "de binnenkoer" tussen kapotte muren.

Enke1e jaren na de Franse tijd, in 1820, besloot de stad Sluis die ruine (en andere) gehee1 te slopen. Een aarden wa1 met grazende koeien, even voorbij het kerkhof, bedekt de vol steenpuin gestorte kastee1ke1ders.

Uitg. 1. 3alselaar. Siuis . No. 18730

Rui:ne van hat Kasteel te SL UYS in Ylaanderen van bin en te zien in 't jaar 1'10.

3. In de vorige boekjes "Sluis in oude ansichten" staan prentkaarten van de Markt uit de jaren 1914 en zelfs van voor 1900, toen D. de Smit er zijn ouderwets aandoende herberg-afspanning "Den Eenhoorn" had en juffrouw Petillon naast het cafe, links, haar winkel had (later Louis de Brock). Rechts naast "Den Eenhoorn" had Van de Velde zijn bakkerij. Maar naast juffrouw "Petelon" en barbier Verschoore, naar het stadhuis toe, was toen al heellang een andere bakkerij, die van J.P. Bal. Die prentkaart geef ik in dit deeltje van Sluis niet meer, wel een die kort na 1900 door Van Overbeeke (Terneuzen) werd uitgegeven, gemaakt naar een gravure uit 1739, die voorkomt in een boekje over "Staatsch-Vlaanderen" (het huidige Zeeuwsch-Vlaanderen).

Ik heb een paar aantekeningen uit de eerste helft van de achttiende eeuw, die zeggen dat er ook toen al een bakker werkte "tegenover het Schepenhuys" (waar dus rond 1900 J.P. Bal woonde, nadien Jan de Hullu enzovoort). Die aantekening bestaat, omdat rond 1740 juist die bakker van de Markt, die "Voogt" heette, brood leverde aan het Sluisse garnizoen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek