Sluis in oude ansichten deel 4

Sluis in oude ansichten deel 4

Auteur
:   Emile Buysse
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4461-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Sluis in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

39. Er staan in dit boekje meer prentkaarten die door R. Batselaar voor de Eerste Wereldoorlog zijn uitgegeven. Deze is uit 1907. Onder de naam Batse1aar op de zijgeve1, reehts, die intussen door Sluizenaars van dezelfde familie al vele jaren als "Batselaere" wordt gesehreven, prijkt in het Frans het ondersehrift: "Bazar de l'Ecluse."

Ret mooiste van dit prentje van de Meerminnestraat van meer dan zeventig jaar geleden, is het ondersehrift reehts, dat "Meerminerstraat" vermeldt. Alsof er niemand ter wereld toen wist dat dit straatje, eenmaal een deel van de Zuiddijk tot aan de Kaai, zijn naam dankt aan de zeventiende-eeuwse herberg "De Meerminne". Of was de waarschijnlijk Belgisehe drukker een grappenmaker, die met dat woord "Meerminer" de mensen wilde doen verstaan dat men in die S1uisse bazar meer waar kreeg vo or minder geld?

itg. H. 6atselaar, Sluis. No. 5907

)Ieerminer

5i{17 #,ut ,,/6a

40. Dit "document" (voor elke Sluizenaar een verrassing van grote waarde) dateert van 1915, in de Eerste Were1doorlog, toen de heer Boogaerd (tot voorjaar 1917) burgemeester van Sluis was. Er lagen tientallen Belgische binnenschepen in de Kaai en in de vaart naar Brugge, tot tegen de Stenen Beer toe. De schippers en hun vrouwen gebruikten zelfs het Kaaiwater weleens om er soep mee te maken! De burgemeester, bezorgd voor het uitbreken van besmettelijke ziekten, liet ettelijke vaten petroleum "in de Kaoie" gieten, doch hij zorgde meteen ook voor goed drinkwater, door het laten slaan van diepe welputten, onder andere een op de Garenmarkt. Men meende dat vijf meter graven voldoende zou zijn, maar het moesten er vijfendertig worden, voordat men op het goede water kwam. Heel de Garenmarkt was een berg uitgegraven aarde en stenen, tot schrik en ontsteltenis van de bewoners.

Op de Garenmarkt, achter de boorinstallaties, hoek Smedenstraat, staat het cafe waar de vader van schipper Henri Delme woonde. (Henri voer ontelbare malen met zijn "Eenigen Zoon" naar Brugge en die "eenigen zoon" was "Sterke Sjarel".) Onder de belangstellenden bij het "putwerk" is de kleine jongen helemaal links, Arthur Gevaert. Naast hem Jannes (Beer) Maas, en vijfde van links is Flip Wage, een der hartstochtelijke vissers en hij leurde ook met (zee )vis.

41. Graag had ik niet aIleen deze foto gegeven van een stukje Hoogstraat (met de erepoort ter gelegenheid van de tentoonstelling van ooft- en tuinbouw, begin september 1919), maar ook met heel het huis waar ik toen woonde, Hoogstraat 61, en emaast de woningen van "bure" Maas, de familie Th. Aemoudts enzovoort. Men ziet aIleen een stukje van .Jiet huis mijner jeugd" (1911-1925), waarin nadien Daniel van Daele kwam wonen. WeI kunt ge links, op het balkon, nog net het hoofd van mijn vader zien. Jammer, dat het niet mogelijk bleek te zijn alle mensen onder de erepoort te identificeren. Bijvoorbeeld de man in het midden van de bovenste rij, met bolhoed. Was dat niet Gustaaf Cauwels of Gustaaf Buyck? Geheel links, blootshoofds, staat .Jnire Beun" (van het huis aan de overkant). Op de middelste rij (met witte bloes) Celina Lacroix (St.-Laureins, Belgie), die bij ons woonde en die nadien trouwde met Achiel de Martelaere "van de belastingen". Naast Celina, het kleine meisje in 't wit, is Bertha de Grave met mijn zuster Dientje naast haar, de meisjes Cortvriendt (? ) aan weerszijden en rechts boven hen .Jmre" De Grave, Bertha's moeder. Onder hen Eugenie Buyck en naast haar Iz. Verhage en Clement Sanders. Naast mevrouw De Grave-Vermue onder anderen vrouw Hermans, de baker.

42. Het mocht er, najaar 1978, we1eens van komen en eigen1ijk moest het nu, omdat ik "Sluis in oude ansichten" dee1 4 heb opgedragen aan de nagedachtenis van mijn ouders.

Zomer 1926 werd de foto (links) van ons gezin gemaakt. Het deftig poseren was to en nog een absolute verp1ichting. Links: moeder Janneke Fremouw en rechts vader Emile Buysse. Tussen hen mijn jongste zus Julia (1920), achter haar zuster Dina Buysse (1909) en ... nu ja, ik kon mijze1f toch niet uit de opname wegknippen, niet?

Het is waar, zo'n boekje over oud Sluis mag geen familiea1bum worden. Doch een zeer merkwaardige foto, rechts, in 1860 in Brugge gemaakt, mag niet ontbreken, namelijk die van mijn overgrootmoeder Coleta Sophia Allaert, in 1813 te Westkapelle (Belgic) geboren. Zij woonde met overgrootvader J oannes Baptiste Buysse (geboren in Heille, 1803) ve1e jaren op een boerderij te St.-Anna ter Muiden en vanaf 1863 te Sluis, in de Smedenstraat. De Allaerts waren a1s werkmensen afkomstig uit Nieuwmunster. Overgrootmoeder over1eed reeds in 1867 in Sluis; overgrootvader Buysse pas in 1894.

Coleta Sophia draagt de oud-V1aamse muts, van nete1doek en kant, over het zi1veren oorijzer, dat op het voorhoofd in een brede punt eindigde. Men zei mij eens: "Ze zetten dat ding niet af om te gaan slapen" en daarom noemde men het zilveren bruidssieraad "de luzepoke"!

43. Boven: in 1973 over1eed in zijn prachtige woning te Oostkerke (Belgie), aan het kanaa1 Brugge-S1uis, de laatste schilder van de artiestenko1onie van St.-Anna ter Muiden (die daar bestond tussen omstreeks 1895 en 1913-1914), Jean Parmentier, een zoon van de in Knokke werkende marinist Paul Parmentier.

Toen ik in 1970 een onderhoud had met Jean Parmentier, no em de hij mij de namen van enkele jonge kunstenaars die ook te St.-Anne hadden gewerkt, onder anderen Pierre Verheyden, de zoon van Isidoor Verheyden, welke jarenlang in Knokke werkte, maar ook de mij totaal onbekende schilder Pol (Leopold) Coornevelt, uit Antwerpen afkomstig. Zowe1 Jean Parmentier als deze Coornevelt (die ook in Sluis schi1derde), namen vrijwillig dienst in het Belgische 1eger in juliaugustus 1914.

Links ziet men de 1aatste opname van Jean Parmentier, toen tweeentachtig jaar oud, rechts Pol Coornevelt, in 1914 als infanterist (of karabinier) in de buurt van het IJzerfront. Rust 1angs de wegkant, met dikke sneden van een groot boerenbrood, bij de grote koffiekan, achter hem. Pol Croonevelt sneuvelde in juli 1918.

Onder: herinnering uit de mobilisatiejaren 1914-1918: barakken op de Markt en op de Beestemarkt, inkwartiering, veldkeukens, bijvoorbeeld ook bij de openbare 1agere school, Hoogstraat, to en de lokalen waren gevorderd voor nog meer soldaten, zoals in 1917-1918. Men vreesde toen voor een Duitse inva1 in ons land of een Engelse landing in de ScheId emond, op Walcheren of in Zeeuwsch- Vlaanderen. Voor dat geval hielden de Duitsers een apart leger van enkele divisies gereed, "Gruppe K" genoemd, met een aparte afde1ing van het "Marinekorps Flandern" voor een "Hand streich" , verrassingsaanval op Cadzand.

In Sluis was de kok altijd in de keuken en de kuch werd srnakelijk gemaakt wanneer er weer eens een extra portie worst werd uitgereikt door de keukenpieten in het wit. Geheellinks wachten de hongerigsten al met schote1 of ve1dketeltje.

De Sluizenaars ze1f moesten het stellen met de beruchte eenheidsworst, bij een mager broodrantsoen van 2,8 kilo per veertien dagen. In 1917 kreeg mijn vader een "spotkaartje" met een dikke O.W.-er erop, een fles champagne in de arm. Het onderschrift: "AI moet ik 200 gulden Oorlogswinst betalen, toch mag ik niet meer dan 2 ons brood bij mijn bakker halen."

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek